overweging op zondag 9 augustus 2020          De Open Hof ~ Oud-Beijerland

preken in coronatijd

 

uit de Bijbel: Prediker 9: 3, 7-12

 

vertrekpunt

Op de poort van de oude ingang van de begraafplaats staat een zandloper met daaronder: Memento Mori. Gedenk te sterven. Weet dat je altijd onderweg bent naar de dood. Daar, bij onze doden, zijn wij ons er het meest van bewust dat het leven eindig is. Soms moeten we te vroeg afscheid nemen van onze geliefden. Dan treuren we ook om plannen die niet verwezenlijkt konden worden; we voelen ons beroofd. Soms zeggen we dankbaar: het is goed zo. Het leven is geleefd, de beker is leeg. We wéten het ook wel: het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit. We wéten het, en toch blijven we soms hongerig naar meer. Het blijft nodig om God te bidden met de woorden van de Psalm: Leer ons met een wijs hart onze dagen te tellen. (Psalm 90: 12)   

 

Wijsheid hoort bij het leven, zegt Prediker. En die eindigt bij de dood. Daar is niets zinnigs over te zeggen. Even verraderlijk als de fuik voor de vissen en het net voor de vogels is de tijd voor de mensen. Je kunt goed leven, of maar raak leven; je kunt dicht bij God leven of juist niet, de dood komt voor iedereen. Een hardloper kan struikelen, een held kan vallen. Wij hebben er geen grip op en ons begrip, ons begrijpen van leven en dood, schiet ook te kort.

 

Prediker is geen profeet. Hij spreekt niet namens God. Hij spreekt niet over de toekomst. Niet over de hemel, of over hierna. Er zit ook geen enkele verwijzing in naar Christus. Daarom hebben sommige mensen niet zoveel met dit boek. Het is pessimistisch of cynisch, vinden ze.

Prediker is een ervaringsdeskundige. Hij weet van de ups en downs van het leven. En dat die soms maar bar weinig te maken hebben met hoe je leeft. Hij wijst ons, moderne mensen, erop hoe weinig maakbaar het leven uiteindelijk is. Die realiteitszin is wat anderen dan juist weer zo aanspreekt. Zij herkennen zich in het gegeven dat je als mens niets voor je zeggen hebt. Leven is levensgevaarlijk. En zij voelen zich goed bij de idee dat het gaat om hier en nu, niet om hierna. De hemel kan wachten.

 

Dus!

Hij is allemaal ijdelheid. Lucht en leegte, zegt de Prediker. Het bestaan is zinloos. En toch spreekt hij ook over zingeving. Wat stelt je leven voor in het licht van de dood.? Die vraag beantwoordt Prediker met een aansporing. Dus! Kom op, eet, drink, bemin. Heb oog voor de vreugde van het leven.

De trigger om goed te leven met het oog op de hemel is er bij Prediker niet. Als er geen hemel is, hoef je ook je best niet te doen om er in te komen. Maar hij bedoelt niet: het maakt allemaal niets uit. Dus…. leef er dan maar op los. Geniet zoveel je kan, nu het nog kan. Dat is oppervlakkig en lichtzinnig. Dat is het soort genieten dat een beetje verdacht is. Omdat het met niets en niemand rekening houdt. Dat is de mentaliteit van YOLO: You Only Live Once. Je leeft maar een keer.

 

Nu zit in onze traditie wel een beetje ingebakken dat genieten een guilty pleasure is. Bij ons calvinisme hoort soberheid en matigheid, hard werken en pas iets krijgen als je het hebt verdiend. Genieten wordt makkelijk verdacht gemaakt.

Ik weet nog goed de pastorie die alleen een voortuin had. Als ik daar zat kwam er altijd wel iemand langs die riep: zo dominee, klaar met werken. En dan legde ik omslachtig uit dat ik écht hard gewerkt had, dat ik het verdiend had enzovoort. Terwijl ik van de Eeuwige zélf heb geleerd dat het goed is om te ontspannen. Dat het een heilige opdracht is waaraan Hij zichzelf ook hield.

 

Het is makkelijk te veroordelen dat mensen willen genieten; van het strand, de stad, een illegaal feest, een vakantie ver weg. En dat in deze tijd…. Ik ga er niets van zeggen. Al is het maar omdat ik zelf zo genoten heb van een heerlijke vakantie.

Als Prediker oproept om te genieten bedoelt hij niet dat je er maar op los moet leven omdat het toch niets uitmaakt.

Hij bedoelt het ook niet als een doekje voor het bloeden dat we elkaar kunnen voorhouden als we te maken krijgen met verlies, met ziekte of zorgen. We zeggen dan: je kunt nog zoveel andere dingen… je bent niet alles kwijt….  Uit ervaring weet ik dat het op geen enkele manier troost als je leeft vanuit de ontkenning dat het leven soms ondragelijk is.

 

Prediker wil zeker niet oppervlakkig zijn maar verankert zijn aansporing om te genieten van de dag in God. God geeft je deze dag. Hij ziet wat je doet met welbehagen aan. Hij schept er een plezier in als wij zoeken naar de vreugde van het leven. Prediker reikt ons daarmee een stukje levenskunst aan. Het vermogen om te dealen met het leven zoals dat op je afkomt; met onverwachte tegenslagen, met verlies, met ziekte, met dood.

In het Algemeen Dagblad interviewt Annemarie Haverkamp elke zaterdag iemand die leeft met de dood dichtbij. Eigenlijk gaan die interviews niet over de dood maar over het leven. Hoe mensen erop terugkijken en hoe ze het verder willen invullen. Het gaat over klein geluk dat groot is. Over de liefde, over dromen, over alles wat er wél is. Dat is geen luchthartig leven maar een leven dat stoelt op dankbaarheid. En sommigen komen dan ook uit bij God.

De afgelopen twee weken namen we afscheid van twee gemeenteleden. Elke zondag waren ze er en dat was allerminst vanzelfsprekend. Zij hadden beide hun lichamelijke beperkingen en uitdagingen. Ze hebben beide veel meegemaakt. 

Dat was niet het enige dat zij gemeen hadden. Allebei omarmden zij hun leven met alles daarop en eraan. Zij genoten van elke gegeven dag omdat zij die ervaarden als geschenk van hun Schepper. Laat die herinnering aan hen ons tot zegen zijn. 

 

vrolijke kleren en een feestelijke geur

Dus eet je brood met vreugde en drink met een vrolijk hart je wijn. Ze vallen je toe uit de hand van God. Lees Psalm 104. Daar staat dat de mens brood zal winnen uit de aarde en wijn die het hart verheugt, geurige olie die het gezicht doet stralen, omdat God het water van de bronnen door de beken leidt en de aarde vruchtbaar maakt. In de oude vertaling zal het velen van u bekend in de oren klinken: Zij alle wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd; (Ps 104: 27 en Ps 145: 15)

Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun te zijner tijd hun spijze;

 

Draag altijd vrolijke kleren. In het Hebreeuws staat daar ‘witte kleren’. Schone kleren. Dat is voor ons een makkie. Zet de wasmachine maar aan. Maar in de tijd van Prediker lag dat ingewikkelder. Kleren werden alleen gewassen voor speciale gelegenheden, voor een feest. Schone kleren hebben te maken met rein zijn, van buiten en van binnen, klaar voor een ontmoeting met God.

Klaar voor een fris nieuw begin. Denk aan het moment dat God de Tien Woorden wil geven aan zijn volk, een verbond met hen wil sluiten. Iedereen moet zijn kleren wassen om te laten zien dat er iets bijzonders staat te gebeuren, iets nieuws. Ik denk aan de nieuwe kleren die ik als kind kreeg voor Pasen; aan de doopjurk, aan mijn toga die me vertelt dat dit uur in de week anders is. Aan beddengoed in de wind.

Denk aan de moeite die je doet voor je kleding als je iemand voor het eerst ontmoet, of voor een huwelijksfeest. Je kleren verwijzen naar de vreugde van het moment. Naar iets van God. Of iets mét God.

Kies een feestelijke geur. Niet uit een hedendaags spuitflesje maar in de vorm van olie, zalf. De geurige olie waarmee mensen werden gezalfd voor hun leven in dienst van God. De olie van Psalm 23 op je hoofd. Weet je zo gezalfd door God, door wat Hij je geeft.

 

de vreugde van het leven

Geniet van het leven want het is een geschenk. Genieten is niet iets dat je hebt verdiend. Je hoeft er niet eerst hard voor te werken. Je krijgt het gewoon. Het betekent ook niet dat je leven rimpelloos verloopt. Het betekent wel dat je leeft in verbinding met God. En dat je erop vertrouwt dat Hij je geeft wat je nodig hebt, elke dag opnieuw. Hij gunt het ons om zorgeloos te leven als vogels, als bloemen. Die doen precies waarvoor ze geschapen zijn: vogel zijn, een nest maken en een ei leggen; bloem zijn, kleurrijk de aandacht opeisen en zaadjes laten vallen in de tuin. En wij mogen mens zijn. Door het geschenk van het leven aan te nemen en ervan te genieten. En door het te delen met anderen, met je geliefden.

Eten, drinken, vrolijk zijn, liefhebben en doen wat je hand vindt om te doen. Dat is geen oppervlakkig bestaan maar een bestaan dat zijn oorsprong en zin vindt in God.

Genieten is een heiliging van ons dagelijks leven, wij leven tot Gods eer.  

This entry was posted in Preken
Jan 02, 2020

Wat is tijd?

overweging op oudjaarsavond 2019   PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Prediker 3 en Jacobus 4: 13-17

 

wat is tijd?

Een nieuw jaar ligt voor ons.

Hoe lang duurt een uur bij je nieuwe liefde en hoe lang duurt een uur bij een donkere bushalte in de regen?

Tijdens onze vakantie in Afrika hebben we geleerd om te relativeren. This is Africa, leerden we al snel. Als er iets lang duurde vanwege, in onze ogen, een inefficiënte organisatie of gewoon traagheid. Wij hebben een horloge, zij hebben de tijd.

Wat is tijd? Misschien vloog 2019 voorbij. Omdat nieuwe dingen je aandacht opeisten; omdat de liefde je leven binnenkwam; omdat het een aaneenschakeling was van mooie momenten. Misschien werd je wel geleefd en kijk je verbaasd achter om naar het jaar dat aan je voorbij is gegaan.

Misschien stond je wereld juist stil en verbaasde je je erover dat de wereld door raasde. Of je voelde je alleen, eenzaam zelfs, en de maanden kropen voorbij.

Wat gebeurde er in januari dit jaar? Weten we het nog? En in april dan? Met al zijn hoogte- en dieptepunten komt dit jaar nooit meer terug. Het is geweest. Het is er niet meer. We kunnen het niet meer veranderen. Hoe wanhopig we het ook proberen vast te houden. 2019 bestaat voor ieder van ons in onze eigen herinnering. Als een goed jaar. Of als een slecht jaar.

 

verleden tijd

Prediker zegt: maak je niet druk over de tijd. Alleen God overziet alles van begin tot einde. Hij houdt onze tijden in zijn hand. (Psalm 31) Ons verleden is bij hem veilig. Dat hoeven we niet mee te sjouwen als last of ballast. Wat verdrietig was, of zwaar, wat op ons drukt als schuldgevoel, we mogen het uiteindelijk loslaten. Ons persoonlijke verdriet, onze mislukkingen, alle aanslagen die werden gepleegd afgelopen jaar, de gevolgen van natuurgeweld… we kunnen het niet meer veranderen. Niet door te piekeren, niet door angstig te zijn of boos.

De verleden tijd is niet van ons. Niet in de zin dat we die kunnen veranderen. We kunnen ons er alleen door láten veranderen. Leren. Afleren.

 

toekomende tijd

En ook onze toekomende tijd is in zijn hand. Die bestaat voor ons alleen in onze dromen en verwachtingen. Jacobus maakt zich kwaad over mensen die menen dat zij de toekomst wél in handen hebben. Bij hem komt de uitdrukking vandaan dat mijn oma altijd bezigde: zo de Here wil en wij leven…. dat zei ze als er plannen werden gemaakt. Deo Volente.

Het zijn woorden die voor sommigen een teken zijn geworden van hun vroomheid. Woorden waarop je kunt worden aangesproken als je ze vergeet op je uitnodiging. Het zijn ook woorden die makkelijk tot het misverstand leiden dat alles gaat zoals God het wil. Alsof de Allerhoogste aan de touwtjes trekt. Maar zo heeft Jacobus zijn woorden niet bedoeld.

Hij reageert op de arrogantie van mensen die menen dat de toekomst van hen is. We maken er ons allemaal wel eens schuldig aan. We nemen al te vaak een voorschot op wat er nog komt. Maar de toekomende tijd is niet van ons. De dagen worden ons gegeven. We kunnen ze niet nemen. De toekomst wordt in ons hand gelegd, die kunnen we niet pakken. Het mag wel wat minder hoogmoedig van Jacobus. Wat minder onoverwinnelijk. Want uiteindelijk overkomt het leven je en komt er van je plannen soms niets terecht. Je mag stevig je koers in je hoofd hebben, maar er kunnen tijden komen dat je die moet bijstellen omdat je andere dingen zijn toegevallen dan je had gerekend.  

Zo de Here wil en wij in leven zijn heeft te maken met een levensbesef dat weet van de betrekkelijkheid van ons leven. Gezien in het groter geheel is het bijna niets; damp die even blijft hangen maar dan verdwijnt. Lucht en leegte, noemt de Prediker het. Het gaat voorbij als een droom, zingt Psalm 90. Deo Volente is een levenshouding die weet heeft van God; Die onze tijden in zijn hand heeft. Onze toekomst is bij hem veilig.

 

tegenwoordige tijd

Het verleden is niet van ons. De toekomst is niet aan ons.

Wat blijft is de tegenwoordige tijd. Het heden. Nu vandaag. Die tijd is van ons. Daarop kunnen wij invloed hebben. Met de keuzes die we maken, de beslissingen die we nemen, met onze tegenwoordigheid van geest en lichaam; in het nu kunnen wij de verandering zijn in wat we zeggen of juist niet, in hoe we met elkaar omgaan. We leven nu. En de tijd is wat wij ermee doen. De tijd is wie wij zijn. Soms zijn we mensen die dansen en soms zijn we mensen die rouwen. Wij zijn de mensen die baren, planten, helen, lachen en omhelzen. Soms zijn we ook de mensen die doden, afbreken, verkillen, haten. Zo zijn mensen. Zo zijn de tijden. Als mensen goed voor elkaar zijn is het een goede tijd.

Als we zo bewust omgaan met de tijd, kunnen we ons niet meer verschuilen achter het excuus: ik had geen tijd. We hebben alle tijd. Wij zíjn de tijd. Maar soms maken we de keuze om die op een andere manier te besteden. We zijn geen slaven van onze agenda, ook niet van de klok. Als we ons al onvrij voelen is dat vanwege het strakke schema dat we onszelf opleggen en alle hooggestemde verwachtingen waaraan we willen voldoen. We hebben de tijd gekregen om er voor elkaar te zijn. Om van betekenis te zijn voor de wereld waarin we leven. Nooit zullen we die tijd helemaal doorgronden. Maar dat hoeft ook niet. Want alles wat we vanavond hebben gezongen is waar. God is trouw van generatie op generatie.

Die levensles is vanuit het verleden verder gedragen tot hier en nu. Hij zal barmhartig zijn en ons beschermen. Hij is van al het zijnde oorsprong én doel én zin. (NL 513:4)

 

Voor deze overweging heb ik gebruik gemaakt van ‘Wat is immers tijd?’ van Rienk Lanooy in ‘Filosofen op de kansel’, Skandalon 2016.

This entry was posted in Preken