Blog

Sta op! Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 2 mei 2021        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

5e zondag van Pasen ‘Cantate’ ‘Zingt’

 

Tienertalk: I’ll rise up, Andra Day

 

inleiding op de lezing: Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Het is niet maakbaar; loopt maar gedeeltelijk en soms helemaal niet volgens plan. Als het leven je teleurstelt, of het wordt moeilijk, wat doet je geloof dan met je? Heeft het een plaats in je moeilijkheden of helemaal niet? Heb je er wat aan of veroorzaakt het juist meer vragen en problemen? En hoe zit dat met Paas-geloof? Geloof in nieuw leven, in opstanding? Welk licht werpt dat over jouw bestaan? Daarover gaat het in de volgende lezing.

We reizen mee met Petrus. Hij is de leider van de eerste christengemeente in Jeruzalem. Ná de moord op Stefanus zijn veel gelovigen de stad ontvlucht en zo ontstonden er ook elders gemeenten. Petrus reist naar Lydda, ten noordwesten van Jeruzalem. Hij verricht daar een wonder. En als dat bekend wordt, vragen ook gemeenteleden in Joppe of Petrus zo snel mogelijk wil komen omdat een geliefd gemeentelid is overleden.

 

uit de Bijbel: Handelingen 9: 32-42

 

Eneas

Het was tijdens een training voor predikanten in opleiding, een week intern op Hydepark. We begonnen die morgen met een rondje. Hoe zat je erbij? Wat hield je bezig? Iedereen had wel wat te vertellen. Slecht geslapen of juist heerlijk opgefrist tijdens een morgenwandeling; zorgen om het thuisfront of benieuwd wat de dag zou brengen. Een deelnemer van de kring wees op haar rolstoel en zei: ik kan niet lopen. We zwegen en wisten niet wat we moesten zeggen. Al sinds haar geboorte was dat zo. Waarom bracht ze dat in als antwoord op de vraag: hoe zit je erbij?

Ik dacht aan dit voorval toen ik las over Eneas. Hij ligt al acht jaar op bed want hij is verlamd. Hij heeft een bijzondere naam. Eneas is een held, in de Griekse en Romeinse mythologie. (voor wie het interesseert: De Aeneis vertelt van de omzwervingen van de Trojaanse held Aeneas na de ondergang van Troje en de lange strijd die leidde tot de stichting van het machtige Romeinse Rijk)

 

Een kerel met moed en spierballen die de geschiedenis heeft veranderd. Als je je kind zó noemt, sluimert daar toch iets van verwachting in. Dat dit kind ook moedig zal zijn en sterk. Maar moet je hem nu zien. Mijn oma zou het vroeger een stakker hebben genoemd. Misschien heeft hij ook wel teleurgesteld op zijn benen gewezen als hem werd gevraagd hoe het met hem ging: ik zou wel willen, maar ja, die benen van mij…. Hij heeft de verwachtingen niet waargemaakt. Zijn leven is anders gelopen dan gehoopt.

 

Je kunt op allerlei manieren verlamd zijn: verlamd van schrik, verlamd van angst, verlamd van boosheid omdat jouw leven, net als dat van Eneas, anders loopt dat verwacht. Terneergeslagen, omdat je blijft hangen in je teleurstelling over wat je niet meer kunt nu je ouder wordt of door corona; verlamd door je onzekerheid over jezelf. Verlamd omdat je vastzit in je rouwproces over wat of wie je bent kwijtgeraakt. ‘Bibberende knieën’, zo zou je het ook mogen lezen. (Lees bijvoorbeeld: Jesaja 35:3 of Hebreeën 12:12)  Angst om te leven. En in die situatie hoort Eneas: Sta op! Jezus Christus geneest u. Petrus zet de doodgelopen situatie van Eneas in het perspectief van het geloof van de gemeente waartoe ook Eneas behoort: het geloof in de Opgestane Heer. Sta op. Wees niet bang om te leven. En Eneas staat op.

 

Tabita

Bij het verhaal van Eneas kunnen we ons er misschien nog iets bij voorstellen: opstaan uit een toestand van verlamming. Hij kan er zelf iets aan doen. Maar Tabita, dat is toch een heel ander  verhaal. Het overkomt haar allemaal maar. Dorkas is haar Griekse naam. Ik herken die naam van een bordje bij de garagedeur van vrienden in Harderwijk. Als een teken dat daar kleding kan worden afgegeven voor de hulporganisatie Dorcas, die opkomt voor de allerarmsten in Nederland en daarbuiten. Genoemd naar de Bijbelse Dorkas, een geloofsleeerlinge die consequenties trekt uit haar geloof: ze doet goede dingen voor anderen;

ze is vrijgevig en ze kan ook nog eens prachtig naaien. Ze bekommert zich ook om de weduwen in de gemeente van Joppe, die intens verdrietig zijn als zij sterft.

Er zit iets oneerlijks in, iets onrechtvaardigs. Waarom moet een mens, die zoveel goeds doet, dit harde lot treffen? Zij kan niet worden gemist. Wat heeft ze gedaan dat dit haar moet overkomen? Heb jij jezelf die vraag nooit eens gesteld? Nooit eens vertwijfeld gedacht dat het zonde was dat juist déze mens moest sterven?

 

Welke betekenis heeft ons geloof als wij worden geconfronteerd met de dood?

Ik was nog maar net predikant toen een jong meisje overleed. Het hield het hele dorp bezig. Er was verdriet, verwarring. Dit kon toch niet. Toen ik haar moeder bezocht vroeg die mij het verhaal te lezen van het meisje van wie de naam rijmt op die van Tabita. Talita koem. Meisje, sta op. (Marcus 5:41) Vader Jairus kreeg zijn dochter terug uit de dood. Haar vraag bleef in de lucht hangen: waarom zij niet? Ik weet niet meer wat ik heb geantwoord. Alleen dat het gestamel was. Ik weet nu dat het op dat moment ook veel belangrijker was om bij de tranen van deze moeder te blijven. Want het antwoord op haar vraag kan ik dan ook alleen vanaf de kansel geven, omdat het verkondiging is. Geen schrale troost. Die verkondiging is dat wij ons leven mogen zien in het perspectief van Pasen. De doden die Jezus doet opstaan onderstrepen dat. Dat zijn voorbeelden die onderstrepen dat ons geloof in het onmogelijke terecht is. (de dochter van Jairus, de zoon van de weduwe in Nain in Lucas 7:12, Lazarus in Johannes 11)

 

In dit geval neemt het verhaal ons bijna bij de hand. Opstanding heeft te maken met ons leven. En met onze dood.  We lezen dat het lichaam van Tabita met liefde en zorg wordt omgeven en in het bovenvertrek wordt opgebaard. Zo’n bovenvertrek waar Jezus het laatste avondmaal vierde met zijn leerlingen. (Marcus 14:15; Lucas 22: 12)

Of het bovenvertrek waar de leerlingen ná Jezus dood bij elkaar kwamen om te bidden en samen te zijn en waar het plotseling Pinksteren is omdat Gods Geest als wind door het huis waait. (Handelingen 1: 13 en 2: 2) Het is alsof de verteller ons duidelijk wil maken dat de dood van Tabita niet los gezien kan worden van Pasen en Pinksteren. Hoe doodgelopen het leven ook is, het is niet zonder hoop, niet zonder God. Ook hier zal Gods Geest waaien en tot leven wekken.

 

Petrus besteed geen aandacht aan de tranen van de weduwen. Hij is daar niet als pastor maar om het evangelie te verkondigen. Ook tegen Tabita zegt Petrus: Sta op!  En zij staat op. Ze leeft. Als een teken dat wij  allemaal ons leven mogen zien in het perspectief van opstanding. Als onze adem, onze geest, terugkeert naar God, zullen wij een nieuw leven bij hem hebben. Dat mag onze angst om te sterven, en onze angst om te leven, wegnemen.

 

de heiligen

Naast Petrus, Eneas en Tabita zijn er nog meer spelers op dit toneel. Dat zijn de de christengemeenten van Lydda en Joppe. Je zou van de gemeenten kunnen zeggen dat ze nog in de kinderschoenen staan. Het is nog maar zo kort ná de opstanding van Jezus. Hun geloof moet nog wortelen; het is nog pril en kwetsbaar. In Lydda is het de gemeenteleden niet gelukt om Eneas uit zijn verlamming te wekken. Maar in  Joppe krijgen de gemeenteleden hoop als zij horen wat Petrus heeft gedaan en zij verzoeken hem dringend te komen. Wat hun vraag is aan Petrus is weten we niet. Maar het zou zo maar kunnen zijn dat zij van hem verwachten dat hij de doodgelopen situatie kan doorbreken. Dat hij bij hen de  geloofwaardigheid van het Paasevangelie zal aantonen. Petrus moet hen daarbij helpen. Het maakt mij er opnieuw van bewust wat de taak is van ons, gemeente van Christus.

 

Bij óns kunnen mensen terecht met hun vermoedens dat de dood niet het laatste woord heeft. Wij zijn het die levenwekkende woorden mogen spreken; die mogen verkondigen dat wij zullen leven, omdat Jezus leeft. Om dat te kunnen verkondigen moeten we het ook zelf durven aannemen. We mogen geloof-waardig zijn. Dan zullen we, net als Petrus, aanstekelijk zijn in ons geloof. Dan zullen we mensen de hand kunnen reiken en hen helpen opstaan. In Lydda en in Joppe bekeren mensen zich, komen tot geloof in de Heer. Als wij durven getuigen van vernieuwing en bevrijding in een wereld vol verlamming en dood, zal God daarin mensen raken. In een onzeker en kwetsbaar bestaan zegt de Geest ons: Sta op. En wij staan op. 

 

lied: Dit is het wonder, NL 682

Read 44 times Last modified on Apr 30, 2021
More in this category: « Grote goedheid Gods wapens »