Lyonne

Lyonne

zondag, 17 oktober 2021 13:23

Anders

jij bent zo

‘Jij bent zo

mooi anders

dan ik,

natuurlijk niet

meer

of minder

maar zo mooi

anders, ik zou je

nooit anders

dan anders willen.’

Hans Andreus vindt als geen ander woorden voor de liefde. Het is juist het anders-zijn van de ander dat ons aantrekt, waarop we verliefd worden. De meeste  bruidsparen die ik heb gevraagd waarom ze met elkaar verder willen gaven als antwoord zoiets als ‘hij/zij vult mij aan’ en ‘bij hem/haar kan ik mijzelf zijn’.

De joodse filosoof Levinas stelt dat wij zonder de ander geen bestaansrecht hebben. Wij worden onszelf, onze ik, in de ontmoeting. We hebben de begrenzing nodig die een ander mens aanbrengt om niet te verzanden in oeverloze vrijheid of in een leven dat zich stoort aan god noch gebod. Daarmee bracht en brengt Levinas een omdenken in beweging: het gaat niet om mijn ego en om de plaats die ik mijzelf geef in deze wereld. Het gaat om de ander die mij mijn plaats wijst, omdat die een beroep op mij doet, mij aanspreekt, uitdaagt, uitnodigt. We worden mens aan elkaar, in onze verantwoordelijkheid voor elkaar, in onze barmhartigheid. Vandaag klinkt ‘Jij bent zo mooi anders…’ niet alleen als een liefdevolle toekenning maar ook als een opdracht. Om zo te kijken dat we die ander op zijn/haar/hun mooist zien. Of nee, om zo naar ons te laten kijken, dat wij mooi worden. 

verschenen op de Weekbrief van 17 oktober 2021

als opmaat naar de Roze Kerkdienst

zondag, 17 oktober 2021 13:20

Verdraagzaam is de liefde

overweging op zondag 17 oktober 2021 PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

Roze Kerkdienst; in deze viering ontvangt transvrouw A. een zegen over haar nieuwe naam en vernieuwt zij de huwelijksbeloften met haar vrouw M.

 

uit de Bijbel: 1 Korintiers 13: 4-7

 

verdraagzaam

Wees eens een beetje verdraagzaam. Het was een gevleugeld woord van mijn moeder als wij, broer zus en ik, woorden hadden. Verdraag elkaar. #Doeslief. Verdraag het dat niet iedereen er dezelfde mening op na houdt als jij. Probeer niet altijd je gelijk te halen. Wees verdraagzaam. Ook naar mensen die jij ervaart als anders. Accepteer het dat mannen hand in hand lopen; dat Fredrike niet wil zeggen of zij een jongen of een meisje is. Tolereer de kleurrijkheid en de verscheidenheid. Steek geen vlaggen in brand. Bedwing je vinger die boven de toetsen hangt om een kwetsende vinger te typen. Dat is op zich al een mooie boodschap voor vandaag. Maar is het genoeg.

 

Paulus maakt zich zorgen over het klimaat in de gemeente van Korinte. Er is onrust en verdeeldheid ontstaan. (1 Kor 1: 11-16) Sommige gemeenteleden zeggen: ik volg Paulus in wat hij zegt. Anderen zeggen: ik ben van de kant van Apollos en een derde roept dat hij Kefas veel beter vindt. Daarnaast zijn de gemeenteleden het niet eens over een aantal belangrijke geloofszaken en de een roept nog harder dan de ander om gehoord te worden. Schelle cimbalen en dreunende gongen zijn er niets bij. (1 Kor 13:1) Logisch dat Paulus dan oproept tot verdraagzaamheid.

 

Maar als Paulus het heeft over verdraagzaamheid bedoelt hij niet dat je in je eigen hokje blijft en accepteert dat anderen in hún hokje zitten. Hij bedoelt niet: leven en laten leven. Of: ze doen maar. Ik ga ook mijn eigen gang.

Voor Paulus gaat verdraagzaamheid veel verder dan dat. Want verdraagzaamheid zegt iets over de liefde. En de liefde wortelt in God de Vader. De Ene God.    

 

Alles verdraagt zij

We lezen dit gedeelte vaak bij huwelijksvieringen maar Paulus heeft hier niet de romantische liefde op het oog. Het gaat niet over geliefden. Dat zou het misschien makkelijker maken.

Maar Paulus spreekt hier over een ander soort liefde, de agapè. Dat is de levensinstelling die altijd de ander vooropstelt; die bereid is om het beste van de ander te denken, klaar om te vergeven en de ander te geven wat er nodig is. Deze liefde oordeelt niet. Bij deze liefde gaat het niet om jou en jouw behoeften maar om die van de ander. Het is liefde die wat hebben kan, die wat te verdragen krijgt. Liefde die de deur openhoudt ondanks alles; liefde die bereid is zichzelf op te offeren. Dat doen ouders voor hun kinderen, kinderen voor hun ouders, leerkrachten voor hun leerlingen, mensen in de zorg voor wie aan hun zorg is toevertrouwd, mensen in de kerk voor elkaar, mantelzorgers. We gaan ver om de ander vast te houden. En soms móeten we ver gaan of van ver komen om de ander te bereiken, welkom te heten. Ook dat hebben we deze week gemerkt.

Maar zo, zegt Paulus, is God voor ons. Agape. Liefde die óns altijd voorop stelt. De goedheid zelf. Het zit in zijn aard om geduldig te zijn; om zich niet boos te laten maken en het kwade niet aan te rekenen.

Hij blijft trouw, zijn liefde kan wat hebben. Dat is de rode draad door alle Bijbelverhalen heen. En die komt uit bij Jezus Christus. De liefde van God in levende lijve. Hij omarmde de mensen zoals ze waren en vulde hen met liefde voor elkaar, met verlangen naar Gods nieuwe wereld, de hemel op aarde. 

Jezus vat het heel kort samen als hij zegt: Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. (Johannes 15) Zijn liefde ging zelfs zo ver dat Hij zijn leven opofferde. En Gods liefde ging zo ver dat Hij Jezus opwekte uit de dood.

Dát is de kern van alles wat Paulus te zeggen heeft. Daar kunnen we niet over verschillen van mening. Dat is wat ons samenbrengt en samenbindt. De eenheid in Christus.

 

jij in jouw klein ho(e)kje

Iemand vertelde me dat ze zo’n hekel had aan het kinderliedje: Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht…. jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn. Dat kan toch de bedoeling niet zijn dat we ieder in ons eigen hoekje blijven. Ik was het niet direct met haar eens maar nu ik bezig ben met dat woord verdraagzaamheid begrijp ik haar beter. We zijn geen vlammetjes in hokjes maar een en hetzelfde vuur; leden van één lichaam, ranken aan één wijnstok. Niet zomaar mensen maar medemensen. Dat stijgt boven elkaar tolereren uit. Dat is het ééns zijn dat iedereen op dezelfde manier door God wordt liefgehad, ongeacht gender of seksuele voorkeur.  Laten we het ééns zijn dat wij allen op dezelfde manier geroepen zijn om Christus te volgen en van elkaar gediend te zijn.

 

Verdraagzaam is de liefde. De band tussen mensen, hoe en waar ze elkaar ook maar tegenkomen, wordt daardoor gekenmerkt.

De oude vertaling zegt: Alles bedekt zij. Als een dak, een veilig onderkomen. Dan is de liefde een schuilplaats, een plek om thuis te komen. A. en M. hebben dat blijvend bij elkaar gevonden. We prijzen onszelf gelukkig als we weten bij wie ónze beschutting is. Of voor wie we dat kunnen zijn.

We dromen ook van die veiligheid. We dromen van een wereld zonder hokjes. Waar geen mens in ongenade valt. Een inclusieve samenleving waar we elkaar niet slechts tolereren maar respecteren; de wereld waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt. (Lied aan het Licht, Huub Oosterhuis) Want niet alleen verdraagt de liefde alles. Alles gelooft zij. Alles hoopt zij.

 

liederen in deze viering:

Voor mensen die naamloos, Nieuw Liedboek 647

Heer, die mij ziet zoals ik ben, Psalm 139: 1, 7 en 8

Ongestraft mag liefde bloeien, Sytze de Vries

Tot jij mijn liefde voelt, Huub van der Lubbe

Lied aan het licht, Nieuw Liedboek 601

Neem mij aan zoals ik ben, Nieuw Liedboek 833

Zegen mij, Sela

woensdag, 13 oktober 2021 08:30

Rijp

rijp

Wandelend met Saar raap ik van alles op: een mooi steentje, een mooi gekleurd blad en het liefst kastanjes. Opgepoetst liggen ze een poosje te glimmen in een schaal. Ik ben niet de enige die ze leuk vindt. Soms ligt er helemaal niets meer onder de grote kastanjeboom in het park. Pech gehad, morgen loop ik hier weer. Niet iedereen kan dat geduld opbrengen. Ik zag een vader met een telescoopsteel, kinderen met takken. Daarmee sloegen zij de kastanjes uit de boom. Wat een gehaast leven leiden we toch. We gunnen zelfs de natuur de tijd niet meer om te rijpen. Ongeduldig zijn we; niet meer bereid te wachten tot we ontvangen. We nemen liever en maken ons meester van de tijd.

Ik denk aan Psalm 145:15 ‘Allen zien hoopvol naar u uit, u geeft voedsel, op de juiste tijd.’ Heel letterlijk lees ik dat wie kastanjes wil eten, moet wachten tot ze worden gegeven. Je kunt het natuurlijk ook zo lezen dat God ons geeft wát we nodig hebben, op het moment dát we het nodig hebben. Dagelijks brood vult niet alleen onze maag maar ook onze ziel. Het is alleen daarom dat we met Psalm 23 kunnen zingen: ‘De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.’ We hebben alles wat we nodig hebben. Niet omdat we het zelf met stokken uit bomen hebben geslagen; niet omdat we gretig om ons heen hebben gegraaid en verzameld. Maar omdat God ons groene weiden aanwijst, ons leidt naar een vredige waterkant. Omdat Hij zijn hand opent en ‘te rechter tijd’ ons verlangen vervult. Als we maar durven wachten. Als we maar durven vertrouwen.

gepubliceerd op de Weekbrief van 10 oktober 2021

woensdag, 13 oktober 2021 08:27

Maak je geen zorgen

overweging op zondag 10 oktober 2021

In deze dienst vieren we het 25-jarig jubileum van de cantor-organist.

 

uit de Bijbel: Matteus 6: 24-34

verhaal: Franciscus preekt voor de vogels (zie onder)

 

Wat maakt jou mens?

Kijk eens naar de vogels, zegt Jezus. Ik stel me Jezus voor zoals Hij daar zit tegen de berghelling aan. Om hem heen zitten mensen. Jezus wijst naar de lucht en iedereen volgt zijn vinger. Tegen het blauw zien zij de vogels vliegen. In de bomen horen zij de vogels zingen en in het gras scharrelt er af en toe een om wat kruimels mee te pikken. Het zorgeloze spat er vanaf. ‘Ik voel me zo vrij als een vogel’, zeggen we. Want we herkennen dat onbezorgde geluk. Er zijn momenten dat we dat ook zo ervaren. Dat we genieten van het gebeuren, de mensen om ons heen, onze kinderen en kleinkinderen, muziek, vakantie. Dat zijn de dagen dat we op ons best zijn. Dat we ons mens voelen.

Kijk eens naar de bloemen, zegt Jezus. En opnieuw stel ik me voor hoe hij op de berghelling wijst naar de kleuren en soorten. Kijk toch eens, ze werken niet en weven niet. Ze hoeven niet anders te doen dan datgene waarvoor ze geschapen zijn: kleur en geur verspreiden. Zo zijn vogels vogels. Bloemen zijn bloemen. En mensen?

Mensen maken zich zorgen. Over eten en drinken. Over de dingen die nodig zijn terwijl ze mogen vertrouwen dat God het ze zal geven.

Is het inderdaad de bezorgdheid die ons definieert als mens? Wat maakt jou mens? Wanneer voel jij: hiervoor ben ik bestemd? En hoe bewaak jij dat je mens blijft in alles wat er om je heen gebeurt. Hoe voorkom je dat het bestaan met jou op de loop gaat, dat je omkomt in je bezorgdheid over… ja over wat?

Jezus’ woorden hebben iets prikkelends. Ze kunnen steken als ze gebruikt worden als een doekje voor het bloeden voor al die mensen die zich wel degelijk terechte zorgen maken over eten en drinken. Jezus’ woorden ‘wees niet bezorgd’ roepen frustratie op als ze bedoeld zijn om mensen die wakker liggen in de nacht te sussen. Zo zijn ze dus niet bedoeld.  

‘Maak je geen zorgen’ is gekoppeld aan de keuze die Jezus neerlegt: God dienen of de mammon. Want allebei gaat niet. God dienen is de waarden van Tora omarmen; is je medemens omarmen. Mammon is de afgod met de vele gezichten: rijkdom, aanzien, macht; en ook de afgod met de meeste aanbidders. De valkuil waarin we allemaal stappen. Het is kennelijk van alle tijden dat het voor de mens lastig is om met zijn hele hart de keuze te maken voor God. Het is lastig om prioriteiten te stellen en al helemaal om het koninkrijk van de hemel prio één te maken.

De bezorgdheid waar Jezus voor waarschuwt is dat we zo in beslag genomen worden door de drang om het zelf goed te hebben, of beter te krijgen, dat de dingen die wezenlijk zijn in de verdrukking komen. Je kunt jezelf zo aftobben dat je mens-zijn en je menselijk zijn in het gedrang komt. Dan ben je geen medemens meer. Niet de zorg wordt afgewezen maar iets anders: een dreigend tekort aan zorg. Zorg voor elkaar, zorg voor de schepping, voor duurzame keuzes en vreedzame oplossingen. Laat dát jou een zorg zijn, want dat heeft te maken met gerechtigheid en koninkrijk.

Waar ben je dankbaar voor?

Als Jezus op de vogels wijst en zegt: maak je geen zorgen, dan mogen we van hem verwachten dat Hij daarin zelf het voorbeeld gaf. Jezus keek niet ongerust vooruit. Hij piekerde niet over wat er op zijn weg ging komen. Hij had het vermogen om in het nu te leven. Om al zijn aandacht te geven aan datgene wat Hij op dat moment moest doen. Om de mensen zijn onverdeelde aandacht te geven. En om ín het moment Gods goedheid te vieren. De vrijheid van de sabbat; het plezier van het aren plukken, de oproep om met elkaar te delen als het etenstijd is en het wonder gebeurt dat er voor iedereen genoeg is, de vreugde van de maaltijd waaraan vriend en vreemde aanschuift, de stilte van het gebed. Ja, Hij kende ook verdriet. En eenzaamheid, en angst om te sterven. Maar het leven was voor hem geen tranendal. Omdat Hij God boven alles liefhad en zijn hand in de dingen zag.

‘Mijn broeders en zusters, vogels….’ Als Franciscus preekt voor de vogels dan wijst hij hen op alles waarvoor ze God mogen danken. Al zingend en fluitend. God geeft hun hun veren en vleugels; Hij geeft alles wat nodig is om te leven en de vrije, zuivere lucht als verblijfplaats.

Waar ben jij dankbaar voor? Wat heeft God jou gegeven om in alle zorgeloosheid van te genieten? Je leven? Je lijf? Wat heeft God jou gegeven dat jou maakt tot de mens die je bent? Ieder van ons heeft eigen veren en vleugels, talenten en gaven, een eigen enthousiasme, wijsheid, liefde. We hebben vrijheid, te eten, een dak boven ons hoofd, mensen om ons heen. Met dezelfde verwondering als we Jezus’ vinger volgen naar de vogels en de bloemen mogen we naar onszelf kijken. Prachtig ben ik. En jij ook. Laten we vliegen, bloeien, kleurrijk zijn. Alles verwachten van vandaag. En vanuit de dankbaarheid zingen en muziek maken. Want als we Gods Naam bezingen, geven we hem eer vanwege zijn trouw, zijn bevrijdende daden. (Ps 66)

 

Wat heb je nodig?

Bedoelt Jezus dan dat ons eten en onze kleding niet belangrijk zijn? We hebben toch allemaal onze baan, de huur of de hypotheek die betaald moet worden; we maken ons druk over een opleiding of over die van onze kinderen. Moeten we daar dan maar mee stoppen? Nee, dat bedoelt Hij niet. God de Vader wéét dat we dat alles nodig hebben. Maar laat de zorg om eten drinken kleding niet zó je agenda bepalen dat er geen ruimte is voor iets anders, voor iemand anders. En vertrouw dat God je zal geven wat je nodig hebt. In plaats van jezelf zorgen te maken, kun je je afvragen ‘wat heb ik nodig?’ Van God wel te verstaan. En vraag jezelf ook af: heb ik dat soms al niet ontvangen?

Dagelijks brood? Zelfs meer dan dat.

Brood voor het hart, kracht om overeind te blijven.

Een huis om te wonen, rust voor de ziel en een schuilplaats. (Ps 62)

We denken soms dat we eten, drinken en kleding nodig hebben om overeind te blijven als mens. Maar wat we écht nodig hebben gaat daar ver bovenuit. God weet dat en geeft het ons.

Jezus wil ons met zijn oproep ‘ontzorgen’. Hij drukt ons op het hart dat we ons niet moeten laten misleiden.

Het zijn de heidenen die zich over oppervlakkige dingen druk maken. Je zou kunnen zeggen: wij weten beter. Wie eenmaal is aangeraakt door God raakt dat niet meer kwijt. Je kunt niet meer onder zijn liefde uit. Maar je kunt er ook niet meer onderuit dat Hij op jou rekent. Daarom: zoek líever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.

 

--

 

Hoe Franciscus tot de vogels preekte en hem dat grote vreugde schonk

 

Op een dag was Franciscus met een groep broeders

op tocht door het dal van Spoleto.

Ze kwamen in de buurt van Bevagna.

En daar zagen ze op een plek

een grote menigte vogels van allerlei pluimage bijeen;

duiven, kraaien, kauwen,

maar ook zangvogels met een heerlijk lied in de keel.

Franciscus werd altijd opgetogen als hij vogels zag of hoorde.

Voor hem waren ze boodschappers van God.

Als hij een leeuwerik op zag vliegen die zijn lied ten beste ging geven,

kwam het hem voor alsof het zijn ziel was die daar boven het korenveld

de lof zong van de Schepper.

De kraai was voor hem ook een grote vriend

omdat die met zijn gekras hem wakker hield

zodat hij niet wegsufte in het gebed.

Zo had iedere vogel voor hem een diepe betekenis.

 

Toen Franciscus die vogels daar bij Bevagna samen zag,

was het net of ze op hem stonden te wachten.

Hij stapte op hen af en groette hen op de manier waarop hij altijd groette:

‘de Heer geve jullie vrede’.

Tegelijk vroeg hij zich verbaasd af,

waarom de vogels niet wegvlogen, zoals ze anders altijd doen.

 

Een grote vreugde welde in hem op

en vriendelijk vroeg hij hun om

naar het woord van God te luisteren.

Daarna sprak hij hen een tijdje toe

en eindigde met de woorden:

"Mijn broeders en zusters, vogels,

jullie brengen grote lof aan jullie Schepper

en jullie zullen Hem altijd van harte beminnen.

Hij is het immers, die jullie veren gaf om je te kleden

en vleugels om te vliegen

en alles wat jullie nodig hebben.

Onder de schepselen gaf Hij jullie een ereplaats

en wees jullie de vrije, zuivere lucht als verblijfplaats aan.

Zaaien doen jullie niet, evenmin als maaien.

Maar dat is ook niet nodig.

Want zonder dat jullie er iets voor hoeven te doen

beschermt Hij jullie en regelt Hij alles voor jullie."

 

Toen begonnen die vogels

- het verhaal heb ik van hemzelf en de broeders, die bij hem waren –

op wonderlijke manier op hun eigen wijze hun vreugde te uiten:

ze rekten hun halzen, strekten hun vleugels uit,

openden hun bek en keken naar hem.

Hij wandelde daarna wat tussen hen rond,

terwijl hij met zijn habijt langs hun kopjes en lijfjes streek.

 

Tenslotte zegende hij hen,

maakte het kruisteken

en gaf ze verlof om weg te vliegen.

 

Vol vreugde ging Franciscus met zijn gezelschap verder en dankte God.

Maar Franciscus vond ook dat hij tekort geschoten was.

Vroeger immers had hij nooit voor vogels gepreekt,

terwijl nu bleek, met hoe grote eerbied

ze luisterden naar het woord van God.

Vanaf die dag spoorde hij vol ijver alle levende wezens aan,

of ze nu in de lucht, op aarde of in het water leefden,

of ze nu zintuigen hadden of niet,

vol vreugde hun Schepper te beminnen en Zijn lof te verkondigen.

 

Naar 1 Celano 58, bewerkt door Guy Dilweg

maandag, 13 september 2021 12:19

kyrie

kyrie

Twee foto’s laten me niet los. De eerste is van een Amerikaans vliegtuig, waarvan het ruim afgeladen vol is met mensen. Het staat op het vliegveld van Kabul en met dat het opstijgt ontsnappen ruim 600 mensen aan de dreigende situatie in Afghanistan. De tweede foto toont militairen op datzelfde vliegveld. Een baby wordt in de lucht gehouden door mensen die wat lager staan. Militairen hijsen het kindje aan een armpje omhoog. Ik hoop dat ze het in veiligheid hebben kunnen brengen. Wat een hoop moeten de ouders hebben gevoeld. Tijdens de Summerschool-avonden bespraken we wat kyrie is. En hoe verkeerd het soms voelt om dan ook meteen gloria te zingen. Als je keel nog dichtgeknepen zit van verdriet. Of als je pittige vragen hebt voor God over al dat leed. Want is er ook niet de zorg om het zwaar getroffen Haïti, de vele bosbranden en zelfs zorg om licht ontvlambare jonge mensen die schoppen en reltrappen vanuit een niet te begrijpen boosheid.

Iemand in de kring zei: het is al fijn als je weet dat er iemand -Iemand!- luistert. Dat je je verhaal kwijt kunt zonder dat het meteen kan worden geheeld of opgelost. We hoeven niet altijd gloria te zingen. Onze lof aan God is dat wij hem in vertrouwen willen nemen en hem de ongerijmdheid van het bestaan durven voorleggen. Wij eren hem door hem te betrekken in onze angst en bezorgdheid, ook als we niet weten wat Hij zou kunnen betekenen. Voor wie niet weet wat te bidden, lees lied 997 in het nieuwe Liedboek: ‘- en vele duizenden ontheemd, gevlucht uit eigen land, beducht voor tirannie, geweld, voor dood, voor moord en brand; genade Heer, hoor ons gebed, zie deze wereld aan!

maandag, 13 september 2021 12:16

oogst

oogst

In de tuin staat een tomatenplantje. Met groot genoegen knip ik daar de rijpe tomaatjes af. Verbeeld ik het mij of smaken ze echt lekkerder dan die van de Appie? De appelbomen gaan gebogen onder een enorme overvloed aan appels. We moeten opschieten met plukken want de halsbandparkieten hebben ze inmiddels ook ontdekt en ze laten zich onze appeltjes goed smaken. De meeste appels zullen in de sapcentrifuge verdwijnen. Vorig jaar heb ik me zelfs gewaagd aan het pasteuriseren maar als iets zo lekker smaakt verdwijnt elke noodzaak om het lang te moeten bewaren. Wat een rijkdom.

Het is niet voor niets dat Israël in de Tora wordt opgelegd om de oogst nooit als vanzelfsprekend te beschouwen. Dat ze überhaupt kunnen oogsten hebben ze te danken aan God die hen uit Egypte bevrijdde en hen akkers gaf om in te zaaien in het beloofde land. Er moet uitbundig feest worden gevierd vanwege de zegen die God heeft gegeven; een zegen die een op een samenhangt met de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Het zal je goed gaan, jou persoonlijk, jouw samenleving, als je je laat leiden door Tien Woorden. Maar op die dingen die je doet zonder je te storen aan God noch gebod kan geen zegen rusten. Je kunt dat heel kernachtig samenvatten en op een tegeltje schilderen: Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen. (Ps 133)

Weekbrief 5 september 2021

maandag, 13 september 2021 12:14

onbetaalbaar

onbetaalbaar

Tot 10 jaar geleden werkte ik in deeltijd. Daarover merkte ooit een kerkrentmeester op dat iedereen in de kerk vrijwilliger is en dat ik dus best vrijwilligerswerk zou kunnen doen naast mijn parttime aanstelling. Dan bleven er tenminste geen werkzaamheden liggen. Vrijwilligerswerk heb ik inderdaad gedaan, maar niet in de kerk. Ik was luizenpluis en biebmiep op de basisschool en deed mee met de creamiddagen. Het was leuk om zo een deel van het leven van mijn kinderen mee te krijgen.

Zo is het ook voor veel mensen in de kerk. Zij dragen hun steentje bij maar beleven er zelf vreugde aan, leren ervan, voelen zich meer betrokken, leren nieuwe mensen kennen enz. Een win-winsituatie dus. Vrijwilligerswerk is onbetaald. En onbetaalbaar! Goed om dat nog eens tegen elkaar te zeggen. De Open Hof zou er heel anders uitzien als er niet zoveel mensen voor en achter de schermen hun steentje bijdroegen. Bedankt allemaal!

Paulus was zich heel erg bewust van de inspanningen die mensen leverden om te bouwen aan de gemeente. Hij kon immers zelf niet overal bij zijn. In de meeste van zijn brieven bedankt hij mensen. Zo noemt hij aan het slot van zijn brief aan de gemeente in Korinte een aantal namen en zegt hij over hen: ‘Zij hebben zowel u als mij nieuwe kracht gegeven. Houd zulke mensen in ere.’

Weekbrief 12 september 2021

bij het afscheid en de bevestiging van ambts- en taakdragers

maandag, 13 september 2021 12:11

Vrede voor de stad

overweging op zondag 12 september 2021         PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

Jaren heeft Jeremia zijn tijdgenoten opgeroepen om anders te gaan leven. Hij heeft hen gewaarschuwd dat kwaad altijd tot erger wordt. Maar voor God en zijn geboden was geen plaats meer in de samenleving van Jeruzalem en omstreken. En omdat God zich er niet meer thuis voelde, trok Hij zich terug waardoor koning Nebukadnezar vrij spel had. Hij nam heel veel mensen mee naar Babel. Ze hadden het daar niet slecht. Maar het was geen thuis. Liefst zagen de Babyloniërs dat de ballingen zich aanpasten en opgingen in het rijk. De weg van de minste weerstand. Maar er waren ook mensen die ervan uitgingen dat God snel genoeg terug zou komen op zijn besluit om zijn handen van Juda af te trekken. Even volhouden, stil maar wacht maar, het gaat wel weer voorbij. Maar Jeremia komt met een derde mogelijkheid. En daarover schrijft hij een brief.

 

uit de Bijbel: Jeremia 29: 1, 4-14

 

hoop

Afgelopen week werd in de Rijnhaven een energieneutraal kantoorgebouw geopend. Gebouwd met het oog op de toekomst, duurzaam en zelfvoorzienend. Kristalina Georgieva houdt een toespraak. Zij is directeur van het Internationaal Monetair Fonds maar zij is op dat moment  vooral oma. Want ze heeft haar kleindochter van 11 meegenomen. De toespraak gaat over haar toekomst. Want als zij 40 is, zijn de klimaatdoelen wellicht niet gehaald. Geëmotioneerd spreekt oma Kristalina de hoop uit dat haar kleindochter niet hoeft te leven met de gevolgen van de klimaatverandering.

Waar míjn ouders en hún ouders hóóp hadden dat hun kinderen het beter zouden krijgen dan zij, hebben we nu vooral zórg om de volgende generaties. Maar het zou nergens toe leiden als we alleen maar bezorgd waren en ons niet verantwoordelijk voelden voor de bewoonbaarheid van de wereld die we hen nalaten. Als wíj onze handen ervan af trekken omdat we er niet meer in geloven, als wíj geen hoop meer hebben, dan is alles verloren.

Hóe houd je hoop?

In Babel lopen profeten rond die zeggen: wacht maar af, het gaat vanzelf voorbij. Wij hoeven niets te veranderen. Ze lijken verdacht veel op de mensen van nu, die ontkennen dat er iets aan de hand is en dat er iets moet gebeuren. Van die valse profeten zegt God, ik heb ze niet gestuurd. Ik hoor erin dat ook van ons vandaag niet wordt gevraagd dat we lijden wat ons overkomt en het gelovig uitzitten tot de dag komt dat God ons verlossen zal. Ons opsluiten in de kerk, in ons geloof, biedt geen garantie tegen het razen van de tijd en het geeft geen hoop. Dat is één.

De Babyloniërs zien het liefst dat de ballingen worden als zij en hun tradities, geloof, waarden en dromen opgeven. Dan wordt hun invloed vanzelf minder. Het kan verleidelijk zijn om mee te geven, om toe te staan dat geloof verwaterd, om het los te laten. Hoe weinig hoopvol is dat.

Jeremia wijst een derde, begaanbare weg. Niet je opsluiten, niet verdwijnen. Hij roept juist op om méér te worden. Krijg zonen en dochters, krijg kleinkinderen. Hoe hoopvol is dat al. Dat een volgende generatie zich aandient. Het betekent voor vandaag dat wij, christenen, mensen van de kerk, níet moeten opgaan in wat de wereld brengt en langzaam verdwijnen. We zouden juist moeten groeien, een ander geluid laten horen, een tegengeluid.   

 

vrede voor de stad

Of we het nu leuk vinden of niet, dit is de wereld waarin wij leven. Hier bouwen wij huizen, zoeken een partner, krijgen kinderen en kleinkinderen. We zien en ervaren dat deze wereld lijdt onder het kwaad dat haar wordt aangedaan in allerlei opzicht. We doen elkaar geweld aan; we doen de schepping geweld aan. Ik zeg ‘we’ want daar staan we niet buiten; we zijn er hoe dan ook deel van, hebben er een aandeel in. Die stad, die wereld, bid ervoor, zegt God. Bid voor de stad waarheen ik jullie heb weggevoerd en ze je in voor haar bloei want de bloei van de stad is ook jullie bloei. Ik lees het ook voor uit de Statenvertaling.

En zoekt de vrede van de stad……want in haar vrede zult gij vrede hebben. Dat is de escape, de derde weg. De weg van de vrede, de shalom. Hoe zou een stad eruit zien waar die vrede zou heersen? Toch heel anders dan de gemiddelde stad? Niemand zou eenzaam zijn; jongeren zouden zich niet verloren voelen en boos de straat opgaan met een mes; er zou respect zijn voor de schepping in de keuze wát willen we bouwen en waar; mensen zouden zich veilig voelen. Wat een prachtige stad zou dát zijn! Jullie bloei hangt samen met de bloei van de stad, zegt God. Jullie vrede hangt samen met die van de wereld. En dát heb ik voor ogen; dat jullie gelukkig zijn. Jullie shalom, niet het kwaad, is wat mij voor ogen staat. Een ándere stad, een nieuwe wereld waar mensen tot bloei komen, waar ieder tot zijn recht komt. De hemel op aarde.

Jezus zal later zeggen: jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad op een berg is overal vandaan zichtbaar. Laat je licht daarom schijnen, verberg je niet. (Matteus 5:12) Ook Hij heeft onze vrede en ons geluk voor ogen.

 

Van U is de toekomst

Het jaarthema van de Protestantse Kerk Nederland is ‘Van U is de toekomst’. Eigenlijk een beetje misleidend thema. Het zou maar zo kunnen betekenen dat wij onze handen ervan aftrekken. Het is immers in Gods hand. ‘Van U is deze wereld, deze tijd…’ zingen we zo na de preek. (NL 362:3) Tot hiertoe is Hij onze toekomst. Maar aan ons godsvertrouwen gaat verantwoordelijkheidsbesef vooraf. God vraagt ons in zijn dienstwerk en trekt ons mee in zíjn betrokkenheid en bewogenheid voor deze wereld.

Laten we bidden voor de stad, ons inzetten voor de shalom van onze samenleving waarin onze kinderen en kleinkinderen opgroeien. Laten we vechten voor de bloei en het geluk van mensen; niet alleen in de kerk maar juist ook daarbuiten.  

 

Van U is de toekomst, God, kome wat komt. Bewaar ons ervoor dat wij uw nieuwe wereld in de weg staan, behoed ons voor onverschilligheid. Laat uw koninkrijk komen én uw wil gedaan worden op aarde, zoals in de hemel. Amen.

 

lied: Hij die gesproken heeft, NL 362

maandag, 06 september 2021 08:12

Sssst!

overweging op zondag 5 september 2021        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Galaten 3: 26-28 en 1 Korintiers 14: 26-40

 

Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat.

 

buitengesloten

Ik was nog maar net predikant in mijn eerste gemeente toen Bas en ik werden uitgenodigd om de opening van een tentoonstelling bij te wonen. Een gemeentelid wilde ons voorstellen aan de kunstenaar en zei met een armgebaar: En dit is onze nieuwe predikant. Waarop de man voor mij langs reikte en Bas een hand gaf om hem hartelijk welkom te heten in het dorp. Een fraai staaltje alledaags seksisme waarom we hartelijk hebben gelachen. Maar als je op vergaderingen wordt aangesproken met mevrouw en mannelijke collega’s als dominee, als je op je qui vive moet zijn dat je niet de rol toebedeeld krijgt om rond te gaan met de koffie, dan is het toch niet zo leuk meer. Net zo min als ik nog geduld heb met mensen die zeggen: u lijkt helemaal niet op een dominee. Waar lijkt een dominee dan op? Op een man? Als vaak genoeg gezegd wordt dat je niet aan de verwachtingen voldoet, gaat dat vanzelf een keer ondermijnend werken. Maar als ik aankaart waar ik in de kerk te maken heb met ongelijkheid, krijg ik te horen dat er mensen zijn met ‘echte problemen.

En dan ben ik nog voorganger in een deel van de kerk waar vrouwelijke voorgangers worden geaccepteerd; sterker nog waar steeds meer vrouwen zijn. Helemaal niet om te lachen is het voor die vrouwen die een verhaal te vertellen hebben maar dat niet mogen; dat kwaliteiten van vrouwen ongebruikt blijven omdat ze dat van de Bijbel niet zouden mogen. Er zijn collega’s die geworsteld hebben met hun eigen geloof omdat zij zich geroepen wisten door de Geest en tegelijkertijd lid waren van een kerk waar zij niets met hun gaven konden.

Wat heeft Paulus bezield om te schrijven dat vrouwen moeten zwijgen? Wat bedoelde hij ermee dat zij zich moeten onderwerpen aan hun echtgenoot? Hij, die nota bene ook schreef dat in Christus geen onderscheid bestaat tussen mannen en vrouwen, dat er eenheid is. Paulus, die samenwerkte met vrouwen en grote waardering had voor hun opbouwende werk in de gemeente. [ Voor Febe, bijvoorbeeld, afkomstig uit de omgeving van Korinte en uitgezonden naar Rome; voor Junia, apostel net als Paulus, die aanzien geniet en omwille van haar verkondiging zelfs in de gevangenis heeft gezeten (resp Rom 16: 1, 16: 6) ]

Hoe is het toch mogelijk dat men zo kritiekloos als norm heeft aangenomen wat Paulus lang geleden schreef? Waarom is het niet genuanceerd in het licht van de waardering voor vrouwen die hij óók uitspreekt?

Ik dacht, wat zou Paulus hier nu van vinden. Vandaag. Wat zou hij schrijven aan mij, aan mijn zusters. En dit is het geworden.

 

Van Paulus, apostel van Christus aan Lyonne

Éen ding heeft me altijd gedreven: het evangelie van Jezus Christus. Hij zegde vergeving aan en genas mensen die tot dan toe buiten de boot vielen. Hij sprak met vrouwen, genas vrouwen en vergaf hen. Vrouwen behoorden tot zijn volgelingen.

Zijn gelijkenissen gaan over het leven van mannen én vrouwen. Hij verkondigde een vrijheid en gelijkheid die in zijn tijd ongebruikelijk was. En het waren vrouwen die als eerste getuigen waren van zijn opstanding. Zij waren de eerste apostelen want zij hadden de Levende Heer gezien en van hem hun opdracht ontvangen.

Daar konden we niet meer achter terug. Van harte heb ik samengewerkt met vrouwen; ik heb hun gastvrijheid genoten als zij hun huis openstelden voor de samenkomsten van de gemeenten. En ik heb van harte geloofd dat het wáár is dat in Christus alle mensen één zijn. Dat wij in Gods ogen allemaal kinderen van de belofte zijn. En dat allemaal op dezelfde manier kunnen groeien in ons geloof, op dezelfde manier Gods vergeving nodig hebben. En toch… ik was een kind van mijn tijd. En wat in de kerk wél zou moeten kunnen, daar was in de samenleving om ons heen helemaal geen sprake van. Het was in de wet verankerd dat mannen verantwoordelijk waren voor vrouwen. Posities buiten het huishouden waren voor hen niet weggelegd. Onderwijs was niet voor hen bedoeld. Stel je voor dat een vrouw buitenshuis wél iets te zeggen zou hebben, wat zou dat dan betekenen voor de verhoudingen thuis? Wat we in de gemeente voorstonden, botste met de cultuur daarbuiten. Ondanks mijn grote waardering voor vrouwen én mijn geloof in de eenheid van Christus heb ik daarmee geworsteld.  

 

ondergeschikt belang

Maar je hebt gelijk als je mij tegenspreekt over wat ik schreef, dat vrouwen moeten zwijgen en ondergeschikt blijven. Ik zeg het nogmaals: één ding heeft me altijd gedreven, het evangelie van Jezus Christus. En dat stond in de gemeente van Korinte onder druk: de geloofwaardigheid van het evangelie. Stel je voor, als de gemeente van Christus daar samenkwam was het een gekrakeel van jewelste. Iedereen wilde in klanktaal spreken. De een nog luider dan de ander. Er was geen touw aan vast te knopen want er was niemand om het uit leggen. In de oren van gelovigen was het dus alleen maar bla bla bla. Maar buitenstaanders zullen wel gedacht hebben: wat  een krankzinnige bende is dit.

Mensen stonden te dringen om te profeteren. Ik heb geprobeerd hen erop aan te spreken dat je dan wel de talen van engelen en mensen wil kunt spreken, maar dat het zonder liefde klinkt als een schelle cimbaal en een dreunende gong. (1 Kor 13:1) Tevergeefs. Gemeenteleden overschreeuwden elkaar. En als een man preekte werd hij soms luidkeels terecht gewezen door zijn echtgenote. Het is zelfs gebeurd dat vrouwen onderling begonnen te kijven omdat ze het oneens waren over wat de man van de ander verkondigde.

Dit bouwde op geen enkele manier de gemeente op. En het verhinderde dat het evangelie mensen bereikte die het nog niet hadden gehoord. Het maakte het evangelie zelfs compleet ongeloofwaardig. Er was rust nodig, en orde. En ik heb geprobeerd die orde te scheppen zoals God ook orde schiep in de chaos van het begin.

Het is dáárom dat ik schreef dat vrouwen moeten zwijgen. Getrouwde vrouwen welteverstaan. Zij kunnen hun man thuis om uitleg vragen. En als ze het oneens met hem zijn, kunnen ze dat beter thuis bespreken dan in het openbaar.

Het ging me dus niet om de vrouwen maar om het belang van de gemeente. In het bijzonder de gemeente in Korinte. Een stad die toch al bekend stond om zijn losse moraal, met mensen vol goede wil maar toch ook een beetje volks en grof. Ik vind het vreselijk dat men later zo aan de haal is gegaan met mijn woorden en dat het vrouwen is verboden om te bidden en te profeteren. Dat heb ík nooit verboden. Ik heb alleen geprobeerd het te reguleren. (lees bijv 1 Kor 11: 5) Vrouwen moeten ondergeschikt blijven. Ja, dat heb ik geschreven. Ondergeschikt aan het belang van de gemeente en het evangelie! Niet aan de mannen. Niet aan de leiding van de kerk. Het spijt me meer dan ik kan zeggen dat het zo is misverstaan. Genade en vrede voor jou, Paulus.

 

iedereen draagt iets bij

Door dat ene vers is in het gedrang gekomen wat Paulus nog meer heeft geschreven en wat wij ter harte zouden kunnen nemen om als gemeente van Christus te bloeien en het evangelie van harte te verkondigen.

Ten eerste, iederéén draagt iets bij dat de gemeente kan opbouwen: een lied, een onderwijzing, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan. Iedereen! Mannen en vrouwen, ouderen en kinderen, mensen met lef en de stillen in den lande, de denkers en de doeners. Daarin zijn we gelijk, éen in Christus. Een mooie vraag om aan onszelf te stellen: wat draag ík dan bij, wat kan ik betekenen? Waar ben ik nodig? Waar men in Korinte teveel op de voorgrond drong, zijn we hier misschien te bescheiden over onze eigen gaven, over de tijd die we beschikbaar hebben. En de luwte bevalt ons soms best. Dus: durf te spreken.

Maar… durf ook te zwijgen. Heb vertrouwen in diegenen die leiding nemen en val hen niet af. Wees je er, net als Paulus, van bewust dat de samenkomsten van de gemeente ook een gezicht naar buiten zijn. Met elkaar dragen wij bij aan een de orde en de vrede waarbinnen het evangelie kan floreren. Daaraan zijn we allemaal ondergeschikt.

En ten laatste, zijn we soms niet te véél bezig met het in stand houden van de gemeente, de kerk; zo veel dat de gemeente doel op zich is geworden in plaats van slechts een middel om het evangelie te verkondigen. We maken ons bezorgd over de inkomsten, over de geringe aanwas van de jeugd; we maken ons zorgen of De Open Hof ná corona even bruisend zal zijn als ervoor. Het is goed om ervoor te waken dat de gemeente nooit een doel in zich is. Maar een middel om het evangelie te verspreiden; een afbeelding van Gods koninkrijk op aarde.

Dat ene vers, zo uit zijn verband gehaald, is een tekst met grote gevolgen. Ik hoop en bid dat de gehele tekst grote gevolgen zal hebben als het gaat over onze bevlogenheid, over hoe warm we lopen voor onze gemeente en voor het evangelie van onze Heer Jezus Christus.

maandag, 19 juli 2021 13:17

dansen met Janssen

dansen met Janssen

Is het de onduidelijke communicatie van minister de Jonge of de ongrijpbaarheid van het virus dat zich door niets en niemand laat regisseren? Zijn het de jongeren? Maakt het antwoord echt wat uit voor de mensen die gedupeerd zijn of voor diegenen die zich erop verheugd hadden lekker los te gaan met vrienden? Het is verdrietig genoeg dat zoveel vingers beschuldigend naar hen wijzen.

In de Bijbel krijgt koning David er van langs als hij voor de ark uit danst. De ark, die Gods aanwezigheid vertegenwoordigt, was lange tijd in de handen van de Filistijnen. Maar David mag hem weer thuis brengen, in Jeruzalem. Niet alleen de ark komt weer thuis, ook God met zijn zegen is weer in hun midden. Wat een feest! David gaat helemaal los. Hij heeft zijn koninklijke kleed afgelegd en hij danst en springt in zijn onderhemd. Precies zo’n hemd als de priesters dragen. Het is dan ook een heilige gebeurtenis. Zijn vrouw Michal ziet het gebeuren en kan er geen respect voor opbrengen. Zij houdt van kóning David, niet van deze malloot. ‘Ik danste om de Heer te eren!’ zegt David. Mooi gezegd! Wie danst viert het leven, dat per definitie gegeven is, een geschenk om met twee handen aan te pakken. Het verlangen om te dansen met Janssen lijkt me uiting geven aan dat gevoel.

Daarom ‘Dans alsof er niemand kijkt. Zing alsof er niemand luistert. Heb lief alsof je nooit bent gekwetst. Leef alsof de hemel op aarde is.’ 

gepubliceerd op de Weekbrief van 18 juli 2021

Pagina 1 van 10