Blog

de storm en het schip Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op 26 augustus 2018          PG De Open Hof, Oud-Beijerland

afbeelding: www.jufliek.nl; Angelique Bos

 

uit de Bijbel: Handelingen 27: 13-44

 

de storm en het schip

Geloof weet van storm op zee. Daar laat de Bijbel geen twijfel over bestaan. De zee is chaos en onzekerheid. De zee is de dood. Het léven is de zee. Want wat kan een mens benauwde tijden doormaken; dreigen te verdrinken in wat hem overspoelt.

 

Geloof heeft weet van storm op zee. Voor je het weet leidt je geloof schipbreuk; raak je aan het twijfelen en waai je met alle winden mee. Of je raakt uit de koers, stuurloos zonder vertrouwen op God. (resp 1 Tim 1:19; Jac 1:6 en Ef 4:14)  En wat gooien we makkelijk de hoop op morgen overboord. Dát wil Lucas vertellen. Hij gebruikt er beeldende taal voor, vol schipperslatijn en aanduidingen van plaatsen die een leek niets zeggen maar een kapitein wél. Maar toch gaat het hem niet om een correcte beschrijving van de gang van zaken. Hij schrijft geen logboek. Het is nog altijd evangelie. Hij moet iets kwijt aan al die mensen die ook in een storm terecht komen; die van alles overboord gooien, voor wie de hoop redding vervliegt. Voor die mensen, voor de gemeente van Christus in zwaar weer, schrijft Lucas.

 

Aan veel oude kerkgebouwen kun je aflezen hoe er over de kerk werd gedacht: het dak met de gebogen planken en stoere dwarsbalken leek wel een omgekeerd schip. We spreken nog wel over ‘het middenschip’ van de kerk. Zo werd vroeger (en nog wel) gedacht over de gemeente van Christus; het is een schip dat vaart over de woelige wereldzee, door het stormen van de tijd. Een reddingsboot, een arke der verlossing; want, dacht men, buiten die boot, buiten de kerk, is er geen redding.

(lied: ’t Scheepke onder Jezus’ hoede) As je maar ín die boot zit, komt het goed.

 

ik stel vertrouwen in God

Je kunt er genuanceerder over denken -dat doe ik liever- , maar het beeld van schip en storm blijft overeind. Wat doet een storm met je geloof in God? Stel je dan meer vertrouwen in andere zekerheden? Gooi je je geloof overboord?

Voor Paulus blijft zijn vertrouwen als een paal boven water. Al eerder heeft hij van God gehoord dat het goed zal komen en dat hij in Rome voor de keizer van zijn geloof moet getuigen.(Hand 23:11) Het klinkt alsof God een plan heeft met het leven van Paulus. Het zal allemaal ergens goed voor zijn.

Die gedachte wordt versterkt als hij opnieuw bemoedigd wordt door een engel met dezelfde boodschap. Wees niet bang, Paulus! Wat mij betreft is dat al evangelie genoeg. Wees niet bang. Niet voor de storm, niet voor de dood, niet voor het leven. Wees niet bang. Dat horen Abraham, Mozes, Israël, Jozua, Gideon, Ruth, Saul, Maria, de herders in de nacht, de leerlingen in de storm…. Natuurlijk zijn ze bang.

En tegelijkertijd mogen ze weten dat ze veilig zijn; dat God bij hen zal zijn. Wees niet bang. En als je wel bang bent, weet dan dat je niet zult sterven van angst. (Huub Oosterhuis, over Psalm 23)

 

Aan die God behoor ik toe, zegt Paulus. Ik ben van hem. Heeft hij aan Jesaja gedacht? Ik moest er wel aan denken: Wees niet bang. Ik heb je bij je naam geroepen. Je bent van mij. Moet je door het water gaan, ik ben bij je. (Jes 43:1)

Paulus zegt niet: gelukkig heb ik dat niet overboord gegooid en heb ik mijn geloof vastgehouden. Hij zegt: Gelukkig heeft mijn geloof mij vastgehouden.

Gelukkig draagt God mij door de storm.

 

de veertiende nacht 

Voorlopig hebben ze op dat schip al dagen geen hap door hun keel kunnen krijgen van angst. Dan breekt de veertiende nacht aan. Verbaas je er niet over dat een storm twee weken kan duren want daar gaat het niet om. Het getal veertien roept een herinnering op. De herinnering aan Pasen. Op de veertiende dag van de eerste maand (Ezra 6:19) wordt Pesach gevierd. De veertiende nacht heeft te maken met die nacht die zo anders was dan alle andere nachten. Omdat in die nacht God zijn volk bevrijdde uit Egypte en hen door de woestijn voorging naar beloofd land. De veertiende heeft te maken met bevrijding, met vertrouwen op de Eeuwige dat op de proef werd gesteld, maar altijd terecht is gebleken. Lucas laat tussen de regels door lezen dat hij een Paasverhaal aan het vertellen is. Voor al die mensen die bang zijn. Hij vertelt eigenlijk dat Pasen, uittocht en opstanding, geen eenmalige gebeurtenis is; geen punt in de geschiedenis. Het is een gebeurtenis die herleefd mag worden, een moment dat zich herhaalt en herhaalt. Het is ons op het lijf geschreven.

Het is daarom dat hij zegt: Kom, de tijd om lijdzaam af te wachten is voorbij. Eet wat en vertrouw dat de redding dichtbij is. Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood, dankte God, brak het brood en begon te eten. Dat is de taal van het avondmaal. De taal van het paasverhaal. Dat is de taal waarin Jezus Christus woont en zich verbindt met zijn gemeente. Het avondmaal is niet alleen herinnering, het is niet van vroeger, het is ook van het heden. Eet. Sta op. Wees moedig. Wees dichtbij Jezus.

 

Paulus is een mens die weet van opstanding. Die weet dat het zo werkt, dat een mens soms eerst moet sterven voor er iets van God in hem kan opstaan. Dat je leven soms langs het randje gaat. Daarom is hij niet bang als het schip uiteindelijk stuurloos en zonder anker voor de kust dobbert. Het gaat niet om hem. Maar om God. Om wat God met hem voorheeft. En God heeft hem bestemd om het evangelie in het hart van het Romeinse Rijk te brengen.

Hoe loopt het af met Paulus?

Hij bereikt Rome en betrekt er een huis. Hij ontvangt daar mensen en vertelt iedereen over Gods koninkrijk en hij leert hen alles over Jezus Christus. Meer vertelt Lucas niet. Hij zet er een punt achter. Alsof Paulus daar nog steeds zit en mensen vertelt over God en zijn koninkrijk. Dat is natuurlijk niet zo maar nu zijn wij het die het verhaal vertellen. 

Read 1688 times