Dag Dominee - Mijmeringen

in het nieuw

Als de kinderbijslag kwam gingen we ‘statten’. Dan werden de drie kinderen in het nieuw gestoken en aten we tussen de middag bij de Wip-in van de Hema. Zodra we terugkwamen gingen de nieuwe kleren aan om bij oma te laten zien. Nieuwe kleren kopen was een feestje en zeker niet vanzelfsprekend. Dát gevoel heb ik nu ook een beetje. Van Bas kreeg ik een bijzonder cadeau, passend bij het thema van de dienst vandaag ‘Kleurrijk’, maar meer nog bij de missie van De Open Hof om een inclusieve gemeente te zijn. Het is een stola in de kleuren van de regenboog. Ik ben er bijzonder blij mee en zal hem met trots zondag aan jullie laten zien.

Toga en stola zijn belangrijk voor mij. Ze helpen mij om mijn plaats in te nemen als voorganger. Je zou kunnen zeggen dat ik niet alleen deze kledingstukken draag maar dat ze ook mij dragen. U zult me dan ook niet snel zonder toga zien voorgaan.

In de Bijbel mag Mozes zijn broer Aaron, en diens zonen, wijden als priester. Ze zijn nog steeds gewoon deel van de gemeenschap maar zij worden letterlijk bekleed met een bijzondere taak: ‘Daarna trok Mozes Aäron de tuniek aan, bond hem de gordel om en trok hem het bovenkleed aan.’ ‘Heilige kleding’ is het. Dat betekent dat het de drager ervan even apart zet om met waardigheid de taak te vervullen waarvoor hij -of zij- is geroepen. (Leviticus 8:7 en Ex 28: 1vv)

En als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen bekleed Hij hen met zijn Geest. Daar kunnen we mee voor de dag komen. Dat is kleding die mens maakt. 

verschenen op de weekbrief van 4 juli 2021

de Schepper

In mijn poëziealbum -vroeger gewoon poesie-album genoemd- staat het volgende versje van een schoolvriendinnetje: ‘Als Lyonne zit te dromen en de juffrouw kijkt haar aan, dan zegt zij altijd heel verlegen: Ik heb het niet  gedaan. Eens zal Lyonne weer te dromen en speelde met een stukje krijt. De juffrouw die het gezien had zei tegen de kleine meid: Wie heeft de zon geschapen, de sterren en de maan? Lyonne begon van schrik te huilen en riep: Ik heb het niet gedaan.’

Ik herinnerde het mij tijdens een fietstochtje. De bermen staan vol bloemen. Onze tuin is nu op z’n mooist. En afgelopen week maakten we een gedeeltelijke zonsverduistering mee; wat draait dat toch allemaal mooi om elkaar heen. Zal ik ooit begrijpen hoe alles in de natuur met elkaar samenhangt? Hoe alles zijn plaats heeft, en zijn doel, ook de mens? Die verwondering over al die schoonheid delen we met elkaar. Kijk maar eens op de website of in de Omloop naar die prachtige tuinfoto’s van gemeenteleden.

Ik denk vandaag aan Psalm 8. Het gaat over de grootheid van God, die wij nooit zullen begrijpen: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’ En het gaat over de nietigheid van de mens in dat alles. Ondanks dat heeft God ons een sleutelpositie gegeven. Wat is het mensenkind dat u naar hem/haar omziet? U hebt ons bijna goddelijk gemaakt en het werk van uw handen aan ons toevertrouwd. Laat het zo zijn, dat als God ons zou vragen of wij er goed op hebben gepast, dat ons antwoord zal zijn: dat heb ik gedaan.

gepubliceerd op de Weekbrief van 13 juni 2021

schaduw

Wat een hitte deze week! De zon was uitbundig en fel. We hebben ernaar verlangd. Dat natuurlijk wel. Maar zó warm…. Onze Saar moet er toch uit, warm of niet. We bleven maar zoveel als mogelijk in de schaduw. Onder de ruisende bladeren in het park was het nog een beetje te doen. Fijn, die schaduw. Wie op een warme dag een beetje koel wil blijven zitten moet wel steeds een beetje opschuiven, want schaduw trekt voorbij. In de Bijbel wordt het leven van de mens er dan ook mee vergeleken. In het licht van de eeuwigheid is ons bestaan vluchtig en voorbijgaand.

Wat voor altijd is, is de geborgenheid die God biedt. Wij mogen bij hem schuilen tegen het onbarmhartige licht van onze dagen in de schaduw van zijn vleugels. Als een schaduw aan onze rechterhand trekt Hij mee, een reisgenoot en vriend waar je niet vanaf komt zolang de zon schijnt. Dat betekent: zolang jou dagen op aarde zijn gegeven.

Nu het zo warm is begrijpen we ook de boosheid van Jona. Zijn wonderboom, waaronder hij zo lekker zat om te kijken hoe God Ninevé te gronde zou richten, verdorde in een dag. Ik hoop dat we Gods milde antwoord ook zullen begrijpen: als het verdorren van een boompje Jona zo aan het hart gaat, dan moet hij toch ook inzien dat de vernietiging van een stad vol mensen en dieren God aan het hart gaat. Laten we hopen op nog meer mooie dagen en in alle opzichten genieten van de schaduw die ons eraan herinnert hoe wij God zich over ons ontfermt. 

gepubliceerd op de Weekbrief van 20 juni

eiland

Deze dagen genieten Bas, Saar en ik van een paar vakantiedagen op Terschelling. Alleen al de reis er naar toe geeft een gevoel van vakantie. Zoals we vanaf de veerboot het vasteland zien vervagen, zo verdwijnen ook onze dagelijkse beslommeringen naar de achtergrond. Dat gevoel heb ik zelfs al als we gaan wandelen op Tiengemeten en het Haringvliet oversteken. Soms is het gewoon even nodig om los van de kant te komen.

Ik mijmer even over een dichtregel die naar boven komt: ‘No man is an island entire of itself.’ Vast onthouden van de lessen Engels, lang geleden. ‘Geen mens is een eiland alleen van zichzelf’. Mensen horen bij elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Samen vormen zij een continent, een leefbare wereld. Al breekt er maar een kluitje aarde af dat wegspoelt in de zee, heel Europa zou er door krimpen. En als een mens sterft, sterft een deel van ons mee.

Geen mens is een eiland. Dat moet God gedacht hebben toen Hij zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is.’ En God schiep nóg een mens en gaf ze aan elkaar als hulp en tegenover. Op allerlei manieren zijn we zo met elkaar verweven en van elkaar afhankelijk.   

Ik waai even uit, los van de kant. Maar ik ben geen eiland en blijf de verbondenheid met jullie voelen. Daarom vanaf Terschelling een hartelijke groet voor jullie allemaal, ds. Lyonne Verschoor.

(Het gedicht is van John Donne, 1572-1631)

Page 12 of 25