Blog

Goed beter best

overweging op zondag 25 september 2022            PG De Open Hof ~  Oud-Beijerland

 

We staan stil bij Israëlzondag.

 

uit de Bijbel: Prediker 4: 7-12 en Matteus 18: 15-20

 

(niet)goed

Ik maak me zorgen. Deze tijd, met alles dat er gaande is in de wereld ervaar ik als zorgelijk. Waar moet het naartoe? Hoe zal de wereld eraan toe zijn als mijn kinderen kinderen krijgen? Ook dichtbij zijn er voor zoveel mensen onzekerheden, de boodschappen, de energierekening, huisvesting. Grote thema’s die steeds nadrukkelijker gezichten krijgen van mensen die met hun verhaal, hun zorg, naar buiten treden. Hoe moeten we dat keren?

Wat dat betreft kan ik Prediker goed volgen in zijn relaas over leegte, zinloosheid. Hij slaat de wereld gade en doordenkt wat hij ziet. Mensen die kwaad doen kunnen straffeloos hun gang gaan; goede mensen gaan gebukt onder hun lot. Er is onrecht, onderdrukking. Hij wordt er niet vrolijk van en hij vraagt zich af wat het allemaal voor zin heeft. En gelukkig, hij is geen cynicus of pessimist. Hij geeft ook zin aan dat vluchtige leven van ons.

Om zich heen kijkend ziet Prediker iemand die helemaal alleen is. Hij werkt hard en spaart zijn geld op. Maar voor wie doet hij dat? Met wie zal hij het delen? Aan wie laat hij het na? Beter kun je met z’n tweeën zijn.

 

Beter twee dan een. Dat is als een opdracht van den beginne meegegeven in de schepping. Dag na dag zag God dat het goed was. Tof, veelbelovend. Er zat toekomstmuziek in. Behalve in de mens; want die was alleen. ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken’, een mens aan zijn zijde, een mens tegenover hem.

(Genesis 2:18 ‘Ook had de Heere God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulp maken, die als tegen hem over zij.’Statenvertaling)

Wie kan er zonder een mens die antwoord geeft; een mens die luistert naar je verhaal. Wie kan er zonder een kritische blik of steun? Góed is het als mensen samenleven. (Lees Psalm 133.) Samen leven daar gaat zegen van uit. Daar is de Heer bij.

 

Beter twee dan een. Dat klinkt logisch en toch staat die constatering van Prediker ook ver van ons af. Want we hebben al te vaak genoeg aan onszelf. We willen best ergens bij horen maar op onze eigen voorwaarden. Samen leven doet een beroep op ons waar we helemaal niet op zitten te wachten: rekening houden met elkaar, inleveren op onszelf.

Dat is niet iets van alleen deze tijd. Op een vreemde manier ervaar ik het als troostend dat het in de eerste christengemeenten al moeizaam was. Het begon vanuit de idealen: ‘elke dag kwamen ze trouw en eensgezind in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vreugde.’ (Handelingen 2:46) De realiteit bleek weerbarstig want toen de gemeente groeide en er naast Aramees-sprekende gelovigen ook Grieks-sprekende gelovigen bij kwamen begon het geklaag dat de een zich achtergesteld voelde bij de ander. Eensgezindheid wordt al ingewikkelder als we een andere taal spreken, een andere achtergrond hebben. (Handelingen 6)

Matteus schrijft voor een gemeente die die spanning ook kent. Zij bestaat uit Joden, die christen zijn geworden. De gemeenteleden staan met één been in de synagoge; ze hebben zich daar nog niet van losgemaakt. Loslaten is moeilijk. Elkaar vasthouden ook.

 

beter

We zien het op alle levensterreinen: samenleven als opdracht is geen makkelijke. En toch: het is níet goed dat een mens alleen is. Het is béter, zegt Prediker, om met zijn tweeën te zijn. Voor de goede orde: dit gaat dus niet over trouwen of samenwonen. Het is niet zo dat je pas dan mens bent als je een partner bent. Het betekent dat een mens alleen in relatie tot anderen tot zijn recht komt: vrienden, toevallige voorbijgangers, partners, ouders, familieleden, gemeenteleden. Je bent altijd met draadjes verbonden aan anderen. En die draadjes, het feit dat jij wordt gezien, gehoord, toegesproken, tegengesproken, geholpen, geliefd, díe maken jou mens. Twee of drie draadjes.. dan krijg je een koord dat niet snel stuk te trekken is. Een stevig basis voor samen leven.

 

Mensen hebben mensen nodig. Prediker benadert het vanuit een soort welbegrepen eigenbelang. Als je valt, is er altijd iemand om je op de been te helpen. Je hebt geen koude voeten en als je wordt aangevallen, sta je samen sterker. Praktisch egoïsme.

Dat het zoveel méér is, weten we natuurlijk ook. We zíjn graag mensen die nodig zijn. Happy to help. Dat geldt voor ons allemaal, vermoed ik. Andersom wordt het voor velen lastiger. ‘Ik kan het zelf’. Toen onze dochters dat gingen zeggen, waren we trots op hen. Maar hebben we hen een dienst bewezen door vooral dáár de nadruk op te leggen?

‘Ik wíl het zelf’, hoor ik van mensen die ouder worden. Zelfstandig blijven. Vooral niet afhankelijk. Soms klinkt het alsof ze een vies woord uitspreken. We helpen graag iemand overeind die gevallen is, maar zelf leunen we liever niet op iemand. We zijn liever niet kwetsbaar of zwak in de aanwezigheid van anderen.

Ik probeer het voor mezelf altijd om te draaien: als iemand mij zou vragen om iets voor haar te doen, dan zou ik dat met alle liefde doen. Zou die ander dat dan ook niet voor mij willen doen? En zou dat niet een heilzaam evenwicht zijn? Dat ik niet alleen leer om een helper te zíjn, maar ook een helper te hébben? Als een plant die je af en toe draait naar het licht om recht te groeien, moet ieder mens zo ook niet af en toe van positie wisselen? Zou dat niet beter zijn?

Voor mij zegt het ook iets over mijn relatie tot God. Hij is mijn helper, mijn tegenover. In relatie tot hem zal ik altijd niet alleen degene zijn die verantwoordelijkheid draagt maar ook degene die afhankelijk is, kwetsbaar.

 

best

Samenleven geeft verantwoordelijkheid naar elkaar. Ook als een broeder of zuster tegen je heeft gezondigd. Als je bent beschadigd door de ander, als je tekort bent gedaan. Want dat is zonde: dat je je doel mist als mens; dat je in de relatie -welke dan ook- tekort bent geschoten, dat door jou het samen leven onder druk is komen te staan omdat je leefde voor jezelf. Paulus noemt dat ‘de oude mens’.

Die laat zich leiden door hebzucht, hartstocht. Die is onbetrouwbaar. De ‘nieuwe mens’ daarentegen, de mens die met Christus leeft, daar kun je van op aan. Die leeft mee, is vriendelijk en geduldig, zachtmoedig ook. Die is verdraagzaam en vergevingsgezind. Dat is de mens op haar best.

Ze zitten allebei in ons. Die oude en die nieuwe mens. Ze komen in de beste families voor. En ook in de gemeente van Christus. En als het gebeurd dat een broeder of zuster tegen jou heeft gezondigd, laat dan al jouw inspanning erop gericht zijn om hem erbij te houden. Doe moeite voor hem, voor haar. Eerst in een persoonlijk gesprek. Dat vraagt moed. En geduld om te luisteren naar het verhaal achter de zonde.

Doe nog meer moeite en vraag er desnoods twee getuigen bij. Dat maakt je kwetsbaar want ook jij moet dan met de billen bloot. En als het écht moet, doe dan nog meer moeite en leg het voor aan de gemeente. Want wat er is tussen jou en je broeder of zuster mag de gemeenschap met elkaar niet verzieken. Beter wordt de pijn openbaar gemaakt, dan dat het onderhuids blijft etteren. Hoe vaak zien we dat niet gebeuren. Dat onderhuidse spanningen verdriet geven, narigheid. In gemeenten, in families, overal waar mensen samen zijn. Zo moet het niet. Het beste is het om samen onder ogen te zien wat er fout is gegaan. Zodat je elkaar binnenboord houdt, de gemeenschap in takt blijft. Zodat het leefbaar blijft en je verder kunt. In de kerk heet dat ‘tucht’. Niet voor niets is dat verwant aan ‘tocht’. Samen op weg zijn. God gaat ons daar in voor. Als herder die het verlorene zoekt is Hij er altijd op uit om mensen te bewaren.

Als twee of drie zo samen optrekken, ook in moeilijkheden, dan is God daar bij. Hij zal niet vragen met hoeveel we zijn maar verzekert ons dat Hij daar is waar mensen eensgezind zijn.

Niet goed is het als een mens alleen is. Zeker niet als de tijden ons zorgen baren.

Beter is het om samen te zijn.

Dat haalt het beste uit ons allemaal en er rust Gods zegen op.