Preken

Preken (112)

overweging op 28 juni 2020

preken in Coronatijd

 

uit de Bijbel: Handelingen 17: 16-34

 

verontwaardiging

We leven in een boze wereld. De betogers, zondag op het Malieveld, zijn boos vanwege het ingrijpen door de politie. Iedereen is boos op Johan Derksen en die maakt zich weer boos dat je geen grapje kunt maken. Mw. Jansje uit Ridderkerk is boos dat zij haar verzorgingshuis niet uit mag. (AD, 23 juni 2020) Standbeelden worden boos omver getrokken en daar zijn anderen dan weer boos over. Soms ben ik ook boos en gefrustreerd. De vraag is waar al die boosheid en verontwaardiging ons brengt.

 

Vandaag lopen we mee met Paulus door Athene. De mensen die daar wonen denken dat hun stad al eeuwen het centrum van de wereld vormt. Hun stad, met een rijk verleden, is de bakermat van de wetenschap, de cultuur, literatuur, filosofie. Die bloeitijd is allang voorbij maar in de hoofden van de Atheners zit dat idee nog steeds. Overal in de stad herinneren monumenten aan de heldendaden van hun voorouders, helden en goden. (bron: Fik Meijer, Paulus, een leven tussen Jeruzalem en Rome) Alsof je door een museum loopt.

 

Maar Paulus is niet geïnteresseerd in het verleden. Het gaat hem om een nieuwe wereld. Om een nieuwe mindset, een nieuwe levensstijl. En het is onvermijdelijk dat zijn ideeën botsen met die van de Atheners. Zij zijn gewend dat anderen naar hén toekomen om zich te laven aan filosofie en literatuur. Maar nu worden ze geconfronteerd met iemand die hún iets wil leren. Een praatjesmaker is het; een vreemde vogel met een rare boodschap over ene Jezus en de godin Anastasia, wat ‘opstanding’’  betekent. En Paulus loopt daar rond en ziet de vele godenbeelden en raakt hevig verontwaardigd. Voor zíjn geloof, voor zíjn God, is hier geen plaats.

 

in gesprek gaan

De confrontatie hangt in de lucht. Maar toch komt er geen uitbarsting. Want Paulus weet zijn verontwaardiging te onderdrukken. Elke dag gaat hij naar het marktplein en gaat in debat met de mensen die hij daar treft. Hij zoekt de samenspraak, de dialoog. (Grieks: dielegeto) En hij laat zich meetronen naar de Areopagus om aan de nieuwsgierigheid van de mensen tegemoet te komen.

Dialoog is een soort toverwoord geworden. Maar het is geen makkelijke oplossing voor grote problemen. Toen niet en nu niet. Het stelt vragen aan ons. Of we bereid zijn naar de ander te luisteren, ons open te stellen voor een andere waarheid dan de onze. Dialoog vraagt oprechte nieuwsgierigheid naar het verhaal van de ander.

Het vraagt om het kunst om te luisteren zonder angst dat je daardoor zelf wordt aangetast in waar je voor staat.

Én dialoog vraagt om incasseringsvermogen. Kun je omgaan met kritische vragen, met verbazing, met spot en afwijzing? En kun je dat óók opbrengen als het gaat over jouw geloof, jouw levenswijze?

Dat lijken me terechte vragen voor de wereld waarin we leven. Maar evengoed aan onszelf. Wat voor gesprekspartner ben ik? Hoe makkelijk ben ik boos te krijgen en hoe zet ik die boosheid in?

 

de taal van vandaag

Als Paulus het woord krijgt, is er geen speld meer tussen te krijgen. ‘Beste Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig jullie zijn.’ De mensen hebben elkaar misschien wel even aangekeken: neemt hij ons nu in de maling of vindt hij dat echt?

We weten het niet maar we zien wel hoe Paulus zijn tegendraadse boodschap neerlegt bij de Atheners door aan te sluiten bij waar zij zitten: bij hun godsdienstigheid, bij hun zoeken en tasten naar wat god is. Zózeer zijn ze ermee bezig dat ze zelfs voor de onbekende god een sokkel hebben neergezet.

Paulus heeft zich duidelijk verdiept in wat zij belangrijk vinden en hij haalt zelfs een van hun dichters aan. Maar hij geeft er een eigen draai aan.

Die onbekende God, die kunnen de Atheners leren kennen. Deze God zal alles wat zij om zich heen hebben verzameld aan tempels, beelden en monumenten in een ander perspectief zetten.

God kun je niet maken of bedenken. Hij heeft juist óns bedacht en gemaakt. Om vorm te geven aan het samenleven op de aarde.  Een van hun eigen dichters heeft het zelf gezegd: uit hem komen wij ook voort…. Als wij inderdaad voortkomen uit God, dan hoeven we geen tempels en beelden neer te zetten. Dan leeft hij in mensen, tussen mensen. Zoals in die ene mens. Die opstond uit de dood.

Paulus roept de Atheners op een nieuw leven te beginnen, voorbij hun onwetendheid. Nú weten ze beter.

 

lange adem

Maar daar zijn de Atheners niet aan toe. Sommigen drijven de spot met Paulus. Anderen onttrekken zich aan de dialoog door iets vaags te mompelen over een andere keer.

Elk van de beelden in Athene vertegenwoordigt een mening, een filosofie, een waarheid. En daartussen is geen plaats voor de God van Paulus.   

Maar toch, twee namen worden genoemd. Damaris, een vrouw. En Dionysius. Van hem wordt verteld dat hij later de eerste bisschop van Athene is geworden.

De dialoog is nooit de weg van de minste weerstand en het is ook geen garantie voor onmiddellijk succes en hartgrondig gelijk. Je hebt er een lange adem voor nodig. En toch lees ik hier dat er een zaad is geplant dat tot bloei is gekomen. Iets van dat nieuwe leven dat Paulus verkondigde heeft wortel geschoten.

overweging op 14 juni 2020        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

vieren in Coronatijd

 

uit de Bijbel: Matteus 20: 1-16

 

oneerlijk

Tijdens onze vakantie zagen we in Kaapstad op verschillende mensen plekken op kruispunten rondhangen. Het is een soort arbeidsbureau, vertelde onze reisleidster. Al vroeg gaan mensen er staan in de hoop dat er iemand stopt waar je kunt werken. In de tuin, in de huishouding of wat dan ook. Als je pech hebt, sta je lang te wachten terwijl het warmer en warmer wordt. Als je niet snel genoeg bent, is een ander je voor om een klus in te pikken. Als geen werkgever iets in je ziet, heb je die dag geen eten. Op die kruispunten gaat het over afhankelijkheid. Over pech en mazzel. Over wie snel is en gehaaid en wie bescheiden is of niet voor zichzelf kan opkomen. En je ziet bovendien het verschil tussen arm en wie rijk genoeg is om een ander in te huren. We voelden ons die dag bevoorrechte mensen.  

 

Afgelopen weken waren er wereldwijd demonstraties na de dood van George Floyd, een Afro-Amerikaanse, gedood door een blanke politieman. De protesten vragen onze aandacht voor de ongelijkheid in onze eigen samenleving; voor het verschil in kansen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, op scholen. Ze vragen ons om na te denken over hoe bevoorrecht wij zijn. En wat een rechtvaardige manier van omgaan met elkaar zou kunnen zijn.

 

Aan allebei moest ik denken bij het verhaal van de werkers in de wijngaard. Terwijl Jezus dit verhaal toch níet vertelt om de sociale ongerechtigheid aan de orde te brengen. Daar gaat het hem niet om.

Waar gaat het wél om, wat was de directe aanleiding voor Jezus om deze gelijkenis te vertellen? Dat is de vraag van Petrus: wij hebben alles voor u achtergelaten. Wij zijn u gevolgd, vanaf het eerste uur. Waar kunnen wij naar uitzien? (Matteus 19: 27) Met andere woorden: mogen we een beloning verwachten? Ja, dat mogen ze. Want het loont om Jezus te volgen en een beetje rond te schoffelen in Gods wijngaard. Het loont om God te dienen door een ander van dienst te zijn. Het voelt als een zegen. Het loont op aarde én in de hemel. Want goed doen heeft eeuwigheidswaarde. Maar let wel op: God rekent altijd anders dan mensen.

 

een dag loon

De eigenaar van de wijngaard, dat is natuurlijk God. Hij belooft eerste de dagloners een dagloon. En de volgende twee groepen belooft hij een rechtvaardige betaling. Volgens de Tora moet dat dezelfde dag worden uitbetaald. (Leviticus 19:13) Waarom? Omdat het een dagloon is, een betaling om één dag van te kunnen leven. De eerste dagloners krijgen daarom hun denarie, hun dagloon uitbetaald, zoals afgesproken. Zij kunnen brood kopen voor hun gezin.

Maar zou het rechtvaardig zijn als degenen die later begonnen zijn geen dagloon zouden krijgen om brood te kopen die dag?

Zou het rechtvaardig zijn om hen die minder kansen hebben gekregen, mínder te betalen dan nodig is om in leven te blijven? Zou het rechtvaardig zijn om wie minder mogelijkheden had of pech óók nog slecht te behandelen?

En wat moeten we met de mensen die er nog staan, op dat marktplein? De mensen die niemand nodig heeft, de mensen die geen taak hebben gekregen?

 

De eigenaar van de wijngaard betaalt in deze gelijkenis niet uit wat mensen hebben verdiend maar wat zij nodig hebben om te leven. Jezus bedoelt ermee te zeggen: zo handelt God ook ten opzichte van ons. Hij ziet voorbij aan onze kansen en mogelijkheden, onze successen wegen bij hem niet mee. Hij weegt wat ons hart beweegt, niet wat wij voor elkaar brengen. En het staat er helemaal niet, en het is ook niet de pointe van deze gelijkenis, maar ik vul deze week aan: God let ook niet op onze herkomst, kleur, sekse. All lives matter. Elk leven doet er toe. We zijn allemaal even afhankelijk van zijn goedheid. Wie is de ene mens om de ander de adem te benemen?

 

In Jezus’ gelijkenis kán het gewoon niet anders dan dat de eigenaar van de wijngaard uit goedheid handelt en iedereen hetzelfde behandelt. Zó zal het zijn in het koninkrijk van de hemel. Maar wij bidden dat dat op aarde mag beginnen: zoals in de hemel ook op aarde.

De vraag is of wij dat in de praktijk kunnen brengen. Of we in ons zelf willen onderzoeken waar we bevoorrecht zijn en waar misschien niet. Durven we ook onszelf te bevragen waar we vanuit ónze bevoorrechte positie een ander minder hebben geacht. En de laatste vraag is of wij elkaar kunnen zien als mensen die even arm zijn, even afhankelijk van Gods goedheid. Die vraag móeten worden in een wereld die we gewend zijn in te delen in hokjes. Arm en rijk, blank en zwart, allochtoon en autochtoon, jong en oud, beperkt of niet. U weet er vast nog wel een paar. Bínnen die indelingen zoeken we naar goedheid en gerechtigheid. Terwijl goedheid en gerechtigheid alle hoekjes juist zouden moeten overstijgen. Dat de dingen zijn zoals ze zijn verplicht ons des te meer om dat te doorbreken.

 

goed

Op het moment van uitbetalen klagen de werkers van het eerste uur: wij zijn benadeeld. Maar dat is niet waar. De anderen zijn bevoordeeld. Zo werkt dat nu eenmaal bij deze God die onze God is: hij zal altijd het bestaan van garanderen van ieder mens, ongeacht prestaties. Of je nu heel hard hebt meegewerkt, een beetje of hard of nog minder. Ja, zelfs als je helemaal niets hebt gedaan.

De werkers van het 1e uur hebben het er knap moeilijk mee. ‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’ (Matteüs 20: 15). ‘is jouw oog boos om dat ik goed ben?’ (Statenvertaling) Zie je soms scheel van jaloezie? Dan kan dat je blik op Gods goedheid flink vertroebelen.

 

Wat is eerlijk? Je kunt deze vraag beantwoorden aan beide kanten van de streep. Als gever. Als ontvanger. Als iemand die achteraan is gebleven om wat voor reden dan ook of als iemand die zo bevoorrecht is dat hij een voorsprong heeft gekregen.

Wat is eerlijk? Dat is in ieder geval de vraag die we uit deze gelijkenis meenemen. Gods genade is in ieder geval voor iedereen. Dat is eerlijk.

overweging op zondag 7 juni 2020        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

vieren in coronatijd

 

schat

In sprookjes staat het vinden van de schat gelijk aan het vinden van je bestemming, je roeping. Het is nooit rijkdom die de schat vormt, maar wijsheid en inzicht. Zo lazen we in Prediker. Je wordt er dus op een andere manier rijk van.

Diep van binnen snappen we dat allemaal. Onze schat is onze lief. We hebben schatten van kinderen of kleinkinderen. Onze rijkdom is niet de zekerheid die geld ons geeft maar de veiligheid van onze relatie. Onze schat is dat wat we voor geen goud kwijt willen. Vaak worden onze ogen voor die schat weer geopend als ons leven wordt afgestroopt en we die dingen kwijt raken waarvan we dáchten dat we zo nodig hadden (een baan, een huis, gezondheid).  

De schat die Jezus heeft gevonden is de liefde van God en het koninkrijk van de hemel. Daarvoor heeft Jezus alles opgegeven. Hij leeft in dienst van God. Hij zet alles op alles om de hemel op aarde te verwezenlijken. De schat die hij gevonden heeft, geeft zijn leven zin. En hij zou willen dat zijn leerlingen dat tot zich lieten doordringen.  

 

rijk

Van een schat vinden word je rijk. Het is niet zo’n raar beeld, dat Jezus gebruikt. In zijn tijd waren er geen banken en kluizen. Wie zijn geld veilig wilde bewaren verborg dat in de grond. Soms ging er iets mis. Dan kwam de eigenaar zijn schat niet ophalen en vond een ander hem. Laten we zeggen dat het een arbeider is die aan het werk is op die akker. Iemand die hard moet werken om zichzelf en misschien ook een gezin in leven te houden. Een dagloner voor wie het bestaan onzeker is. En dan struikelt hij over een schat. Zijn kostje is gekocht; zijn toekomst zal zorgeloos zijn.

Zó is het ook met het koninkrijk van de hemel, zegt Jezus. En als je het zo vertelt, lijkt het logisch en verstandig om Jezus daarin te volgen. Het geeft zekerheid. Het geeft de zorgeloosheid waarover Jezus het al eerder had: maak je geen zorgen over je eten, of je kleding. Daar draait het leven niet om.

 

Soms stuit je bij toeval op dat wat je nodig hebt. Of je herontdekt wat je leven nieuwe waarde geeft. Ik ontmoette ooit een mevrouw die zichzelf lang had weggecijferd. Haar leven bestond uit zorgen voor anderen. Tot zij alleen kwam te staan. In zichzelf ontdekte zij talent om te schilderen. Ik ontmoette haar bij haar eerste expositie.

Zo vínden we wat we wat ons leven verdieping geeft. Het is niet het kópen wat centraal staat in Jezus’ gelijkenissen. Het is het vinden. Openstaan voor de mogelijkheid dat in het alledaagse, in de akker van de wereld, nieuwe levensmogelijkheden verborgen zijn. Dat kan liefde zijn, of geloof. Het kan een beslissing zijn, een doel. Een woord van troost. Het is verborgen in dit leven om door jou gevonden te worden en er rijker van te worden.  

 

arm

Dan de koopman. Anders dan in de voorgaande gelijkenis weet hij precies waarnaar hij op zoek is en hij kent de waarde ervan.

Ik herken een modern mens in hem. Iemand die uitdagend werk heeft en daarmee alle dagen druk is. Hij (of zij) verdient er een goede boterham mee. Tot hij die ene parel vindt. De mooiste. En alles waarmee hij zijn brood verdiende verkoopt hij voor die ene.

Dat is niet logisch en verstandig, zoals de mens die akker kocht en daarmee zijn toekomst veilig stelde. Het is roekeloos. Waarvan zal de koopman nu leven? De aanschaf van deze schat heeft de toekomst onzeker gemaakt.

Zo ongerijmd is het koninkrijk van de hemel; je vindt het in het gewone leven en het maakt je rijker en je toekomst zeker. Maar het is ook datgene waarnaar je altijd op zoek was en waarvoor je alles op alles zet. Het is een roekeloze sprong in het diepe.

 

in een ander licht

De mens met de schat leeft zorgeloos omdat hij hoofd- en bijzaken weet te onderscheiden. De dagelijkse zorgen hoeven je niet zó in beslag te nemen dat je aan iets anders, of aan iemand anders, niet meer toekomt. Hij leeft met de zorgeloosheid van het geloof dat God ons zal geven wat we nodig hebben om bij te dag te leven. De God van Psalm 23: het ontbreekt mij aan niets; de God van het manna in de woestijn. De God die ons leven draagt, dag aan dag.

De man met de parel heeft een lichtere portemonnee maar is net zo zorgeloos. De glans van zijn parel werpt een andere glans op zijn leven. Hij weet nu dat het leven niet draait om financiële zekerheid of om bezit. Maar om het geluk en de liefde waarvoor je alles opzij wilt zetten.

 

in een ander licht

Zo, zegt Jezus, is het met het koninkrijk. Wie dat eenmaal gevonden heeft, zal dingen in een ander licht zien. Wat eerst belangrijk was, verliest zijn glans en wat van waarde is zal oplichten. Je gaat anders kijken. Wij zijn voor God de grootste schat. Mensen van zijn welbehagen. Kostbaar in zijn ogen. Als we zó naar anderen zouden kunnen kijken. Met ogen vol ontferming. Met ogen vol liefde en waardering. Met ogen die zien wat nodig is. Als we zó zouden kijken, zou dan die hemel op aarde niet dichterbij komen. 

overweging op Pinksterzondag 31 mei 2020         

PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

vieren in coronatijd

 

uit de Bijbel: Galaten 5: 22-26 en Handelingen 2: 1-11

 

de Geest krijgen

Preken maken is hard werken. En het lukt niet altijd even goed.

Soms ben ik maar half tevreden maar omwille van de agenda denk ik dan: het moet maar zo. En dan kan het gebeuren dat ik hier sta en dat mijn woorden klinken zoals ze moeten klinken; of ze vleugels krijgen. Het lijkt dan of ik plotseling zelf het belang van de tekst doorheb en weet hoe ik moet zeggen wat ik thuis heb bedacht. Alsof ik de Geest krijg….

 

Ik vind dat een mooie uitdrukking omdat het aangeeft dat de Geest je zomaar kan overkomen. Als een onvermoed en ongedacht geschenk. Een geschenk waardoor je anders gaat klinken; of waardoor jullie anders gaan luisteren. Er vindt iets plaats dat er nog niet eerder was. Iets nieuws. Iets dat ons vernieuwt en verandert. Zoals die leerlingen van Jezus, mannen met gewone beroepen als visser en belastingambtenaar. En hoor ze nú eens spreken! Zo vol vuur en passie dat het bij iedereen aankomt. Ze zijn er vol van!

 

De gloedvolle toespraak die Petrus daarna houdt lijkt hem zomaar aan te komen waaien. Goed beschouwd is de Geest Gods adem. De levensadem die waait over de oervloed en waardoor schepping ontstaat; de levensadem in de neus van de eerste mens. Het is Gods spirit en geestkracht in de mensen waar wat van uitgaat. Mensen in de Bijbel. Mensen van altijd en overal, mensen van hier en nu. Mensen met grote namen, mensen als jij en ik. In ons is Gods adem. Als een geschenk. We ervaren het als we ergens warm voor lopen, een ingeving krijgen; als we de geestkracht voelen om dóór te gaan of aanvoelen dat het tijd is dat er een andere wind gaat waaien.

 

adem halen

Wij hebben het vaak over ‘adem halen’.

Alsof het iets is waarop we recht hebben; of iets in ons dat we alleen maar naar boven hoeven halen. Bij mijn fluitlessen en zanglessen heb ik echter iets heel anders geleerd: voordat ik ergens mee mag beginnen, blaas ik eerst uit. En dan, als mijn lichaam leeg is en er om schreeuwt om gevuld te worden, dan stroom ik vol. En dan kan ik ergens mee beginnen, met zingen of fluiten. Mijn instrument, mijn lichaam, heeft die adem niet van zichzelf, maar ontvangt die iedere keer als ik mij er voor openstel. Een belangrijk gebed van de kerk is dan ook het gebed om Gods Geest.

 

vervuld van de Geest

Wij weten dat wij die Geest nodig hebben, zo nodig als adem. Wij zijn een lege huls die gevuld moet worden, een huis dat bewoond wil worden. Net als toen ‘vervuld van de heilige Geest’. Daar bidden we om.

Als wij een huis zijn dat door Gods Geest bewoond wil zijn, dan vraagt dat om een kritisch deurbeleid. Welke drijfveren en motivaties willen de woning van ons dagelijks leven in? Zijn ze allemaal even zuiver? Hebben ze inderdaad te maken met God, of veel meer met mijn eigen verlangens. Wat leeft er in ons hart? Dat kritische deurbeleid noemt Paulus: de geesten onderscheiden. Weten wat je binnenlaat en met welke beweegredenen.

 

Als wij bidden om Gods Geest in ons leven, dan vraagt dat dus om zelfonderzoek: hoe welkom is zij eigenlijk? Wat huist er nog meer, wat houdt ons bezig/bezet?

 

wat zijn de goede vruchten?

Mensen die zich laten leiden door de heilige Geest, volgen ook de richting die zij wijst. Zij varen een eigen koers. Zij ervaren een innerlijke vrijheid om zó te leven dat zij tot bloei komen, vrucht dragen. Zij leven zó dat het bijdraagt aan de groei van anderen, aan de bloei van het gemeente-leven, of het samen-leven. Alle vruchten die Paulus opnoemt hebben te maken met relatie, met jij en de ander. Vriendelijkheid, geduld, zelfbeheersing…. die ander is ermee gemoeid. Ze duiden op een leefwijze die Gods wet vervult, zoals Christus dat deed. Hij vervulde de wet door God lief te hebben boven alles en de ander als zichzelf. Wie eenmaal die weg gewezen heeft gekregen, wijkt daar niet meer van af, zegt Paulus. Die leeft anders.

 

Vandaag, meer dan andere zondagen, zetten we de deur van ons leven open om Gods Geest onderdak te bieden. Wij stellen ons open om op adem te komen en ons te laten volstromen met levenskracht.

Inmiddels hebben we wel door dat een lange adem van ons wordt verwacht. Deze situatie is niet zomaar voorbij. Daarom bid ik God om zíjn adem in mij, in jullie. Om geduldig vol te houden en het goede te doen.

Ik weet ook van mensen die in ademnood zijn, benauwd door wat ze meemaken. Ik bid om Gods geestkracht voor hen.

En ik dank voor alle creativiteit, warmte, vriendelijkheid, geloof, goedheid die we in ons zelf en elkaar hebben ontdekt.

Torenhoog

Written by

overweging op zondag 24 mei     De Open Hof ~ Oud-Beijerland

vieren in corona tijd

uit de Bijbel: Genesis 11: 1-9

 

een ambitieus project

Pieter Bruegel schilderde in de 16e eeuw deze toren van Babel.

Zo kolossaal is de toren dat het bouwwerk bijna het hele schilderij vult.

Rechts sturen de boten met bouwmateriaal aan op de haven.

Van dichtbij zie je de meer dan duizend mensen

die allemaal een taak hebben bij de bouw.

Op de derde etage is een grote processie aan de gang

met een geestelijke onder een rood baldakijn.

Ze passeren een boog in de vorm van een kerkraam.

Onder de stoet zijn ruiters te zien die de toren bestijgen.

En we zien verschillende uitkijkposten

om te zien of er geen ongewenst volk aan komt.

Er zijn takelwerktuigen om zo efficiënt mogelijk te werken.

Aan de verkleuring van de toren kunnen we zien

dat dit een project van tientallen jaren is.

Het gaat over de generaties heen.

Beneden zijn de stenen vergrijsd. Boven nog mooi rood.   

Zo hoog is de toren dat wolken langs drijven; de hemel is dichtbij.

 

Het bouwen van de toren van Babel staat dan ook symbool

voor het voortdurende streven van de mens naar het hoogst haalbare.

Het gaat over mensen die creatief zijn; ze vinden bakstenen uit.

Maar ook over mensen die zich willen laten gelden en bewijzen.

Ze willen beroemd zijn; mensen waar tegen op wordt gekeken.

Ze vertrouwen op eigen kunnen en op de onbegrensde mogelijkheden van de techniek. De toren, zoals Bruegel die schildert, houdt mensen bijeen in een gezamenlijk streven. Zelfs de kerk is er onderdeel van.

 

eensgezind

Het is een beetje eng om het zo met elkaar eens te zijn dat alles gericht is

op dat ene, grote, project. Wát, als je niet gelooft in dat project?

Wát, als je niet mee wilt doen, of niet mee kunt doen?

Wát, als jij een andere mening bent toegedaan, met een andere tong spreekt?

Wát als jij anders bent dan anderen? Wat dan?

 

Het is, naar Bijbelse normen, ook hoogmoedig

om zo met je hoofd in de wolken te willen leven.

God heeft toch juist de aarde aan de mens gegeven om te leven.

Mensen zijn van beneden, God is Die van Boven.

En bij die aarde hoort de opdracht aan de aardbewoners.

Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde.

Zorg voor de aarde en alles wat leeft.

En dáár gaat het dus mis.

De eensgezindheid van de mensen die bouwen aan de toren gaat dwars tegen de bedoeling van de Schepper in.

 

angst

De mensen hebben angst om verspreid te raken over de hele aarde.

Angst om de controle en het overzicht te verliezen.

Angst voor wat of wie anders is. Ze willen bij elkaar blijven.

Die toren zal hen zekerheid geven, houvast.

Een baken in tijd en ruimte.

Maar God heeft de mens niet bedoeld om vast te zitten.

Léven is meedeinen op de golven van de tijd,

meegaan met de seizoenen die hij geschapen heeft.

Oók met de seizoenen van het leven;

het leven dat zich met alle ups en downs aan je voordoet.

Léven is vruchtbaar leven. Zó leven dat anderen er vruchten van kunnen plukken. Het is dus ook, zoals Jezus later zal zeggen, een beetje sterven.

Jezelf afleggen om er te zijn voor de ander.

Jezelf durven geven; jezelf durven overgeven aan wat er op je pad komt.

Híj durfde dat. Hij was mens zoals God dat voor ogen stond.

 

Leven als Jezus is verspreid worden over de aarde.

Als een zaad uit Gods hand vallen en overal heen dwarrelen,

elk met een eigen opdracht in dit leven, elk met een eigen plaats om te zijn.

Op die manier leven is leven voorbij de krampachtigheid.

Niet iedereen hoeft dezelfde taal te spreken;

niet iedereen hoeft hetzelfde doel te hebben.

We hoeven elkaar niet de loef af te steken, de beste te zijn.

Het gaat niet om de hoogte van ons leven met elkaar. Maar om de breedte.

Waar de mens angst heeft om te leven,

daar heeft God angst voor wat mensen allemaal kunnen uitdenken

als ze eenmaal het hoogste punt van de toren hebben bereikt.

Wát als mensen zich God wanen?

Zullen ze dan nog toekomen aan het antwoord op de twee belangrijke vragen die Genesis stelt: mens, waar ben jij?

En: mens, waar is jouw broeder of zuster?

Als mensen zich God wanen, zullen zij dan nog kritisch naar zichzelf kijken

en bedenken waarin ze kunnen groeien?

Als mensen zich de koning in hun eigen ivoren toren wanen,

zullen zij zich dan nog bekommeren om hun medemens?

 

heilzame verwarring

God brengt een spraakverwarring teweeg zodat mensen elkaar niet meer verstaan. En zó, vertelt het verhaal, zó is het gekomen

dat we allemaal een andere taal spreken.

Maar de les die we leren is dat we moeite moeten doen om elkaar te begrijpen. Omdat er net zoveel meningen en overtuigingen als mensen zijn.

Er mag dus tegenspraak zijn. En debat.

De les die we leren is dat we elkaar zoeken, door te luisteren;

door het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het welzijn van de ander.

Veel torens zijn omgevallen de laatste weken.

Heilige huisjes, bolwerken, zekerheden, alles wankelt.

Ik hoop en bid dat de val van deze tijd ons zal inspireren tot een beter mens-zijn.

Een mens-zijn dat antwoord weet te geven op de oervragen:

waar sta jij als mens en waar is jouw medemens.    

75 jaar vrijheid en vrede    PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland        3 mei 2020

vieren in Coronatijd

 

gebed

God van vrede,

voor we kunnen vieren dat we in vrijheid leven

laten we de stilte spreken.

De stilte van gedenken

wie geleden hebben

wie weggevoerd zijn

wie omgekomen zijn.

De stilte van de herinneringen

die mensen kwellen

en achtervolgen tot in volgende generaties.

De stilte van de sprakeloosheid

over de wreedheid en moordzucht

die in mensen zit. 

De stilte van de bewondering

om de ongelofelijke moed

van gewone mensen

die in verzet kwamen

die hun leven opofferden voor de vrijheid van anderen.

 

God van vrede,

voor we kunnen vieren dat wij in vrede leven

laten we de stilte spreken.

De stilte van het gedenken

van alle brandplekken op de wereld

waar mensen snakken naar vrede.

De stilte van het medelijden

met de kinderen van nu

die opgroeien met onrust en strijd.

De stilte van de verbijstering

dat we niet genoeg hebben geleerd van de geschiedenis

en dat racisme, jodenhaat, fanatisme

nog steeds kunnen groeien.

 

God van vrede,

voor het feest begint

laten we de stilte spreken

en dragen wij aan U op

de mannen en vrouwen

die zich waar dan ook op deze wereld

inzetten voor vredemissies;

al die mensen die vechten voor de rechten en de vrijheid van een ander

Ontferm U over ons.

Geef ons uw vrede. Amen.

Gemeenteleden lazen voor uit de Bijbel

over gedenken: Deuteronomium 8: 2, 7, 10-11

over vrede: Matteus 5: 7-9

over vrijheid: Galaten 5: 13-14.

 

De vrijheid is voor de mensen

wat lucht voor de vogels is

en vrijheid is voor de mensen

wat water is voor een vis.

En vrijheid bestaat in woorden

die brood geworden zijn,

stemmen die zijn gebroken,

en bloed dat is vergoten,

de vrijheid smaakt naar pijn.

 

vrede

We vieren 75 jaar vrijheid, 75 jaar vrede.

Géén oorlog, geen vijand, geen onderdrukking.

Een toestand van rust.

Daar zijn we dankbaar voor want het is een bevochten vrede.

Maar de vraag is: is dít het dan? Is vrede de afwezigheid van oorlog.

 

In de Bijbel spreekt Jezus over vrede.

Hij prijst de mensen gelukkig die vrede nastreven.

Voor hij afscheid neemt van zijn leerlingen zegt hij:

ik geef jullie mijn vrede. En als hij na de opstanding aan hen verschijnt zegt hij:

Vrede zij met jullie!

Maar hij heeft het níet over het verjagen van de vijand, de Romeinen.

Hij heeft het níet over een toestand van rust.

 

Jezus doelt niet op het gedroomde einde van oorlog en bezetting voor zijn volk. Laat staan voor de wereld.

Volgens de evangelist Lucas heeft Jezus zelfs gezegd:

 

Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. (Lucas 12:51)

Jezus bracht geen toestand van rust, geen afwezigheid van oorlog. Hij bracht onrust.

Hij bracht verzet en een scheiding van geesten

tussen hen die alles wilden laten zoals het was

en hen die geloofden in een menselijke wereld, Gods koninkrijk.

 

.. heeft ons voorgelezen uit de Bijbel.

Jezus prijst die mensen gelukkig die goed zijn voor anderen,

mensen die eerlijk zijn

en die vrede willen sluiten. (Mt 5: 8-10 BGT)

In mijn woorden zou ik er aan toe willen voegen:

Het echte geluk is voor mensen die er géén vrede mee hebben

dat de ene mens het beter heeft dan de ander.

 

onvrede

Als wij elkaar in de kerk vrede toewensen op zondag, wat wensen wij elkaar dan toe?

Als we bij het delen van brood en wijn zeggen: De vrede van Christus! wat geven we elkaar dan te verstaan?

Jezus geeft zijn leerlingen zijn vrede mee om hen te bemoedigen. Ze hoeven niet bang te zijn of zich ongerust te maken.

Hij wenst hen toe dat zij zich staande zullen houden in de wereld waarin ze leven.

Die zekerheid denken we doorgaans vooral uit andere dingen te halen en we omringen ons met zekerheden en bezit. Die, als het erop aankomt, weinig échte zekerheid bieden. Zaken die ons, als we ze moeten missen, zelfs on-te-vreden maken.

Dat zien we door deze crisistijd weer scherp in.

In de vrede van Christus zit rust en moed.

Rust om te aanvaarden dat jij bent zoals je bent

en dat de dingen zijn zoals ze zijn.

Moed om die dingen te veranderen die in je macht liggen.

 

Die vrede van Christus lijkt de voorwaarde te zijn om in vrede te leven

met onszelf en de omstandigheden

met onze gezinsleden

met de mensen om ons heen.

 

Ver bij de ontevredenheid vandaan.

Weg van de frustratie over wie we zouden willen zij

of wat we zouden willen hebben.

Weg van het geen vrede kunnen hebben met wat ons overkomt.

Wie die vrede ervaren kan, wie accepteert dat hij is zoals hij is, kan ook vrede hebben met de ander.

Er hoeft geen angst te zijn. Geen ongerustheid. Geen jaloezie. De vrede van Christus belooft ons niet de afwezigheid van oorlog en is ook geen toestand van rust. De vrede van Christus is zo jezelf kunnen zijn dat je het die ander ook gunt. Die vrede zet ons in de vrijheid.

Straks gaan we een nieuwe week in met Gods zegen.

We ontvangen: vrede.

Geen toestand van rust. Geen achterover leunen omdat we klaar zijn.

Maar:

 

Moge God ons zegenen met onrust

bij gemakkelijke antwoorden,

halve waarheden, en oppervlakkige relaties

zodat er diepgang vanuit ons hart moge leven.

Moge God ons zegenen met boosheid

over onrechtvaardigheid,

onderdrukking, en uitbuiting van mensen

zodat we werken voor rechtvaardigheid,

vrijheid, en vrede.

Moge God ons zegenen met tranen

die we plengen voor hen die lijden

door pijn, verwerping, honger, en oorlog

zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost.

En moge God ons zegenen met zoveel

dwaasheid dat we geloven

een verschil te maken in de wereld.

Zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen

dat het onmogelijk is.

overweging op zondag 26 april

vieren in coronatijd

 

uit de Bijbel: Johannes 21: 1-14  

 

Ik ga vissen

Ik denk dat veel mensen er op dit moment naar verlangen om weer gewoon te kunnen werken. Les geven op school. Naar kantoor voor een afspraak in plaats van achter de computer. Gewoon haren knippen, koken voor gasten of je waar verkopen.

‘Ik ga vissen’, zegt Petrus. En de anderen stappen maar wat graag bij hem in de boot. Even iets gewoons. Iets van vóórdat Jezus in hun leven kwam en dat voorgoed veranderde.

Ze zijn bij het meer van Tiberias. Waar ‘Jezus in het zachte gras de mensen liefhad en genas en in hun midden stond.’ (NL 836) Terug bij de plek waar het allemaal begonnen was: waar Jezus hen had geroepen om vissers van mensen te worden. Maar daar zijn ze op dat moment helemaal niet mee bezig. Het is alsof het nog niet tot hen is doorgedrongen dat Jezus is opgestaan. Zijn ze nu al vergeten dat Hij aan hen is verschenen en hen heeft uitgezonden met zijn Geest? Het besef dat er met Pasen iets wezenlijk veranderd is, wil maar geen post vatten in hun hoofd en hart. Maar waar ze nu mee bezig zijn, dat is een vruchteloze onderneming. Johannes verwoordt het in een prachtig beeld: getob in de nacht en lege netten.

 

iets voor erbij

En als Jezus hen opwacht op de oever herkennen ze hem niet.

Je zou het ze wel willen toeroepen: kijk dan, daar staat Jezus. Hoe bestaat het dat je zijn aanwezigheid niet herkent. Tegelijkertijd weten we allemaal dat het zo soms is.

 

 ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ vraagt Jezus. Of, nog mooier, uit de oude vertaling: ‘hebt u enige toespijs?’’ Jezus vraagt eigenlijk: hebben jullie er iets bij? Is er iets voor bij het dagelijks brood? Het antwoord is een kortaf ‘nee’. Er is niets voor erbij; de glans is van het dagelijks leven af. Er is alleen maar die teleurstelling en vermoeidheid. En het niet herkennen van God in Jezus. De God bij wie je niet tekort komt omdat Hij zal geven wat je nodig hebt voor elke nieuwe dag.

 

over een andere boeg

‘Gooi het net aan stuurboord uit’ roept Jezus. Gooi het over een andere boeg. De boeg van nooit gedacht, van onverwacht. Die andere boeg, waarvoor je je angst moet overwinnen, of je logische redeneringen. -Hoezo, andere boog, ik vis altijd aan deze kant; dat is volgens vissers de beste kant.-

We weten niet waarom maar ze wagen het erop. Ze wierpen dus hun netten uit aan de andere kant en er zat zoveel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.

 

gevoed worden

Dan herkennen ze Jezus. Een flits van inzicht. Zoals we soms ineens beseffen: dit moet iets van God zijn geweest; En enthousiast en onbezonnen stort Petrus zich in het water. Zo kennen we hem weer, de impulsieve Petrus.

Aan land wacht hen een vuurtje. Met brood en vis.

Ze zijn er de hele nacht voor in touw geweest maar het ligt nu gewoon op hen te wachten. Ze kunnen zo aanschuiven.

Je hoeft niet altijd alles zelf aan te slepen. Soms wordt er voor je gezorgd. Dan is er iemand -of Iemand- die je aanspoort om het van een andere kant te bekijken.

En als je daarvoor de moed kunt opbrengen, of het vertrouwen, dan zul je ervaren dat er voor je wordt gezorgd. Dat je ontvangt wat je nodig hebt en meer dan dat.

 

Brood en vis.

Daar kennen we een ander verhaal van. Zeven was voldoende, brood en vis. Een verhaal dat vertelt dat je vertrouwen mag dat je met een gastheer als Jezus niet te kort komt. Een verhaal dat ons brengt bij hem die zei: Ik ben het brood dat leven geeft. En die dat leven doorgaf door zich te laten breken als brood.

En de vis, dat is ook Jezus zelf. En die vis, dat is toch ook Jezus zelf. Ichtus. De letters vormen een belijdenis: Iesous Christos Theou Uios, Soter. Jezus Christus, Zoon van God, Redder. De vis die door het water van de doodsjordaan is heengegaan.

 

Wat ze daar eten, brood en vis, wat weer naar binnen komt, is dat Jezus de Heer was. De Opgestane, de Zoon van de Vader die ook hun Vader is. Laten ze er dan nu klaar voor zijn om weer te gaan vissen. Op mensen.

overweging op zondag 19 april 2020  PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

viering in Coronatijd   (afbeelding Prentenbijbel)

 

uit de Bijbel: Johannes 20: 19-25

 

het nieuwe normaal

Dat de wereld niet kan blijven zoals ze was, daarover zijn we het allemaal eens. We moeten op zoek naar een nieuw normaal. Een nieuw normaal in hoe en waar we werken, in hoe we onze vrije tijd besteden; een nieuw normaal in onze wereldwijde ambities, een nieuw normaal in ons omgaan met elkaar.

Dat nieuwe normaal zou wel eens heel lang op zich kunnen laten wachten. Want ‘back to normal’, hoe doe je dat als er zoveel verdriet is geweest, zoveel lijden? Hoe doe je dat als mensen, bedrijven in financiële problemen zijn gekomen? De wereld waarin we leven zal nog lang de napijn voelen en er zijn dingen stuk gegaan die niet meer te repareren zijn. Het nieuwe normaal zal altijd de littekens dragen van wat is geweest. Hetzelfde wordt het niet meer. Geldt datzelfde niet voor ons? Dat in ons eigen leven altijd zichtbaar zal blijven wat we hebben meegemaakt? Dat we allemaal onze zere plekken meedragen.

 

wonden

Op de avond van de opstandingsdag verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Hij komt in het uur van hun angst. De deuren waren gesloten. Hij komt in het uur van hun aangevochten vertrouwen. Ze hadden toch het goede nieuws gehoord, dat Jezus is opgestaan. Ze hadden het gehoord van Petrus, van Johannes, van Maria van Magdala. Alle drie waren ze getuige van een leeg graf. Maria had zelfs de Heer gezien. En toch hebben ze zichzelf opgesloten.

Afgesloten van de hoop dat het goed komt; afgesloten van wat Jezus hen zelf had voorgehouden, dat Hij zou opstaan uit de dood op de derde dag.

Als Jezus bij hen binnenkomt, dwars door hun angst en wanhoop heen, laat hij hen de wonden zien in zijn handen, in zijn zijde. De Opgestane Heer draagt voor altijd de littekens van wat hem is aangedaan. Pasen is dan ook geen makkelijke weg. Het is geen goedkoop happy end. De pijn komt erin mee.

Tomas wil er alleen aan geloven als hij ook die wonden mag zien. Hij kan niet zomaar over gaan tot een nieuwe orde van de dag. De pijn kan niet zomaar vergeten zijn. Dat zou alles wat Jezus heeft betekend ontkrachten. Hoe zijn liefde alles verdragen heeft, vergeven heeft. En zelfs sterker bleek dan de dood.

 

Door de scepsis van Tomas komt bloot te liggen dat wij moeten leren leven met het gegeven dat lijden en opstanding niet los verkrijgbaar zijn. Dat maakt ons leven tegelijk ondragelijk en dragelijk. Want het betekent dat wat geweest is niet ongedaan wordt gemaakt maar meewerkt aan wie wij kunnen zijn. Dat kan ik snappen zolang het goed met me gaat. Maar als het noodlot toeslaat, wordt het geloven op de tast.

 

opstaan

Pasen is dus geen happy end. We ploeteren na Pasen gewoon verder. Maar met de opdracht om ons niet zó te gedragen alsof het kwaad het laatste woord heeft. We moeten niet bang zijn om vanuit de liefde te leven. Ook wanneer ze van de heersende normen lijkt te verliezen. Pasen geeft ons de moed om op te staan in liefde tegen wat we normaal zijn gaan vinden in. Pasen geeft ons de moed om te leven ná wat ons is overkomen.

Daarom blaast Jezus zijn leerlingen nieuw leven in. Adem. Geest van God. En Hij schenkt hen het geschenk van de vergeving. Want als iets afstand tussen mensen kan overbruggen is het vergeving. Niet de boosheid, niet het omzien in wrok of zinnen op wraak kan ons doen opstaan tot een nieuw normaal. Dat deed Jezus ook allemaal niet. Hij kwam in liefde en opende met zijn vredegroet een nieuwe weg, een nieuw normaal.

Goede Vrijdag 2020          niet alleen    

 

viering in corona-tijd          PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

Bij U, Heer, schuilen wij op de avond van deze dag

dat wij Jezus Christus gedenken, in zijn lijden en zijn dood.

Hier zien wij op naar het kruis.

Laat dit uur voor ons zijn als een waken en bidden met Hem.

Amen.

 

Jezus ging de weg van Gods liefde.

Onvoorwaardelijke liefde.

Hij wist dat het een doodlopende weg zou zijn

want velen konden die liefde niet aan.

De gevestigde orde; de mensen met macht.

Maar zoveel anderen trokken zich aan hem op,

de lammen en blinden,

de zondaars, de verschoppelingen die aan geen enkele tafel welkom waren.

 

Het was geen makkelijke weg. Liever zag hij de lijdensbeker aan zich voorbijgaan.

Maar hij wist zich geroepen. En gedragen door God. En als de weg hem te zwaar wordt, schiet de hemel hem te hulp.

 

Laten we God danken voor kracht uit de hoge, engelen op onze weg die ons steun geven en troosten.

 

Lucas 22: 39-43

 

Jezus is aan niets anders schuldig dan aan liefde. Het oordeel dat over hem wordt geveld is onbarmhartig en onrechtvaardig. Het zegt niets over hem. Het zegt alles over de prioriteiten die mensen stellen. Het zegt iets over heerszucht en  eigenbelang.

 

Laten we God bidden om vergeving en zoeken naar nieuwe wegen.

 

Lucas 23: 13-24     

 

We staan erbij en kijken ernaar. We kennen of herkennen het gevoel van het machteloze en hulpeloze toekijken als een geliefde worstelt met pijn, of sterft.

Of we weten zelf hoe eenzaam en moeizaam de weg van het lijden is.

Enkele vrouwen laten Jezus niet in de steek; onder hen is zijn moeder. Zij blijft bij hem tot aan het kruis. Een toevallige voorbijganger helpt het kruis te dragen.

 

Laten we God danken voor de mensen die dichtbij ons zijn en ons leven zinvol maken. Voor de mensen die ons pad kruisen en helpen dragen wat ondragelijk is.

Laten we bidden voor mensen die zwaar, te zwaar belast zijn.

 

Lucas 23: 26-27 en 33-38

 

Dat de ene mens dit de ander kan aandoen.

Het roept ongeloof op, ontzetting, verdriet.

Tegelijkertijd weten we dat het waar is

dat Christus tot het einde van de tijden

lijdt in de mensheid.

 

Laten we God bidden om zijn ontferming als het kwaad ons te machtig wordt

en de liefde onbereikbaar lijkt. Laten we God bidden voor die mensen voor wie God onbereikbaar ver is. Laat de duisternis niet het laatste woord hebben.

 

Lucas 23: 44-47 en 50-51

 

Het is voorbij.

Geen tranen meer, geen pijn, geen strijd. Slechts rust en vrede. En geborgenheid bij de Vader.

 

Laten we God bidden om zijn nabijheid voor wie waken, voor wie angstig zijn, voor wie los moeten laten. Laten we God bidden voor wie leven met de stilte van het  gemis.

 

Blijf bij ons, Heer, want de dag loopt ten einde

en de avond valt over ons neer.

 

Blijf bij ons, Heer, want wij vrezen het duistere dreigen

van een nacht die een eeuwigheid duurt.

 

Blijf bij ons, Heer, want wij wachten gespannen op de morgen

en wij weten niet of hij wel komt.

 

Blijf tot ons spreken,

ook als wijzelf door onheil woordloos zijn geworden.

Blijf naar ons omzien, wanneer onze ogen

speuren naar een lichtpunt in het donker.

Blijf naar ons luisteren, als wij u zeggen

wat wij nog aan niemand hebben toevertrouwd:

(moment van stilte)

 

Blijf bij ons, Heer, met een enkel woord,

een eenvoudig gebaar vol warmte en troost en gemeenschap.

 

Blijf bij ons, Metgezel, ga met ons mee onderweg en vertel ons

het geheim van geloof, hoop en liefde.

 

Blijf bij ons, Vriend -, en help ons dat wij jóu niet verlaten

in al jouw eenzaamheid van deze nacht. Amen.

(Niek Schuman)

Goede Vrijdag 2020          niet alleen    

 

viering in corona-tijd          PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

Bij U, Heer, schuilen wij op de avond van deze dag

dat wij Jezus Christus gedenken, in zijn lijden en zijn dood.

Hier zien wij op naar het kruis.

Laat dit uur voor ons zijn als een waken en bidden met Hem.

Amen.

 

Jezus ging de weg van Gods liefde.

Onvoorwaardelijke liefde.

Hij wist dat het een doodlopende weg zou zijn

want velen konden die liefde niet aan.

De gevestigde orde; de mensen met macht.

Maar zoveel anderen trokken zich aan hem op,

de lammen en blinden,

de zondaars, de verschoppelingen die aan geen enkele tafel welkom waren.

 

Het was geen makkelijke weg. Liever zag hij de lijdensbeker aan zich voorbijgaan.

Maar hij wist zich geroepen. En gedragen door God. En als de weg hem te zwaar wordt, schiet de hemel hem te hulp.

 

Laten we God danken voor kracht uit de hoge, engelen op onze weg die ons steun geven en troosten.

 

Lucas 22: 39-43

 

Jezus is aan niets anders schuldig dan aan liefde. Het oordeel dat over hem wordt geveld is onbarmhartig en onrechtvaardig. Het zegt niets over hem. Het zegt alles over de prioriteiten die mensen stellen. Het zegt iets over heerszucht en  eigenbelang.

 

Laten we God bidden om vergeving en zoeken naar nieuwe wegen.

 

Lucas 23: 13-24     

 

We staan erbij en kijken ernaar. We kennen of herkennen het gevoel van het machteloze en hulpeloze toekijken als een geliefde worstelt met pijn, of sterft.

Of we weten zelf hoe eenzaam en moeizaam de weg van het lijden is.

Enkele vrouwen laten Jezus niet in de steek; onder hen is zijn moeder. Zij blijft bij hem tot aan het kruis. Een toevallige voorbijganger helpt het kruis te dragen.

 

Laten we God danken voor de mensen die dichtbij ons zijn en ons leven zinvol maken. Voor de mensen die ons pad kruisen en helpen dragen wat ondragelijk is.

Laten we bidden voor mensen die zwaar, te zwaar belast zijn.

 

Lucas 23: 26-27 en 33-38

 

Dat de ene mens dit de ander kan aandoen.

Het roept ongeloof op, ontzetting, verdriet.

Tegelijkertijd weten we dat het waar is

dat Christus tot het einde van de tijden

lijdt in de mensheid.

 

Laten we God bidden om zijn ontferming als het kwaad ons te machtig wordt

en de liefde onbereikbaar lijkt. Laten we God bidden voor die mensen voor wie God onbereikbaar ver is. Laat de duisternis niet het laatste woord hebben.

 

Lucas 23: 44-47 en 50-51

 

Het is voorbij.

Geen tranen meer, geen pijn, geen strijd. Slechts rust en vrede. En geborgenheid bij de Vader.

 

Laten we God bidden om zijn nabijheid voor wie waken, voor wie angstig zijn, voor wie los moeten laten. Laten we God bidden voor wie leven met de stilte van het  gemis.

 

Blijf bij ons, Heer, want de dag loopt ten einde

en de avond valt over ons neer.

 

Blijf bij ons, Heer, want wij vrezen het duistere dreigen

van een nacht die een eeuwigheid duurt.

 

Blijf bij ons, Heer, want wij wachten gespannen op de morgen

en wij weten niet of hij wel komt.

 

Blijf tot ons spreken,

ook als wijzelf door onheil woordloos zijn geworden.

Blijf naar ons omzien, wanneer onze ogen

speuren naar een lichtpunt in het donker.

Blijf naar ons luisteren, als wij u zeggen

wat wij nog aan niemand hebben toevertrouwd:

(moment van stilte)

 

Blijf bij ons, Heer, met een enkel woord,

een eenvoudig gebaar vol warmte en troost en gemeenschap.

 

Blijf bij ons, Metgezel, ga met ons mee onderweg en vertel ons

het geheim van geloof, hoop en liefde.

 

Blijf bij ons, Vriend -, en help ons dat wij jóu niet verlaten

in al jouw eenzaamheid van deze nacht. Amen.

(Niek Schuman)

Witte Donderdag 2020                PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

viering in corona-tijd; zonder Heilig Avondmaal

 

inleidend woord

 

Vanavond gaat het over onvoorwaardelijke liefde.

Liefde die geen vragen stelt;

liefde die geen bezwaren kent

en niet omkijkt naar wat een ander ervan vindt.

 

Onvoorwaardelijke liefde durft zichzelf te geven

is breekbaar als brood.

 

Vanavond gedenken wij Jezus’ dienstbaarheid

en zijn bereidheid zichzelf te geven.

Wij gedenken hem

in het vertrouwen dat Gods licht nooit zal doven.

 

Goede God,

juist in deze avond

nu wij gedenken hoe uw Zoon het brood brak

en deelde

en zei: dit is mijn lichaam

doe dit om mij te gedenken

juist nu missen wij de gemeenschap

met elkaar.

Daarom bidden wij om uw Geest

die ons samenbindt

tot één lichaam,

uw gemeente.

Daarom bidden wij om de moed

het uit te houden

zonder elkaar te kunnen zien

zonder elkaar te kunnen vasthouden.

Houdt U ons vast.

Bewaar ons bij elkaar.

Deze avond en in de tijd die komt. Amen.

 

uit de Bijbel: Johannes 13: 1-15; Matteus 26: 26-29

 

woord van overweging

 

Wat ben ik in deze dagen blij met alle social media, met onze digitale middelen. Ze vormen een venster naar buiten. Opa’s en oma’s krijgen foto’s via de app en iemand vertelde dat zij de kleinkinderen voorlas via Facetime. We merken dat de groep op Facebook groeit en dat zelfs mensen die sceptisch waren op deze manier verbinding zoeken.

En ook op niet digitale manieren zoeken we manieren om ons met anderen te verbinden: een boodschap met stoepkrijt voor de deur, hand tegen hand met het raam er tussen. De virtuele werkelijkheid is onze werkelijkheid geworden. We connecten op allerlei manieren, maar niet fysiek.

 

Natuurlijk, het weegt niet op tegen een echte kus, een echte knuffel. En het liefst zouden we iemand willen vastpakken om te troosten of getroost te worden. Maar stel je voor dat we al deze middelen niet hadden. Die virtuele verbondenheid vult een leemte in ons; het geeft ons vreugde, troost ons, verbindt ons.

 

De kerk is dicht. De gemeente is onzichtbaar voor elkaar. Dat doet pijn. We missen elkaar meer dan we kunnen zeggen. De schaal op de tafel is leeg. Er is geen brood, om aan elkaar door te geven De kring door de kerk heen, een moment waar velen naar uitkijken omdat ze juist dán de verbondenheid met voelen, is er niet. Maar het is niet zo dat dan ook de verbondenheid met Christus er dan niet is. Want alles wat er mee komt in het vieren van het avondmaal, verzoening, vergeving, Gods onmetelijke goedheid, dat is er altijd. Dit is altijd voor het grijpen. Ook als wij niet fysiek brood en wijn delen, dan mogen wij onze handen nog openen om te ontvangen.

 

Paulus zegt tegen zijn gemeente: júllie zijn het lichaam van Christus. Goed beschouwd een virtueel lichaam. Een lichaam dat tot leven komt en zichtbaar wordt waar mensen verbonden zijn. En we leren van deze tijd dat die verbinding niet altijd écht hoeft te zijn; niet lichamelijk. Ook virtueel voelen we ons dichtbij elkaar.

Wíj zijn het lichaam van Christus. Een lichaam dat nu gebrokenheid ervaart; in het alleen-zijn, in alles wat níet kan en mag, in de stress, in het verdriet om het gescheiden zijn, in ziekte en zelfs dood.

Ga zorgvuldig om met dat lichaam, zegt Paulus. Want alle lichaamsdelen zijn van elkaar afhankelijk; we hebben elkaar nodig. Ga respectvol om met die lichaamsdelen die het zwakst zijn; en voel de pijn mee, want één lid lijdt, lijden alle anderen mee. En wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle anderen in de vreugde. Dat virtuele lichaam van Christus, dat lijdt en meelijdt, dat vreugde deelt en vragen, dat zijn wij.

 

De schaal is leeg. We drinken niet uit de beker. Toch weten we Christus dichtbij.

Hij is aanwezig in alle vriendelijkheid en dienstbaarheid; hij is in de opofferingsgezindheid van hen die zorgen en hulpverlenen; hij is in de lijdende naaste. Hij is erbij. En we gedenken hem in het vertrouwen dat het goed komt. Want het licht van Pasen gaat ook op over deze tijd.

 

gedicht Jaap Zijlstra

 

U hebt uw handen vuil gemaakt

aan onze voeten,

wij overwegen nog

of wij wel samen aan één tafel zullen gaan.

 

Breng ons te binnen

het gebroken brood,

het geheim van het graan,

het geeft zich aan de aarde,

sterft,

breekt uit in leven.

 

En laat ons niet ontgaan

de klare wijn

van uw woorden,

maak ons tot ranken

aan U, wijnstok van liefde.

 

Wij zijn maar vluchtige mensen,

laat ons weer wonen

onder één dak,

breng ons weer thuis bij U aan tafel.

 

voorbeden

 

God

wij bidden U

dat in alle onrust en onzekerheid van deze tijd

mensen houvast mogen vinden

bij elkaar

bij U.

Zegen die mensen

die voor ons zijn als Jezus

omdat zij klaar staan voor anderen,

omdat liefde hun weg is.

 

Wij bidden U

dat in alle gebrokenheid van deze wereld

wij als kerken

één mogen zijn in onze boodschap van hoop.

Zegen de mensen die op zoek gaan

naar hun bron van hoop en troost.

 

Wij bidden U

om moed en kracht

voor al uw mensen

voor gezinnen

voor jonge en oude mensen’

voor mensen thuis en op de werkvloer

om het vol te houden

met wat er op ons afkomt.

 

Wij bidden U

dat wij deze tijd gebruiken

om in onszelf te ontdekken

wat voor soort mensen wij willen zijn.

Roep ons op om te blijven doen

wat uw Zoon ons heeft voorgedaan

en zegen wat in ons groeit aan saamhorigheid en zachtheid.

 

God,

wij bidden U

dat wij elkaar snel in uw huis mogen weerzien

en dat wij de vreugde mogen proeven

van brood en wijn.

Wil ons tot die tijd bewaren in uw hand. In Jezus’ naam. Amen.

Page 1 of 8