Apr 30, 2021

Sta op!

overweging op zondag 2 mei 2021        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

5e zondag van Pasen ‘Cantate’ ‘Zingt’

 

Tienertalk: I’ll rise up, Andra Day

 

inleiding op de lezing: Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Het is niet maakbaar; loopt maar gedeeltelijk en soms helemaal niet volgens plan. Als het leven je teleurstelt, of het wordt moeilijk, wat doet je geloof dan met je? Heeft het een plaats in je moeilijkheden of helemaal niet? Heb je er wat aan of veroorzaakt het juist meer vragen en problemen? En hoe zit dat met Paas-geloof? Geloof in nieuw leven, in opstanding? Welk licht werpt dat over jouw bestaan? Daarover gaat het in de volgende lezing.

We reizen mee met Petrus. Hij is de leider van de eerste christengemeente in Jeruzalem. Ná de moord op Stefanus zijn veel gelovigen de stad ontvlucht en zo ontstonden er ook elders gemeenten. Petrus reist naar Lydda, ten noordwesten van Jeruzalem. Hij verricht daar een wonder. En als dat bekend wordt, vragen ook gemeenteleden in Joppe of Petrus zo snel mogelijk wil komen omdat een geliefd gemeentelid is overleden.

 

uit de Bijbel: Handelingen 9: 32-42

 

Eneas

Het was tijdens een training voor predikanten in opleiding, een week intern op Hydepark. We begonnen die morgen met een rondje. Hoe zat je erbij? Wat hield je bezig? Iedereen had wel wat te vertellen. Slecht geslapen of juist heerlijk opgefrist tijdens een morgenwandeling; zorgen om het thuisfront of benieuwd wat de dag zou brengen. Een deelnemer van de kring wees op haar rolstoel en zei: ik kan niet lopen. We zwegen en wisten niet wat we moesten zeggen. Al sinds haar geboorte was dat zo. Waarom bracht ze dat in als antwoord op de vraag: hoe zit je erbij?

Ik dacht aan dit voorval toen ik las over Eneas. Hij ligt al acht jaar op bed want hij is verlamd. Hij heeft een bijzondere naam. Eneas is een held, in de Griekse en Romeinse mythologie. (voor wie het interesseert: De Aeneis vertelt van de omzwervingen van de Trojaanse held Aeneas na de ondergang van Troje en de lange strijd die leidde tot de stichting van het machtige Romeinse Rijk)

 

Een kerel met moed en spierballen die de geschiedenis heeft veranderd. Als je je kind zó noemt, sluimert daar toch iets van verwachting in. Dat dit kind ook moedig zal zijn en sterk. Maar moet je hem nu zien. Mijn oma zou het vroeger een stakker hebben genoemd. Misschien heeft hij ook wel teleurgesteld op zijn benen gewezen als hem werd gevraagd hoe het met hem ging: ik zou wel willen, maar ja, die benen van mij…. Hij heeft de verwachtingen niet waargemaakt. Zijn leven is anders gelopen dan gehoopt.

 

Je kunt op allerlei manieren verlamd zijn: verlamd van schrik, verlamd van angst, verlamd van boosheid omdat jouw leven, net als dat van Eneas, anders loopt dat verwacht. Terneergeslagen, omdat je blijft hangen in je teleurstelling over wat je niet meer kunt nu je ouder wordt of door corona; verlamd door je onzekerheid over jezelf. Verlamd omdat je vastzit in je rouwproces over wat of wie je bent kwijtgeraakt. ‘Bibberende knieën’, zo zou je het ook mogen lezen. (Lees bijvoorbeeld: Jesaja 35:3 of Hebreeën 12:12)  Angst om te leven. En in die situatie hoort Eneas: Sta op! Jezus Christus geneest u. Petrus zet de doodgelopen situatie van Eneas in het perspectief van het geloof van de gemeente waartoe ook Eneas behoort: het geloof in de Opgestane Heer. Sta op. Wees niet bang om te leven. En Eneas staat op.

 

Tabita

Bij het verhaal van Eneas kunnen we ons er misschien nog iets bij voorstellen: opstaan uit een toestand van verlamming. Hij kan er zelf iets aan doen. Maar Tabita, dat is toch een heel ander  verhaal. Het overkomt haar allemaal maar. Dorkas is haar Griekse naam. Ik herken die naam van een bordje bij de garagedeur van vrienden in Harderwijk. Als een teken dat daar kleding kan worden afgegeven voor de hulporganisatie Dorcas, die opkomt voor de allerarmsten in Nederland en daarbuiten. Genoemd naar de Bijbelse Dorkas, een geloofsleeerlinge die consequenties trekt uit haar geloof: ze doet goede dingen voor anderen;

ze is vrijgevig en ze kan ook nog eens prachtig naaien. Ze bekommert zich ook om de weduwen in de gemeente van Joppe, die intens verdrietig zijn als zij sterft.

Er zit iets oneerlijks in, iets onrechtvaardigs. Waarom moet een mens, die zoveel goeds doet, dit harde lot treffen? Zij kan niet worden gemist. Wat heeft ze gedaan dat dit haar moet overkomen? Heb jij jezelf die vraag nooit eens gesteld? Nooit eens vertwijfeld gedacht dat het zonde was dat juist déze mens moest sterven?

 

Welke betekenis heeft ons geloof als wij worden geconfronteerd met de dood?

Ik was nog maar net predikant toen een jong meisje overleed. Het hield het hele dorp bezig. Er was verdriet, verwarring. Dit kon toch niet. Toen ik haar moeder bezocht vroeg die mij het verhaal te lezen van het meisje van wie de naam rijmt op die van Tabita. Talita koem. Meisje, sta op. (Marcus 5:41) Vader Jairus kreeg zijn dochter terug uit de dood. Haar vraag bleef in de lucht hangen: waarom zij niet? Ik weet niet meer wat ik heb geantwoord. Alleen dat het gestamel was. Ik weet nu dat het op dat moment ook veel belangrijker was om bij de tranen van deze moeder te blijven. Want het antwoord op haar vraag kan ik dan ook alleen vanaf de kansel geven, omdat het verkondiging is. Geen schrale troost. Die verkondiging is dat wij ons leven mogen zien in het perspectief van Pasen. De doden die Jezus doet opstaan onderstrepen dat. Dat zijn voorbeelden die onderstrepen dat ons geloof in het onmogelijke terecht is. (de dochter van Jairus, de zoon van de weduwe in Nain in Lucas 7:12, Lazarus in Johannes 11)

 

In dit geval neemt het verhaal ons bijna bij de hand. Opstanding heeft te maken met ons leven. En met onze dood.  We lezen dat het lichaam van Tabita met liefde en zorg wordt omgeven en in het bovenvertrek wordt opgebaard. Zo’n bovenvertrek waar Jezus het laatste avondmaal vierde met zijn leerlingen. (Marcus 14:15; Lucas 22: 12)

Of het bovenvertrek waar de leerlingen ná Jezus dood bij elkaar kwamen om te bidden en samen te zijn en waar het plotseling Pinksteren is omdat Gods Geest als wind door het huis waait. (Handelingen 1: 13 en 2: 2) Het is alsof de verteller ons duidelijk wil maken dat de dood van Tabita niet los gezien kan worden van Pasen en Pinksteren. Hoe doodgelopen het leven ook is, het is niet zonder hoop, niet zonder God. Ook hier zal Gods Geest waaien en tot leven wekken.

 

Petrus besteed geen aandacht aan de tranen van de weduwen. Hij is daar niet als pastor maar om het evangelie te verkondigen. Ook tegen Tabita zegt Petrus: Sta op!  En zij staat op. Ze leeft. Als een teken dat wij  allemaal ons leven mogen zien in het perspectief van opstanding. Als onze adem, onze geest, terugkeert naar God, zullen wij een nieuw leven bij hem hebben. Dat mag onze angst om te sterven, en onze angst om te leven, wegnemen.

 

de heiligen

Naast Petrus, Eneas en Tabita zijn er nog meer spelers op dit toneel. Dat zijn de de christengemeenten van Lydda en Joppe. Je zou van de gemeenten kunnen zeggen dat ze nog in de kinderschoenen staan. Het is nog maar zo kort ná de opstanding van Jezus. Hun geloof moet nog wortelen; het is nog pril en kwetsbaar. In Lydda is het de gemeenteleden niet gelukt om Eneas uit zijn verlamming te wekken. Maar in  Joppe krijgen de gemeenteleden hoop als zij horen wat Petrus heeft gedaan en zij verzoeken hem dringend te komen. Wat hun vraag is aan Petrus is weten we niet. Maar het zou zo maar kunnen zijn dat zij van hem verwachten dat hij de doodgelopen situatie kan doorbreken. Dat hij bij hen de  geloofwaardigheid van het Paasevangelie zal aantonen. Petrus moet hen daarbij helpen. Het maakt mij er opnieuw van bewust wat de taak is van ons, gemeente van Christus.

 

Bij óns kunnen mensen terecht met hun vermoedens dat de dood niet het laatste woord heeft. Wij zijn het die levenwekkende woorden mogen spreken; die mogen verkondigen dat wij zullen leven, omdat Jezus leeft. Om dat te kunnen verkondigen moeten we het ook zelf durven aannemen. We mogen geloof-waardig zijn. Dan zullen we, net als Petrus, aanstekelijk zijn in ons geloof. Dan zullen we mensen de hand kunnen reiken en hen helpen opstaan. In Lydda en in Joppe bekeren mensen zich, komen tot geloof in de Heer. Als wij durven getuigen van vernieuwing en bevrijding in een wereld vol verlamming en dood, zal God daarin mensen raken. In een onzeker en kwetsbaar bestaan zegt de Geest ons: Sta op. En wij staan op. 

 

lied: Dit is het wonder, NL 682

This entry was posted in Preken

overweging op Paasmorgen 2021         PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Johannes 20:1 en 11-18

afbeelding: Lynn Aldrich, Grid Buster, 1989

 

de liefde en de dood

Twee dingen maken ons leven kwetsbaar: de liefde en de dood. Want wie liefheeft, kan verliezen. Als we meelopen met Maria naar het graf van Jezus nemen we dat mee. Het verdriet om mensen die we hebben gekend en liefgehad.

Terwijl we meelopen met Maria naar het graf moet het nóg moeilijker zijn om daar te lopen met de idee dat de dood het gelijk aan zijn kant niet. Dat de zachte krachten van de liefde en de vreugde van de vriendschap het onderspit wel móeten delven. Dan lopen we daar zonder hoop. Maria was erbij. Ze liep er niet voor weg. Ze zag hoe Jezus’ leven, liefde, lichaam werden gekruisigd. En daarmee werd ook het geloof in het goede van de mens, misschien zelfs wel het geloof in de goedheid van God, gekruisigd en begraven.

 

De liefde en de dood. Ze zijn niet los verkrijgbaar. Met veel liefde is Jezus’ lichaam omringd. Jozef van Arimatea nam het van het kruis af, wikkelde het in doeken en legde het in.. nee niet in een kribbe maar in een graf. Nicodemus balsemt zijn lichaam. Aan het eind van zijn leven is Jezus met net zoveel liefde omringd als aan het begin. Zowel Jozef als Nicodemus zijn vrome Joden. Door het lichaam van Jezus aan te raken worden zij onrein. En dat nota bene net voor Pesach. Maar hun trouw aan Jezus en hun verlangen om hem eer te bewijzen is groter dan hun trouw aan de Tora.

 

Het moet ook liefde zijn die Maria zo vroeg in de morgen naar het graf brengt. Johannes vertelt niet dat ze daarheen gaat om het lichaam te zalven. Ach, wat drijft een mens naar het graf van een geliefde? Rouw? Verlangen om nog even dichtbij te zijn? Ongeloof: zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet waar is? (Frank Boeijen)

Als Maria het lege graf ziet, komt dat bovenop haar verdriet: ze hebben mijn Heer weggehaald. Alles is weg. De dichteres Vasalis verwoordt het zo: (in het gedicht Sotto Voce)

 

Zoveel soorten van verdriet

ik noem ze niet.

Maar één, het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet zo'n pijn,

maar het afgesneden zijn.

 

Afgesneden zijn. Dát is het verdriet. Afgesneden van de liefde. Of, zoals nu al ruim een jaar, afgesneden van onze geliefden, het gewone leven.

 

de leegte

Maria wordt geconfronteerd met een leeg graf. We lopen nog steeds met haar mee en we herkennen die leegte. We kijken met haar mee die leegte in. Ze ziet twee engelen. Een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind. Ze doen denken aan de kist die Mozes moet timmeren in de woestijn, de ark van het verbond. (Exodus 25: 16vv) Op het deksel van die kist moeten twee engelen komen, een aan het voeteneind, een aan het hoofdeind; hun  vleugels gespreid als een beschermend dak. En God zegt tegen Mozes: in die ruimte tussen die twee engelen zal ik jou ontmoeten en met jou praten. God is erbij in de leegte.  

 

de ruimte

Maria is op dat moment vergeten dat Jezus met haar en zijn andere leerlingen heeft gesproken over die leegte als ruimte. Als een huis met vele kamers (Joh 14: 1vv), een plaats bij de Vader. De leegte is de ruimte waarin God zegt: ik ben er voor jou. Jezus heeft nog zo gezegd: Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Wees blij voor me want ik ga naar de Vader. Ik vertel het jullie nu, vóórdat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is. (Joh 14: 27-29) Dat lege graf spreekt luid en duidelijk een eigen taal: liefde laat zich niet blussen, zelfs niet door de zee. Sterk als de dood is zij. (Hooglied 8:7)

Jezus’ liefde blijft branden in zijn leerlingen. De liefde van de Vader bevestigt dat door Jezus’ leven te verheffen boven de dood. Het wordt uitgetild boven alles wat tijdelijk is, boven de vergeefsheid. Er is wel sterven maar geen dood. Niets is voor niets geweest. Het telt mee voor de eeuwigheid. Het lege graf vertelt van hoop die niet sterven wil. Licht dat terugkomt. Vrede die bij ons blijft. (uit het paasoratorium Als de graankorrel sterft, Marijke de Bruijne)  

Dat is groots en soms te groot om te begrijpen. En soms zijn het zelfs te grote woorden. Ooit zat ik aan het ziekbed van een jonge vrouw en we hadden het over Pasen. Hoe moeilijk het is om daaraan je hoop te ontlenen als je gezin achterblijft zonder jou. Het vraagt soms moed om de hoop van Pasen tot je te laten doordringen. Het vraagt om moed om te leven met de dood voor ogen. Maar als mensen dát kunnen, zijn ze een voorbeeld waaraan we ons hoopvol optrekken. Niet voor niets laat Bibian Mentel zo’n diepe indruk achter. Niet door haar dood, maar door haar leven.

De hoop van Pasen is geen ontkenning van alles wat moeilijk is. Die maakt dat we kunnen aanvaarden dat angst en dood er zijn. En dat ze ook jou kunnen treffen. Het betekent dat je je vragen naar waarom, je boosheid over jouw lot, jouw verzet, tot rust laat komen. Je toevertrouwen aan de hoop van Pasen betekent dat je accepteert dat je het verhaal van mensen nooit helemaal sluitend krijgt. Er blijven vragen in zitten, onaffe eindjes en rauwe randjes.

Maar ergens, in een moment dat geen woorden heeft, in de stilte van ons bidden, groeit het geloof dat ons leven in alles verbonden is met God. Pasen is de voedingsbodem van die hoop. Het lege graf is de ruimte waar we hem ontmoeten. Hij is er voor ons.

 

Maria!   

Als Maria Jezus ziet staan denkt dat ze met de tuinman te maken heeft. Dat is fout geantwoord. Maar ook een beetje goed. Want in die tuin begint een nieuwe schepping. Het is de eerste scheppingsdag. De dag van het licht. Van Gods Geest die over de chaos en de dood zweeft en de mogelijkheid opent om te leven.

 

De tuinman opent haar daarvoor de ogen als hij haar naam noemt. Maria! En Maria draait zich om. Dat is niet anders dan omkeer, bekering, verandering. Nu zien haar ogen wat ze net nog niet zag, Jezus is opgestaan.

 

Wij worstelen er soms mee. Wat is dat toch, opstanding? Ik las ergens, vrij cru: opstanding is geen reanimatie. (Tom Wright, Eenvoudig christelijk, 103) De Opgestane is anders, al is Hij ook dezelfde. Hij leeft een nieuw soort leven dat we nog nooit eerder hebben gezien. Zoals een bloembol geen krokus is en een pit geen zonnebloem. En toch weer wel. Zoals hij er voor haar was, zo kan Jezus niet bij Maria blijven. Dat moet ze loslaten. Maar Jezus zal háár en zijn broeders en zusters niet loslaten. Hij gaat naar de Vader die ook hun Vader is. Onder zijn beschuttende liefde kunnen ze léven.

 

de liefde en de dood

Toen Jezus door God werd gewekt uit de dood, werden ook die dingen opnieuw wakker die hij belichaamde: oprechtheid, goedheid, gerechtigheid. De zachte krachten van de liefde en de vriendschap zullen nóóit het onderspit delven. Zij overleven de dood.

En als Hij is opgestaan

dan ook onze moed om te doen als Hij.

Als Hij is opgestaan

dan ook onze wil om Hem te volgen.

Als Hij is opgestaan

dan ook ons geloof

dat het donker niet het laatste woord spreekt.

Als er iets vernieuwd is deze dag

is het onze liefde

geboren uit hem

en bestemd voor deze wereld.

Als er iets is opgestaan

is het ons antwoord op de vraag

heb jij mij lief?

(naar Intercity Pasen, Raad van Kerken 2006)

This entry was posted in Preken
Apr 22, 2020

een nieuw normaal

overweging op zondag 19 april 2020  PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

viering in Coronatijd   (afbeelding Prentenbijbel)

 

uit de Bijbel: Johannes 20: 19-25

 

het nieuwe normaal

Dat de wereld niet kan blijven zoals ze was, daarover zijn we het allemaal eens. We moeten op zoek naar een nieuw normaal. Een nieuw normaal in hoe en waar we werken, in hoe we onze vrije tijd besteden; een nieuw normaal in onze wereldwijde ambities, een nieuw normaal in ons omgaan met elkaar.

Dat nieuwe normaal zou wel eens heel lang op zich kunnen laten wachten. Want ‘back to normal’, hoe doe je dat als er zoveel verdriet is geweest, zoveel lijden? Hoe doe je dat als mensen, bedrijven in financiële problemen zijn gekomen? De wereld waarin we leven zal nog lang de napijn voelen en er zijn dingen stuk gegaan die niet meer te repareren zijn. Het nieuwe normaal zal altijd de littekens dragen van wat is geweest. Hetzelfde wordt het niet meer. Geldt datzelfde niet voor ons? Dat in ons eigen leven altijd zichtbaar zal blijven wat we hebben meegemaakt? Dat we allemaal onze zere plekken meedragen.

 

wonden

Op de avond van de opstandingsdag verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Hij komt in het uur van hun angst. De deuren waren gesloten. Hij komt in het uur van hun aangevochten vertrouwen. Ze hadden toch het goede nieuws gehoord, dat Jezus is opgestaan. Ze hadden het gehoord van Petrus, van Johannes, van Maria van Magdala. Alle drie waren ze getuige van een leeg graf. Maria had zelfs de Heer gezien. En toch hebben ze zichzelf opgesloten.

Afgesloten van de hoop dat het goed komt; afgesloten van wat Jezus hen zelf had voorgehouden, dat Hij zou opstaan uit de dood op de derde dag.

Als Jezus bij hen binnenkomt, dwars door hun angst en wanhoop heen, laat hij hen de wonden zien in zijn handen, in zijn zijde. De Opgestane Heer draagt voor altijd de littekens van wat hem is aangedaan. Pasen is dan ook geen makkelijke weg. Het is geen goedkoop happy end. De pijn komt erin mee.

Tomas wil er alleen aan geloven als hij ook die wonden mag zien. Hij kan niet zomaar over gaan tot een nieuwe orde van de dag. De pijn kan niet zomaar vergeten zijn. Dat zou alles wat Jezus heeft betekend ontkrachten. Hoe zijn liefde alles verdragen heeft, vergeven heeft. En zelfs sterker bleek dan de dood.

 

Door de scepsis van Tomas komt bloot te liggen dat wij moeten leren leven met het gegeven dat lijden en opstanding niet los verkrijgbaar zijn. Dat maakt ons leven tegelijk ondragelijk en dragelijk. Want het betekent dat wat geweest is niet ongedaan wordt gemaakt maar meewerkt aan wie wij kunnen zijn. Dat kan ik snappen zolang het goed met me gaat. Maar als het noodlot toeslaat, wordt het geloven op de tast.

 

opstaan

Pasen is dus geen happy end. We ploeteren na Pasen gewoon verder. Maar met de opdracht om ons niet zó te gedragen alsof het kwaad het laatste woord heeft. We moeten niet bang zijn om vanuit de liefde te leven. Ook wanneer ze van de heersende normen lijkt te verliezen. Pasen geeft ons de moed om op te staan in liefde tegen wat we normaal zijn gaan vinden in. Pasen geeft ons de moed om te leven ná wat ons is overkomen.

Daarom blaast Jezus zijn leerlingen nieuw leven in. Adem. Geest van God. En Hij schenkt hen het geschenk van de vergeving. Want als iets afstand tussen mensen kan overbruggen is het vergeving. Niet de boosheid, niet het omzien in wrok of zinnen op wraak kan ons doen opstaan tot een nieuw normaal. Dat deed Jezus ook allemaal niet. Hij kwam in liefde en opende met zijn vredegroet een nieuwe weg, een nieuw normaal.

This entry was posted in Preken

overweging op Paasmorgen 2019  De Open Hof, Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Johannes 20: 1; 11-18

 

vroeg, toen het nog donker was

Johannes begint zijn Paasevangelie in het donker. De dag is al wel begonnen maar toch nog niet echt. Het is het moment tussen donker en licht, het moment van ‘het is er al wel maar nu nog niet’. Het is dat uur van de nacht dat de eerste merel begint te zingen, in afwachting van het eerste licht.

 

Met ons verstand weten we dat na elke nacht een morgen komt. Dat houden we niet tegen. Tegelijkertijd kennen we het onzeker wachten op de morgen; hoe langzaam kruipen de uren voor degene die waakt bij een geliefde, hoe lang duurt de nacht voor wie wakker ligt van de zorgen. We kennen ook de angst dat de nacht waarin we verkeren nooit meer overgaat en de vraag of het ooit nog licht zal worden voor ons.

 

Vroeg toen het nog donker was…. het zegt ook alles over het verlies van Maria. Had ze van verdriet niet kunnen slapen? We vonden het in ons voorbereidingsgroepje vrij overbodig dat tot twee keer toe wordt gevraagd: Waarom huil je? Want we konden allemaal meevoelen hoe het is om een geliefd mens te begraven.

Maar zou Maria het zien, dat het donker het licht al in zich heeft? Zou ze het morgenlicht gewaar zijn? En wij? Durven wij eraan te geloven dat onze nacht voorbijgaat?

Durven wij erop vertrouwen dat een moeilijke periode in ons bestaan zal plaats maken voor iets nieuws, iets anders? Hebben wij onze ogen ingesteld op het licht? Durven wij eraan te geloven dat God geen mens alleen laat in het donker?

 

het gaat voorbij

Geloof, zegt een wijs iemand, geloof is de vogel die licht voelt en zingt als de dageraad nog donker is. (Rabindranath Tagore) De merel wacht niet tot het licht geworden is om zijn lied te beginnen. Zo hoeft de mens niet te wachten met geloven en vertrouwen tot het beter wordt. Pasen betekent: voorbijgaan. Denk aan het Engelse Pass-over. Het gaat voorbij. Pasen is een kwetsbare belofte. (Kune Biezeveld, Als scherven spreken) Al kun je het nu niet geloven: de nacht gaat over in de dag, het licht verjaagt het donker. En in dat donker ben je niet alleen. Waarom zou God daar niet bij zijn? We zingen het: Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen. Zij gaat in alle nood door heel het leven heen. (Willem Barnard, Nieuw Liedboek 650) Dát is de belofte van Pasen. Er is een doorkomen aan. Je bent niet alleen. Jezus zong vanaf de grote kerk in Dordrecht: ‘Maar je bent niet alleen

Ik zal er voor je zijn. Als het even veel te veel wordt ben ik er altijd.’ (The Passion 2019, origineel Thomas Berge)

En toch wordt het Pasen’ zei iemand van onze voorbereidingsgroep, voor wie de stille week eindeloos duurt. En toch wordt het Pasen, zeggen we tegen hen voor wie het donker eindeloos duurt. Luister naar het zingen van de eerste vogel.

 

zien en horen

Je bent niet alleen. Dat was dit jaar het thema van The Passion. Maar Maria voelt zich heel alleen en dat snappen we. Ze ziet een weggerolde steen, een leeg graf. Er is geen lichaam, geen gedenkplaats. Alleen een niet weten: ‘ik weet niet waar ze hem naar toe hebben gebracht.’ Alles is leeg. En ze ziet niet dat Jezus dichtbij is.

 

Gelukkig is er ook wat te horen. Maria hoort haar naam roepen en dan keert ze zich om. Ik kan dat niet anders uitleggen als: dan komt ze tot inkeer, dan begrijpt ze. Ze herkent de stem van wie haar roept. Het doet denken aan Jezus die over zichzelf zei: ‘Ik ben de goede herder. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.’ (Johannes 10: 3) Zou Jezus gekomen zijn om Maria naar buiten leiden, van het donker naar het licht? Staat hij daar om haar uit haar wanhoop vandaan te roepen? Zou dat niet de betekenis van Pasen voor ons kunnen zijn, dat wij worden bevrijd tot een nieuw bestaan? (Nieuw Liedboek 634, Henk Jongerius) Of betekent het dat opstanding, leven, dáár begint waar wij ons gekend weten, genoemd bij onze naam, geliefd in wie en wat we zijn.  

 

als nieuw

Wat betekent Pasen voor je? vroegen we aan elkaar. ‘Nieuw begin’, ‘nieuw leven’, ‘gelukkig worden’, ‘nieuw licht’ waren de antwoorden. Want daar waren we het over eens: Pasen heeft te maken met nieuw, met anders.

Jezus is niet meer de zichtbare en tastbare leermeester van Maria. Die moet zij loslaten.

 

We herkenden het dat het ook op ons wordt gelegd om verder te gaan als onze geliefden overlijden. We kunnen hen niet vasthouden. We gaan op een andere manier verder en onze geliefden krijgen op een nieuwe manier een plaats in ons leven. Iemand zei: als je iemand kost wat kost wilt vasthouden, dien je alleen je eigen verlangen, je eigen missen. Maar Maria is niet geroepen om haar eigen verlangen te dienen, maar om de belangen van de Heer de behartigen.

 

Zij moet de boodschap doorgeven dat Jezus naar zijn Vader gaat, die ook hun Vader is, en naar zijn God die ook hun God is. Maria moet Jezus loslaten maar hij zal hen als broeders en zusters vasthouden. En zij moeten ook elkaar vasthouden, als kinderen van de ene Vader.

 

je bent niet alleen

Je bent niet alleen. Jezus is dichtbij waar mensen uit zijn woorden leven. (Joh 14: 23) Hij is daar waar mensen leven in zijn Geest. Hij is daar waar mensen elkaar noemen bij hun naam, waar eenzaamheid doorbroken wordt. Hij is daar waar leegte wordt gevuld met een nieuwe, andere aanwezigheid. Zijn wij niet Christus’ lichaam op aarde? 

This entry was posted in Preken