Lyonne

Lyonne

May 10, 2021

Gods wapens

overweging op zondag 9 mei 2021  zondag ‘Rogate’

 

PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

Waar Paulus verschijntom het evangelie te verkondigen

ontstaan altijd onrust en relletjes.

Dat ligt aan Paulus: hij neemt geen blad voor de mond en wat hij te vertellen had over de opstanding van Jezus gaat vóór alles.

Het ligt ook aan de omgeving.

Veel Joodse gelovigen zitten er helemaal niet op te wachten om hun geloof in een ander licht te gaan zien.

De Joodse leiders kunnen hem niet uitstaan.

Maar ook onder de heidenen zorgt Paulus regelmatig voor commotie, zoals bijvoorbeeld in Efeze. Daar staat de tempel van Artemis en rond de tempel wordt veel geld verdiend aan het verkopen van souvenirs, kleine tempeltjes. Als Paulus roept dat er maar één God is, en dat de andere goden nep zijn, raakt hen dat in hun handel. (Dat kun je lezen in Handelingen 19: 23vv) En zo komt het dat Paulus regelmatig met geweld de stad uit wordt gegooid, wordt bedreigd met geweld en zelfs in de gevangenis belandt. Dan is het geen wonder dat hij in een van zijn brieven schrijft over zijn wapens. Het zijn wel heel andere wapens dan de Romeinse soldaten in zijn omgeving dragen.

 

uit de Bijbel: Efeziërs 6: 10-20

 

kaartje

Vorig jaar, toen corona net begon, heb ik bij veel mensen een kaartje in de bus gedaan. Ik schreef er bij veel mensen dezelfde tekst op. Omdat die mijzelf aansprak en moed gaf in die onzekere eerste coronamaanden. Toen we nog geen idee hadden wat ons boven het hoofd hing. Die tekst staat in Jozua: ‘Wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.’ (Jozua 1: 9) Ik had het nodig om tegen mijzelf te zeggen wat Paulus ook schrijft aan Efeze: houd stand, blijf overeind. En vergeet niet dat God bij je is. Hij is er ook bij als jij te kampen hebt met moeilijkheden.

 

tweestrijd

Ik noem het ‘te kampen hebben’ maar Paulus zegt: strijd. Strijd tegen kwade krachten en machten die overal om ons heen zijn. En waarvan we soms ook deel zijn. Krachten die wereld willen in hun greep houden, duisternis, de hoogste kwade machten. (zie Ef 6:12 in Bijbel in Gewone Taal) Paulus noemt dat de listen van de duivel.

Waarom? Omdat de duivel de tegenkracht is die mensen uit elkaar drijft. Dat hoor je er in terug: diablo, diabolos, betekent ‘door elkaar heen gooien.

Waar het evangelie mensen bij elkaar wil brengen, en oproept tot eenheid en eensgezindheid, daar brengt de duivel met duivelse dilemma’s ons hoofd in de war.

 

Waar je in de Bijbel hoort over de duivel, daar gaat het over kiezen. Over verantwoordelijkheid nemen voor wat je gelooft. Over beslissingen nemen vanuit je geloof. Je herkent misschien de tweestrijd, het in de war zijn over wat je moet doen. Kies je wat juist is of kies je voor jezelf. Kies je voor wat jij op dat moment wilt, of voor wat de ander op de lange termijn nodig heeft.

 

Denk aan het moment dat Jezus op de proef werd gesteld door de duivel. Hij mocht kiezen. Brood voor zijn eigen honger, want hij had al 40 dagen zonder eten in de woestijn rondgezworven. Verleidelijk. Maar Jezus koos voor het Woord van God dat mensen voedt en altijd op het spoor van de medemens zet. (lees bijvoorbeeld Matteus 4)

 

Houd stand, zegt Paulus. Zet de eenheid van de gemeente niet op het spel. En zet ook je eigen integriteit niet op het spel. Blijf bij wat je gelooft. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad. Wapen je voor het moment dat het kwaad, in welke vorm dan ook, jouw leven binnenkomt. En dat kwaad kan een van alles zijn. Dat kan een verleidelijke kans zijn die jou voordeel brengt maar anderen niet; dat kan strijd zijn tegen ziekte of noodlot; dat kan jouw innerlijke strijd zijn tegen vragen en onzekerheid. Jij, u, weet zelf waar tegen je vecht, waar je mee te kampen hebt. Jij weet wat jouw weerstand aantast.

de wapenrusting

De wapens voor dat gevecht zijn Gods wapens. Ze vinden hun oorsprong in hem, niet in de mens. Niet in jou. Dan moet het wel zo zijn dat ze gesmeed zijn met zijn liefde, met trouw. Ik loop ze met jullie langs.

 

De gordel om je heupen is de waarheid. Je oprechtheid is wat de boel bij elkaar houdt. Ik denk opnieuw aan Jezus. Hij bracht in de praktijk wat hij preekte. Het waren geen vrome praatjes. Hij deed wat Hij zei en Hij zei wat Hij deed. Zo heeft Hij onder de mensen geleefd. (lees Johannes 1:14)

 

Je harnas is de gerechtigheid. Dat is de gerechtigheid die hoort bij Gods koninkrijk. Jezus zei: dáárover zou je je druk moeten maken. Niet over wat je zult eten of drinken; niet over wat je moet aantrekken. (Matteus 5:10)

De valkuil waarin we allemaal stappen is dat ons harnas zo vaak wordt gevormd door onze bezorgdheid over ons zelf, over ons huis, onze portemonnee, ons lijf. Dat kan ons zo in beslag nemen dat we dat koninkrijk soms laten wachten. Een andere valkuil is dat we ons zo pantseren dat geen mens onze echte ik te zien krijgt. Zo bang om onszelf te laten zien, bang om gekwetst te worden.

 

De sandalen aan onze voeten vragen naar onze bereidheid, onze tijd en aandacht, voor het evangelie van de vrede.

Willen we inderdaad onze voeten zetten op de wegen van vrede; op de weg die leidt naar een mens in nood; op de weg van de hoop. Laten wij onze voeten sturen door ons geloof? Ik moet eerlijk zeggen dat elk van de wapens die Paulus mij aanreikt een gewetensvraag inhoudt. 

 

In onze handen dragen wij een schild. Het is het schild waarover David zo graag zong. Het is ‘mijn Schild ende Betrouwe zijt Gij, o God, mijn Heer’. En ‘Ik bouw op U, mijn Schild en mijn verlosser’. Het is ons vertrouwen dat God ons beschermt tegen wat er op ons afgevuurd wordt. Met dat schild van geloof blijven we overeind. We klampen ons eraan vast. Ook hier zou je jezelf moeten afvragen of je jezelf er niet achter verschuilt; je verstopt achter vrome praatjes terwijl je verzuimt om je vijand, wie of wat dat ook mag zijn, onder ogen te zien.

 

Op ons hoofd is de helm van de verlossing. Wat er ook in ons hoofd omgaat, bezwaren, argumenten, angsten, daar bóven is het vertrouwen dat God ons redt van kwaad en dood. Wij kunnen van alles bedenken om níet te doen wat God ons vraagt, maar uiteindelijk is het niet wat wij bedenken maar wat Hij ons toedenkt; namelijk dat Hij bij ons zal zijn, waar onze wegen ook gaan.

 

Gordel, harnas, sandalen, schild en helm hangen om ons lijf als kleding.

Het enige echte wapen dat Paulus noemt is het zwaard. Daarmee kunnen we van ons afslaan. Met Gods Geest, Gods woorden. Dat is dus geen verbaal geweld. Maar dat zijn woorden van liefde en vergeving. En er zal vast ook wel eens gevraagd worden om iets níet te zeggen. Om geduldig te zwijgen of te verdragen.

 

Met liefde, met trouw, met waarheid, met hoop, gaan wij te lijf wat ons naar het leven staat. Het enige antwoord op kwaad is goed. Het antwoord op haat is liefde. De wapenrusting van God is niet uit op agressie of geweld. Maar is juist ontwapenend. Het brengt mensen bij elkaar. Terwijl de duivel mensen uit elkaar slaat.

We worden er dus geen krachtpatsers of geweldenaars door. Die wapenrusting van God legt eerder onze weerloosheid bloot. De wapens van God zijn dan ook zachte krachten; de druppels op gloeiende platen, het water naar de zee. Maar ook het brood dat van de honger redt, de hand die omhoog trekt, het woord dat iemand redt.

 

gebed

Wij zijn toegerust met zachte krachten. Ga er maar aan staan, in deze harde wereld. Maar denk eens aan David en Goliat. Toen David op Goliat af ging, ging hij niet in de wapenrusting die Saul hem had aangeboden. Dat paste hem niet, het was veel te groot. En al die anderen, die wél zo’n wapenrusting droegen, waren bevroren van angst. Wat wél bij David paste, was dat hij vertrouwde op God en op zijn eigen kwaliteiten als herder, als mens.

Paulus dringt daar ook op aan bij de gemeenteleden: vergeet je vertrouwen niet, vergeet niet te bidden. Vóórdat jij het gevecht aangaat, of als jij midden in je eigen gevecht zit, vergeet niet te bidden. Vergeet niet om je open te stellen voor wat de Geest je brengt: kracht, moed inzicht, wijsheid, bemoediging of terechtwijzing. Bid, zodat jij de juiste dingen zegt. Bid, zodat jij het goede doet. Bid, zodat je aangesloten blijft op Gods liefde. Bid dat je de moed niet verliest of bitter wordt over wat je met zachte krachten voor elkaar krijgt. Bid voor jezelf en bid voor elkaar.

En bid ook voor mij, zegt Paulus. Dat mij de juiste woorden worden gegeven. Dat ik vrijmoedig ben, het evangelie niet verhul. Ik weet dat ik het jullie niet hoef te vragen om voor mij te bidden. Of voor elkaar. Het is in het gebed dat wij elkaar dragen; daarin zit onze eenheid. In dat gebed zit ook onze kracht. Het verbindt ons met God in zijn liefde, ‘alles overwinnend wapen’. (Sytze de Vries, Nieuw Liedboek 791) Als ik jullie vandaag een kaartje zou sturen, om je moed te geven in wat je ook bezighoudt, zou dat nog altijd met dezelfde tekst zijn: Wees vastberaden en standvastig. Waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

May 10, 2021

Alles is heimwee

‘Alles is heimwee, wolken en water.

Alles is heimwee, naar vroeger naar later.’

Toon Hermans

Wolken drijven voorbij. Ze brengen schaduw, een bui en laten de zon door en komen nooit meer terug. Het water stroomt vanuit de zee, een bron. Het verdampt, wordt regen en dauw.

Ik heb heimwee naar hoe het was; de argeloosheid waarmee we de dingen deden, het samen, het spontane. Als wolken en water is het voorbij en het komt niet meer terug. Tegelijkertijd is er de onzekerheid over wat het nieuwe normaal dan zal worden en wanneer. Zullen we ons daarin thuis voelen of zal het even ‘unheimisch’ zijn als vandaag?

Wat zullen we meenemen van wat voorbij is? Want wolken, met hun licht en schaduw, en water dat stroomt, hebben invloed op wat wordt vernietigd en wat groeien mag. Deze tijd zal ons ook goede en mooie dingen gaan brengen. We weten misschien alleen nog niet wat.

In zekere zin bevinden we ons tussen vroeger en later. Later, als we weer mogen knuffelen. Later, als we weer mogen zingen. Later, als we weten waar we aan toe zijn. Later, als we kunnen zeggen dat het voorbij is. Tussen vroeger en later is een onzekere plek. Zo ervaar ik het nu en velen met mij. Om mezelf omhoog te houden grijp ik dan nog een keer naar Toon.  

‘Vandaag is de dag, hij komt maar één keer.

Morgen dan is het vandaag al niet meer.

Niet zeuren, geniet van het leven, het mag,

maar doe het vandaag, want vandaag is de dag.’

juni 2020

Apr 30, 2021

gepuzzel

gepuzzel

Door corona ben ik aan het puzzelen geslagen. Nooit achter mezelf gezocht dat ik dat nog eens leuk zou gaan vinden. Waar het me maar met mate lukt om een boek met aandacht uit te lezen of aan een tekening te  beginnen, brengt puzzelen rust in mijn hoofd en ik kan ik me erin verliezen. En ik niet alleen. De puzzels lijken niet aan te slepen. Wat zou het toch zijn? De controle die we hebben over al die stukjes? Het feit dat je weet hoe je moet beginnen en dat je het onder je handen wat ziet worden? Of toch de mooie afbeelding op tafel als hij helemaal af is?

Was het maar zo dat het leven een puzzel was. Dan had ik de zekerheid dat aan het eind er een beetje samenhang in zat. Dat het, hoewel soms chaotisch en in onbegrijpelijke stukjes, toch iets begrijpelijks werd. Maar zo werkt het niet. Zoveel controle hebben we niet over ons leven en we krijgen het nooit helemaal sluitend. Er zullen losse eindjes blijven. Vragen. Dingen waar we op terug zouden willen komen. Stukjes die we missen. En met dat onaffe zullen we moeten leren leven. Hoewel… ergens in ons zit kennelijk ook het vermogen om zó te kijken dat we het hele plaatje omarmen. Hoe vaak ik al niet van mensen heb gehoord dat zij met dankbaarheid en vreugde terugkijken op hun leven. Zij zijn tevreden met wat het is geworden. Al hadden zij misschien een ander plaatje in hun hoofd.   

Nog even, dan is corona dat stukje van de puzzel dat de hele tijd op tafel lag en je wist maar niet waar of het hoorde. Tot het plotseling toch ergens paste. Daar hoop ik op. 

2 mei 2021

Apr 30, 2021

Sta op!

overweging op zondag 2 mei 2021        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

5e zondag van Pasen ‘Cantate’ ‘Zingt’

 

Tienertalk: I’ll rise up, Andra Day

 

inleiding op de lezing: Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Het is niet maakbaar; loopt maar gedeeltelijk en soms helemaal niet volgens plan. Als het leven je teleurstelt, of het wordt moeilijk, wat doet je geloof dan met je? Heeft het een plaats in je moeilijkheden of helemaal niet? Heb je er wat aan of veroorzaakt het juist meer vragen en problemen? En hoe zit dat met Paas-geloof? Geloof in nieuw leven, in opstanding? Welk licht werpt dat over jouw bestaan? Daarover gaat het in de volgende lezing.

We reizen mee met Petrus. Hij is de leider van de eerste christengemeente in Jeruzalem. Ná de moord op Stefanus zijn veel gelovigen de stad ontvlucht en zo ontstonden er ook elders gemeenten. Petrus reist naar Lydda, ten noordwesten van Jeruzalem. Hij verricht daar een wonder. En als dat bekend wordt, vragen ook gemeenteleden in Joppe of Petrus zo snel mogelijk wil komen omdat een geliefd gemeentelid is overleden.

 

uit de Bijbel: Handelingen 9: 32-42

 

Eneas

Het was tijdens een training voor predikanten in opleiding, een week intern op Hydepark. We begonnen die morgen met een rondje. Hoe zat je erbij? Wat hield je bezig? Iedereen had wel wat te vertellen. Slecht geslapen of juist heerlijk opgefrist tijdens een morgenwandeling; zorgen om het thuisfront of benieuwd wat de dag zou brengen. Een deelnemer van de kring wees op haar rolstoel en zei: ik kan niet lopen. We zwegen en wisten niet wat we moesten zeggen. Al sinds haar geboorte was dat zo. Waarom bracht ze dat in als antwoord op de vraag: hoe zit je erbij?

Ik dacht aan dit voorval toen ik las over Eneas. Hij ligt al acht jaar op bed want hij is verlamd. Hij heeft een bijzondere naam. Eneas is een held, in de Griekse en Romeinse mythologie. (voor wie het interesseert: De Aeneis vertelt van de omzwervingen van de Trojaanse held Aeneas na de ondergang van Troje en de lange strijd die leidde tot de stichting van het machtige Romeinse Rijk)

 

Een kerel met moed en spierballen die de geschiedenis heeft veranderd. Als je je kind zó noemt, sluimert daar toch iets van verwachting in. Dat dit kind ook moedig zal zijn en sterk. Maar moet je hem nu zien. Mijn oma zou het vroeger een stakker hebben genoemd. Misschien heeft hij ook wel teleurgesteld op zijn benen gewezen als hem werd gevraagd hoe het met hem ging: ik zou wel willen, maar ja, die benen van mij…. Hij heeft de verwachtingen niet waargemaakt. Zijn leven is anders gelopen dan gehoopt.

 

Je kunt op allerlei manieren verlamd zijn: verlamd van schrik, verlamd van angst, verlamd van boosheid omdat jouw leven, net als dat van Eneas, anders loopt dat verwacht. Terneergeslagen, omdat je blijft hangen in je teleurstelling over wat je niet meer kunt nu je ouder wordt of door corona; verlamd door je onzekerheid over jezelf. Verlamd omdat je vastzit in je rouwproces over wat of wie je bent kwijtgeraakt. ‘Bibberende knieën’, zo zou je het ook mogen lezen. (Lees bijvoorbeeld: Jesaja 35:3 of Hebreeën 12:12)  Angst om te leven. En in die situatie hoort Eneas: Sta op! Jezus Christus geneest u. Petrus zet de doodgelopen situatie van Eneas in het perspectief van het geloof van de gemeente waartoe ook Eneas behoort: het geloof in de Opgestane Heer. Sta op. Wees niet bang om te leven. En Eneas staat op.

 

Tabita

Bij het verhaal van Eneas kunnen we ons er misschien nog iets bij voorstellen: opstaan uit een toestand van verlamming. Hij kan er zelf iets aan doen. Maar Tabita, dat is toch een heel ander  verhaal. Het overkomt haar allemaal maar. Dorkas is haar Griekse naam. Ik herken die naam van een bordje bij de garagedeur van vrienden in Harderwijk. Als een teken dat daar kleding kan worden afgegeven voor de hulporganisatie Dorcas, die opkomt voor de allerarmsten in Nederland en daarbuiten. Genoemd naar de Bijbelse Dorkas, een geloofsleeerlinge die consequenties trekt uit haar geloof: ze doet goede dingen voor anderen;

ze is vrijgevig en ze kan ook nog eens prachtig naaien. Ze bekommert zich ook om de weduwen in de gemeente van Joppe, die intens verdrietig zijn als zij sterft.

Er zit iets oneerlijks in, iets onrechtvaardigs. Waarom moet een mens, die zoveel goeds doet, dit harde lot treffen? Zij kan niet worden gemist. Wat heeft ze gedaan dat dit haar moet overkomen? Heb jij jezelf die vraag nooit eens gesteld? Nooit eens vertwijfeld gedacht dat het zonde was dat juist déze mens moest sterven?

 

Welke betekenis heeft ons geloof als wij worden geconfronteerd met de dood?

Ik was nog maar net predikant toen een jong meisje overleed. Het hield het hele dorp bezig. Er was verdriet, verwarring. Dit kon toch niet. Toen ik haar moeder bezocht vroeg die mij het verhaal te lezen van het meisje van wie de naam rijmt op die van Tabita. Talita koem. Meisje, sta op. (Marcus 5:41) Vader Jairus kreeg zijn dochter terug uit de dood. Haar vraag bleef in de lucht hangen: waarom zij niet? Ik weet niet meer wat ik heb geantwoord. Alleen dat het gestamel was. Ik weet nu dat het op dat moment ook veel belangrijker was om bij de tranen van deze moeder te blijven. Want het antwoord op haar vraag kan ik dan ook alleen vanaf de kansel geven, omdat het verkondiging is. Geen schrale troost. Die verkondiging is dat wij ons leven mogen zien in het perspectief van Pasen. De doden die Jezus doet opstaan onderstrepen dat. Dat zijn voorbeelden die onderstrepen dat ons geloof in het onmogelijke terecht is. (de dochter van Jairus, de zoon van de weduwe in Nain in Lucas 7:12, Lazarus in Johannes 11)

 

In dit geval neemt het verhaal ons bijna bij de hand. Opstanding heeft te maken met ons leven. En met onze dood.  We lezen dat het lichaam van Tabita met liefde en zorg wordt omgeven en in het bovenvertrek wordt opgebaard. Zo’n bovenvertrek waar Jezus het laatste avondmaal vierde met zijn leerlingen. (Marcus 14:15; Lucas 22: 12)

Of het bovenvertrek waar de leerlingen ná Jezus dood bij elkaar kwamen om te bidden en samen te zijn en waar het plotseling Pinksteren is omdat Gods Geest als wind door het huis waait. (Handelingen 1: 13 en 2: 2) Het is alsof de verteller ons duidelijk wil maken dat de dood van Tabita niet los gezien kan worden van Pasen en Pinksteren. Hoe doodgelopen het leven ook is, het is niet zonder hoop, niet zonder God. Ook hier zal Gods Geest waaien en tot leven wekken.

 

Petrus besteed geen aandacht aan de tranen van de weduwen. Hij is daar niet als pastor maar om het evangelie te verkondigen. Ook tegen Tabita zegt Petrus: Sta op!  En zij staat op. Ze leeft. Als een teken dat wij  allemaal ons leven mogen zien in het perspectief van opstanding. Als onze adem, onze geest, terugkeert naar God, zullen wij een nieuw leven bij hem hebben. Dat mag onze angst om te sterven, en onze angst om te leven, wegnemen.

 

de heiligen

Naast Petrus, Eneas en Tabita zijn er nog meer spelers op dit toneel. Dat zijn de de christengemeenten van Lydda en Joppe. Je zou van de gemeenten kunnen zeggen dat ze nog in de kinderschoenen staan. Het is nog maar zo kort ná de opstanding van Jezus. Hun geloof moet nog wortelen; het is nog pril en kwetsbaar. In Lydda is het de gemeenteleden niet gelukt om Eneas uit zijn verlamming te wekken. Maar in  Joppe krijgen de gemeenteleden hoop als zij horen wat Petrus heeft gedaan en zij verzoeken hem dringend te komen. Wat hun vraag is aan Petrus is weten we niet. Maar het zou zo maar kunnen zijn dat zij van hem verwachten dat hij de doodgelopen situatie kan doorbreken. Dat hij bij hen de  geloofwaardigheid van het Paasevangelie zal aantonen. Petrus moet hen daarbij helpen. Het maakt mij er opnieuw van bewust wat de taak is van ons, gemeente van Christus.

 

Bij óns kunnen mensen terecht met hun vermoedens dat de dood niet het laatste woord heeft. Wij zijn het die levenwekkende woorden mogen spreken; die mogen verkondigen dat wij zullen leven, omdat Jezus leeft. Om dat te kunnen verkondigen moeten we het ook zelf durven aannemen. We mogen geloof-waardig zijn. Dan zullen we, net als Petrus, aanstekelijk zijn in ons geloof. Dan zullen we mensen de hand kunnen reiken en hen helpen opstaan. In Lydda en in Joppe bekeren mensen zich, komen tot geloof in de Heer. Als wij durven getuigen van vernieuwing en bevrijding in een wereld vol verlamming en dood, zal God daarin mensen raken. In een onzeker en kwetsbaar bestaan zegt de Geest ons: Sta op. En wij staan op. 

 

lied: Dit is het wonder, NL 682

Apr 22, 2021

Protect and Care

‘Is er nog douchegel’, vroeg mijn man. Op mijn aanwijzing vond hij een fles van een bekend blauw merk. ‘Het is Protect and Care zelfs’ las hij voor. ‘Het lijkt het huwelijk wel’, gaf ik terug. Waarop zich een discussie ontspon of een moderne vrouw eigenlijk nog wel protection, bescherming, nodig heeft. Hij dacht van niet. Mannen lopen ook niet meer met sabels rond om hun dame te verdedigen. En

en het klopt dat ik mijn mannetje sta -mag je dat nog zo zeggen?- Toch geeft het een veilig gevoel dat iemand je zou willen beschermen, je uit de wind wil houden. Al staan we tegen reëel gevaar waarschijnlijk samen machteloos, toch zal ik samen met hem minder bang zijn.

Ik moest denken aan de zegen die ik elke zondag aan het eind van de dienst uitspreek. Soms gebruik ik de woorden uit de Bijbel in Gewone Taal: ‘De Heer zal jullie gelukkig maken en jullie beschermen. De Heer zal bij jullie zijn en voor jullie zorgen.’ Iedere keer weer gaan wij een nieuwe week in onder de hoede van God. In de Psalmen komen we het woord ‘beschermen’ veel tegen. Ik denk alleen al aan Psalm 121: ‘De Heer beschermt je. Hij gaat met je mee.’  

Wonderlijk eigenlijk. Want God heeft David niet tegen zichzelf beschermd toen hij een oogje liet vallen op Batseba. En God heeft David niet kunnen beschermen tegen de woede van Saul; David moest ervoor op de vlucht. Toch voelt David zich in de hoede van God veilig. Ik denk omdat je, in het gezelschap van iemand of Iemand bij wie je je veilig voelt, weet dat je niet zult sterven van angst. Zoals een regenscherm: het regent nog wel maar je wordt minder nat. Met God kun je meer aan dan je had durven hopen, of bidden. Een hartelijke groet voor u allen, ds. Lyonne Verschoor

 

25 april 2021

Apr 19, 2021

Toeval

toeval

Deze week appte ik iemand met een vraag en hij antwoordde dat hij mij precies hetzelfde wilde vragen. Toevallig hè! Dat hebt u vast ook wel eens. Ik maakte ook kennis met een aanstaand bruidspaar. Het verhaal van hun eerste ontmoeting was met toevalligheden omgeven en nu zijn ze samen. Ooit vertelde iemand mij dat zij van haar man een broche had gekregen van een vlinder die ze bijna altijd op haar kleding droeg. Op de dag dat hij begraven werd landde een vlinder op de kist. Het was in januari, geen tijd voor vlinders. Is dat ook toeval?

Je zou het knipoogjes van God kunnen noemen. Toevallig of niet maar voor jou is het even betekenisvol. Het helpt je verder; het troost of geeft je de bevestiging dat je op de goede weg zit. Mijn oma zei dan altijd: ‘alsof het zo heeft moeten wezen’. Soms lijkt het wel of alles meewerkt. Of tegen, dat kan natuurlijk ook.

Bij toeval kwam Ruth, toen zij aren ging rapen, terecht op het land van Boaz. Wat volgt is een prachtige liefdesgeschiedenis die zelfs in het geslachtsregister van Jezus voorkomt. Dat kon alleen gebeuren omdat Naomi het geluk dat hen was toegevallen met beide handen aangreep en zelf initiatief nam. Toeval kan dingen in beweging zetten. En op die manier kan het voor mij een handreiking zijn van God. Want ik geloof dat Hij mij in beweging wil hebben; beweging die zich uit in groei en zelfinzicht maar ook in mijn omgang met anderen. En zo is toeval weer logisch, aldus Cruyff.

Apr 19, 2021

Grote goedheid

overweging op zondag 18 april 2021            PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

derde zondag van Pasen: Misericordia Domini

 

Tienertalk: Random Acts of Kindness

https://www.youtube.com/watch?v=d0QXif2Ojeo

 

uit de Bijbel: Psalm 33 en uit het Nieuw Liedboek: De aarde is vervuld, NL 650

 

De aarde is vervuld van goedertierenheid

Willem Barnard schreef deze versregel bij de naam van deze zondag, die weer uit Psalm 33 komt: ‘de aarde is vol van de goedertierenheid des Heeren.’ In de Nieuwe Bijbelvertaling lezen we: ‘van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.’ Maar het mooist vind ik zelf ‘Overal op aarde zie je zijn goedheid.’ (BGT)

Niet iedereen zal het even makkelijk kunnen nazeggen. Je kunt er zelfs schamper over doen: de aarde vol van goedheid, kijk eens om je heen! De aarde is van heel andere dingen vervuld. Mensen zijn vooral vol van zichzelf; de aarde is vol van ellende. Eigenlijk té vol, waardoor je je af kunt vragen hoe lang het nog goed blijft gaan. En als de aarde vol van Gods goedheid is, waarom kan een mens dan zo keihard uit zijn geluk vallen?

Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om God te blijven zien in de schepping -hoe wreed kan die niet zijn? Als een storm losbarst en voor overstromingen zorgt of als er hardvochtige hitte en droogte heerst waardoor alles kapot gaat. Als Parkinson je leven binnensluipt of kanker; je krijgt een kindje dat meteen geopereerd moet worden of je vader of moeder verlangt naar de dood maar blijft in leven, en dat gaat gepaard met pijn en verlies van waardigheid. Hoe goed is dan die schepping en waar herken ik dan Gods goedertierenheid? Voor niet weinig mensen is dit een reden om God de rug toe te keren. Of eigenlijk moet ik zeggen: zij hebben het gevoel dat God hén de rug heeft toegekeerd.   

 

Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen

Psalm 33 is een lied over de schepping, over de Schepper. Hij heeft de hemel gemaakt met een enkel woord; omdat Hij ze riep zijn er sterren. De aarde heeft Hij tevoorschijn geroepen door de zee haar plaats te wijzen. Die aarde heeft God bestemd als de woonplaats voor de mensen. Met díe ogen kijken we óók naar de wereld om ons heen. We zien de bloeiende magnolia’s en we horen de merels. We zaaien een moestuinmaatje van de supermarkt en verwonderen ons over dat dappere sprietje groen dat tevoorschijn piept. 

Kom op, roept de Psalmdichter, juich, zing, speel op je lier of je harp. Want de echo van het woord waarmee Hij alles heeft geschapen hangt nog in de lucht. Het galmt na en is om ons heen als recht, als liefde en trouw. Als goedheid. En die goedheid is te groot voor het geluk alleen. Zij gaat in alle nood door heel het leven heen.

Ik ben me daar intens van bewust als ik voorga in een uitvaartdienst. Heel vaak vraagt de familie dan om lofliederen. Liederen over Gods goedheid. En zijn nabijheid. Omdat in alle verdriet we beseffen dat wat ons overkomt niet Gods wil is, maar dat het ook niet buiten Hem omgaat. Hij ziet het. Hij is erbij.

 

‘Vanaf zijn troon houdt Hij het oog op allen die de aarde bewonen’ lazen we in Psalm 33. God op zijn troon. Daar kun je van alles bij bedenken. Ongenaakbaar. Onbenaderbaar.

Ik houd het bij een gedicht van J.B. Charles dat heet ‘Een kleine psalm’.

Hij alleen zou met een grote sigaar

in de mond op straat mogen lopen,

met de duimen in zijn vest,

want Hij is God.

Maar Hij doet het niet

want Hij is God.

 

Allerhóógste noemen we God. Bedenk eens wat de consequenties zijn als Hij de Allerhoogste is. Er is niets boven God. Hij hoeft dus niet omhoog te kijken. Er is niets naast Hem, want er is niets aan Hem gelijk. Hij hoeft dus ook niet om zich heen te kijken. Dan blijft over dat hij vanuit de hemel naar beneden kijkt en de mensen gade slaat. Vanuit de hoge ziet God des te beter wie de door de diepte gaan, wie toeven in het graf, wie godverlaten zijn. Tot waar je niet dieper en donkerder kunt, is Gods goedheid bij mensen. Het zijn juist deze woorden over Gods goedheid en het menselijk geluk die vaak gekozen worden voor boven een overlijdensaankondiging. Hoe moeilijk de woorden misschien te doorgronden zijn, ze spreken de taal van ons hart.

 

de Naam

Wat is dan toch die goedheid van God? In het Hebreeuws staat het woord ‘chesed’. Een woord dat zich slecht met maar één woord laat vertalen. Het is goedheid, vriendschap, genade, weldadigheid, trouw, liefde…

We komen het veel tegen in de Psalmen, waar mensen in nood bidden om die goedheid. Of ervoor danken; voor zijn trouw aan de mens, wat er ook gebeurt. Maar het is niet de mens die dit predicaat aan God geeft. Hij geeft het aan zichzelf. Als Hij een verbond sluit met Mozes belooft God: Ik bewijs mijn liefde tot in het duizendste geslacht (Lees maar: Ex 20: 6, Deut 5: 10)

 

En als Mozes God wil zíen van aangezicht tot aangezicht, als Mozes wil weten: met wie hebben wij nu eigenlijk te maken, dan roept God zijn Naam uit. ‘De Heer ging voor hem langs en riep uit: ‘De Heer! De Heer! Een God die liefdevol is.’ (Exodus 34:6) 

Goedheid is een deel van Gods identiteit. Daarmee wil Hij gekend en aangeroepen zijn. Wil Hij trouw blijven aan zichzelf, dan moet Hij ook trouw zijn aan de mens. Kenmerkend voor deze chesed, deze eigenschap van God, is dat het initiatief altijd van Hem uitgaat. We hoeven er niets voor te doen of te laten. Het valt ons onverwacht, soms onvermoed, toe. Net als de schepping, die in Psalm 33 wordt bezongen, is Gods goedheid een creatieve daad.  In die zin dat het begint vanuit het niets. Het is geen reactie ergens op maar het komt vanuit God. En het roept iets op. Het doet iets ontstaan. Wat er ontstaat? Gods verbondenheid met de mens. Met mij. Goedheid is dus een van de manieren waarop God zich openbaart; en er een relatie ontstaat. Het is een verbondswoord. We mogen God eraan houden.

Juist als het geluk ons uit handen wordt geslagen. Het is immers in de woestijn dat Hij zich hierop vastlegde. Het is in barre en dorre tijden dat Hij belooft dat Hij goed voor ons zal zijn. En het is dan ook in barre, dorre tijden dat we ervan zullen zingen.

 

We krijgen de Naam niet in handen,

niet zomaar in de mond,

we leren ermee leven,

dat is een vreemd verbond,

 

lopen door een woestijn,

cactussen onder en boven

de stekelige zon,

lopen niet te geloven

 

maar gaandeweg ontdekken

de Naam die bij je is

en dan een lied aanheffen,

een blij of wanhopig gedicht.

(Jaap Zijlstra)

 

Apr 15, 2021

Kapoentjes

kapoentjes

De gure kou en winterse buien deden me terug verlangen naar de zonnige dagen vorige week. In de tuin wemelde het plots van de kapoentjes die door de zon werden gewekt uit hun winterslaap. In onze tijd in Arnhem en Harderwijk ontdekten we dat niet iedereen weet wat een kapoentje is. Wij wisten dan weer niet wat een kukeluusje is.

De echte naam van het beestje is natuurlijk ook vele malen mooier: lieveheersbeestje.

De bijzondere naam stamt uit de tijd dat Europa werd gekerstend. De zogenaamde ongelovigen moesten worden bekeerd en ook alles wat zij een naam hadden gegeven. Zo werd de Freyafugle, genoemd naar de godin Freya, omgedoopt in Onzelievevrouwebeestje. Dat hoor je nog terug in het Engelse Ladybird en het Duitse Marienkäfer. De zeven stippen vertellen niet hoe oud het beestje is -dat dacht ik als kind-  maar verwijzen naar de zeven vreugden en zeven smarten van Maria. Later werd het hemelbeestje, en ook lieveheersbeestje. Alsof God zich er persoonlijk mee heeft bemoeid om het beestje zijn rode schildjes te geven en er liefdevol de stipjes op heeft geschilderd.

De komst van het lieveheersbeestje heeft te maken met voorjaar, met vruchtbaarheid. Vroeger werd wel gedacht dat Maria zelf hen stuurde om de boeren te helpen bij de bestrijding van luis en ander ongedierte. Ik moest ook denken aan Pasen. Omdat het lieveheersbeestje een volledige metamorfose ondergaat. Eerst is er de larve; dat wordt een pop en uit die pop kruipt het lieveheersbeestje. Als Paulus moet uitleggen wat opstanding is schrijft hij ‘Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt.’ Dat wat gezaaid wordt  -daarmee bedoelt Paulus de dood van een mens-  heeft niet de vorm die het later krijgt. In sommige delen van Nederland noemt men het lieveheersbeestje ook wel Jezusbeestje. Dat vind ik dan weer heel toepasselijk. Wat een gedachten zo'n beestje niet oproept!

11 april 2021

Apr 06, 2021

Paasbest

Paasbest

Als kind kregen we nieuwe kleren zodra de kinderbijslag binnen was. Vaak was het kort daarna Pasen en begon het kinderlijke wensen dat het niet te koud zou zijn. Want dan konden we onze nieuwe kleren aan. Nog altijd zijn Pasen en nieuwe kleren voor mij met elkaar verbonden.

De term ‘Paasbest’ heeft te maken met het katholieke gebruik om eenmaal per jaar ter communie te gaan, en wel met Pasen. Dat overslaan werd gerekend als een doodzonde. Voor de communie werden kleine en grote zonden opgebiecht.  Maar niet alleen het innerlijk, ook het uiterlijk werd opgepoetst. Men ging voor de gelegenheid zelfs in bad. Zelfs de voorjaarsschoonmaak lijkt ermee te maken te hebben.

Nieuwigheid is een Bijbels gegeven; het hoort bij heiligheid.  Jezus rijdt Jeruzalem binnen op een ezelsveulen dat nog nooit door iemand is bereden. In de Tora markeert een jong dier het bijzondere van het moment. Het is de eersteling die wordt geofferd. Een nieuwe kar draagt de ark van het verbond terug naar Israël; een meisje dat nog nooit een kind heeft gedragen, krijgt een bijzonder kind. In een graf dat nog nooit door iemand is gebruikt vindt Jezus zijn laatste rustplaats. 

Laat er geen misverstand over bestaan, vertellen de evangelisten, dat de weg die deze mens gaat nog nooit door een mens is gegaan. Van zijn geboorte tot zijn dood is zijn levensweg toegewijd aan God, als het eerste lam van de kudde,  en heeft het de glans van heiligheid. En al die nieuwigheid om hem heen vertelt dat dit de eerstgeborene van God is.

Pasen is nieuwigheid maar ook heiligheid. We vieren iets dat we nauwelijks kunnen begrijpen maar o zo nodig hebben. Met gepaste eerbied zien we het lege graf en trekken vol vertrouwen onze conclusie: met Pasen worden ook wij nieuw. De Heer is opgestaan!  

Pasen 2021 

overweging op Paasmorgen 2021         PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Johannes 20:1 en 11-18

afbeelding: Lynn Aldrich, Grid Buster, 1989

 

de liefde en de dood

Twee dingen maken ons leven kwetsbaar: de liefde en de dood. Want wie liefheeft, kan verliezen. Als we meelopen met Maria naar het graf van Jezus nemen we dat mee. Het verdriet om mensen die we hebben gekend en liefgehad.

Terwijl we meelopen met Maria naar het graf moet het nóg moeilijker zijn om daar te lopen met de idee dat de dood het gelijk aan zijn kant niet. Dat de zachte krachten van de liefde en de vreugde van de vriendschap het onderspit wel móeten delven. Dan lopen we daar zonder hoop. Maria was erbij. Ze liep er niet voor weg. Ze zag hoe Jezus’ leven, liefde, lichaam werden gekruisigd. En daarmee werd ook het geloof in het goede van de mens, misschien zelfs wel het geloof in de goedheid van God, gekruisigd en begraven.

 

De liefde en de dood. Ze zijn niet los verkrijgbaar. Met veel liefde is Jezus’ lichaam omringd. Jozef van Arimatea nam het van het kruis af, wikkelde het in doeken en legde het in.. nee niet in een kribbe maar in een graf. Nicodemus balsemt zijn lichaam. Aan het eind van zijn leven is Jezus met net zoveel liefde omringd als aan het begin. Zowel Jozef als Nicodemus zijn vrome Joden. Door het lichaam van Jezus aan te raken worden zij onrein. En dat nota bene net voor Pesach. Maar hun trouw aan Jezus en hun verlangen om hem eer te bewijzen is groter dan hun trouw aan de Tora.

 

Het moet ook liefde zijn die Maria zo vroeg in de morgen naar het graf brengt. Johannes vertelt niet dat ze daarheen gaat om het lichaam te zalven. Ach, wat drijft een mens naar het graf van een geliefde? Rouw? Verlangen om nog even dichtbij te zijn? Ongeloof: zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet waar is? (Frank Boeijen)

Als Maria het lege graf ziet, komt dat bovenop haar verdriet: ze hebben mijn Heer weggehaald. Alles is weg. De dichteres Vasalis verwoordt het zo: (in het gedicht Sotto Voce)

 

Zoveel soorten van verdriet

ik noem ze niet.

Maar één, het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet zo'n pijn,

maar het afgesneden zijn.

 

Afgesneden zijn. Dát is het verdriet. Afgesneden van de liefde. Of, zoals nu al ruim een jaar, afgesneden van onze geliefden, het gewone leven.

 

de leegte

Maria wordt geconfronteerd met een leeg graf. We lopen nog steeds met haar mee en we herkennen die leegte. We kijken met haar mee die leegte in. Ze ziet twee engelen. Een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind. Ze doen denken aan de kist die Mozes moet timmeren in de woestijn, de ark van het verbond. (Exodus 25: 16vv) Op het deksel van die kist moeten twee engelen komen, een aan het voeteneind, een aan het hoofdeind; hun  vleugels gespreid als een beschermend dak. En God zegt tegen Mozes: in die ruimte tussen die twee engelen zal ik jou ontmoeten en met jou praten. God is erbij in de leegte.  

 

de ruimte

Maria is op dat moment vergeten dat Jezus met haar en zijn andere leerlingen heeft gesproken over die leegte als ruimte. Als een huis met vele kamers (Joh 14: 1vv), een plaats bij de Vader. De leegte is de ruimte waarin God zegt: ik ben er voor jou. Jezus heeft nog zo gezegd: Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Wees blij voor me want ik ga naar de Vader. Ik vertel het jullie nu, vóórdat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is. (Joh 14: 27-29) Dat lege graf spreekt luid en duidelijk een eigen taal: liefde laat zich niet blussen, zelfs niet door de zee. Sterk als de dood is zij. (Hooglied 8:7)

Jezus’ liefde blijft branden in zijn leerlingen. De liefde van de Vader bevestigt dat door Jezus’ leven te verheffen boven de dood. Het wordt uitgetild boven alles wat tijdelijk is, boven de vergeefsheid. Er is wel sterven maar geen dood. Niets is voor niets geweest. Het telt mee voor de eeuwigheid. Het lege graf vertelt van hoop die niet sterven wil. Licht dat terugkomt. Vrede die bij ons blijft. (uit het paasoratorium Als de graankorrel sterft, Marijke de Bruijne)  

Dat is groots en soms te groot om te begrijpen. En soms zijn het zelfs te grote woorden. Ooit zat ik aan het ziekbed van een jonge vrouw en we hadden het over Pasen. Hoe moeilijk het is om daaraan je hoop te ontlenen als je gezin achterblijft zonder jou. Het vraagt soms moed om de hoop van Pasen tot je te laten doordringen. Het vraagt om moed om te leven met de dood voor ogen. Maar als mensen dát kunnen, zijn ze een voorbeeld waaraan we ons hoopvol optrekken. Niet voor niets laat Bibian Mentel zo’n diepe indruk achter. Niet door haar dood, maar door haar leven.

De hoop van Pasen is geen ontkenning van alles wat moeilijk is. Die maakt dat we kunnen aanvaarden dat angst en dood er zijn. En dat ze ook jou kunnen treffen. Het betekent dat je je vragen naar waarom, je boosheid over jouw lot, jouw verzet, tot rust laat komen. Je toevertrouwen aan de hoop van Pasen betekent dat je accepteert dat je het verhaal van mensen nooit helemaal sluitend krijgt. Er blijven vragen in zitten, onaffe eindjes en rauwe randjes.

Maar ergens, in een moment dat geen woorden heeft, in de stilte van ons bidden, groeit het geloof dat ons leven in alles verbonden is met God. Pasen is de voedingsbodem van die hoop. Het lege graf is de ruimte waar we hem ontmoeten. Hij is er voor ons.

 

Maria!   

Als Maria Jezus ziet staan denkt dat ze met de tuinman te maken heeft. Dat is fout geantwoord. Maar ook een beetje goed. Want in die tuin begint een nieuwe schepping. Het is de eerste scheppingsdag. De dag van het licht. Van Gods Geest die over de chaos en de dood zweeft en de mogelijkheid opent om te leven.

 

De tuinman opent haar daarvoor de ogen als hij haar naam noemt. Maria! En Maria draait zich om. Dat is niet anders dan omkeer, bekering, verandering. Nu zien haar ogen wat ze net nog niet zag, Jezus is opgestaan.

 

Wij worstelen er soms mee. Wat is dat toch, opstanding? Ik las ergens, vrij cru: opstanding is geen reanimatie. (Tom Wright, Eenvoudig christelijk, 103) De Opgestane is anders, al is Hij ook dezelfde. Hij leeft een nieuw soort leven dat we nog nooit eerder hebben gezien. Zoals een bloembol geen krokus is en een pit geen zonnebloem. En toch weer wel. Zoals hij er voor haar was, zo kan Jezus niet bij Maria blijven. Dat moet ze loslaten. Maar Jezus zal háár en zijn broeders en zusters niet loslaten. Hij gaat naar de Vader die ook hun Vader is. Onder zijn beschuttende liefde kunnen ze léven.

 

de liefde en de dood

Toen Jezus door God werd gewekt uit de dood, werden ook die dingen opnieuw wakker die hij belichaamde: oprechtheid, goedheid, gerechtigheid. De zachte krachten van de liefde en de vriendschap zullen nóóit het onderspit delven. Zij overleven de dood.

En als Hij is opgestaan

dan ook onze moed om te doen als Hij.

Als Hij is opgestaan

dan ook onze wil om Hem te volgen.

Als Hij is opgestaan

dan ook ons geloof

dat het donker niet het laatste woord spreekt.

Als er iets vernieuwd is deze dag

is het onze liefde

geboren uit hem

en bestemd voor deze wereld.

Als er iets is opgestaan

is het ons antwoord op de vraag

heb jij mij lief?

(naar Intercity Pasen, Raad van Kerken 2006)

Page 1 of 8