maandag, 11 februari 2019 10:48

Deze wereld omgekeerd

 

uit de Bijbel: Ester 5:1 - 6:11

 

lied: De wijze woorden, NL 1001 cantorij 1, allen 2 en 3

 

Gods woord wil deze wereld omgekeerd

‘Gods woord wil deze wereld omgekeerd’. (Nieuw Liedboek 1001) De melodie is prachtig maar ik vind het een moeilijk lied. Dat lachen zullen zij die wenen….. kun je dat zingen als je net een waardeloze diagnose hebt gekregen of als je je lief mist?

Dat honger en dorst zijn verdwenen en mensen veilig wonen…. kunnen we dat zingen in de wereld van vandaag? En dat de onvruchtbare vruchtbaar zal zijn, kinderen zal baren? Wat zou ik dat graag vertellen als blijde boodschap aan hen die nooit vader of moeder zullen worden, geen grootouders zullen worden. De wereld omgekeerd? Wanneer dan? Hoe dan? Ik kan de verzuchting van Gerard Reve goed begrijpen: ‘Gij weet waarom het is, ik niet. Dat koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ (Graf te Blauwhuis, Gerard Reve, in: Nader tot U) Was het maar vast zo, dat we leefden in een wereld omgekeerd.

 

geduld

Het uitgesmeerd lezen van het boek Ester vraagt om ons geduld. We leggen onszelf de discipline op om niet vooruit te hollen naar het happy end. En zeker vandaag hebben we een hoop geduld nodig. Waarom zegt Ester niet meteen wat ze op haar hart heeft? Waarom niet één maar twee etentjes? Het is een traag verhaal. En misschien is dat maar goed. Wij zijn mensen van een snelle wereld. Informatie gaat snel. Bestellingen zijn snel bezorgd. De meeste problemen kunnen snel en doeltreffend worden verholpen. Daar zijn we aan gewend geraakt en als iets niet snel wordt geregeld worden we ongeduldig. Het past niet meer zo goed bij onze beleving van de tijd dat je ook wel eens geduld moet opbrengen; dat geloven ook te maken heeft met de lange adem. Het staat bijna haaks op onze manier van leven dat we ook moeten wachten, verwachten. En dat daarbij hoort dat je lijdt wat je overkomt, of meelijdt met wat een ander overkomt. Want niet alles is maar zo gerepareerd.

Rollen worden niet zomaar omgedraaid. Dus moeten we moedig zijn, als het om onszelf gaat. En trouw, als het gaat om die ander. En solidair als het gaat om de wereld waarin je leeft. Het trage verhaal van vandaag helpt ons in onszelf te onderzoeken hoe onverschillig we zijn geworden over de wereld waarin we leven. Het helpt ons ons cynisme boven tafel te krijgen en onze mismoedigheid. Maar boven alles wijst het ons op ons geduld. Het vraagt aan ons of ons geloof ook een lange adem kent en bestand is tegen de lange duur. Het vraagt ons of wij overeind blijven.

 

flee or fight

Maar wat kun je doen om staande te blijven in de wereld van vandaag. Om het hoofd te bieden aan wat ons overvalt, plaagt, pijnigt? Wat doen de Joden in het verhaal van Ester? De datum van het vernietigingsplan van Haman komt langzaam maar zeker dichterbij. Wat te doen? Vluchten? Waarheen dan? Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe…… ‘k zou niet weten waar naar toe…’  (Annie M.G. Schmidt) Is vluchten überhaupt een goede strategie om overeind te blijven? Je kop in het zand steken en wachten tot het over gaat? Helpt het om uitvluchten te bedenken waarom iets geen zin heeft of waarom jij niets hoeft te doen?

Ester vlucht niet maar dóet iets. Het volk staat achter haar en vast en bidt. Door te vasten en te bidden werd ook het onheil van Ninevé afgewend (zie Jona) maar zou het nu ook zin hebben? Heeft het zin om te bidden en te vasten als er een ramp op je afkomt. Heeft het zin om God te vragen: waarom doet u niets? Waar bent U toch? Of moeten we wachten tot de vraag andersom wordt gesteld: waarom doe jij niets? Waar ben jij?

Of zoals Buber het zei: ‘Als iemand je om hulp vraagt, benader hem dan niet met vrome woorden en zeg niet: Heb vertrouwen en breng je zorgen bij God. Handel in plaats daarvan alsof er geen God is, alsof er maar één persoon in de wereld is die kan helpen, alleen jijzelf.’ Leef alsof er geen God is. Alleen jij.

Op de derde dag trekt Ester daarom iets moois aan. En gaat ze naar de koning. Er moet iets gebeuren en zij lijkt daarvoor de aangewezen persoon. Want toevallig heeft zij als enige Jodin toegang tot de koning. Ze gaat op de derde dag. Dat is de Bijbelse manier van vertellen dat God niet ver weg kan zijn.

 

toeval

In dit verhaal is een grote rol weggelegd voor het toeval. Toevallig woont Ester in het paleis. Toevallig kan de koning niet slapen en leest hij hoe Mordechai een moordaanslag op zijn leven heeft weten te voorkomen. En toevallig sluipt Haman die nacht door de paleistuin om een paal neer te zetten voor Mordechai. Dat is misschien niet zo toevallig want hij is bezig met wat het daglicht niet verdragen kan. Maar dat terzijde.. Hoe zit dat toch met dat toeval?

Wij leven in een dynamische wereld. Alles om ons heen beweegt. Het een wat meer dan het ander. Een steen beweegt niet zo maar toch worden we tijdens de vakantie gewaarschuwd voor het gevaar van vallende stenen. Die steen kan vallen omdat zijn bestaan als steen samenhangt met andere dingen. Met de wind die erosie veroorzaakt bijvoorbeeld, of met de regen die beweging veroorzaakt. En zo’n vallende steen kan mijn hele vakantieplanning in de war sturen.

Als stenen al bewegen en dingen in beweging zetten, hoeveel te meer dan de mensen? Als een steen de toekomst kan veranderen, dan mensen toch veel meer? En als een steen is geschapen om steen te zijn, de bloem om bloem te zijn en de vogel om te vliegen, zoals Jezus zei, is het dan niet onze bestemming om mens te zijn en met alles dat in ons is de toekomst vorm te geven? Bijvoorbeeld door het toeval aan te grijpen…..

 

God wordt niet genoemd in Ester en toch is hij niet ver. Maar hij is niet de Almachtige die met zijn sterke arm bevrijding bewerkt en het puin van de mensen opruimt. Hij is niet degene die ons een lot oplegt.

Hij is ook niet de Voorzienige die het levenspad van Ester in zijn levensboek heeft opgetekend waardoor zij niet anders kan dan gáán, want zo staat het beschreven.

Hij is wél de zuigkracht van de toekomst, de trekkracht van de hoop die moed en wijsheid geeft om eigen beslissingen te nemen, en om eigen verantwoordelijkheid te dragen. God is de verborgen kracht in onze wereld; hij is in de interactie tussen mensen; hij is in de liefde, de moed. (De stem van de Roepende, Gijs Dingemans, Kok 2000) God is in dat wat beweging oproept, in dat wat de toekomst vormgeeft. In wat ons toevalt aan mogelijkheden en kansen. Hij is de roepstem van ons bestaan. Zo alleen gaat Ester dus niet. 

meer waar en beter is de liefste mens dan een gedroomde god (Huub Oosterhuis)

Leef alsof er geen God is en laat je aanspreken door hem, door een mens, door het toeval… Ik zeg niet dat de wereld omgekeerd daardoor sneller komt. Nog steeds geldt dat we geduld moeten hebben. Het boek Ester vertelt ons ook dat we vertrouwen mogen hebben dat ons geduld een keer beloond wordt.

Dat wie zijn verhaal vertelt als een verhaal mét God, het vertrouwen mag hebben dat het goed komt.

 

Voor die droom is durf nodig. (Nieuw Liedboek 1001) Het is maar een kwijnend vlammetje en eigenlijk is het dwaasheid. Het brengt je niet over de makkelijkste wegen; je zult kreunen, vechten, waken. Jij bent water naar zee. Jij bent de druppel die langzaam de steen uitholt, de emmer laat overlopen. Geduldig en bereidwillig verwachten wij de dag dat Gods koninkrijk alles in allen zal zijn, de wereld omgekeerd. 

 

Published in Preken
maandag, 21 januari 2019 12:25

Verborgen

Ester 2 ~ PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

(Afbeelding: Marja de Lange, Aurora Productions) 

korte inleiding op de lezing

De komende 6 weken lezen we met de kinderen mee in het boek Ester. En dat vraagt om geduld. Want we nemen kleine stapjes. Vandaag is Ester nog geen heldin. En de schurk van het verhaal zit nog achter de coulissen.

 

We beginnen bij koning Ahasveros. Hij heeft net een extravagant feest gegeven van 180 dagen om zo alle rijke en machtige mannen in zijn enorme rijk aan zich te binden. Dat doet hij nog eens dunnetjes over met alle bewoners van zijn burcht.  Tijdens dat feest laat hij zijn vrouw halen om voor hem en het hele dronken mannengezelschap te dansen. Dat weigert ze. Zijn raadsheren geven hem de raad de koningin weg te sturen. Want het mocht toch niet zo zijn dat andere vrouwen haar voorbeeld zouden gaan volgen! Aldus gebeurt. Maar al snel heeft de koning er spijt van. Hij blijft maar aan de koningin denken. De kamerdienaren zien het gebeuren en besluiten dat er een nieuwe koningin moet komen. Zoveel heeft de koning dus eigenlijk niet te vertellen.

 

Het boek Ester is een toneelstuk, een komisch drama met uitvergrote figuren. Niet waar gebeurd, wel vol waarheid. Het zou zo maar vandaag kunnen spelen want een van de centrale thema’s is Jodenhaat; we willen het niet maar haat naar mensen om hun geloof, ras, kleur, geaardheid of wat maar ook komt nog steeds voor.

 

uit de Bijbel: Ester 2: 1-17

 

Afwezige God

Politici mogen zich graag beroepen op de joods-christelijke wortels van de Nederlandse samenleving. (Sybrand Buma, CDA; Geert Wilders, PVV) Het lijkt een manier om de normen en waarden van ons land te definiëren in een tijd dat veel mensen van buitenaf hier hun heil zoeken. Het zou een typering zijn van onze identiteit en een samenbindende factor.

Volgens onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau ziet de gemiddelde Nederlander dat helemaal niet zo. Wat ons samenbindt is de Elfstedentocht en koningsdag. Kenmerkend voor onze identiteit zijn oliebollen, het Wilhelmus, pakjesavond en molens, polders en de Nachtwacht. En als het gaat over onze waarden dan zijn het de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid tussen mensen die worden genoemd. (bron: Trouw, 15 januari 2019; Kerk en Wereldlezing door Joep de Hart, religieonderzoeker SCP)

Het aantal kerkgangers daalt in rap tempo en waar eerst werd gedacht dat mensen dan wel niet in God, maar toch wel iets ‘Iets’ geloofden en elders hun spirituele heil zouden zoeken blijkt dat ook tegen te vallen. God verdween niet alleen in Jorwerd. Hij wordt steeds meer in een hoek gedrukt tot het moment dat hij helemaal verdwenen is uit het leven van mensen. Ondergesneeuwd in alle andere zaken die onze aandacht vragen. Van zijn plaats gedreven door al het andere dat we ‘aanbidden’, een belangrijke plaats geven. De grote Afwezige.

 

In het boek Ester is God de grote Afwezige. Zijn Naam wordt niet genoemd. Hij mag ook geen naam hebben. Er is geen plaats voor hem in het enorme rijk van Ahasveros, dat zich uitstrekt van Ethiopie tot India. Hij gaat onder in het feestgedruis van ‘You only live once!’ (YOLO) want in Ester wordt wat af gefeest en gedronken. De hoofdrolspelers zoeken vooral naar eer en verering van zichzelf. Het spel om de macht laat geen ruimte voor de macht van God en in het spel om wie de mooiste en de beste is, is God de eerste verliezer.

Een afwezige God. Omdat hij geen ruimte krijgt. De filosoof Nietsche (1844 -1900) zei het zo: God is dood. En wij hebben hem vermoord. Hij zag om zich heen hoe God als samenbindende factor aan het verdwijnen was. Hij zag dat het christelijk geloof niet meer de identiteit bepaalde van de mensen en dat zij daardoor hun eigen leegte hadden gecreëerd.

 

Verborgen God  

In het boek Ester gaat het niet over God.

In Het Verhaal gaat vraagt Nico ter Linden zich af of we het überhaupt over God kunnen hebben in tijden van gruwelijke vervolgingen. ‘Is het dezelfde huiver die velen verhindert nog onbevangen de naam van God op de lippen te nemen na de Endlösung ten tijde van Hitler die – anders dan de vernietiging van Haman in het boek Ester – niet werd verijdeld?’ (Het Verhaal Gaat, blz 215) Kunnen we het wel over God hebben in het licht van menselijke gruweldaden, ook in onze tijd? Is Hij daar wel bij?

 

Of wordt er soms niet over God gesproken omdat ieder voor zichzelf moet bepalen of en wanneer er sprake is van God in de interactie tussen mensen. Misschien is hij wel verborgen aanwezig in de hoe de gebeurtenissen verlopen, in het toeval. Of misschien is hij verborgen aanwezig in mensen en wat zij doen.

 

Een derde gedachte kan zijn dat God zichzélf verbergt en zwijgt. Waarom zou hij uiteindelijk zijn mond opendoen en zichzelf laten zien en horen? Iedereen kent hem toch? Van generatie op generatie is doorgegeven dat God trouw is aan mensen en dat Hij hún trouw vraagt in het onderhouden van zijn geboden. Maar liever dan dat hangen ze hun ziel en zaligheid aan andere zaken en roepen zo in veel gevallen het kwaad over zichzelf af. Vlak voor Mozes sterft en hij het leiderschap over Israël zal overdragen voorspelt de Eeuwige dat het zo zal zijn. De mensen zullen ontrouw worden. En ik, zegt God, ik zal mijn aangezicht verbergen. (Deuteronomium 31:18)

Het boek Ester stelt een vraag die herkenbaar is: waar is God als wij niet merken dat hij er is? Is hij er wel? En, als wij niets van hem merken, hoe weten we dan wat hij van ons vraagt? Moeten we dan raden naar zijn wil? Waarop baseren we dan de keuzes die we maken?

 

een verborgen mens

Vandaag worden er nog niet zoveel keuzes gemaakt. Ahasveros is stuurloos zonder zijn koningin Wasti en het zijn de kamerdienaars die aansturen op een schoonheidswedstrijd: er moet een nieuwe koningin komen. Mooi, maagd. Zo groen als gras, zou je kunnen zeggen. Eentje die weinig in te brengen heeft. Ester heeft ook weinig te kiezen. Ze wordt zomaar meegenomen naar het koninklijk paleis. Het is een mooi voorbeeld van: ‘het leven overkomt je, terwijl je andere plannen maakt.’ (John Lennon, Beautyful Boy) Je kunt plotseling te maken krijgen met een alles veranderende diagnose, met verlies van je werk, van je liefde, met onverwachte gebeurtenissen die je bij je lurven pakken. Dan ben je ineen net als Ester een willoos slachtoffer van het lot, een speelbal van de gebeurtenissen. Ze heeft maar te lijden wat haar overkomt….. niet klagen maar dragen….. Ik hoop dat u het hardgrondig met mij oneens bent op dit moment. Dat u inwendig aan het protesteren bent omdat het niet klopt wat ik beweer, dat een mens zich altijd moet voegen naar de omstandigheden. Want het klopt toch niet dat wij ons laten meevoeren zonder verzet te plegen en maar afwachten hoe een ander ons behandelt? Of hoe het leven ons behandelt? Het klopt toch niet dat wij onze eigen plannen en verlangens, onze eigen wil en wilskracht verbergen. Hadassa, zeg maar dat je Ester heet. Verberg je identiteit. Verberg je eigen verwachting voor dit leven. ‘Ik ben verborgen’, dat betekent de naam Ester. Nietszeggend in alle opzichten neemt ze haar plaats in aan het hof. De ándere betekenis van haar naam is ‘ster’. Maar stralen doet ze niet. Nog niet. 

 

in het verborgene

Wie van jullie kijkt er naar ‘Wie is de mol?’ Jullie weten dat er in elke aflevering hints verborgen zijn waaruit je zou kúnnen opmaken wie de mol is. En wie ze nu niet ziet, krijgt achteraf de onthulling en het inzicht: kijk, toen en toen had je het kunnen weten.

Die hints zijn er vanmorgen ook.

Het sprookje van een eenvoudig Joods meisje, dat wordt ingelijfd als een Perzische prinses, ken ik ergens van: een gewoon Joods jongetje dat in een rieten mandje in de Nijl wordt gezet en opgroeit als Egyptische prins.

Zijn zusje Mirjam, blijft staan kijken wat er gebeurt. Zo loopt Mordechai dagelijks langs het vrouwenverblijf om te kijken of Ester al aan de beurt is.

De Egyptische prins Mozes zal later zijn volk voorgaan, uit het slavenland vandaan. Zou prinses Ester soms ook zo’n rol gaan spelen?

Het zit in ieder geval allemaal mee. Heel toevallig komt Ester bij Hegai terecht. Deze haremwachter heeft een zwakke plek voor Ester en geeft haar een voorkeursbehandeling. Lijkt dat niet op Jozef, die in de gevangenis bevriend raakt met de gevangenbewaarder en een betere behandeling krijgt? Door dat gelukkige toeval en andere gebeurtenissen wordt Jozef onderkoning en kan hij zijn broers, die leven in hongersnood, voedsel geven.

De verborgen hints geven richting aan het verhaal. Misschien is God toch niet zo verborgen als we dachten. En zal Ester niet het leven leiden dat haar overkomt maar zelf een hoofdrol opeisen en stralen zoals ze is bedoeld.

Maar wat zit er in voor mij?

Misschien de oproep geduldig te zijn. Het is ons nu eenmaal niet gegeven om het volgende hoofdstuk van ons levensverhaal al te lezen, al ben ik nog zo benieuwd. Ik mag wel leven met vertrouwen. Ik haal er ook uit dat ik als een echte Molloot mag zoeken naar hints dat er richting zit in mijn leven; dat ik geen speelbal ben maar meedoe als een volwaardige speler. Misschien vertelt dit verhaal dat mijn situatie soms hopeloos en vastgelopen kan lijken, maar dat er altijd ergens beweging in zit. Misschien ontdek ik zelfs dat God ergens meedoet….

Published in Preken