Blog
Print this page

Over buigen en staan Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 27 januari PG De Open Hof

In deze dienst stond ik ook stil bij mijn 25-jarig ambtsjubileum.

 

korte inleiding op de lezing

 

Vorige week hoorden we hoe het Joodse meisje Ester gekozen werd tot koningin. Vandaag horen we niets over haar. De mannen staan op het toneel.

Onder hen is Haman, de zoon van Hammedata, een nakomeling van Agag. Dat wordt in het boekje meerdere malen zo herhaald. Waarom?

Agag was koning van Amalek, een volk uit de geschiedenis van Gods volk. De Amalekieten vielen Israël, in de woestijn, toen het uitgeput van uitgehongerd was, van achteren aan, daar waar de zwakste mensen zich bevonden. (Deut 25:18)

Aan die gebeurtenis heeft God een opdracht verbonden: dat zijn volk ervoor zou zorgen dat niets nog aan het volk van Amalek zal herinneren. Dat het kwaad met wortel en tak moet worden uitgeroeid.

Die opdracht hadden de rechters en later ook de koningen van Israel. Koning Saul had daarin een misser begaan. Hij trok ten strijde tegen het volk Amalek, waarover toen koning Agag heerste. Hij maakte heel veel oorlogsbuit en hij spaarde ook het leven van koning Agag, die zag hij als een mooie aanwinst voor zijn prijzenkast.

Saul ging dus tegen God in. En, zo vertelt het verhaal, omdat Saul het kwaad liet leven, zag dat kans zich voort te planten. En zo is daar dan nu Haman, met zijn vernietigingsplan.

Het boekje Ester vertelt hoe sluipend het kwaad is. Het gaat verkleed als een meneer met goede manieren. Het doet een beroep op vage onderbuikgevoelens over wie anders zijn. Het kwaad moet worden gestopt. Maar het blijft etteren als niemand iets doet of zegt -uit angst of onverschilligheid of vanuit de gedachte ‘het zal zo’n vaart niet lopen’. Dit boekje vertelt hoe het zou kunnen gaan…… als wij maar de moed hebben.    

 

uit de Bijbel: Ester 3: 1-15

 

buigen

Als predikant stá je altijd ergens. Ik stá in Oud-Beijerland. Je staat ook altijd ergens vóór, natuurlijk. Maar daar wil ik zo over hebben.

Vandaag zien we Mordechai fier rechtop staan. Hij stáát voor zijn geloof. Hij zal niet buigen voor Hamam. Buigen klinkt hier als: capituleren voor het recht van de sterkste, bakzeil halen en daarmee iets van je eigen waardigheid inleveren. Mordechai buigt niet omdat hij maar voor Een buigt, voor de Allerhoogste. Wij maken die beweging niet zo vaak; al zijn we ons er wel van bewust dat wij in het licht van Gods grootheid maar klein zijn en dat zijn onmetelijk grote liefde ons soms beschaamd stelt en onze kleinheid aan het licht brengt. Toen ik werd bevestigd in het ambt knielde ik. Want het is op die momenten dat we een voorschot nemen op de toekomst, dat we beloften doen zonder te weten of we ze waar kunnen maken, dat we ons bewust zijn dat we ‘ook maar’ mensen zijn. Op onze trouwdag, als we belijdenis doen, als we het ambt op ons nemen… of bij de rand van het bed als we de dag overdenken.  ‘Ons leven is onder de macht gesteld van de Heer die mijn dagen en nachten telt….’ (NL 840) Dat moet je soms voelen om het echt te laten worden.

 

Mijn taak ervaar ik soms als te groot, te zwaar. De kansel te hoog, het woord te onbereikbaar, de situatie achter de voordeur te verdrietig of te onzeker. Dat dan de ouderling van dienst bid om Gods Geest en leiding doet me elke zondag weer goed. Al was het maar om weer te beseffen dat het niet van mij afhangt; dat ik ook niet alleen ga. Daarom maken we ons soms klein, in ons knielen, in ons gebed, in ons vertrouwen.

 

staan

Om ons daarna op te richten en ergens voor te stáán. Net als Mordechai. Hij is een Jood. Hij gelooft in de God van Israël en houdt zich vast aan de Tora. En wie gelooft, weet wat hem te doen staat. Je kunt niet belijden dat er een God is en daaraan geen consequenties verbinden. God kennen heeft niet zoveel te maken met dogmatiek, of met gesteggel over de juiste formuleringen of uitleg. Wie gelooft wordt niet afgerekend op zijn woordenschat maar op zijn/haar daadkracht.

God kennen is behept zijn met verantwoordelijkheid, het is een roep om gehoorzaamheid. (Levinas) Geloven is ant-woord zijn op Gods woord. En daarom probeer ik de verhalen zo te vertellen, zo te vertalen naar deze tijd, dat we weer weten wat ons te doen staat. ‘Ik word wel eens moe van jou’, zei iemand. Ik beschouw het maar als een compliment. Want de Schrift mag ons onrustig maken, opjagen, ons vooruit duwen naar een betere versie van onszelf, naar een mooiere versie van ons samenleven.

 

Dat is niet altijd makkelijk en het is ook niet altijd helder hoe we dan ons leven in zouden moeten richten. Soms is meelopen met de meute makkelijker. Veiliger. Soms biedt buigen voor de situatie  - het is wat het is-  meer zekerheid dan een andere richting kiezen. 

 

het gezicht van het kwaad

In ons verhaal heeft het kwaad het gezicht van Haman: een op het oog keurige mijnheer die in het politieke systeem omhoog gevallen is. Hij strooit de zaadjes van het kwaad rond door in te spelen op vage onrustgevoelens over wie anders leven. Hij gebruikt halve waarheden en lijkt vanuit bezorgdheid te spreken. Nu buigt er eentje niet, maar straks komt iedereen in opstand….. stemmingmakerij die wortelt in angst, maar o zo keurig met een glaasje wijn erbij. 

 

Strooien met halve waarheden, inspelen op angst en bezorgdheid, keurig in de vorm van het openbare debat, het is niet iets van lang geleden. Het debat over vluchtelingen kan onfrisse vormen aannemen als iemand begint te roepen dat we dat geld beter aan de ouderenzorg kunnen besteden. Social media is de moderne zeepkist waar we onze vrijheid van meningsuiting tot aan de grenzen oprekken. Je wordt maar zo meegezogen. Stemmingmakerij is ons niet vreemd. We wijzen graag van ons af en deinzen niet terug voor stereotyperingen.

Als het dan niet lukt om oneer en onfatsoen een halt toe te roepen… als je verzuimt om te benoemen wat niet door de beugel kan…. dan word je deel van die boosheid waarvan we bidden dat we ervan verlost mogen worden. (verlos ons van de boze….)

 

Buigen we of blijven we staan?

Juist de afgelopen tijd zijn er voorbeelden van een kerk die stáát. Het speelgoed op de stoelen vroeg in de kerstperiode aandacht voor het kinderpardon. In Den Haag wordt openlijk verzet gepleegd met het kerkasiel en twee weken geleden namen veel kerken stelling rond de Nashville-verklaring. Ik ben er trots op bij een gemeente te horen die ergens voor staan wil. En tegelijkertijd is het zo gewoon als wat, omdat het in ons DNA zit tegen het onrecht in te gaan. Want onrecht dat het altijd heeft gemunt op de mensen in de achterhoede, op kinderen, op zwakkeren. Het kwaad richt zich altijd juist op díe mensen die God in het bijzonder aan het hart gaan. Het richt zich tegen de menselijkheid en ondergraaft de solidariteit. Waarden waar Jezus Christus pál voor stond. De mensen gingen hem aan het hart omdat ze God aan het hart gingen. Wij kunnen daarom niet anders dan omzien naar mensen; zoeken naar gerechtigheid, opstaan tegen kwaad, een halt toeroepen aan haatgevoelens en ons niet laten meevoeren in stemmingmakerij.

 

de kracht van verhalen

Soms zeggen mensen: ik heb de kerk niet nodig om een goed mens te zijn. Of, ik heb het geloof niet nodig om een goed mens te zijn. Misschien niet. Wij hebben inderdaad geen patent op medemenselijkheid. Maar zonder de kerk, zonder geloof, zonder God, vallen ook al die prachtige verhalen weg. Verhalen van hoop, van troost, van tot inkeer komen en vergeving. Verhalen die soms haaks staan op de situatie waarin mensen zich bevinden. Verhalen die mensen samenbrengen en tot een luisterende en lerende gemeenschap vormen. Verhalen die een broodnodig tegenwicht bieden aan alle andere verhalen die worden opgehangen en als zaligmakend worden gezien. Het verhaal van onze economie, het verhaal van onze portemonnee, het verhaal van de angst… Niet voor niets wordt breed uitgemeten in de krant als iemand iets goeds heeft gedaan; we omarmen die goedheid en vriendelijkheid en zachtheid omdat die zo broodnodig is als tegenverhaal.

En daar sta ík voor. Al 25 jaar mag ik verhalen vertellen uit de Bijbel. Verhalen uit een tijd die ons vreemd is, met gewoonten die we niet kennen en over mensen die mijlenver van ons af staan. Het zijn verhalen die ontsloten moeten worden; die geproefd en herkauwd moeten worden om ze op waarde te kunnen schatten. Het is soms net schatgraven. Ik heb daar de tijd voor gekregen en ik vind het een dankbare taak om mensen mee te nemen in mijn zoeken en in mijn ontdekkingen.

 

omkering van waarden

De schat van vanmorgen is diep verstopt. Het kwaad lijkt de vrije hand te krijgen en wat kan Mordechai daar nou in zijn eentje tegen beginnen? Toch wordt ook in dit gedeelte zonder Gods Naam te noemen de belofte dat Hij reddend nabij zal zijn al uitgerold.

 

Haman werpt het lot om een datum te bepalen voor zijn vernietigingsplan. Dan gaan

er gaan brieven uit naar alle provincies. Niemand kan zeggen dat hij het niet heeft geweten. Op de dertiende dag van de eerste maand gaan de brieven de deur uit. Op de veertiende dag van de eerste maand is Gods volk gewoon om de pesachmaaltijd te vieren, de maaltijd ter herinnering aan de uittocht uit Egypte. Op de vijftiende dag van de eerste maand is het Paasfeest.

 

Als we de komende weken verder lezen horen we hoe boontje om zijn loontje komt; wie omhoog is geklommen zal laag vallen en wie omlaag werd gedrukt wordt omhoog geheven. Alles andersom. De slaaf wordt vrij, de knecht wordt heer, de gekruisigde wordt verheven en krijgt een naam boven alle naam. Dat is het ten diepste waar wij als gemeente voor staan. Het evangelie van alles andersom; de belofte van alles wordt nieuw.

Read 342 times
Lyonne Verschoor

Latest from Lyonne Verschoor