Blog

Waar ga je eigenlijk heen?

overweging op zondag 22 mei 2022         PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Johannes 14: 1-6

 

wees niet ongerust

Het is zo makkelijk gezegd: maak je niet ongerust, heb geen zorgen. Maar in de praktijk blijkt dat niet zo makkelijk. We maken ons natuurlijk wél druk. Zeker als het gaat om de mensen om wie we geven, van wie we houden. We maken ons bezorgd om hen als we met hen samen léven. En als zij zijn gestorven zijn zij nog steeds in ons hart; een hart dat er zo naar kan verlangen om te weten waar zij zijn, en of het daar ook goed is, of mooi.

Jezus kan dat wel zeggen tegen zijn leerlingen: Wees niet ongerust… maar natuurlijk zijn ze dat wel. Ze zijn er niet gerust op hoe het straks verder moet zonder hun leermeester en vriend. Overal zijn zij hem gevolgd. En nu kan dat niet meer. Waar gaat Hij dan heen?

Hij spreekt over een huis. En over een weg. Wat bedoelt Hij toch?

 

Ik las de column van Daan Rot-de Launay, weduwe van Jan Rot. (AD Mezza, zaterdag 14 mei 2022) ‘Waar ga je eigenlijk heen, Jan?’ staat er boven.

Een klein stukje uit die column:

“Een jaar geleden riep ik in paniek naar de ambulance waarmee Jan werd afgevoerd: ‘Waar gaan jullie eigenlijk heen?’ Nu sta ik met Elvis op de stoep als de begrafenismensen hem in de rouwauto schuiven. Waar ga je eigenlijk heen? Jan mompelde vlak voor hij stierf: ‘Ik ga naar huis, ik ga naar vader en moeder.’”

 

het huis van de Vader

‘Wees niet ongerust maar vertrouw…. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers’. Deze woorden heb ik regelmatig gebruikt bij afscheidsdiensten. We horen er een bemoediging in; de woorden klinken op zo’n moment als een geruststelling, dat er een thuiskomen is. De gedachte dat er ergens op ons wordt gewacht, dat er een plaats is bij de Vader, is troostend en tilt ons boven het verdriet van het afscheid uit.

Jezus bedoelt deze woorden even bemoedigend. Hij zal buiten hun bereik vallen straks. Maar ze zullen voor altijd verbonden zijn in de liefde. Als ranken aan de wijnstok, als zijn vrienden die voor altijd zullen delen in zijn Geest. In zijn geest zullen ze voortaan handelen; ze zullen zich afvragen ‘what would Jesus do’ – ‘Wat zou Jezus doen’- bij alles wat ze doen. Maar over de dood spreekt Jezus hier niet. En ook niet over de hemel als zijn eindbestemming.

Dat huis en hemel bij elkaar horen is in de loop van de tijd zo gegroeid. Wij hebben dat troostrijke beeld ervan gemaakt: het huis van de Vader, een hemels hotel, een warm welkom bij de deur omdat onze plaats is klaargemaakt door Jezus. We laten dat beeld, die uitleg, gewoon staan. Het is te mooi om naast ons neer te leggen. Maar we leggen er een andere uitleg naast. Want Jezus wijst zijn leerlingen met deze woorden niet naar de hemel.

 

vertrouw

Het huis van mijn Vader… Jezus gebruikt deze woorden één keer eerder. Als Hij kwaad uitroept tegen de geldwisselaars en de handelaars:

‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ (Joh 2:16) Jezus heeft het dan over de tempel. Op het tempelplein wordt grof geld verdiend. ‘Een rovershol’ noemt de oude vertaling de tempel. Er gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen. En niet iedereen is er even welkom. Er is niet die ruimte, de vele kamers, die Jezus benoemt. Niet voor iedereen een plaats aan de tafel.

Maar als Johannes zijn evangelie schrijft is de tempel er al lang niet meer. Er is voor de nog jonge gemeente van Christus niet zo’n centrale plek om samen te komen, geen plaats om God te ontmoeten; de verbinding moet ergens anders vandaan komen. Maar waar dan? Waar zal de gemeente thuis zijn? Waar zal de gemeente de nabijheid van de Vader ervaren?

Als Jezus niet de hemel bedoelt, gaat het dan over de aarde? En als het niet gaat over de tempel, wat bedoelt Hij dan? Gaat het dan soms over een ander soort tempel? Een symbolische tempel? Dan is het huis van de Vader dat huis van levende stenen, met muren van huid en ramen als ogen. Dat huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnen gaan. (Zomaar een dak, Huub Oosterhuis)

Het huis van de Vader, daar waar God woont en ons welkom heet, de níeuwe tempel, dat is de gemeente van Christus. Jezus gaat zijn leerlingen voor, door de dood,  om kwartier te maken in die nieuwe tempel; hij bereidt zijn leerlingen, de gemeente van Christus, voor om dat ruime huis te zijn. Als Hij er niet meer is, niet lichamelijk aanwezig, dan zal de geméénte zijn lichaam op aarde zijn. Een lijf met leden die elkaar aanvullen en nodig hebben, zoals Paulus schrijft. (Romeinen 12, 1 Korintiers 12) Een levend lichaam, een lichaam dat een tempel is, omdat God er woont; een herbergzame en gastvrije plek, met veel ruimte, veel kamers. Een licht huis waar Gods Geest kan waaien.

 

Jullie kennen de weg

Jullie zullen zijn waar Ik ben…. of misschien moeten we het omdraaien…. daar waar wíj zijn, als gemeente, daar zal Jezus zijn. Wij re-presenteren hem. En hoe je daar moet komen, dat weten jullie wel. Jullie zijn toegerust om de gemeente van Christus vorm te geven. Jullie hebben genoeg in huis om een veilige woonplaats te creëren voor elkaar. Jullie kunnen het écht zonder mij. Jullie kennen de weg naar dat huis van de Vader.

‘We weten niet eens waar U naar toe gaat, Heer. Hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’

Tomas verwoordt de onzekerheid van de jonge gemeente. Het onmachtige en stuurloze gevoel van de achterblijvers. De handen in het haar. Wat nu? Waarheen? En hoe komen we daar? Alsof ze het bos zijn ingestuurd. Wijs ons de weg. ‘Ík ben de weg’, zegt Jezus. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’

 

De weg, de waarheid en het leven

Deze woorden worden nog al eens met hoofdletters geschreven. De Weg. De Waarheid. Het leven. Alsof er maar één van is. Met deze woorden in de hand heeft de kerk der eeuwen mensen van zich afgestoten omdat de weg die zij gingen, of de waarheid die zij koesterden, in de ogen van de kerk niet de juiste waren. Inquisitie. Met deze woorden in de hand kun je makkelijk de deur sluiten voor een gesprek met hen die een ander geloof aanhangen. Ze suggereren dat wij de waarheid in pacht hebben. De weg, de waarheid en het leven… het kunnen brandbare woorden zijn, beschadigend, uit-sluitend. En dat past dan weer heel slecht bij het huis dat ik heb geschetst.

Dat levende huis, met de gastvrije ruimtes, waar de Geest doorheen waait..  Wij zijn niet geroepen om de kerk zuiver te houden. We zijn zelfs niet geroepen om de kerk in stand te houden, als een doel op zich. Wij zijn geroepen om een weg te gaan. Dé weg. De weg die Jezus is gegaan. De weg van de liefde die zich als een zaad laat zaaien; mensen die zichzelf durven prijsgeven, die hun eigen ambities en noden ondergeschikt kunnen maken om er te kunnen zijn voor iemand anders. Jezus heeft ons zijn levensweg als voorbeeld gegeven. Doe dit voor elkaar, wees de minste, wees van elkaar gediend…. En Hij heeft ons zijn lijdensweg gegeven. Hij is niet halverwege omgekeerd. Hij bleef trouw aan datgene waar Hij in geloofde. Hij bleef trouw aan de mensen, aan ons. Het kan niet anders dan dat die weg leidt naar de Vader.

 

‘Ik ben de weg’

Goedbeschouwd vraagt Tomas naar de bekende weg. Hij weet het wél. Hij heeft het meegekregen in zijn geloofsopvoeding. ‘Gelukkig wie de volmaakte weg gaan en leven naar de wet van de HEER.’ Woorden uit Psalm 119, de lofzang op de wet, de richtlijn voor onze handel en wandel, de begaanbare weg.

Dat is een betrouwbare weg. Dát is de waarheid die Jezus bedoelt. Niet de waarheid die je kunt checken, niet de waarheid op feiten gebaseerd, niet die waarheid waaraan al het andere ondergeschikt is. Maar als in: je kunt ervan op aan dat die weg ergens toe leidt. Je komt ermee op je bestemming. Je bestemming als mens. Je zult een leven hebben. Want dat is het scherpst van de snede. Tora en leven horen bij elkaar. ‘Kies voor het leven’, zegt Mozes tegen het volk voordat hij afscheid van hen neemt. Kies voor het leven door God lief te hebben, hem te gehoorzamen.. dan zult u lang blijven wonen in het land dat aan uw voorouders is beloofd. (Deut 30:19-20)

Famous last words…. zoals Jezus die nu spreekt. Woorden die richting geven, de weg wijzen naar toekomst. Naar land dat God heeft beloofd, Gods koninkrijk op aarde….

 

Waar ga je eigenlijk heen, Jan?

Nogmaals uit column van Daan Rot-de Launay:

“Ik weet waar hij is: in ons, in onze vrienden, in zijn fans, in alle mensen die zo met ons meeleven…. Maar Jan vinden we vooral in zijn werk, zijn boeken, columns en duizenden liedjes. Al mijn liefde staat op plaat – Ik hou van jou- draai dat maar als het niet meer gaat…”

 

Tomas zei: We weten niet eens waar U naartoe gaat, hoe zouden we dan de weg daarheen moeten weten? Ik weet waar Hij is. Wij weten waar Hij woont. Hij woont in ons, in zijn gemeente. En we komen er over de weg van de liefde. Kom, Geest van God, maak onze harten open, dat Christus in ons woning vindt. (NL 333)