Blog

Dat is niet eerlijk! Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op 14 juni 2020        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

vieren in Coronatijd

 

uit de Bijbel: Matteus 20: 1-16

 

oneerlijk

Tijdens onze vakantie zagen we in Kaapstad op verschillende mensen plekken op kruispunten rondhangen. Het is een soort arbeidsbureau, vertelde onze reisleidster. Al vroeg gaan mensen er staan in de hoop dat er iemand stopt waar je kunt werken. In de tuin, in de huishouding of wat dan ook. Als je pech hebt, sta je lang te wachten terwijl het warmer en warmer wordt. Als je niet snel genoeg bent, is een ander je voor om een klus in te pikken. Als geen werkgever iets in je ziet, heb je die dag geen eten. Op die kruispunten gaat het over afhankelijkheid. Over pech en mazzel. Over wie snel is en gehaaid en wie bescheiden is of niet voor zichzelf kan opkomen. En je ziet bovendien het verschil tussen arm en wie rijk genoeg is om een ander in te huren. We voelden ons die dag bevoorrechte mensen.  

 

Afgelopen weken waren er wereldwijd demonstraties na de dood van George Floyd, een Afro-Amerikaanse, gedood door een blanke politieman. De protesten vragen onze aandacht voor de ongelijkheid in onze eigen samenleving; voor het verschil in kansen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, op scholen. Ze vragen ons om na te denken over hoe bevoorrecht wij zijn. En wat een rechtvaardige manier van omgaan met elkaar zou kunnen zijn.

 

Aan allebei moest ik denken bij het verhaal van de werkers in de wijngaard. Terwijl Jezus dit verhaal toch níet vertelt om de sociale ongerechtigheid aan de orde te brengen. Daar gaat het hem niet om.

Waar gaat het wél om, wat was de directe aanleiding voor Jezus om deze gelijkenis te vertellen? Dat is de vraag van Petrus: wij hebben alles voor u achtergelaten. Wij zijn u gevolgd, vanaf het eerste uur. Waar kunnen wij naar uitzien? (Matteus 19: 27) Met andere woorden: mogen we een beloning verwachten? Ja, dat mogen ze. Want het loont om Jezus te volgen en een beetje rond te schoffelen in Gods wijngaard. Het loont om God te dienen door een ander van dienst te zijn. Het voelt als een zegen. Het loont op aarde én in de hemel. Want goed doen heeft eeuwigheidswaarde. Maar let wel op: God rekent altijd anders dan mensen.

 

een dag loon

De eigenaar van de wijngaard, dat is natuurlijk God. Hij belooft eerste de dagloners een dagloon. En de volgende twee groepen belooft hij een rechtvaardige betaling. Volgens de Tora moet dat dezelfde dag worden uitbetaald. (Leviticus 19:13) Waarom? Omdat het een dagloon is, een betaling om één dag van te kunnen leven. De eerste dagloners krijgen daarom hun denarie, hun dagloon uitbetaald, zoals afgesproken. Zij kunnen brood kopen voor hun gezin.

Maar zou het rechtvaardig zijn als degenen die later begonnen zijn geen dagloon zouden krijgen om brood te kopen die dag?

Zou het rechtvaardig zijn om hen die minder kansen hebben gekregen, mínder te betalen dan nodig is om in leven te blijven? Zou het rechtvaardig zijn om wie minder mogelijkheden had of pech óók nog slecht te behandelen?

En wat moeten we met de mensen die er nog staan, op dat marktplein? De mensen die niemand nodig heeft, de mensen die geen taak hebben gekregen?

 

De eigenaar van de wijngaard betaalt in deze gelijkenis niet uit wat mensen hebben verdiend maar wat zij nodig hebben om te leven. Jezus bedoelt ermee te zeggen: zo handelt God ook ten opzichte van ons. Hij ziet voorbij aan onze kansen en mogelijkheden, onze successen wegen bij hem niet mee. Hij weegt wat ons hart beweegt, niet wat wij voor elkaar brengen. En het staat er helemaal niet, en het is ook niet de pointe van deze gelijkenis, maar ik vul deze week aan: God let ook niet op onze herkomst, kleur, sekse. All lives matter. Elk leven doet er toe. We zijn allemaal even afhankelijk van zijn goedheid. Wie is de ene mens om de ander de adem te benemen?

 

In Jezus’ gelijkenis kán het gewoon niet anders dan dat de eigenaar van de wijngaard uit goedheid handelt en iedereen hetzelfde behandelt. Zó zal het zijn in het koninkrijk van de hemel. Maar wij bidden dat dat op aarde mag beginnen: zoals in de hemel ook op aarde.

De vraag is of wij dat in de praktijk kunnen brengen. Of we in ons zelf willen onderzoeken waar we bevoorrecht zijn en waar misschien niet. Durven we ook onszelf te bevragen waar we vanuit ónze bevoorrechte positie een ander minder hebben geacht. En de laatste vraag is of wij elkaar kunnen zien als mensen die even arm zijn, even afhankelijk van Gods goedheid. Die vraag móeten worden in een wereld die we gewend zijn in te delen in hokjes. Arm en rijk, blank en zwart, allochtoon en autochtoon, jong en oud, beperkt of niet. U weet er vast nog wel een paar. Bínnen die indelingen zoeken we naar goedheid en gerechtigheid. Terwijl goedheid en gerechtigheid alle hoekjes juist zouden moeten overstijgen. Dat de dingen zijn zoals ze zijn verplicht ons des te meer om dat te doorbreken.

 

goed

Op het moment van uitbetalen klagen de werkers van het eerste uur: wij zijn benadeeld. Maar dat is niet waar. De anderen zijn bevoordeeld. Zo werkt dat nu eenmaal bij deze God die onze God is: hij zal altijd het bestaan van garanderen van ieder mens, ongeacht prestaties. Of je nu heel hard hebt meegewerkt, een beetje of hard of nog minder. Ja, zelfs als je helemaal niets hebt gedaan.

De werkers van het 1e uur hebben het er knap moeilijk mee. ‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’ (Matteüs 20: 15). ‘is jouw oog boos om dat ik goed ben?’ (Statenvertaling) Zie je soms scheel van jaloezie? Dan kan dat je blik op Gods goedheid flink vertroebelen.

 

Wat is eerlijk? Je kunt deze vraag beantwoorden aan beide kanten van de streep. Als gever. Als ontvanger. Als iemand die achteraan is gebleven om wat voor reden dan ook of als iemand die zo bevoorrecht is dat hij een voorsprong heeft gekregen.

Wat is eerlijk? Dat is in ieder geval de vraag die we uit deze gelijkenis meenemen. Gods genade is in ieder geval voor iedereen. Dat is eerlijk.

Read 35 times Last modified on Jun 15, 2020

Related items

More in this category: « schatzoeken boosheid ombuigen »