maandag, 25 februari 2019 10:43

Een geweld(dad)ig slot van Ester

overweging op zondag 24 februari 2019 in PG De Open Hof – Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Ester 8:3-8; 9:1-13 en 20-23

 

geweld in de Bijbel

De PKN heeft een boekje uitgebracht met tien moeilijke vragen. En een van die vragen gaat over geweld. ‘Hoort geweld bij geloof?’ (Met hart en ziel, 10 moeilijke vragen en hun antwoorden, 2011) Geweld is een probleem.

Voor veel mensen is het geweld in de Bijbel aanleiding om er niets (meer) mee te maken te willen hebben. En het is waar, met de Bijbel in de hand is veel geweld gebruikt of goed gepraat. De geschiedenis van de kerk der eeuwen heeft zo haar zwarte bladzijden, kruistochten, godsdienstoorlogen. Het wordt er ook niet beter op als we constateren dat in de wereld van vandaag veel geweld plaats vindt in naam van een god.

Wat moeten we met al die doden in het verhaal van Ester? Ter verdediging zouden we kunnen zeggen: die anderen zijn begonnen. De Joden passen hun recht tot zelfverdediging toe. Maar kunnen we daarmee geweld goed praten?

Het is vooral in het Oude Testament dat veel gewelddadige verhalen te vinden zijn: de Egyptenaren die in zee verdrinken, de inwoners van Jericho die omkomen als hun stad instort, de Filistijnen die in de pan worden gehakt door de rechters. Waarom toch? Omdat het kwade radicaal wordt afgewezen. God strijdt voor zijn volk Israël, met een machtige arm. Hij verjaagt de vijanden, maar hij beschermt de rechtvaardigen. (Psalm 68) We zien een rode draad lopen door de geschiedenis van God en zijn volk: hij zoekt rust voor hen, een vredige samenleving in een beloofd land, een leven zonder angst voor de vijand.  Het gaat in elk verhaal opnieuw om de afwijzing van het kwaad. En in elk verhaal zien we ook de omkering: het goede wint, het kwade wordt gestraft. Alles komt goed voor wie leeft met God.

 

Het is vandaag een heel zwart-wit verhaal, dat geen ruimte laat voor nuance. Maar: denk even aan de wolf, bij Roodkapje. Hoe liep het met hem af? En de heks bij Hans en Grietje? Of de stiefmoeder van Sneeuwwitje? De zwakke overwint, de sterke verdwijnt. Mordechai wordt onderkoning, Haman hangt.

Je hoort in dit verhaal het verlangen dat het ooit zo mag zijn. Je leest er de droom in dat het kwaad eens radicaal overwonnen zal zijn. Dat er gerechtigheid zal geschieden. Dat er vrede zal zijn voor Israël én de volken. (Jesaja 25)

 

goedpraten

Kunnen we het geweld dan zo goed praten? Kunnen we zeggen: zo wordt nu eenmaal de geschiedenis met God verteld? Kunnen we het probleem toedekken door terug te verwijzen Amalek, bijbels gezicht van het kwaad, van wie Haman een nakomeling is? Een nazaat, een zaadje van het kwaad dat groeien kon omdat het nog niet was uitgeroeid? Koning Saul had er de kans toe maar deed het niet. Hij liet de Amalekitische koning Agag  - Haman, zoon van Hammedata, nakomeling van Agag -  in leven. Lossen we het probleem op door te zeggen: het boek Ester is een vertelling die dat verzuim van koning Saul oplost?

Het lost waarschijnlijk ook niets op als we nog maar eens tegen elkaar zeggen: dit is  niet echt gebeurd. Het is een novelle die tot stand is gekomen om het Poerimfeest, dat al vroeg in de Joodse geschiedenis wordt gevierd, te verklaren. De vraag hoe het zit met geweld in de Bijbel, met geweld en God, kunnen we vermoedelijk nooit sluitend beantwoorden. 

 

moeite met geweld

Dat we moeite hebben met geweld past ons. Het zou beslist niet anders moeten. Wij noemen ons christenen. Wij volgen hem die het licht voor de wereld is. Die ons ook ‘licht’ noemde en ons de opdracht gaf elkaar te dienen, elkaar lief te hebben. (zie bijv: Mat 5:14; Joh 15:10) We weten beter. We weten van een God die liefde is. En die God roept ons, spreekt ons aan op ons mens-zijn.

Ik vond een citaat van Harry Mulisch uit De Aanslag, zijn boek over de Tweede Wereldoorlog (citaat gevonden in: Esther, Verklaring van een Bijbelgedeelte, Henk Abma)

Dit citaat begint met de stelling dat liefde licht is.

 ‘De haat is de duisternis, dat is niet goed. Hoewel, de fascisten moeten we haten en dat is wel goed. Hoe kan dat eigenlijk? Ja, dat is omdat wij ze haten in naam van het licht, terwijl zij alleen maar haten in naam van de duisternis. Wij haten de haat, en daarom is onze haat beter dan de hunne. Maar daarom hebben wij het ook moeilijker dan zij. Voor hen is alles is eenvoudig, maar voor ons is het ingewikkeld. Wij moeten een beetje in ze veranderen om ze te bestrijden, een beetje niet onszelf zijn, terwijl zij daar geen last van hebben; zij kunnen ons zonder problemen kapot maken. Wij moeten eerst onszelf een beetje kapot maken eer we hen kapot kunnen maken. Zij niet, zij kunnen gewoon zichzelf blijven, daarom zijn ze zo sterk. Maar omdat er geen licht in ze zit, zullen ze het uiteindelijk toch verliezen. Het enige is, dat wij moeten oppassen dat we niet te veel in ze veranderen, dat wij onszelf niet te veel kapot maken, want dan zullen ze uiteindelijk toch nog gewonnen hebben….. ‘

(in: De Aanslag, Harry Mulisch, 53-54)

 

Het is goed dat we moeite hebben met geweld omdat we af en toe ontdekken dat het ook in ons zit. Dat we haatgevoelens hebben die ons meesleuren de diepte in; dat we zo boos zijn dat we de nuance uit het oog verliezen. Het zit in ons om uit te halen om onszelf te verdedigen. Een verhaal als dat van vandaag stelt ons de vraag naar het geweld, de haat en boosheid in ons zelf. En hoe we daarmee omgaan.

 

Het is goed dat we moeite hebben met geweld omdat het ook onze ogen opent voor waar het kwaad begonnen is. We kunnen diegenen die zich verdedigen veroordelen, maar is dat niet al te makkelijk vanuit ons vrije Nederland? Is het niet juister dat we proberen te ontrafelen waar de onvrede zit, waar het onrecht zit, waar de wanhoop zit? Omdat we alleen dan werk kunnen maken van vrede, van gerechtigheid, van hoop?

Het is goed dat we moeite hebben met geweld. Want zijn er niet in ons dagelijks leven mensen die geweld wordt aangedaan? Nog altijd wordt Joden geweld aangedaan. Denk alleen al aan de incidenten van afgelopen week. Maar ook  kinderen wordt geweld aangedaan, aan ouderen, aan partners…. En is niet ook in de kerk kinderen geweld aangedaan door misbruik. Als we verontwaardigd zijn over geweld in de Bijbel, moeten we dat zeker ook zijn over geweld in het dagelijks leven.

 

we weten beter

Jezus heeft de Wet en de Profeten (ja, die boeken waarin het ook om geweld draait) een kernachtige samenvatting gegeven, een radicale toespitsing. Hij zei: Heb uw vijanden lief. En: keer je linkerwang toe als je op de rechterwang wordt geslagen. (Lucas 6: 27-31, Lucas 10:27)) Maar het hart van de Wet en de Profeten is: Behandel anderen dus zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.

Die uitspraak van Jezus staat lijnrecht tegenover wat er in Ester wordt verteld. Het is een paradox in de Bijbel. En het is vanuit die paradox dat wij de geweldteksten in het Oude Testament lezen.

We kunnen er namelijk niet meer achter terug; we kunnen niet net doen alsof Jezus er niet is geweest; we kunnen niet negeren dat hij een ander licht heeft laten schijnen. En in dat licht moeten we zeggen dat sommige teksten geen zeggingskracht meer hebben, dat ze geen gezag meer kunnen uitoefenen. Die paradox van het evangelie werpt zijn licht over teksten over eerwraak, over man-vrouwverhoudingen, over geweld.

Leidt geloof tot geweld? Nee, geloof kan alleen tot gerechtigheid leiden.

Published in Preken
maandag, 11 februari 2019 10:48

Deze wereld omgekeerd

 

uit de Bijbel: Ester 5:1 - 6:11

 

lied: De wijze woorden, NL 1001 cantorij 1, allen 2 en 3

 

Gods woord wil deze wereld omgekeerd

‘Gods woord wil deze wereld omgekeerd’. (Nieuw Liedboek 1001) De melodie is prachtig maar ik vind het een moeilijk lied. Dat lachen zullen zij die wenen….. kun je dat zingen als je net een waardeloze diagnose hebt gekregen of als je je lief mist?

Dat honger en dorst zijn verdwenen en mensen veilig wonen…. kunnen we dat zingen in de wereld van vandaag? En dat de onvruchtbare vruchtbaar zal zijn, kinderen zal baren? Wat zou ik dat graag vertellen als blijde boodschap aan hen die nooit vader of moeder zullen worden, geen grootouders zullen worden. De wereld omgekeerd? Wanneer dan? Hoe dan? Ik kan de verzuchting van Gerard Reve goed begrijpen: ‘Gij weet waarom het is, ik niet. Dat koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ (Graf te Blauwhuis, Gerard Reve, in: Nader tot U) Was het maar vast zo, dat we leefden in een wereld omgekeerd.

 

geduld

Het uitgesmeerd lezen van het boek Ester vraagt om ons geduld. We leggen onszelf de discipline op om niet vooruit te hollen naar het happy end. En zeker vandaag hebben we een hoop geduld nodig. Waarom zegt Ester niet meteen wat ze op haar hart heeft? Waarom niet één maar twee etentjes? Het is een traag verhaal. En misschien is dat maar goed. Wij zijn mensen van een snelle wereld. Informatie gaat snel. Bestellingen zijn snel bezorgd. De meeste problemen kunnen snel en doeltreffend worden verholpen. Daar zijn we aan gewend geraakt en als iets niet snel wordt geregeld worden we ongeduldig. Het past niet meer zo goed bij onze beleving van de tijd dat je ook wel eens geduld moet opbrengen; dat geloven ook te maken heeft met de lange adem. Het staat bijna haaks op onze manier van leven dat we ook moeten wachten, verwachten. En dat daarbij hoort dat je lijdt wat je overkomt, of meelijdt met wat een ander overkomt. Want niet alles is maar zo gerepareerd.

Rollen worden niet zomaar omgedraaid. Dus moeten we moedig zijn, als het om onszelf gaat. En trouw, als het gaat om die ander. En solidair als het gaat om de wereld waarin je leeft. Het trage verhaal van vandaag helpt ons in onszelf te onderzoeken hoe onverschillig we zijn geworden over de wereld waarin we leven. Het helpt ons ons cynisme boven tafel te krijgen en onze mismoedigheid. Maar boven alles wijst het ons op ons geduld. Het vraagt aan ons of ons geloof ook een lange adem kent en bestand is tegen de lange duur. Het vraagt ons of wij overeind blijven.

 

flee or fight

Maar wat kun je doen om staande te blijven in de wereld van vandaag. Om het hoofd te bieden aan wat ons overvalt, plaagt, pijnigt? Wat doen de Joden in het verhaal van Ester? De datum van het vernietigingsplan van Haman komt langzaam maar zeker dichterbij. Wat te doen? Vluchten? Waarheen dan? Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe…… ‘k zou niet weten waar naar toe…’  (Annie M.G. Schmidt) Is vluchten überhaupt een goede strategie om overeind te blijven? Je kop in het zand steken en wachten tot het over gaat? Helpt het om uitvluchten te bedenken waarom iets geen zin heeft of waarom jij niets hoeft te doen?

Ester vlucht niet maar dóet iets. Het volk staat achter haar en vast en bidt. Door te vasten en te bidden werd ook het onheil van Ninevé afgewend (zie Jona) maar zou het nu ook zin hebben? Heeft het zin om te bidden en te vasten als er een ramp op je afkomt. Heeft het zin om God te vragen: waarom doet u niets? Waar bent U toch? Of moeten we wachten tot de vraag andersom wordt gesteld: waarom doe jij niets? Waar ben jij?

Of zoals Buber het zei: ‘Als iemand je om hulp vraagt, benader hem dan niet met vrome woorden en zeg niet: Heb vertrouwen en breng je zorgen bij God. Handel in plaats daarvan alsof er geen God is, alsof er maar één persoon in de wereld is die kan helpen, alleen jijzelf.’ Leef alsof er geen God is. Alleen jij.

Op de derde dag trekt Ester daarom iets moois aan. En gaat ze naar de koning. Er moet iets gebeuren en zij lijkt daarvoor de aangewezen persoon. Want toevallig heeft zij als enige Jodin toegang tot de koning. Ze gaat op de derde dag. Dat is de Bijbelse manier van vertellen dat God niet ver weg kan zijn.

 

toeval

In dit verhaal is een grote rol weggelegd voor het toeval. Toevallig woont Ester in het paleis. Toevallig kan de koning niet slapen en leest hij hoe Mordechai een moordaanslag op zijn leven heeft weten te voorkomen. En toevallig sluipt Haman die nacht door de paleistuin om een paal neer te zetten voor Mordechai. Dat is misschien niet zo toevallig want hij is bezig met wat het daglicht niet verdragen kan. Maar dat terzijde.. Hoe zit dat toch met dat toeval?

Wij leven in een dynamische wereld. Alles om ons heen beweegt. Het een wat meer dan het ander. Een steen beweegt niet zo maar toch worden we tijdens de vakantie gewaarschuwd voor het gevaar van vallende stenen. Die steen kan vallen omdat zijn bestaan als steen samenhangt met andere dingen. Met de wind die erosie veroorzaakt bijvoorbeeld, of met de regen die beweging veroorzaakt. En zo’n vallende steen kan mijn hele vakantieplanning in de war sturen.

Als stenen al bewegen en dingen in beweging zetten, hoeveel te meer dan de mensen? Als een steen de toekomst kan veranderen, dan mensen toch veel meer? En als een steen is geschapen om steen te zijn, de bloem om bloem te zijn en de vogel om te vliegen, zoals Jezus zei, is het dan niet onze bestemming om mens te zijn en met alles dat in ons is de toekomst vorm te geven? Bijvoorbeeld door het toeval aan te grijpen…..

 

God wordt niet genoemd in Ester en toch is hij niet ver. Maar hij is niet de Almachtige die met zijn sterke arm bevrijding bewerkt en het puin van de mensen opruimt. Hij is niet degene die ons een lot oplegt.

Hij is ook niet de Voorzienige die het levenspad van Ester in zijn levensboek heeft opgetekend waardoor zij niet anders kan dan gáán, want zo staat het beschreven.

Hij is wél de zuigkracht van de toekomst, de trekkracht van de hoop die moed en wijsheid geeft om eigen beslissingen te nemen, en om eigen verantwoordelijkheid te dragen. God is de verborgen kracht in onze wereld; hij is in de interactie tussen mensen; hij is in de liefde, de moed. (De stem van de Roepende, Gijs Dingemans, Kok 2000) God is in dat wat beweging oproept, in dat wat de toekomst vormgeeft. In wat ons toevalt aan mogelijkheden en kansen. Hij is de roepstem van ons bestaan. Zo alleen gaat Ester dus niet. 

meer waar en beter is de liefste mens dan een gedroomde god (Huub Oosterhuis)

Leef alsof er geen God is en laat je aanspreken door hem, door een mens, door het toeval… Ik zeg niet dat de wereld omgekeerd daardoor sneller komt. Nog steeds geldt dat we geduld moeten hebben. Het boek Ester vertelt ons ook dat we vertrouwen mogen hebben dat ons geduld een keer beloond wordt.

Dat wie zijn verhaal vertelt als een verhaal mét God, het vertrouwen mag hebben dat het goed komt.

 

Voor die droom is durf nodig. (Nieuw Liedboek 1001) Het is maar een kwijnend vlammetje en eigenlijk is het dwaasheid. Het brengt je niet over de makkelijkste wegen; je zult kreunen, vechten, waken. Jij bent water naar zee. Jij bent de druppel die langzaam de steen uitholt, de emmer laat overlopen. Geduldig en bereidwillig verwachten wij de dag dat Gods koninkrijk alles in allen zal zijn, de wereld omgekeerd. 

 

Published in Preken
maandag, 21 januari 2019 12:25

Verborgen

Ester 2 ~ PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

(Afbeelding: Marja de Lange, Aurora Productions) 

korte inleiding op de lezing

De komende 6 weken lezen we met de kinderen mee in het boek Ester. En dat vraagt om geduld. Want we nemen kleine stapjes. Vandaag is Ester nog geen heldin. En de schurk van het verhaal zit nog achter de coulissen.

 

We beginnen bij koning Ahasveros. Hij heeft net een extravagant feest gegeven van 180 dagen om zo alle rijke en machtige mannen in zijn enorme rijk aan zich te binden. Dat doet hij nog eens dunnetjes over met alle bewoners van zijn burcht.  Tijdens dat feest laat hij zijn vrouw halen om voor hem en het hele dronken mannengezelschap te dansen. Dat weigert ze. Zijn raadsheren geven hem de raad de koningin weg te sturen. Want het mocht toch niet zo zijn dat andere vrouwen haar voorbeeld zouden gaan volgen! Aldus gebeurt. Maar al snel heeft de koning er spijt van. Hij blijft maar aan de koningin denken. De kamerdienaren zien het gebeuren en besluiten dat er een nieuwe koningin moet komen. Zoveel heeft de koning dus eigenlijk niet te vertellen.

 

Het boek Ester is een toneelstuk, een komisch drama met uitvergrote figuren. Niet waar gebeurd, wel vol waarheid. Het zou zo maar vandaag kunnen spelen want een van de centrale thema’s is Jodenhaat; we willen het niet maar haat naar mensen om hun geloof, ras, kleur, geaardheid of wat maar ook komt nog steeds voor.

 

uit de Bijbel: Ester 2: 1-17

 

Afwezige God

Politici mogen zich graag beroepen op de joods-christelijke wortels van de Nederlandse samenleving. (Sybrand Buma, CDA; Geert Wilders, PVV) Het lijkt een manier om de normen en waarden van ons land te definiëren in een tijd dat veel mensen van buitenaf hier hun heil zoeken. Het zou een typering zijn van onze identiteit en een samenbindende factor.

Volgens onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau ziet de gemiddelde Nederlander dat helemaal niet zo. Wat ons samenbindt is de Elfstedentocht en koningsdag. Kenmerkend voor onze identiteit zijn oliebollen, het Wilhelmus, pakjesavond en molens, polders en de Nachtwacht. En als het gaat over onze waarden dan zijn het de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid tussen mensen die worden genoemd. (bron: Trouw, 15 januari 2019; Kerk en Wereldlezing door Joep de Hart, religieonderzoeker SCP)

Het aantal kerkgangers daalt in rap tempo en waar eerst werd gedacht dat mensen dan wel niet in God, maar toch wel iets ‘Iets’ geloofden en elders hun spirituele heil zouden zoeken blijkt dat ook tegen te vallen. God verdween niet alleen in Jorwerd. Hij wordt steeds meer in een hoek gedrukt tot het moment dat hij helemaal verdwenen is uit het leven van mensen. Ondergesneeuwd in alle andere zaken die onze aandacht vragen. Van zijn plaats gedreven door al het andere dat we ‘aanbidden’, een belangrijke plaats geven. De grote Afwezige.

 

In het boek Ester is God de grote Afwezige. Zijn Naam wordt niet genoemd. Hij mag ook geen naam hebben. Er is geen plaats voor hem in het enorme rijk van Ahasveros, dat zich uitstrekt van Ethiopie tot India. Hij gaat onder in het feestgedruis van ‘You only live once!’ (YOLO) want in Ester wordt wat af gefeest en gedronken. De hoofdrolspelers zoeken vooral naar eer en verering van zichzelf. Het spel om de macht laat geen ruimte voor de macht van God en in het spel om wie de mooiste en de beste is, is God de eerste verliezer.

Een afwezige God. Omdat hij geen ruimte krijgt. De filosoof Nietsche (1844 -1900) zei het zo: God is dood. En wij hebben hem vermoord. Hij zag om zich heen hoe God als samenbindende factor aan het verdwijnen was. Hij zag dat het christelijk geloof niet meer de identiteit bepaalde van de mensen en dat zij daardoor hun eigen leegte hadden gecreëerd.

 

Verborgen God  

In het boek Ester gaat het niet over God.

In Het Verhaal gaat vraagt Nico ter Linden zich af of we het überhaupt over God kunnen hebben in tijden van gruwelijke vervolgingen. ‘Is het dezelfde huiver die velen verhindert nog onbevangen de naam van God op de lippen te nemen na de Endlösung ten tijde van Hitler die – anders dan de vernietiging van Haman in het boek Ester – niet werd verijdeld?’ (Het Verhaal Gaat, blz 215) Kunnen we het wel over God hebben in het licht van menselijke gruweldaden, ook in onze tijd? Is Hij daar wel bij?

 

Of wordt er soms niet over God gesproken omdat ieder voor zichzelf moet bepalen of en wanneer er sprake is van God in de interactie tussen mensen. Misschien is hij wel verborgen aanwezig in de hoe de gebeurtenissen verlopen, in het toeval. Of misschien is hij verborgen aanwezig in mensen en wat zij doen.

 

Een derde gedachte kan zijn dat God zichzélf verbergt en zwijgt. Waarom zou hij uiteindelijk zijn mond opendoen en zichzelf laten zien en horen? Iedereen kent hem toch? Van generatie op generatie is doorgegeven dat God trouw is aan mensen en dat Hij hún trouw vraagt in het onderhouden van zijn geboden. Maar liever dan dat hangen ze hun ziel en zaligheid aan andere zaken en roepen zo in veel gevallen het kwaad over zichzelf af. Vlak voor Mozes sterft en hij het leiderschap over Israël zal overdragen voorspelt de Eeuwige dat het zo zal zijn. De mensen zullen ontrouw worden. En ik, zegt God, ik zal mijn aangezicht verbergen. (Deuteronomium 31:18)

Het boek Ester stelt een vraag die herkenbaar is: waar is God als wij niet merken dat hij er is? Is hij er wel? En, als wij niets van hem merken, hoe weten we dan wat hij van ons vraagt? Moeten we dan raden naar zijn wil? Waarop baseren we dan de keuzes die we maken?

 

een verborgen mens

Vandaag worden er nog niet zoveel keuzes gemaakt. Ahasveros is stuurloos zonder zijn koningin Wasti en het zijn de kamerdienaars die aansturen op een schoonheidswedstrijd: er moet een nieuwe koningin komen. Mooi, maagd. Zo groen als gras, zou je kunnen zeggen. Eentje die weinig in te brengen heeft. Ester heeft ook weinig te kiezen. Ze wordt zomaar meegenomen naar het koninklijk paleis. Het is een mooi voorbeeld van: ‘het leven overkomt je, terwijl je andere plannen maakt.’ (John Lennon, Beautyful Boy) Je kunt plotseling te maken krijgen met een alles veranderende diagnose, met verlies van je werk, van je liefde, met onverwachte gebeurtenissen die je bij je lurven pakken. Dan ben je ineen net als Ester een willoos slachtoffer van het lot, een speelbal van de gebeurtenissen. Ze heeft maar te lijden wat haar overkomt….. niet klagen maar dragen….. Ik hoop dat u het hardgrondig met mij oneens bent op dit moment. Dat u inwendig aan het protesteren bent omdat het niet klopt wat ik beweer, dat een mens zich altijd moet voegen naar de omstandigheden. Want het klopt toch niet dat wij ons laten meevoeren zonder verzet te plegen en maar afwachten hoe een ander ons behandelt? Of hoe het leven ons behandelt? Het klopt toch niet dat wij onze eigen plannen en verlangens, onze eigen wil en wilskracht verbergen. Hadassa, zeg maar dat je Ester heet. Verberg je identiteit. Verberg je eigen verwachting voor dit leven. ‘Ik ben verborgen’, dat betekent de naam Ester. Nietszeggend in alle opzichten neemt ze haar plaats in aan het hof. De ándere betekenis van haar naam is ‘ster’. Maar stralen doet ze niet. Nog niet. 

 

in het verborgene

Wie van jullie kijkt er naar ‘Wie is de mol?’ Jullie weten dat er in elke aflevering hints verborgen zijn waaruit je zou kúnnen opmaken wie de mol is. En wie ze nu niet ziet, krijgt achteraf de onthulling en het inzicht: kijk, toen en toen had je het kunnen weten.

Die hints zijn er vanmorgen ook.

Het sprookje van een eenvoudig Joods meisje, dat wordt ingelijfd als een Perzische prinses, ken ik ergens van: een gewoon Joods jongetje dat in een rieten mandje in de Nijl wordt gezet en opgroeit als Egyptische prins.

Zijn zusje Mirjam, blijft staan kijken wat er gebeurt. Zo loopt Mordechai dagelijks langs het vrouwenverblijf om te kijken of Ester al aan de beurt is.

De Egyptische prins Mozes zal later zijn volk voorgaan, uit het slavenland vandaan. Zou prinses Ester soms ook zo’n rol gaan spelen?

Het zit in ieder geval allemaal mee. Heel toevallig komt Ester bij Hegai terecht. Deze haremwachter heeft een zwakke plek voor Ester en geeft haar een voorkeursbehandeling. Lijkt dat niet op Jozef, die in de gevangenis bevriend raakt met de gevangenbewaarder en een betere behandeling krijgt? Door dat gelukkige toeval en andere gebeurtenissen wordt Jozef onderkoning en kan hij zijn broers, die leven in hongersnood, voedsel geven.

De verborgen hints geven richting aan het verhaal. Misschien is God toch niet zo verborgen als we dachten. En zal Ester niet het leven leiden dat haar overkomt maar zelf een hoofdrol opeisen en stralen zoals ze is bedoeld.

Maar wat zit er in voor mij?

Misschien de oproep geduldig te zijn. Het is ons nu eenmaal niet gegeven om het volgende hoofdstuk van ons levensverhaal al te lezen, al ben ik nog zo benieuwd. Ik mag wel leven met vertrouwen. Ik haal er ook uit dat ik als een echte Molloot mag zoeken naar hints dat er richting zit in mijn leven; dat ik geen speelbal ben maar meedoe als een volwaardige speler. Misschien vertelt dit verhaal dat mijn situatie soms hopeloos en vastgelopen kan lijken, maar dat er altijd ergens beweging in zit. Misschien ontdek ik zelfs dat God ergens meedoet….

Published in Preken