Dag Dominee - Mijmeringen

de Schepper

In mijn poëziealbum -vroeger gewoon poesie-album genoemd- staat het volgende versje van een schoolvriendinnetje: ‘Als Lyonne zit te dromen en de juffrouw kijkt haar aan, dan zegt zij altijd heel verlegen: Ik heb het niet  gedaan. Eens zal Lyonne weer te dromen en speelde met een stukje krijt. De juffrouw die het gezien had zei tegen de kleine meid: Wie heeft de zon geschapen, de sterren en de maan? Lyonne begon van schrik te huilen en riep: Ik heb het niet gedaan.’

Ik herinnerde het mij tijdens een fietstochtje. De bermen staan vol bloemen. Onze tuin is nu op z’n mooist. En afgelopen week maakten we een gedeeltelijke zonsverduistering mee; wat draait dat toch allemaal mooi om elkaar heen. Zal ik ooit begrijpen hoe alles in de natuur met elkaar samenhangt? Hoe alles zijn plaats heeft, en zijn doel, ook de mens? Die verwondering over al die schoonheid delen we met elkaar. Kijk maar eens op de website of in de Omloop naar die prachtige tuinfoto’s van gemeenteleden.

Ik denk vandaag aan Psalm 8. Het gaat over de grootheid van God, die wij nooit zullen begrijpen: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’ En het gaat over de nietigheid van de mens in dat alles. Ondanks dat heeft God ons een sleutelpositie gegeven. Wat is het mensenkind dat u naar hem/haar omziet? U hebt ons bijna goddelijk gemaakt en het werk van uw handen aan ons toevertrouwd. Laat het zo zijn, dat als God ons zou vragen of wij er goed op hebben gepast, dat ons antwoord zal zijn: dat heb ik gedaan.

gepubliceerd op de Weekbrief van 13 juni 2021

schaduw

Wat een hitte deze week! De zon was uitbundig en fel. We hebben ernaar verlangd. Dat natuurlijk wel. Maar zó warm…. Onze Saar moet er toch uit, warm of niet. We bleven maar zoveel als mogelijk in de schaduw. Onder de ruisende bladeren in het park was het nog een beetje te doen. Fijn, die schaduw. Wie op een warme dag een beetje koel wil blijven zitten moet wel steeds een beetje opschuiven, want schaduw trekt voorbij. In de Bijbel wordt het leven van de mens er dan ook mee vergeleken. In het licht van de eeuwigheid is ons bestaan vluchtig en voorbijgaand.

Wat voor altijd is, is de geborgenheid die God biedt. Wij mogen bij hem schuilen tegen het onbarmhartige licht van onze dagen in de schaduw van zijn vleugels. Als een schaduw aan onze rechterhand trekt Hij mee, een reisgenoot en vriend waar je niet vanaf komt zolang de zon schijnt. Dat betekent: zolang jou dagen op aarde zijn gegeven.

Nu het zo warm is begrijpen we ook de boosheid van Jona. Zijn wonderboom, waaronder hij zo lekker zat om te kijken hoe God Ninevé te gronde zou richten, verdorde in een dag. Ik hoop dat we Gods milde antwoord ook zullen begrijpen: als het verdorren van een boompje Jona zo aan het hart gaat, dan moet hij toch ook inzien dat de vernietiging van een stad vol mensen en dieren God aan het hart gaat. Laten we hopen op nog meer mooie dagen en in alle opzichten genieten van de schaduw die ons eraan herinnert hoe wij God zich over ons ontfermt. 

gepubliceerd op de Weekbrief van 20 juni

eiland

Deze dagen genieten Bas, Saar en ik van een paar vakantiedagen op Terschelling. Alleen al de reis er naar toe geeft een gevoel van vakantie. Zoals we vanaf de veerboot het vasteland zien vervagen, zo verdwijnen ook onze dagelijkse beslommeringen naar de achtergrond. Dat gevoel heb ik zelfs al als we gaan wandelen op Tiengemeten en het Haringvliet oversteken. Soms is het gewoon even nodig om los van de kant te komen.

Ik mijmer even over een dichtregel die naar boven komt: ‘No man is an island entire of itself.’ Vast onthouden van de lessen Engels, lang geleden. ‘Geen mens is een eiland alleen van zichzelf’. Mensen horen bij elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Samen vormen zij een continent, een leefbare wereld. Al breekt er maar een kluitje aarde af dat wegspoelt in de zee, heel Europa zou er door krimpen. En als een mens sterft, sterft een deel van ons mee.

Geen mens is een eiland. Dat moet God gedacht hebben toen Hij zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is.’ En God schiep nóg een mens en gaf ze aan elkaar als hulp en tegenover. Op allerlei manieren zijn we zo met elkaar verweven en van elkaar afhankelijk.   

Ik waai even uit, los van de kant. Maar ik ben geen eiland en blijf de verbondenheid met jullie voelen. Daarom vanaf Terschelling een hartelijke groet voor jullie allemaal, ds. Lyonne Verschoor.

(Het gedicht is van John Donne, 1572-1631)

 een zee van tijd

 ‘De zee van tijd heeft het mooiste strand.’ Dit pareltje deelde een

 van mijn Facebookvriendinnen. Bas en ik hebben de afgelopen tien dagen

ervaren hoe waar het is. We hebben genoten, vooral van de tijd. Of van

 het ontbreken van elk besef van tijd. Geen wekker die ons maande om op

 te staan; geen agenda die onze dagindeling bepaalde en geen klokje van

 gehoorzaamheid, dat vertelde dat het bedtijd was. Augustinus, zijn

 tijd ver vooruit, filosofeerde over de vraag wat tijd eigenlijk is.

 Hij komt tot twee conclusies. De tijd is een schepping van God en

 daarmee een geschenk aan de mens. En de tijd bestaat alleen in het

moment. Het verleden is voorbij, zoals onze vakantie. De toekomst

 bestaat slechts in ons verlangen of in onze hoop. Zo blijft het nu

 over. De dag van vandaag kan ik voor een deel bepalen. Er het beste

 van maken, het mooiste eruit halen, of dat nu tijdens vakantie is of

 thuis of in het werk. De zee van tijd is het vermogen om te genieten

 van dit geschenk van God.

 

4 juni 2021 op de veerboot van Terschelling naar Harlingen

Pagina 3 van 20