Blog

afstand houden Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

H

overweging op zondag 23 augustus 2020        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

preken in coronatijd

 

Afstand houden is het kernwoord van deze periode.

En we merken allemaal hoe vervelend en ingewikkeld we dat vinden.

Social distancing is ons niet op het lijf geschreven.

Iemand zei daarover:

vanaf het begin hebben we het verkeerd benoemd.

Social distancing klinkt als iets dat niet mag. Het is negatief.

Houd afstand; kom niet te dichtbij.

We hadden het distant socialising moeten noemen.

Daarin zit ruimte; daarin zitten mogelijkheden.

Uiteindelijk hebben we die ruimte ook wel gezocht en gevonden

om op allerlei manieren toch dichterbij elkaar te komen.

Betrokkenheid en zorg voor elkaar zit niet alleen maar in de fysieke nabijheid.

Er zijn zoveel andere manieren om dichtbij iemand te zijn.

Die eerste maanden van de lock down stuurden we kaarten,

leerden we beeldbellen en deden we boodschappen voor elkaar.

Natuurlijk misten we, en missen we nog steeds, de handdruk, de knuffel of de kus.

In de Bijbel horen we hoe God Mozes maant om afstand te houden.

Kom niet dichterbij en trek je sandalen uit,

want de grond waarop je staat is heilige grond.

 

Het is nodig dat Mozes afstand houdt, zodat hij betrokken kan raken bij God. 

Zodat God betrokken kan raken bij hem.

 

Uit de bijbel: Exodus 3: 1-6        

 

Wat me nu is overkomen,

Loop ik langs een rijtje bomen,

Vliegt er aan mijn linkerhand

Plots een braamstruik in de brand.

 

Echter zie! Het veldgewas

Valt niet uit elkaar in as,

Maar het blad bleef ongeschonden

Of geen vuur en vlam bestonden.

 

Je begrijpt, ik stond versteld!

Toch de brandweer maar gebeld.

(Simon Knepper)

 

een wonderlijk verschijnsel

Als vandaag een struik in brand zou vliegen, zou naast de brandweer ook meteen de landelijke pers er bovenop zitten om breed uit te meten over dit wonderlijke verschijnsel. In de  verschillende actualiteitenprogramma’s zou de ene na de andere deskundige opdraven. Ooggetuigen zouden worden ondervraagd over wat ze hadden gezien en wat er door hen heen ging. Er zou uiteindelijk niets overblijven van wat daar had moeten plaatsvinden. Het zou gesmoord worden in verklaringen, analyses en discussies. Er zou gezocht worden naar een verantwoordelijke om dit soort brandjes in de toekomst te voorkomen. Als er vandaag een struik in brand zou vliegen omdat een engel van de Heer ons iets wilde duidelijk maken, dan zou die onverrichterzake terugkeren.

Niets is meer heilig. We zien misschien wel iets branden maar we worden er niet warm van.

 

Mozes loopt door het steppeland met de kudde van zijn schoonvader. Het is al lang geleden dat hij Egypte ontvluchtte. Een nieuwe generatie heeft zich inmiddels aangediend. Hij is vader geworden van Gersom. Dat betekent ‘vreemdeling’, want Mozes weet best dat hij niet op zijn plek is. Ook in Egypte zijn kinderen geboren; in onvrijheid. Ik kan niet geloven dat dat hem koud laat. Dat zit ook niet in hem. Toen een volksgenoot van hem werd geslagen door een Egyptenaar, vermoordde hij deze. (Ex 2:12) En toen hij in Midjan terecht kwam en zag hoe zeven meisjes probeerden met hun kudde bij de waterput te komen maar steeds werden weggejaagd door de mannen (Ex 2:17) kwam hij voor hen op. Met een van die meisjes is hij later getrouwd. Het zit in Mozes om op te komen voor wie verdrukt is. Hij heeft er tot op dit moment alleen nog niet zoveel meegedaan. Hij voelt zich nog niet geroepen. Totdat een doornstruik in brand vliegt. Dat wonderlijke verschijnsel wil hij eens van dichtbij bekijken.

 

heilige grond

Mozes wordt geleid door zijn verwondering en nieuwsgierigheid. En zo nadert hij God. Al weet hij dat op dat moment nog niet.

 

Een ontmoeting met God, iets van hem ontwaren in de verwarring van de tijd, iets van hem horen in de ruis van alle dag, dat kunnen we nu eens niet regisseren of plannen. Dat gebeurt onverwacht. Het valt ons toe, als we er oog voor hebben. Als we ons verwonderen. Over iets dat we zien of horen; over een ontmoeting.

We kunnen ons er ook op afstemmen. Door stil te worden. Door samen te spreken over ons geloof. Dan betreden wij heilige grond.

Voor we onze dienst beginnen, bidden we ons toenaderingsgebed. We naderen om te horen wat Hij ons wil zeggen. We naderen om te ontvangen wat Hij ons wil geven. Heilige grond. 

 

Heilige grond is misschien niet eens zozeer een fysieke plek maar een geestelijke houding. Een open staan voor wat er op je afkomt zonder dat meteen te willen duiden. Pas als wij op díe heilige grond staan, kunnen we Gods stem horen. Dan kan het inzicht in ons rijpen waar God ons nodig heeft; of waar wij in kunnen groeien om de mens te zijn die God allang in ons heeft gezien. Mozes ís al een man die zich het lot van anderen aantrekt. Hij ís al een goede herder voor de schapen van zijn schoonvader. En nu legt God beslag op hem met het oog op zijn mensen. Hij wordt geroepen. Mozes! Mozes! Het is een roeping die niet overvraagt. Het sluit aan bij wie we zijn of wat we kunnen. Het sluit aan bij de onrust in ons eigen hart. We hoeven er niet aan op te branden.

 

Dichterbij hoeft Mozes niet te komen. Het ís tenslotte heilige grond. Nooit zullen we honderd procent begrijpen hoe God ons roept; of het een stem ín ons is, of ook buiten ons. We zullen misschien zelfs nooit helemaal begrijpen waar het goed voor is dat wij het pad volgen waartoe wij ons geroepen weten. Of waar we uit zullen komen. Voor mezelf haal ik vaak de tekst aan die Dag Hammerskjold in zijn dagboek schreef:

Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand - of iets.

Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in overgave, een doel heeft.

Achteraf weet Mozes dat hij met God gesproken heeft. Hij zegent zijn volk, elke stam apart, en zegt tegen Jozef: Moge de gunst van hem die in de doornstruik was rusten op jou. (Deut 33: 16) Van een afstand kan Mozes in het vuur de goedheid, de gunst, van God zien. Zoals zo vaak mensen achteraf de brandende braamstruik in hun eigen leven zien en weten dat zij zich op heilige grond bevonden.

 

schoenen uit

Mozes moet zijn sandalen uit. Het is een teken van eerbied. Schoenen áán betekent dat je klaar bent om er op uit te trekken. Je staat in de startblokken.

Daarom kreeg Gods volk op de avond van de uittocht de opdracht om bij de maaltijd voor hun vertrek alvast een riem om de mantel te binden, een staf in de hand te nemen en de schoenen aan te trekken. (Exodus 12: 11)

Maar zover is het nog niet. Laat Mozes eerst maar eens luisteren. Eerst bezinnen dan beginnen. Eerst stil dan praten. Ook dat is een vorm van afstand nemen.

Niet Mozes maar de Eeuwige heerst over het leven. Dat wil een mens nog wel eens vergeten.

 

Met het uittrekken van zijn schoenen geeft Mozes zich bloot aan God. Hij hoeft zich niet beter voor te doen dan hij is. Bijbels gesproken staat de schoen namelijk voor bezit. Je schoen uittrekken betekent dat je van dat bezit afziet. Voor de fijnproevers: Als Boaz het bezit van Naomi koopt, en Ruth als zijn vrouw op de koop toe neemt, trekt de andere man die aanspraak kan maken op die bezittingen zijn schoen uit.

En ergens je schoen op werpen betekent dat je je macht wilt laten gelden. (Psalm 60:10 Op Edom zal ik mijn schoen werpen!)

Maar God heeft Mozes barrevoets nodig, in zijn kwetsbaarheid. Door het afleggen van zijn waardigheid ontstaat er afstand tussen hem en God. Hij is tenslotte een ontzagwekkende God. Een wijs mens weet dat. (Ps 111:10)

Laten we vooral niet denken dat we afkunnen zonder Hem. Dat wíj heerser zijn over het leven. Dat wíj de antwoorden op alle vragen kunnen geven. Ontzag is hier op zijn plaats. Schoenen uit, Mozes, zodat je je handen vrij hebt, je voeten vrij hebt, voor dat waartoe God je roept.

 

Ik ben

Wie is die God die mensen roept? Hij is de God die ons neemt zoals we zijn. We hoeven ons nergens achter te verschuilen. Die ons wél in vuur en vlam zet maar ons niet afbrandt om wat we hebben gedaan, of nagelaten. Die wakker roept wat er in ons zit maar ons niet wil vervreemden van onszelf.

Hij is een God die meegaat. Met de vader van Mozes. Met Abraham. Met Isaak. Met Jacob. En met Mozes. Bewegelijk als de weg die ieder van hen moest gaan maar onveranderlijk in zijn trouw en betrouwbaarheid. Hij is de God die zich ‘ik ben’ noemt.

Een naam die ons heilig is. Een ontzagwekkende naam.

 

De aarde zit boordevol hemel

en elke struik, hoe gewoon ook,

staat in lichterlaaie van God.

Maar enkel hij die het ziet

doet zijn schoenen uit.

De rest zit er omheen

en plukt bramen.

Elizabeth B. Browning

Read 93 times