Blog

Vertrekken en thuiskomen: de vossen hebben holen Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

Vertrekken en thuiskomen: De vossen hebben holen

 (afbeelding: Rien Poortvliet, boek: De vossen hebben holen)

 

18 augustus 2019   De Open Hof -  Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: 1 Koningen 19: 19-21 en Lucas 9: 57-62

 

Ik zal u volgen!

‘Ik zal hem volgen waar hij ook heen gaat.

Er is geen zee zo diep,

er is geen berg zo hoog

dat die mij bij hem vandaan kan houden.’

(uit het lied: I will follow him)

 

In het evangelie is Jezus heel vaak in gesprek met mensen die ergens aan vast zitten; aan hun bezit, aan hun positie of aan hun verleden. Soms zitten ze vast aan het beeld van God dat ze van huis uit hebben meegekregen. Of het zijn hun angsten en zorgen die hen tegenhouden. Totdat ze Jezus ontmoeten hebben ze eigenlijk niet in de gaten hoe onvrij ze leven. Maar de ontmoeting met Jezus opent de weg naar een leven in vrijheid; wel een weg met weinig zekerheden en volop uitdagingen en weerstanden.

Wat het betekent om Jezus te volgen komt in die korte gesprekjes naar voren.

De eerste komt bij Jezus: Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.

Dat is juist het punt, zegt Jezus dan: ik ga nergens heen.

Zijn weg kent geen eindpunt.

Hij is wel onderweg naar Jeruzalem, maar níet om daar thuis te komen.

Niet om zijn hoofd neer te leggen op een plek die van hem is. 

Vossen hebben holen en de vogels bouwen een nest.

De Samaritanen, in het dorp waar Jezus net door heen is getrokken, vinden hun thuis op de berg Gerizim waar ze God aanbidden. En de Joden vinden dat in Jeruzalem. Wij hebben ons thuis in de Open Hof. Anderen hebben dat in een van de vele andere kerkgebouwen hier in Oud-Beijerland. Zo’n thuis is fijn. We hebben het goed met elkaar, staan voor elkaar klaar. Het schept kaders voor onze manier van geloven. Daar wil ik niets aan af of toe doen. Maar wie met Jezus op weg wil gaan moet ook beseffen dat het dáár niet om gaat.

 

Een gebouw betekent dat we muren hebben opgetrokken; dat er een deur is die dicht kan. Een huis kan bloedeloos worden, versteende zekerheid. (zie lied 816 in het Nieuwe Liedboek) Wij zijn hier thuis, onder ons. Als er een ‘wij’ is, is er ook altijd een ‘zij’. Maar wat betekent dat voor wie hier als gast of vreemdeling binnenkomt? Of voor onze samenwerking met andere kerkgemeenschappen, andere geloofsgemeenschappen? Als wij ‘onze manieren’ hebben, wat betekent dat dan voor de manieren van anderen? Eigenlijk geldt dit niet alleen voor mensen in een gebouw maar voor elk geloof, elke traditie, elke ideologie. Het schept een onderscheid tussen wie erbij horen en wie niet. Zo’n thuis heb ik niet en zo’n thuis bied ik je niet, zegt Jezus. Ik bied je geen schuilplaats waarin je je kunt verbergen en geen muren waarachter je kunt vluchten. Wie mij volgt is aangewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid. Wie mij volgt heeft zijn eigen roeping om God te dienen in liefde en zijn koninkrijk te zoeken.

 

En wie nergens bij hoort, hoort overal bij. (citaat van Bram Moerland) Die is vrij om zich te bewegen tussen mensen en bewogen te zijn om mensen.

 

Sta me toe eerst terug te gaan

Tegen een tweede zegt Jezus: Volg mij! Maar deze zegt: Heer, sta me toe om terug te gaan om mijn vader te begraven. Wat is Jezus’ reactie hard en gevoelloos als hij zegt: Laat de doden hun doden begraven. Dat kan trouwens helemaal niet, doden begraven geen doden. Wat zou Jezus bedoelen?

Bijbels gesproken zijn dood en levend nooit zwart-wit. Denk aan Mozes die tegen de Israëlieten zegt: Kies voor het leven. En leven is: God liefhebben door de weg te volgen die Hij wijst en zijn geboden, wetten en regels in acht te nemen. (Deuteronomium 30:15 en 19) Of denk aan de vader van de weggelopen zoon die -als zijn zoon is teruggekeerd-  uitroept: Laten we feestvieren want mijn zoon was dood en is weer tot leven gekomen. (Lucas 15:24)

Dood is degene die zijn hart niet zet op de toekomst. Dood is degene Gods weg niet wil gaan. Laat wie zó dood is zich met de doden bezighouden.

 

De man die zijn vader wil begraven wil teruggaan. Maar terug is niet de beweging die leidt naar Gods koninkrijk. Terug is niet de weg van God. Terug is terug naar af, is onvermogen om het verleden los te laten. En wie achterblijft in het verleden heeft geen toekomst. Wie blijft hangen in oud zeer vindt geen genezing. Wie vasthoudt aan schuld of schuldgevoel, vindt geen vergeving. Wie zich vastbijt in het verlangen gelijk te krijgen zal nooit de voldoening hebben van het ontvangen. Blijf toch niet staren op wat vroeger was. Sta niet stil in het verleden God zegt dat Hij iets nieuws gaat beginnen. Het is al begonnen, zie je het niet? (zie Jesaja 43:19 en Nieuw Liedboek 809)

 

eerst afscheid nemen

Een derde wil Jezus volgen maar hij wil eerst afscheid nemen van zijn huisgenoten. Dat herinnert ons aan Elisa de roeping door Elia accepteert maar wel eerst zijn vader en moeder wil kussen. En Elia zegt: doe wat je wilt, ik dwing je nergens toe. Dat lijkt me een belangrijk gegeven. Als God ons roept, laat hij ons volledig vrij om antwoord te geven. Hij geeft zijn woord en vraagt ons om ons ant-woord.

Dat antwoord komt uit onszelf. Het is niet ons kerkelijk thuis dat antwoord geeft of de traditie waarin wij wortelen. Daar vinden we hooguit de bemoediging of bevestiging om in vrijheid met God te gaan. Wij vallen er niet mee samen.

Het is ook niet ons verleden. Al heeft dat ons gevormd tot wie we zijn; door schade en schande misschien zelfs wel. Maar niet meer dan dat.

Het is ook niet onze familie, onze afkomst, waarop we terug kunnen vallen. Het gaat niet om de sporen die je getrokken hebt maar om de sporen die jij zult gaan trekken. Het gaat om jou. Jij, in alle kwetsbaarheid. Klein mens in een grote wereld. Jij draagt jouw geloof. Jij draagt jouw keuzes. Klein mens, maar recht je rug en maak je groot: Jij staat in Gods licht.

 

Gij zijt mijn onderkomen

De Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen. Het staat er met een hoofdletter -het gaat over Jezus-  maar evengoed moet het met een kleine letter gelezen worden. Het gaat ook over ons.

Over onze rusteloosheid om wat er nog gebeuren moet om van deze aarde een leefbare aarde te maken; of wij rustig kunnen slapen als er nog onrechtvaardigheid is; het gaat erom of wij onze ogen kunnen dichtdoen voor wie verdriet hebben, voor wie lijden. En in dat alles vertrouwen wij erop dat wij wel degelijk een onderkomen hebben. Onder de hoede van God zelf. (zie: Psalm 91 en NL 816:4 en 981:4)

Read 108 times Last modified on maandag, 19 augustus 2019 14:53