Jan 13, 2020

Door God geroepen

 

overweging op 12 januari 2020 PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

In deze dienst zijn de vierjarige kinderen en hun ouders uitgenodigd.

Zij worden welkom geheten in het midden van de vierende gemeente. 

 

We lezen zo dadelijk woorden van de profeet Jesaja. Ze horen bij de periode dat Gods volk in ballingschap is weggevoerd naar Babylonië. Het is niet zo dat ze het daar slecht hebben. Mensen krijgen kinderen en leiden hun leven in betrekkelijke vrijheid. Sommigen trouwen zelfs met mannen en vrouwen uit Babylonië. Het leven gaat verder. Maar in dat buitenland, met een andere godsdienst en een andere cultuur, komen wel vragen op: wie is onze God? Waar is God nu? Zal hij ons nog thuisbrengen of is dit nu thuis?

Dan herinnert Jesaja het volk aan zijn roeping en bestemming. Hij houdt hen voor dat God hen niet vergeten is; laten zij dan God ook niet vergeten en blijven vertrouwen op hem.

Als teken dat God zijn volk niet vergeten is, stelt hij hen zijn dienaar voor, een uitverkorene die het geknakte riet niet zal breken. Wie die dienaar is? Je zou kunnen zeggen dat het de Perzische koning Cyrus is, die het de Israëlieten zal toestaan terug te keren naar Jeruzalem. Hij zal een instrument van bevrijding zijn in Gods hand.

Evengoed zouden het de Israëlieten kunnen zijn die op God bleven vertrouwen en dus ook hun roeping trouw bleven om een licht voor de volken te zijn. En als laatste hebben mensen die Jezus volgden ook hém herkend in die dienaar die God beloofde. Daarom citeert Matteus de woorden van Jesaja als hij vertelt over Jezus’ doop. ‘Dit is mijn geliefde zoon.’

 

uit de Bijbel: Jesaja 42: 1-7 en Matteus 3: 13-17

 

welke Jezus?

Dat Jezus naar de Jordaan komt om gedoopt te worden moet voor Johannes een grote anticlimax zijn geweest. Probeer voor je te zien hoe Johannes daar stond aan de Jordaan. Een vurig prediker: Bekeer je, riep hij, want het koninkrijk van de hemel is dichtbij. Bekeer je, anders zal God een oordeel over je uitspreken. Ik doop jullie met water, maar ná mij komt iemand die veel machtiger is dan ik. Hij zal dopen met vuur en het kaf van het koren scheiden. Johannes verwacht een machtig leider, een sterk optreden namens God. Een ommekeer in de wereldgeschiedenis.

In plaats daarvan staat daar Jezus. En hij wil gedoopt worden. Maar zó zit het niet in Johannes’ hoofd. Hij verlangt naar een vuist tegen het onrecht, naar een goddelijke scheiding van wie goed is en wie fout zit.

 

Wie is Jezus voor jou? Dat is zeker vandaag een belangrijke vraag. Want als we weten wie Jezus voor ons is, dan weten we ook wat we onze kinderen, de kinderen in de gemeente, willen meegeven over hem.

Wie is Jezus voor jou?

Het was zeker een vraag voor de mensen die Matteus op het oog heeft: was Jezus nu een mens, met zonden en al, of toch meer Gods Zoon en was hij zonder zonden?

In de loop der eeuwen is hij hoog weggezet als Zoon van God, Verlosser. Overwinnaar van de dood. Meer God dan mens. Zonder zonden. Eerder een dogmatisch figuur dan een mens van vlees en bloed.

Als we Jezus zó hoog wegzetten komt hij heel ver van ons af te staan.

Dan zijn we niet meer dan lijdend voorwerp in zijn reddende werk.

Als hij niet op ons lijkt, hoeven wij ook niet op hem te lijken.

Als hij perfect is, kunnen wij ons verschuilen achter de idee dat het onbegonnen werk is om hem na te volgen. Dat gaat toch niet lukken. Wie is Jezus voor jou?

 

Johannes moet zijn beeld en zijn verwachtingen bijstellen. Hij wil Jezus tegenhouden om gedoopt te worden. Hij wil niet weten van een vredekoning die afdaalt in het water. Hij wil er niet van weten dat Jezus zich door hém laat dopen terwijl het andersom zou moeten.

Jezus schept verwarring. Dat doet hij nu en dat zal hij blijven doen. Hij zal aan tafel roepen wie buiten de boot zijn gevallen; hij zal die mensen aanraken die onrein worden genoemd; hij zal vergeven wie al opgegeven waren als mens.

Hij schept verwarring in die zin dat hij zich niet laat voorstaan op de God die hem gezonden heeft en die – zo preekte Johannes – het recht heeft om mensen te oordelen voordat het koninkrijk van de hemel waar wordt. Jezus identificeert zich juist met de mensen verlangen naar de heelheid van dat koninkrijk; hij schaart zich aan de kant van de mensen die berouw tonen en tot inkeer komen.

 

Hoe zal Jezus het nieuwe leven vorm geven? Hoe zal hij het koninkrijk van de hemel dichterbij brengen? Niet met grote gebaren, niet door vuur of met een bijl.

Maar door zich te identificeren met de mensen die het nodig hebben gered te worden. Door hun berouw te delen, hun leven te delen en uiteindelijk ook hun dood te sterven.

 

Wat is Gods gerechtigheid?

Jezus zegt tegen Johannes: Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen. Wat zou dat zijn, Gods gerechtigheid? De Bijbel in Gewone Taal vertaalt het heel dichtbij: wij moeten alles doen wat God van ons vraagt. Van Johannes wordt gevraagd dat hij Jezus doopt. Van Jezus wordt gevraagd dat hij afdaalt in het water om net als de anderen gereinigd te worden, opnieuw mag beginnen. Gods gerechtigheid is gehoorzaamheid. Ook Jezus heeft moeten leren om Gods wil te doen. Ook hij heeft het daarmee moeilijk gehad. Direct op het verhaal van de doop volgt het verhaal dat Jezus op de proef wordt gesteld in de woestijn.

En als hij weet dat de uiterste consequentie van zijn roeping de dood is, bidt hij: laat deze beker aan mij voorbij gaan. Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil maar zoals u het wilt. Gods gerechtigheid vervullen is je roeping volgen, trouw zijn aan waar je in gelooft, ook als dat moeilijk is of tegen je werkt.

Het is jouw roeping om moeder te zijn, vader. Om medemens te zijn. Om in de kerkenraad te zitten of ergens vrijwilligerswerk te doen. Het is op je pad gekomen en daarin zit voor jou de mogelijkheid om gehoorzaam te zijn aan wat God van je vraagt. Ook als je dat moeilijk vindt. Ook als het niet in je straatje past.

Precies op de plek waar jij bent gesteld, daar waar je woont of werkt, daar waar je blijft of naar toegaat, precies daar heeft God je nodig. Precies daar kun je Jezus volgen in hoe hij leefde.  

Jezus’ weg van de gehoorzaamheid bracht hem door het water in de woestijn. Het bracht hem mensen op zijn weg. Het bracht hem leven en de dood. En zoals hij uit het water omhoog kwam, kwam hij ook uit de dood. En wij ook. Want wij lijken op hem.

 

gezegend

Jezus krijgt vanuit de hemel de bevestiging dat het zo moet en niet anders. Hij ziet Gods Geest als bemoediging neerdalen. En uit de hemel klinkt: dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.

Daar kunnen wij soms naar verlangen. Naar de bevestiging uit de hemel dat het goed is; naar de bemoedigende kracht van God die als een duif op onze schouder komt zitten. Want leven – en zéker samen leven – is niet altijd makkelijk. Leven doet pijn. Je loopt soms blauwe plekken op. En met al je goede bedoelingen stoot je regelmatig je neus.

Weet dan dat je geroepen bent door God zelf. In die hemelse bevestiging aan Jezus komt ook de rest van de woorden van Jesaja mee. De dienaar die hij heeft uitverkoren, wie dat dan ook mag zijn, is vol van Gods Geest. ‘Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden’ zegt God. Je staat er niet alleen voor. En als ik jou in dienst neem, zul je in staat zijn je licht te laten schijnen. Dan zal jouw leven blinden de ogen openen, gevangenen bevrijden en mensen raken in hun duisternis. Met God en door God zal ons leven helend zijn en anderen in de ruimte zetten.

This entry was posted in Preken

overweging op 9 december 2018, derde zondag van Advent 

PG de Regenboog in Harderwijk

 (foto: doopvont in de Laurenskerk in Rotterdam)

 

inleiding op de lezingen

Let op, ik zal mijn bode zenden. Zo begint de lezing uit Maleachi. Die bode is een voorbode; degene die aankondigt dat God zal komen om recht te spreken, de mensen te zuiveren. De mensen in Jeruzalem krijgen deze boodschap omdat zij het kwaad tot erger maken door zich niet te houden aan Gods geboden.

 Ook in de Lucas-lezing gaat het over een boodschapper van God: Johannes.

Lucas introduceert hem met oude woorden uit het boek Jesaja.

Alsof hij wil zeggen: dit is allemaal oud nieuws.

Bij mensen is het steeds hetzelfde liedje: ze dwalen af van goede wegen

en moeten worden teruggeroepen.

Maar ook God is consequent en altijd dezelfde in zijn wens om mensen

vast te houden en hen voor altijd te redden.

 

De teksten van beide lezingen komen ook voor in de Messiah, het kerstoratorium van Händel. Het swingende ‘Ev’ry valley’ en het kwetsbare ‘But who may abide’. Omdat het ook bij kerst hoort dat wij ons bezinnen op wie we zijn en wat we doen. Om zo Jezus steeds opnieuw in ons leven welkom te heten.

 

uit de Bijbel: Maleachi 3: 1-4 en Lucas 3: 1-6

 

gezongen in deze viering: Neem mij aan zoals ik ben, Nieuw Liedboek 833

 

onheilsprofeet

Maleachi is de laatste profeet in het Oude Testament. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog nooit uit dit boekje heb gepreekt. Misschien omdat ik het op het leesrooster nooit tegenkwam of misschien wel omdat het geen makkelijke kost is. Maleachi is een beetje een onheilsprofeet. Hij zegt de mensen in Jeruzalem hardgrondig de waarheid. Wat is er aan de hand? Ze zijn elkaar ontrouw. Hoe kan dat, als je gelooft in de trouw van God? Ze brengen hem halfslachtige offers, kreupele dieren en zo. Ze tonen God hun dankbaarheid op een onoprechte manier. En ze zeuren. Ze roepen naar boven waarom God niets doet aan alle ellende op de wereld.

En Maleachi roept daar boven uit: er komt een dag dat God terugkomt. Er komt een dag dat de offers die aan God worden gebracht weer oprecht zijn. En Hij zal er dan blij mee zijn. Zul jij dan overeind blijven?

 

Een donderpreek dus. Van Maleachi. Voor de mensen toen. Maar roept hij niet ook de mensen van nu op kritisch naar zichzelf te kijken. Hoe trouw zijn wij? Aan elkaar. Aan wat we geloven, aan onze waarden. En waaruit blijkt onze dank aan God?

Zijn wij ook zo berekenend in wat wij hem offeren?

Gaan we er helemaal voor of maar een klein beetje? Mag ons geloof ook wat kosten? En maken wij ons er ook niet schuldig aan dat we God ter verantwoording roepen waarom hij niets doet aan de ellende op deze wereld? Zouden wij niet ook willen weten waarom hij toestaat dat oorlog en geweld voortduren? Waarom grijpt Hij niet in?

 

Maleachi is geen makkelijke; hij laat je niet met rust maar vraagt door; prikt menselijke waarheden en zekerheden door; doorziet geloof zonder daden en daden zonder geloof. Maleachi is, net als de andere profeten, geen waarzegger. Hij rolt geen blauwdruk uit voor de toekomst. Hij is wel een waarheidszegger. Hij zegt mensen de waarheid. En de waarheid is dat mensen in staat zijn om de wereld kapot te maken. Dat zij zichzelf zullen vernietigen als zij zich laten leiden door eigenbelang, door hang naar macht, door ‘hebben hebben’. Maar, zeggen de profeten, als mensen zich laten leiden door de woorden van God, dan zal het hen goed gaan. De mensen zijn onbetrouwbaar. God is dat nooit. En zal dat nooit zijn.    

 

waar ben jij?

Is het nou echt nodig om dat op de tweede zondag van Advent te lezen? We willen toch kaarsjes aansteken en toeleven van donker naar licht; we willen vast kerstliederen oefenen en ons verheugen op het feest. We zijn toch met z’n allen in verwachting van een prachtig Kind! Dat klopt. Maar, zegt de kerk der eeuwen, wij zijn ook in verwachting van zijn terugkeer op aarde. Wij verwachten Gods toekomst; wij verwachten zijn vrede, zijn heelheid en gerechtigheid. En die verwachting is een heel actieve verwachting. Die verwachting blijft weg bij de vraag waarom God niet ingrijpt in de narigheid van de wereld van vandaag. Die verwachting blijft weg bij de vraag waarom God niets doet maar keert de vraag juist om: wat doe jij dan? Ben jij een beetje toekomstbestendig bezig? Dat is de vraag die Maleachi ons stelt. Dat is ook de vraag die Johannes de Doper stelt als hij de mensen oproept zich te laten dopen en hun leven te vernieuwen. Past wat jij doet, hoe jij leeft, bij de wereld die God voor ogen staat? Geloof jij in een nieuw begin, in een verbeterde versie van jou?  

 

 

 

But who may abide? (Aria uit de Messiah van Händel)

Stel dat God vandaag verschijnt, hoe zal hij ons dan aantreffen?

Stel dat God een smid is en ons leven tegen zijn licht houdt en uitzuivert wie wij zijn?  

Of stel dat hij wolwasser is en ons zo scherp als loog op de huid zit met de vraag hoe we hebben geleefd? Wat blijft er dan van ons over?

Kijk, dat wij fouten maken is niet het ergste. Maar dat we accepteren dat we mislukkelingen zijn. Dat is erg. Dat we schuldig zijn of een schuldgevoel hebben, dat is niet het ergste. Dat we geen poging doen vergeving te zoeken, te veranderen, dat is erg. Dat wij leven in een akelige wereld is niet het ergste. Het ergste is dat wij er onverschillig over worden. Of erin berusten en geen pogingen meer doen om er wat van te maken. Dat we verdrietig zijn is niet het ergste maar dat we geen troost meer kunnen vinden, dát is erg. Dat we niet meer geloven in een nieuw begin, dat kan ons worden aangerekend. Niet meer geloven in een nieuw begin, leven zonder hoop, haalt de essentie van ons christen-zijn onderuit. Zo loop je je bestemming mis. Je wordt niet de mens die je kunt zijn. Wat jij te bieden hebt, komt zo niet uit de verf.

 

De nieuwe tekst van ‘Take me as I am’ is prachtig maar in de oude tekst klonk zo mooi het beeld van de zilversmid van Maleachi door: zuiver uit wie ik zal zijn. Het zit er gewoon in. Dat vind ik troostend. Wij hoeven ons zelf niet opnieuw uit te vinden. Niet ver te zoeken of hoog te reiken. Het zit er in. Zilver ben ik, goud. Kostbaar in Gods ogen. Goed om dat elke dag op te diepen. Neem ook de Engelse tekst er weer eens bij: Summon out who I shall be. Zeg het mij aan, roep het uit, roep mij tevoorschijn. God weet allang wat hij aan ons kan hebben. Laten we de tijd nemen om dat ook af en toe zelf weer op een rijtje te krijgen. De tijd om om te keren. En laten we niet vergeten ook zo naar elkaar te kijken: als iemand in wie het beste, het mooiste verborgen zit. Wij kunnen dat in elkaar naar boven roepen. Als wij ook die ander steeds weer een nieuw begin gunnen.

Een wijze leraar zei eens tegen zijn leerlingen: Je moet je één dag voor je dood omkeren. En zijn leerlingen zeiden tegen hem: Hoe kan dat nu?

Hoe weten we nu wanneer we ons moeten omkeren? En de wijze leraar zei: Precies, daarom moet je het vandaag doen.

This entry was posted in Preken