Blog

Vertrekken en thuiskomen: Naomi en Ruth Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

zomerserie Vertrekken en thuiskomen: Naomi en Ruth

4 augustus 2019 De Open Hof – Oud-Beijerland

afbeelding: Avi Katz 

ver van huis

Slechts vijf verzen heeft de verteller nodig om ons op de hoogte te brengen van de situatie van Naomi. In alle opzichten is ze ver van huis. De ellende heeft zich opgestapeld. En nu zit ze zonder man, zonder zonen, zonder toekomst, zonder hoop.

Naomi representeert al die mensen die weten hoe makkelijk je dromen vervliegen en die weten hoe kwetsbaar je bent. Als mens, als gezin, raak je maar zo ver van huis door een verkeerde beslissing, door een speling van het lot. Ellende kan zich zomaar opstapelen tot je niet meer weet hoe je eruit moet komen. Soms dwalen we rond in een land waar we niet moeten zijn. In het land van verdriet, in het land van eenzaamheid, in het land van schuld, in het land van boosheid en wrok. Allemaal ellende, allemaal buiten-landen.

(N.b. Dat is de oorspronkelijke vertaling van ‘ellende’, ‘elelendi’ in het Oud-Nederlands. Wie zijn land verliet, deed dat omdat er rampspoed was. Ellende dus)

 

Dat ver van huis zijn is niet alleen een menselijke ervaring; het is ook de ervaring van Gods volk. Telkens weer horen we in de Bijbel hoe mensen daar terecht komen, waar ze niet thuis horen. Abraham en Sara komen door een hongersnood terecht in Egypte. Weten we het nog van musical? Dat het bijna Abrahams huwelijk kost als de farao Sara tot vrouw wil nemen. En ook de broers van Jozef, zonen van Jacob, trekken door honger gedreven naar Egypte en zij blijven daar wonen. Maar als er een farao komt die Jozef niet heeft gekend, worden zij tot slaven gemaakt. Honger is kennelijk een slechte raadgever.

 

Maar de meest bittere ervaring van ver van huis raken voor Gods volk is het weggevoerd worden in ballingschap. Verstoten door de Eeuwige zelf, door hun eigen foute beslissingen en leefwijze, ver van huis. (1 Kon 17: 23)

 

Dat alles weet te verteller op te rakelen met vijf verzen over ver van huis zijn. Maar de rest van hoofdstuk gaat over iets veel belangrijkers: over terugkeren. Abraham komt weer terug in Kanaän, de stammen van Jacob komen thuis in het beloofde land. En het volk in ballingschap droomt erover: Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn. (Huub Oosterhuis, Psalm 126) En ook in het Nieuwe Testament: de verloren zoon, die alles heeft gedaan wat zijn vader en God verboden, keert terug. Naar zijn vader en het land van zijn geloof. De Bijbelse verhalen brengen ons zo altijd ‘back to the future’, terug op de weg naar morgen.

 

moed om op te staan

Wat is er nodig om je te realiseren dat je ergens bent waar je niet thuishoort? Hoe kun je verder als je met de scherven van je geluk op schoot zit? Hoe ga je verder als je weg zo anders loopt dan verwacht? Ik zou soms willen dat er een recept voor was dat ik door kon geven aan mensen die in de ellende vast zitten. Dat is er niet. Toch hoor ik mezelf soms praten: echt, je zult het zien, het wordt beter; jij wordt beter; je zult het zien, je lijkt nu ver van huis maar je zult je weer thuis voelen. Je komt er door heen, of je leert ermee leven. En ik zie het ongeloof in hun ogen.

 

In het vastgelopen verhaal van Naomi komt beweging als zij hoort dat God zich het lot van zijn volk heeft aangetrokken, er is weer brood in Bethlehem. In de geloofsbeleving van de verteller en van Naomi kan een hongersnood niet zomaar ophouden. Dat heeft iets met God te maken. Iets met Gods bekommernis, met zijn bemoeienis. Het is voldoende om weer hoop te krijgen, om moed te vatten. Om zelf in beweging te komen. Ook in dat verre Moab, ondanks alles wat haar is overkomen, is er een iets van God in haar achtergebleven. En dat vonkje ontvlamt door het nieuws dat er weer brood is. Naomi keert terug. En haar schoondochters, Orpa en Ruth, gaan met haar mee.

Hoe ver we ook zijn, in ons zit altijd de veerkracht om net als Naomi op te staan en ons klaar te maken voor de weg terug. Ik wens het mijzelf en jullie in ieder geval toe, dat we in moeilijke tijden de weg terug weten te vinden naar de basis. Naar het geloof dat God met ons begaan is en ons, ook in dat wij dat niet zo ervaren, vast blijft houden.

 

terugkeren

Wie ver van huis is geraakt, weet dat je niet ongeschonden blijft. Je kunt niet zomaar terugkeren naar wie je was. Wat je hebt meegemaakt, heeft je getekend, bitter (Mara) gemaakt misschien. Het heeft misschien ook de omgang met mensen veranderd. Soms voelt terugkeren een nederlaag. Wat zullen de mensen wel niet denken. In de Bijbel heeft terugkeren ook altijd te maken met: wat heb je geleerd? Wat heb je geleerd over jouw omgang met God? Wat heb je geleerd -of afgeleerd- over jouw omgang met mensen, gelegd langs de lat van de tien geboden?

 

Over dat terugkeren, met alle verlies en alle winst, gaat het in dit verhaal. In het Hebreeuws is er 15x een variant op dat terugkeren te lezen. Duidelijker kan de tekst ons niet maken dat het gaat over de vraag waar je als mens thuishoort, waar je bestemming ligt. Het gaat over wortels, over ‘oorsprong en doel en zin’. (Nieuw Liedboek 513)

 

Orpa’s bestemming ligt in Moab. Wat heeft zij als vreemdeling te zoeken in Juda? Zij heeft daar geen toekomst. Ze heeft groot gelijk. Soms moet je gewoon loslaten en je eigen weg gaan. Je kunt het niet altijd met elkaar uithouden en dan is het beter uit elkaar te gaan. Terug naar jezelf, naar je land. Pijnlijk. Moeilijk. Maar zo is ons leven nu eenmaal. 

 

Naomi keert terug naar af. Of haar leven nog doel en zin heeft weet ze op dat moment niet. Misschien wil ze alleen maar terug om haar verdrietige vermoeide lijf op haar moedergrond te laten rusten. Verbitterd is ze en niet de makkelijkste om mee op te trekken. Als Ruth zo vurig haar trouw aan Naomi toont, haalt deze nog net haar schouders niet op.

Ik heb je niets te bieden, zegt Naomi. Maar voor Ruth telt dat zij trouw is. Trouw aan zichzelf -haar naam betekent ‘vriendschap’-  en trouw aan Naomi. Ook als zij er zelf niet beter van wordt, ze blijft. God heeft mij in de steek gelaten, zegt Naomi.

(Nb: In 21 noemt Naomi God zowel ‘JHWH, de Nabije, als de Ontzagwekkende. Zij ervaart afstand.)

Maar ík zal bij je blijven, zegt Ruth. Dát is nog eens een bestemming: er zijn voor de ander in vriendschap en leven. En zo die ander ook zicht geven op God, want waar vriendschap is en liefde, daar is God.

 

onderweg naar morgen

Een juffrouw op de basisschool schreef in mijn poeziealbum over Orpa en Ruth. En hoe de keuze van Ruth vooruitwijst naar een ander leven, een nieuw leven.

 

‘t Aardse dal door ons betreden

heeft twee wegen zegt de Heer.

Orpa koos voor zich de brede,

Ruth de smalle tot God’s eer.

 

Dat men jou ook moge vinden

op ‘t door Ruth betreden pad,

reizende met Godsgezinden

naar de zaal’ge Hemelstad

 

In haar loyaliteit en vastberadenheid is Ruth een prachtig voorbeeld om te volgen. Soms wordt van ons niet anders gevraagd dan te blijven, of mee te gaan. Wij zijn allemaal wel iemands schoondochter, of dochter, of zus, of vriendin. We zijn allemaal schoonzoon, vader, broer. En het komt ooit op onze weg om het verhaal van de ander te verdragen. Om trouw te zijn, om aan te horen, te verduren.

 

Dit meetrekken met een ander overstijgt cultuur, geloof of afkomst. Het vraagt om de moed om je open te stellen voor de ander. Het vraagt om de durf om kwetsbaar te zijn in het samen optrekken. Het houdt ons vandaag de droom voor dat het kán, een wereld zonder grenzen, Gods nieuwe wereld.

Daarom is het einde van dit hoofdstuk zo beeldend. Niet het beeld van de klagende Naomi blijft hangen, maar dat de gersteoogst begint.

Als een zichtbaar teken dat God heeft omgezien naar zijn volk. Er kan weer gegeten worden; er is weer leven mogelijk. Als de Bijbel ons iets leert, is dat het nooit uitzichtloos zal worden.

Read 198 times Last modified on maandag, 05 augustus 2019 11:58