Blog

de uitnodiging Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

Gast aan tafel zijn bij God. Delen in een overvloed aan goed eten en mooie wijnen op een feest dat niet meer ophoudt. (Jesaja 25: 6-9) Niets te kort komen en een lange neus kunnen trekken naar je vijanden: want jij geniet de bescherming van je gastheer. (Ps 23)

Deze associaties roept Jezus op als hij zijn gelijkenis vertelt over de bruiloft en het feestmaal. Het koninkrijk van de hemel is een koning die een feest geeft; het koninkrijk van de hemel is een uitnodiging die je alleen maar hoeft te accepteren. Maar de bruiloftsgasten willen niet komen.

 

Jesaja 25: 6-9

 

6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten

voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen,

een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen.

7 Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt,

de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.

8 Voor altijd doet hij de dood teniet.

God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,

de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg

– de HEER heeft gesproken.

9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!

Hij was onze hoop: hij zou ons redden.

Hij is de HEER, hij was onze hoop. Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’

 

Mijn God, mijn herder zorgt voor mij, NL 23c

 

Matteus 22: 1-14

 

22 1 Daarop vertelde ​Jezus​ hun opnieuw een ​gelijkenis:

2‘ Het is met het ​koninkrijk van de hemel​ als met een ​koning​

die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.

3 Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen,

maar die wilden niet komen.

4 Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht:

“Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid,

ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten.

Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’” 

5 Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker,

de ander naar zijn handel.

6 De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen.

7 De ​koning​ ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf,

hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.

8 Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden.

9 Ga daarom naar de toegangswegen van de stad

en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.”

10 De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. 11 Toen de ​koning​ binnenkwam om te zien wie er allemaal ​aanlagen,

zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had,

12 en hij vroeg hem:

“Vriend, hoe ben je hier binnengekomen

terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen.

13 Daarop zei de ​koning​ tegen zijn hofdienaars:

 “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis,

waar men jammert en knarsetandt.

14 Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’

 

een uitnodiging voor een feest

Wat een snertverhaal! In mijn herinnering zit een ander verhaal. Ik herinner het mij zoals Lucas het vertelt: de een heeft een akker gekocht waar hij naartoe wil; een ander wil een nieuw span ossen gaan bekijken en weer een ander is net getrouwd. Zij laten zich verontschuldigen. Zij hebben andere prioriteiten. Schandalig natuurlijk, maar het blijft zonder gevolgen. (Lucas 14: 16-24)

Matteus zet het veel scherper neer: de genodigden willen niet komen. Er zijn er zelfs die de dienaren van de koning mishandelen en doden. Dan is er dat incident met degene die geen bruiloftskleed en ook nog dat akelige laatste vers: Velen zijn geroepen maar slechts weinigen zijn uitverkoren. Met dat vers in de hand is meer kwaad dan goed aangericht. Voor velen heeft het geklonken als een dreigement, een donker perspectief van verloren gaan en niet behouden blijven.

 

We zouden het toch liever leuk houden. Een mooi verhaal over God die de mensen uitnodigt voor een feest; iedereen mag komen. We zouden toch niets liever willen dan dat iedereen dan kwam. Zoals Jesaja vertelt. (Jesaja 25) We zouden iedereen willen binnenlaten en liever niets horen over duisternis, gejammer en tandengeknars.

Van God verwachten we toch ook dat hij alles goed zal maken: de macht van de dood wegnemen, de tranen van de gezichten vegen. Het is toch die droom die Jezus in herinnering roept als hij begint te vertellen over een feestmaaltijd. Maar God is geen sussende ouder die alles in orde maakt en wegkust. En wij zijn geen onmondige kinderen. Volwassen in alle opzichten, ook in onze relatie tot de Eeuwige, weten we dat onze daden niet zonder gevolgen blijven. En dat onze morele keuzes er toe doen. Dat horen we in dit verhaal. Op het scherpst van de snede, dat wel.

 

Nico ter Linden vertelt hoe hij dit verhaal aan de kinderen op school voorlas en hen vroeg hoe het nou kon dat niemand wilde komen. Een jongetje steekt dan zijn vinger op en zegt: Ze zijn bang dat ze hem moeten terugvragen. Dat zou het kunnen zijn. De koning wil de liefde vieren maar de mensen houden hem op afstand. Ze hebben belangrijker dingen aan hun hoofd. Eigen zaken en zorgen hebben prioriteit boven het feest van de liefde. Let op: telkens als het in de Bijbel gaat over een bruiloft ontbreekt de bruid. Ook hier: de koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zóón, de bruidegom. Maar van een bruid is geen sprake. Want dat zijn wij! Het feest voor de zoon, dat is Gods nieuwe wereld, zijn koninkrijk op aarde. De ontbrekende bruid, dat is de gemeente.

woede

Niet alleen wijzen de genodigden de uitnodiging af, vertelt deze gelijkenis. De dienaren worden mishandeld en gedood. De koning wordt woedend; hij laat de moordenaars ombrengen en de stad in brand steken.

Zou God écht zo zijn. Dat kunnen we toch niet geloven?

 

Matteus gebruikt expres deze harde woorden. Als hij begint met schrijven weet hij dat de dienaren van God de koning, Johannes en Jezus, zijn mishandeld en gedood. Hij heeft de stad Jeruzalem zien branden. Nog altijd herinnert de Triomfboog in Rome eraan dat keizer Titus de stad belegerde en dat een miljoen mensen omkwam. Diep geschokt kan Matteus dit niet anders zien dan als een oordeel dat zijn volk over zichzelf heeft afgeroepen. Omdat zij Jezus niet konden volgen in zijn liefde. Omdat zij de uitnodiging van God niet konden aannemen. Als wij dit verhaal doorvertellen moeten we het zó doen dat de worsteling en de wroeging van Matteus en de joodse gelovigen van die tijd daarin doorklinkt. We moeten het zó vertellen dat het verdriet van díe tijd erin meeklinkt.

 

Maar in de loop van de eeuwen hebben niet-joden zich meester gemaakt van dit verhaal en ervan gemaakt dat het joodse volk zo schuldig is dat het vervangen is door een ander godsvolk, de christenen. Dat is gevaarlijke theologie en zo heeft Matteus het niet bedoeld. De droom van Jesaja blijft staan: Gods lieveling en eersteling Israël zal met de volken optrekken naar de heilige berg voor een feestelijke maaltijd. Laten we daar om blijven bidden.

 

herkansing

Terug naar het verhaal. Opnieuw laat de koning een uitnodiging rondbrengen. Bij de mensen die zich ophouden op de toegangswegen naar de stad. Buiten de poorten bevinden ze zich. Ze participeren niet in de samen-leving. Vreemde kostgangers zijn het. Zowel goede als slechte mensen. En ze zijn allemaal even welkom: met alles wat hen is gelukt en alles waarin zij hebben gefaald, met hun gebreken, met alles wat ze hebben en alles wat ze missen, met hun goede bedoelingen en hun zonden. Niet omdat hij houdt van ons zoals we zijn maar omdat hij potentieel ziet. Hij ziet in ons wie we kunnen zijn; als we niet meer blind zijn, als we niet meer doof zijn, als we niet meer verlamd blijven zitten waar we zitten. God neemt ons aan zoals we zijn maar hoopt op vernieuwing van ons denken en doen. Geloven betekent onherroepelijk veranderen, groeien. Je bent ergens op aanspreekbaar.

 

bruiloftskleed

De mensen op het feest, goede en slechte mensen, hebben één ding gemeen: zij dragen een bruiloftskleed. Een mantel.

 

Het is de mantel van de goede wil, om te leven naar Gods Woord. We hullen ons in onze goede bedoelingen. Wij kleden ons, zoals Paulus schrijft, in medeleven, in goedheid, in bescheidenheid, in geduld. Je mag ons aan ons jasje trekken als het gaat om het vergeven van een ander.

Het is tegelijkertijd de mantel van Gods good-will. Zijn milde blik over ons, zijn vergeving. Zijn mantel van liefde die bedekt wat er mis ging. En ons weer in de vrijheid zet, vrij van het verleden, met een toekomst voor ons. Nieuwe kansen.

(Kol 3:12,14 en Jes 61: 10)

Dat is die mantel. Wie hem past, trekke hem aan. Maar wee je gebeente als je die jas niet aantrekt. Jezus vertelt hoe de man zonder bruiloftskleed naar buiten wordt gegooid, geboeid aan handen en voeten.  

 

eruit!

Gemeente, dit beeld wordt niet geschetst om te vertellen dat het zo ís. Maar om de urgentie en de noodzaak aan te geven. Het is belangrijk om de uitnodiging voor het feest niet alleen aan te nemen maar om je ook in te zetten voor het slagen van dat feest.

De uiterste duisternis is niet de plek die God voor ons maakt, maar de toestand waarin we terecht komen als we ons niet meer hullen in waarden als liefde, verdraagzaamheid en goedheid. De man die naar buiten wordt gegooid geeft extra nadruk, extra gewicht aan de uitnodiging. God is er niet op uit om ons te laten mislukken. Het gaat hem juist aan het hart dat wij erbij zijn. Er mag geen mens verloren gaan.

Read 31 times