Blog

Een geweld(dad)ig slot van Ester Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 24 februari 2019 in PG De Open Hof – Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Ester 8:3-8; 9:1-13 en 20-23

 

geweld in de Bijbel

De PKN heeft een boekje uitgebracht met tien moeilijke vragen. En een van die vragen gaat over geweld. ‘Hoort geweld bij geloof?’ (Met hart en ziel, 10 moeilijke vragen en hun antwoorden, 2011) Geweld is een probleem.

Voor veel mensen is het geweld in de Bijbel aanleiding om er niets (meer) mee te maken te willen hebben. En het is waar, met de Bijbel in de hand is veel geweld gebruikt of goed gepraat. De geschiedenis van de kerk der eeuwen heeft zo haar zwarte bladzijden, kruistochten, godsdienstoorlogen. Het wordt er ook niet beter op als we constateren dat in de wereld van vandaag veel geweld plaats vindt in naam van een god.

Wat moeten we met al die doden in het verhaal van Ester? Ter verdediging zouden we kunnen zeggen: die anderen zijn begonnen. De Joden passen hun recht tot zelfverdediging toe. Maar kunnen we daarmee geweld goed praten?

Het is vooral in het Oude Testament dat veel gewelddadige verhalen te vinden zijn: de Egyptenaren die in zee verdrinken, de inwoners van Jericho die omkomen als hun stad instort, de Filistijnen die in de pan worden gehakt door de rechters. Waarom toch? Omdat het kwade radicaal wordt afgewezen. God strijdt voor zijn volk Israël, met een machtige arm. Hij verjaagt de vijanden, maar hij beschermt de rechtvaardigen. (Psalm 68) We zien een rode draad lopen door de geschiedenis van God en zijn volk: hij zoekt rust voor hen, een vredige samenleving in een beloofd land, een leven zonder angst voor de vijand.  Het gaat in elk verhaal opnieuw om de afwijzing van het kwaad. En in elk verhaal zien we ook de omkering: het goede wint, het kwade wordt gestraft. Alles komt goed voor wie leeft met God.

 

Het is vandaag een heel zwart-wit verhaal, dat geen ruimte laat voor nuance. Maar: denk even aan de wolf, bij Roodkapje. Hoe liep het met hem af? En de heks bij Hans en Grietje? Of de stiefmoeder van Sneeuwwitje? De zwakke overwint, de sterke verdwijnt. Mordechai wordt onderkoning, Haman hangt.

Je hoort in dit verhaal het verlangen dat het ooit zo mag zijn. Je leest er de droom in dat het kwaad eens radicaal overwonnen zal zijn. Dat er gerechtigheid zal geschieden. Dat er vrede zal zijn voor Israël én de volken. (Jesaja 25)

 

goedpraten

Kunnen we het geweld dan zo goed praten? Kunnen we zeggen: zo wordt nu eenmaal de geschiedenis met God verteld? Kunnen we het probleem toedekken door terug te verwijzen Amalek, bijbels gezicht van het kwaad, van wie Haman een nakomeling is? Een nazaat, een zaadje van het kwaad dat groeien kon omdat het nog niet was uitgeroeid? Koning Saul had er de kans toe maar deed het niet. Hij liet de Amalekitische koning Agag  - Haman, zoon van Hammedata, nakomeling van Agag -  in leven. Lossen we het probleem op door te zeggen: het boek Ester is een vertelling die dat verzuim van koning Saul oplost?

Het lost waarschijnlijk ook niets op als we nog maar eens tegen elkaar zeggen: dit is  niet echt gebeurd. Het is een novelle die tot stand is gekomen om het Poerimfeest, dat al vroeg in de Joodse geschiedenis wordt gevierd, te verklaren. De vraag hoe het zit met geweld in de Bijbel, met geweld en God, kunnen we vermoedelijk nooit sluitend beantwoorden. 

 

moeite met geweld

Dat we moeite hebben met geweld past ons. Het zou beslist niet anders moeten. Wij noemen ons christenen. Wij volgen hem die het licht voor de wereld is. Die ons ook ‘licht’ noemde en ons de opdracht gaf elkaar te dienen, elkaar lief te hebben. (zie bijv: Mat 5:14; Joh 15:10) We weten beter. We weten van een God die liefde is. En die God roept ons, spreekt ons aan op ons mens-zijn.

Ik vond een citaat van Harry Mulisch uit De Aanslag, zijn boek over de Tweede Wereldoorlog (citaat gevonden in: Esther, Verklaring van een Bijbelgedeelte, Henk Abma)

Dit citaat begint met de stelling dat liefde licht is.

 ‘De haat is de duisternis, dat is niet goed. Hoewel, de fascisten moeten we haten en dat is wel goed. Hoe kan dat eigenlijk? Ja, dat is omdat wij ze haten in naam van het licht, terwijl zij alleen maar haten in naam van de duisternis. Wij haten de haat, en daarom is onze haat beter dan de hunne. Maar daarom hebben wij het ook moeilijker dan zij. Voor hen is alles is eenvoudig, maar voor ons is het ingewikkeld. Wij moeten een beetje in ze veranderen om ze te bestrijden, een beetje niet onszelf zijn, terwijl zij daar geen last van hebben; zij kunnen ons zonder problemen kapot maken. Wij moeten eerst onszelf een beetje kapot maken eer we hen kapot kunnen maken. Zij niet, zij kunnen gewoon zichzelf blijven, daarom zijn ze zo sterk. Maar omdat er geen licht in ze zit, zullen ze het uiteindelijk toch verliezen. Het enige is, dat wij moeten oppassen dat we niet te veel in ze veranderen, dat wij onszelf niet te veel kapot maken, want dan zullen ze uiteindelijk toch nog gewonnen hebben….. ‘

(in: De Aanslag, Harry Mulisch, 53-54)

 

Het is goed dat we moeite hebben met geweld omdat we af en toe ontdekken dat het ook in ons zit. Dat we haatgevoelens hebben die ons meesleuren de diepte in; dat we zo boos zijn dat we de nuance uit het oog verliezen. Het zit in ons om uit te halen om onszelf te verdedigen. Een verhaal als dat van vandaag stelt ons de vraag naar het geweld, de haat en boosheid in ons zelf. En hoe we daarmee omgaan.

 

Het is goed dat we moeite hebben met geweld omdat het ook onze ogen opent voor waar het kwaad begonnen is. We kunnen diegenen die zich verdedigen veroordelen, maar is dat niet al te makkelijk vanuit ons vrije Nederland? Is het niet juister dat we proberen te ontrafelen waar de onvrede zit, waar het onrecht zit, waar de wanhoop zit? Omdat we alleen dan werk kunnen maken van vrede, van gerechtigheid, van hoop?

Het is goed dat we moeite hebben met geweld. Want zijn er niet in ons dagelijks leven mensen die geweld wordt aangedaan? Nog altijd wordt Joden geweld aangedaan. Denk alleen al aan de incidenten van afgelopen week. Maar ook  kinderen wordt geweld aangedaan, aan ouderen, aan partners…. En is niet ook in de kerk kinderen geweld aangedaan door misbruik. Als we verontwaardigd zijn over geweld in de Bijbel, moeten we dat zeker ook zijn over geweld in het dagelijks leven.

 

we weten beter

Jezus heeft de Wet en de Profeten (ja, die boeken waarin het ook om geweld draait) een kernachtige samenvatting gegeven, een radicale toespitsing. Hij zei: Heb uw vijanden lief. En: keer je linkerwang toe als je op de rechterwang wordt geslagen. (Lucas 6: 27-31, Lucas 10:27)) Maar het hart van de Wet en de Profeten is: Behandel anderen dus zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.

Die uitspraak van Jezus staat lijnrecht tegenover wat er in Ester wordt verteld. Het is een paradox in de Bijbel. En het is vanuit die paradox dat wij de geweldteksten in het Oude Testament lezen.

We kunnen er namelijk niet meer achter terug; we kunnen niet net doen alsof Jezus er niet is geweest; we kunnen niet negeren dat hij een ander licht heeft laten schijnen. En in dat licht moeten we zeggen dat sommige teksten geen zeggingskracht meer hebben, dat ze geen gezag meer kunnen uitoefenen. Die paradox van het evangelie werpt zijn licht over teksten over eerwraak, over man-vrouwverhoudingen, over geweld.

Leidt geloof tot geweld? Nee, geloof kan alleen tot gerechtigheid leiden.

Read 177 times