Blog

een nieuwe geest

overweging op zondag 21 januari 2024 PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland 

 

uit de Bijbel: Marcus 1: 21-28 

afbeelding: James Tissot

 

een nieuwe leer  

Dinsdag. Ik zit aan mijn bureau om de preek voor te bereiden. Voor me staat de Theologie Scheurkalender met een citaat van Paul Tillich. Het is een moeilijk citaat maar het pakt me wel. ‘Geloof is niet een mening, maar een staat. Het is de staat waarin wij gegrepen worden door de kracht van het ‘zijn’ … dat alles overstijgt en waarin alles dat bestaat deelneemt.’  

 

Geloof is gegrepen worden en ervaren dat je als mens bent opgenomen in een groter geheel. Het heeft dus veel minder te maken met bestuderen, met dogma’s en veel meer met hoe wij mens zijn. Ook God is niet Iets of Iemand om te bestuderen maar om toe te laten in ons bestaan. Geloven gaat niet over ons hoofd maar over ons hart.  

 

Zou dát besef soms het verschil hebben gemaakt op die sabbat in de synagoge in Kafarnaum. Jezus heeft daar de Schrift genomen, voorgelezen en uitgelegd wat er staat. Dáár zijn de mensen voor gekomen. Om vertrouwde woorden te horen.  Net als elke sabbat. 

 

Maar als Jezus begint uit te leggen, klinkt het anders. En Hij spreekt met gezag, anders dan de Schriftgeleerden. Er gaat iets van hem uit dat maakt dat je wel moet luisteren. Zo heeft iemand nog nooit de Schrift voor hen uitgelegd. Zo vol overtuiging, zo oprecht. Waar anderen het vooral óver God hebben, lijkt van deze man wel iets uit te gaan dat van God zelf is. De aanwezigen in de synagoge zijn diep onder de indruk. Het oude vertrouwde heeft een nieuwe glans gekregen. Een nieuwe leer!  

 

Met dat woord ‘leer’ moet je misschien oppassen. Dat klinkt weer als ‘mening’, als dogma’s en ‘zo hoort het nu eenmaal’. ‘Leer’ klinkt als de Schriftgeleerden en Farizeeën die erop uit waren om alles bij het oude te houden. ‘Leer’ weerhoudt mensen ervan om zelf te denken, zelf te beslissen. Dogma’s vertellen ons wat waarheid is zonder in gesprek te gaan met andere waarheden. En ‘zo hoort het nu eenmaal’ kan mensen buitensluiten die anders denken, anders geloven, anders zijn.  

  

‘Geloof begint nooit met de leer. De leer maakt er soms wel een einde aan. Geloof begint met mensen op je weg die je ogen geven om te zien, oren om te horen. Geloof krijg je altijd van iemand, het overkomt je, net als de liefde, en het tintelt, het leeft.’ (Nico ter Linden, Het Verhaal gaat, 23) Maar als geloof stolt, een mening wordt, en niet meer bevraagd mag worden, niet meer creatief mag worden benaderd, dan wordt het bloedeloos, een les die we elkaar lezen, een maat die we elkaar nemen. Als geloof wettisch wordt, wordt alle leven eruit geknepen.    

 

demonen 

Terwijl het Jezus daar juist om begonnen is. Om het leven van mensen. Als Hij spreekt over Gods koninkrijk, dan roept Hij mensen op om dit goede nieuws niet alleen te geloven maar ook hun leven er naar in te richten. Om zich te bekeren. Om zich af te keren van wat kwaad is, van wat relaties verziekt.  

Om zich om te keren zodat ze weer in Gods licht komen te staan. Jezus roept mensen tevoorschijn als mensen van God. Geliefd. Vergeven. Geheeld. Jezus opent een nieuw  bestaan, een nieuw zijn. En dat heeft alles te maken met zijn boodschap over Gods koninkrijk.  

 

Maar als je spreekt over Gods nieuwe wereld, dan valt de wereld die wij kennen door de mand. Het lijkt er niet op. Nog niet. Die wereld waar mensen waardig leven mogen, en elk zijn naam in vrede draagt… verder weg dan ooit. Juist door het te hebben over liefde, ontmasker je alles wat liefdeloos is. En juist door het goede na te streven, leg je bloot wat het kwade is. Dat zien we gebeuren in de synagoge. Jezus zegt en doet het goede in Gods Naam en meteen komen andere krachten bovendrijven; krachten en machten die erbij gebaat zijn dat alles blijft zoals het is. Machten die mensen in hun greep houden, zó dat er geen ruimte meer is voor God.  

 

Marcus heeft daar aandacht voor en in het eerste hoofdstuk vertelt hij wel drie keer over het verdrijven van demonen. Over onreinheid en daardoor niet meetellen. En Marcus vertelt ook hoe Jezus tegen zijn eigen demonen heeft moeten vechten, tegen de duivel die hem in de woestijn op de proef stelde. Vanaf het begin is duidelijk dat Jezus’ verkondiging ontmaskerend en bevrijdend is; en dat er strijd geleverd zal worden tussen goed en kwaad, tussen wat van God is en wat van het boze is. En die boze machten hebben eerder door wie Jezus is dan zijn eigen leerlingen en ze voelen de confrontatie aankomen.  

 

Jezus’ verkondiging van het koninkrijk is als een stok waarmee in een wespennest wordt gepord. Woedend vliegen ze naar buiten. ‘Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je soms gekomen om ons te vernietigen?’   

 

Wat huist er aan onreine geesten en demonen in onze wereld?  

Ik moet denken aan dat nare woord dat typeert hoe met mensen wordt omgegaan ‘demonisering’. Het vertelt iets over een samenleving waarin dat ‘samen’ niet voor iedereen geldt. Het vertelt over bedenkelijke beslissingen; over angst. Over systemen en dogma’s.  

Ik moet ook aan mensen die we ‘verward’ noemen; in de steek gelaten door het systeem, vermorzeld door het moordende tempo dat we erop na houden en de hoge eisen die we stellen; mensen die rondzwerven en voor overlast zorgen, mensen tot het uiterste gedreven 

 

Ook in onszelf huizen die onreine geesten. We hebben allemaal onze eigen demonen te  bevechten en onze eigen strijd te voeren om het goede en heilzame in ons leven toe te laten. Om ons te laten overweldigen door Gods liefde, om ons te laten bevrijden.  

Wij zijn ook schreeuwers, net als de man in de synagoge. We overschreeuwen onszelf om wat in ons leeft te overstemmen: dat grote verdriet dat we niet los willen laten, ons schuldgevoel, de eeuwige twijfel, dat stemmetje dat zegt: niet goed genoeg, je bent niet goed genoeg. Wij zijn evengoed verwarde mensen als we niet los kunnen komen van wat ons vergiftigd, als het goede en liefdevolle in ons wordt gesmoord.  

Ik denk maar, als Marcus helemaal aan het begin zo de nadruk legt op bevrijding van het boze in ons, dan is dat toch de kern van Jezus’ evangelie. Dat het boze, het kwaad, in ons wordt overwonnen en dat wij bevrijd, geheeld, geschikt zijn voor Gods wereld.  

 

Gods Geest 

Wat in ons huist mag plaats maken voor die andere geest, Gods Geest. De Geest die vrij maakt, aanspoort om te leven naar Gods geboden. De Geest van vrede en liefde.  

Het is veelzeggend dat dit gebeuren plaats vindt op de sabbat; de dag dat Israël gedenkt dat dat God hen bevrijdt heeft van alle vormen van slavernij. En juist op die bevrijdingsdag loopt een onvrij mens, bezeten door een onreine geest.  

Onrein betekent dat iemand niet geschikt is om God te naderen. Onrein betekent dat je eerst gereinigd moet worden om weer geschikt te worden als mens van God. De man in de synagoge is niet alleen onvrij maar komt er ook niet aan toe om te leven zoals hij is bedoeld, om God te dienen. En dat is nu juist de kern van Jezus’ verkondiging, mensen veranderen, vernieuwen, vergeven, helen, reinigen, zodat ze mee kunnen komen in Gods koninkrijk. Daar mogen we om bidden: Schep, God, een nieuwe geest in mij.  

 

Als de onreine geest de man heeft verlaten zijn de mensen verbijsterd en het nieuws over Jezus verspreidt zich als een lopend vuurtje. Later zal Jezus zijn leerlingen uitzenden om hetzelfde te doen. Hij geeft hun de macht om onreine geesten uit te drijven. (Mc 6:7)  

Ik geloof dat het de taak van de kerken is woorden van bevrijding te spreken in een krankzinnige wereld. Hoeveel mensen leven niet verkrampt, angstig. Er huizen zoveel schaduwen in de zielen van mensen en er spookt zoveel rond 

Onze wereld wacht op woorden van God, die zo worden uitgesproken en gedaan dat de wereld erdoor verandert. Onze wereld wacht op liefde. Op mensen die het kwade willen overwinnen door het goede. Op mensen die zo overrompeld zijn door Gods liefde dat ze niet anders kunnen dan liefhebben.