Dag Dominee - Mijmeringen

dansen met Janssen

Is het de onduidelijke communicatie van minister de Jonge of de ongrijpbaarheid van het virus dat zich door niets en niemand laat regisseren? Zijn het de jongeren? Maakt het antwoord echt wat uit voor de mensen die gedupeerd zijn of voor diegenen die zich erop verheugd hadden lekker los te gaan met vrienden? Het is verdrietig genoeg dat zoveel vingers beschuldigend naar hen wijzen.

In de Bijbel krijgt koning David er van langs als hij voor de ark uit danst. De ark, die Gods aanwezigheid vertegenwoordigt, was lange tijd in de handen van de Filistijnen. Maar David mag hem weer thuis brengen, in Jeruzalem. Niet alleen de ark komt weer thuis, ook God met zijn zegen is weer in hun midden. Wat een feest! David gaat helemaal los. Hij heeft zijn koninklijke kleed afgelegd en hij danst en springt in zijn onderhemd. Precies zo’n hemd als de priesters dragen. Het is dan ook een heilige gebeurtenis. Zijn vrouw Michal ziet het gebeuren en kan er geen respect voor opbrengen. Zij houdt van kóning David, niet van deze malloot. ‘Ik danste om de Heer te eren!’ zegt David. Mooi gezegd! Wie danst viert het leven, dat per definitie gegeven is, een geschenk om met twee handen aan te pakken. Het verlangen om te dansen met Janssen lijkt me uiting geven aan dat gevoel.

Daarom ‘Dans alsof er niemand kijkt. Zing alsof er niemand luistert. Heb lief alsof je nooit bent gekwetst. Leef alsof de hemel op aarde is.’ 

gepubliceerd op de Weekbrief van 18 juli 2021

Op de dag dat ik ’s middags mocht voorgaan in een huwelijksdienst bereidde ik ’s morgens met familie een afscheidsdienst voor. Verdriet en vreugde, rouw en trouw, zo dicht bij elkaar, en bij allebei de gelegenheden ging het over de liefde; de liefde waarvan afscheid genomen moest worden en de liefde die nog groeien mag.

Ik vind het niet altijd makkelijk als emoties elkaar zo snel afwisselen. Tegelijkertijd beschouw ik het als een voorrecht dat ik zo nauw bij mensen betrokken mag zijn en even met hen mee op mag lopen over het pad dat zij gaan. In verdrietige en vreugdevolle tijden mag ik bij mensen zijn en iets representeren van de gemeente van Christus en van Gods nabijheid. Ik maak wel eens het grapje dat als je de dominee uitnodigt je de Bijbel erbij krijgt. Die gaat open. Omdat we daar woorden vinden die troosten en dragen. Niet voor niets krijgt een bruidspaar ook een Bijbel cadeau. Zoals een timmerman onthand is zonder gereedschapskist, zo ben ik dat zonder Gods Woord. Ik moet het daar tenslotte ook van hebben, in welke situatie ik maar terecht kom. ‘Bij U schuil ik, U bent mijn schild. In uw woord stel ik mijn hoop.’ (Ps 119: 114) 

gepubliceerd op de Weekbrief van 11 juli 2021

in het nieuw

Als de kinderbijslag kwam gingen we ‘statten’. Dan werden de drie kinderen in het nieuw gestoken en aten we tussen de middag bij de Wip-in van de Hema. Zodra we terugkwamen gingen de nieuwe kleren aan om bij oma te laten zien. Nieuwe kleren kopen was een feestje en zeker niet vanzelfsprekend. Dát gevoel heb ik nu ook een beetje. Van Bas kreeg ik een bijzonder cadeau, passend bij het thema van de dienst vandaag ‘Kleurrijk’, maar meer nog bij de missie van De Open Hof om een inclusieve gemeente te zijn. Het is een stola in de kleuren van de regenboog. Ik ben er bijzonder blij mee en zal hem met trots zondag aan jullie laten zien.

Toga en stola zijn belangrijk voor mij. Ze helpen mij om mijn plaats in te nemen als voorganger. Je zou kunnen zeggen dat ik niet alleen deze kledingstukken draag maar dat ze ook mij dragen. U zult me dan ook niet snel zonder toga zien voorgaan.

In de Bijbel mag Mozes zijn broer Aaron, en diens zonen, wijden als priester. Ze zijn nog steeds gewoon deel van de gemeenschap maar zij worden letterlijk bekleed met een bijzondere taak: ‘Daarna trok Mozes Aäron de tuniek aan, bond hem de gordel om en trok hem het bovenkleed aan.’ ‘Heilige kleding’ is het. Dat betekent dat het de drager ervan even apart zet om met waardigheid de taak te vervullen waarvoor hij -of zij- is geroepen. (Leviticus 8:7 en Ex 28: 1vv)

En als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen bekleed Hij hen met zijn Geest. Daar kunnen we mee voor de dag komen. Dat is kleding die mens maakt. 

verschenen op de weekbrief van 4 juli 2021

de Schepper

In mijn poëziealbum -vroeger gewoon poesie-album genoemd- staat het volgende versje van een schoolvriendinnetje: ‘Als Lyonne zit te dromen en de juffrouw kijkt haar aan, dan zegt zij altijd heel verlegen: Ik heb het niet  gedaan. Eens zal Lyonne weer te dromen en speelde met een stukje krijt. De juffrouw die het gezien had zei tegen de kleine meid: Wie heeft de zon geschapen, de sterren en de maan? Lyonne begon van schrik te huilen en riep: Ik heb het niet gedaan.’

Ik herinnerde het mij tijdens een fietstochtje. De bermen staan vol bloemen. Onze tuin is nu op z’n mooist. En afgelopen week maakten we een gedeeltelijke zonsverduistering mee; wat draait dat toch allemaal mooi om elkaar heen. Zal ik ooit begrijpen hoe alles in de natuur met elkaar samenhangt? Hoe alles zijn plaats heeft, en zijn doel, ook de mens? Die verwondering over al die schoonheid delen we met elkaar. Kijk maar eens op de website of in de Omloop naar die prachtige tuinfoto’s van gemeenteleden.

Ik denk vandaag aan Psalm 8. Het gaat over de grootheid van God, die wij nooit zullen begrijpen: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’ En het gaat over de nietigheid van de mens in dat alles. Ondanks dat heeft God ons een sleutelpositie gegeven. Wat is het mensenkind dat u naar hem/haar omziet? U hebt ons bijna goddelijk gemaakt en het werk van uw handen aan ons toevertrouwd. Laat het zo zijn, dat als God ons zou vragen of wij er goed op hebben gepast, dat ons antwoord zal zijn: dat heb ik gedaan.

gepubliceerd op de Weekbrief van 13 juni 2021

Page 1 of 18