overweging op 8 december 2019 In PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

tweede zondag van Advent   

(afbeelding: Naomi en Obed, Michelangelo, Sixtijnse kapel Rome) 

 

uit de Bijbel: Ruth 4: 9-17 en Micha 5: 1-4a

 

verantwoordelijkheid

Op het schoolplein speelden we vroeger tikkertje met verlos. Als je was getikt, stond je buiten spel. Je deed niet meer mee. Totdat iemand je vrij tikte, verloste.

Naomi staat buiten spel. Als weduwe heeft ze geen inkomsten, geen toekomstperspectief. In het geloof van het Israël van toen was ook haar spel uitgespeeld wat betreft de toekomst van God en mensen. Na haar zou het afgelopen zijn. Zij was afgesneden van Gods beloften tenzij ze een zoon zou krijgen,

nieuw toekomstperspectief.

Zij is te oud om nog een kind te krijgen maar in Ruth ziet zij een kans voor hun beiden…. Volgens de Tora moet een familielid zijn verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst door als losser op te treden. Door de losser zal de naam van een man voortleven; zijn familie zal deel blijven uitmaken van de geschiedenis van God en mensen. Boaz laat zich aanspreken op die verantwoordelijkheid.

Hij zegt toe om het land van Naomi’s man en van haar zonen te kopen. En Ruth, geen familie van hem, een buitenlandse nota bene, neemt hij op de koop toe.

Boaz laat zijn agenda bepalen door het Woord, door wat goed is.

 

Daarmee geeft Boaz een sprekend voorbeeld. Hij staat in voor iemand die geen mogelijkheden meer heeft. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid zodat een ander weer perspectief heeft. En de vraag is dan: In hoeverre laat ik mijn persoonlijke agenda bepalen door wat juist is om te doen? In hoeverre ben ik degene die een ander verlost en weer mee laat spelen.

We worstelen er allemaal wel eens mee dat onze eigen zaken en zorgen voorrang krijgen boven dat wat goed zou zijn. We beseffen allemaal wel eens achteraf dat we zo hard renden om zelf in het spel te blijven dat we vergaten iemand te verlossen met onze aandacht, onze tijd. Het is niet te laat om ons te spiegelen aan Boaz en onze verantwoordelijkheid voor de ander te nemen.

Het kan natuurlijk ook zijn dat je nu denkt, diegene die vrij getikt moet worden, dat ben ik. Ik ben degene die iemand nodig heeft om weer mee te kunnen doen. Wees dan even vindingrijk als Naomi en Ruth en zoek iemand die jou kan helpen. Wees open over je hulpvraag en vraag iemand om jou te lossen.

 

Boaz geeft een mooi voorbeeld.

Maar het is meer dan dat. Boaz wordt gezien als een beeld van Jezus. In Boaz zijn kenmerken te ontwaren van degene die de eeuwen door verwacht wordt. Boaz trok zich het lot aan van Naomi en Ruth, waar anderen dat niet deden. (zie: Ruth 4:4-6) En Boaz zet Ruth in de vrijheid; ze doet weer mee. Ze is geen vreemdeling meer maar een aangetrouwd kind van Israël. Precies zo zal Jezus mensen bevrijden van hun last, van hun verleden, en ze recht geven op leven, op Gods koninkrijk. ‘Verlosser’ wordt Jezus ook genoemd. Omdat hij instaat voor het leven van mensen, met zijn eigen leven. In hem komt vergeving mee; nieuwe moed, nieuwe mogelijkheden. In hem komt ruimte mee om het spel van Gods liefde mee te spelen.

 

zegen

De oudsten in de stadspoort zijn getuige van de belofte van Boaz. Zij prijzen zijn verantwoordelijkheidsbesef. Ze spreken een zegen uit. Laat Ruth zijn als Rachel en Lea. Twaalf zonen schonken zij Jacob; zij zijn de moeders van heel het volk Israël. Zo mag Ruth ook moeder van Israël zijn. Laat het huis van Boaz groot zijn in Efrata en Bethlehem door de kinderen die aan Ruth en Boaz gegeven zullen worden. Zo zullen zij met hun nakomelingen deel hebben aan de geschiedenis van God en mensen. Zij hebben nieuw perspectief.

 

Dat die toekomst uitgaat boven klein familiegeluk horen we in de plaatsnamen die worden genoemd: Efrata en Bethlehem. Daar zal later koning David geboren worden. Boaz is een van zijn voorvaders. We lazen bij de profeet Micha: ‘Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.’ In Bethlehem, zegt Micha, wordt de toekomst voor Israël geboren, een herder, een vredekoning. En, geloven wij, in Bethlehem wordt de toekomst van de wereld geboren. Licht voor de mensen die gaan in het donker, Gods aanwezigheid onder de mensen. Dat is nog eens zegen.   

 

dankzegging

‘Daarna nam Boaz Ruth bij zich, zij werd zijn vrouw en hij sliep met haar. De Heer liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon.’ Zoals Israël zijn geloofsverhaal vertelt, is niets in dit leven vanzelfsprekend. Zwangerschappen zijn in de Bijbel dan ook vaak een moeizame zaak. Er wordt niet vanzelfsprekend geboren. Denk aan Sara, Rebecca, aan Rachel, aan de moeder van Simson, de moeder van de profeet Samuel. De lijn naar de toekomst wordt, zo vertelt de Bijbel, telkens doorgetrokken door een wonder van God. Elke nieuwe generatie is een nieuwe beslissing van de Schepper. Elk kind dat geboren wordt, elke stap naar morgen, is genade. Zo beleeft Israël dat.

 

Wat hebben wij om voor te danken? Waar zouden wij vanmorgen bij willen stilstaan, wat zouden wij uit de sfeer van de vanzelfsprekendheid willen halen en benoemen als geschenk? Onze kinderen? Onze gezondheid? Vriendschap? Liefde? Deze morgen?

Natuurlijk zijn wij op onze eigen manier verantwoordelijk voor al deze dingen. Zo ging Naomi listig te werk om haar toekomst en die van Ruth zeker te stellen. En Boaz en Ruth weten heel goed waar de kinderen vandaan komen. Toch zoeken wij in dat alles ook naar de hand van God; naar hoe Hij de hand in ons geluk heeft. En we benoemen dat in onze dankbaarheid. We geven God een plaats in ons geluk omdat we weten dat dat nooit alleen van onszelf afhangt.  

 

Dankbaar drommen de buurvrouwen om Naomi heen als haar kleinzoon als haar kleinzoon Obed is geboren. Geprezen zij de Heer. Moge de naam van dit kind in Israël blijven voortbestaan. Hij zal Naomi, die berooid en leeg terugkeerde uit Moab, vullen met levensvreugde.

Obed betekent ‘dienaar’. Deze dienaar is de vader van Isail, die de vader is van David, die weer de voorvader is van Jezus. En hij zei over zichzelf: Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor velen. (Mt 20:28)  

 

In de verbitterde Naomi heeft Israël zich herkend. Israël dat weggevoerd werd in ballingschap en zich afgesneden voelde van de toekomst. Maar door tussenkomst van God en door gehoorzaamheid aan de Tora vindt Israël de levensvreugde terug en toekomst in het land dat God hen heeft gegeven. We mogen in ieder geval weten dat ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ niet alleen maar gaat over Boaz en Ruth, en Naomi. Maar over al Gods mensen die zich verloren voelen en niet meer geloven in morgen. Daarmee wordt dit een prachtig adventsverhaal, een verhaal dat ons van donker naar licht brengt. We mogen God danken voor het vertrouwen dat hij ons altijd leidt naar de dag van morgen. Door onze kinderen, door onze idealen, door ons geloof. We mogen God danken voor het teken van die nieuwe morgen, de geboorte van Jezus, God met ons, voor altijd. Onze naam zal bij hem voor altijd voortbestaan.

This entry was posted in Preken