overweging op zondag 5 juli 2020 in PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

In deze dienst stappen de achtste-groepers over van de kinderdienst naar de tienerdienst.

 

uit de Bijbel: Psalm 1 en Matteus 13: 31-32 uit de Bijbel in Gewone Taal

 

het kleinste zaadje

Herman van Veen zong voor zijn dochter Anne:

‘De wereld is niet mooi maar jij kunt haar een beetje mooier kleuren.’

De wereld is niet mooi.

We hebben als ouders, grootouders en als gemeente reden om ons hart vast te houden voor onze kinderen. Er is nog een wereld te winnen als het gaat om gelijkheid, om eerlijkheid, om barmhartigheid. Misschien zouden we het liefst alle rimpels voor hen gladstrijken. Alles weghalen waaraan ze zich zouden kunnen bezeren. Tegelijkertijd weten we ook dat we hen toe mogen vertrouwen aan de toekomst.

Een toekomst die wij, maar ook zij zelf, een beetje mooier kleuren. Jezus noemt dat consequent ‘Gods nieuwe wereld’. ‘Een nieuwe wereld’ is een enorm ideaal, omgeven met hooggespannen verwachtingen. Niet aan beginnen, zou je denken. Je brandt eraan op. Je raakt teleurgesteld, gedesillusioneerd. Je kunt je maar beter bekommeren om je eigen hachje en anderen moeten zelf maar zien. Maar dat ideaal, dat eigenlijk Gods droom is voor de mensen, wordt door Jezus teruggebracht tot minimale proporties. Het is een zaad. Zelfs het kleinste zaad van allemaal. En God heeft dat zaad geplant in zijn woord, in Jezus zijn Zoon, en daarmee heeft Hij dat zaad ook geplant in ons. God vertrouwt op dat zaad. Het heeft groeikracht. Ze kunnen uitgroeien tot bomen van mensen, waar je onder kunt schuilen, waar je je in kunt nestelen. God vertrouwt erop dat wij de wereld een beetje mooier zullen kleuren. De vraag is of wij dat ook doen. 

groei

Ook Jezus’ leerlingen hebben aan zichzelf getwijfeld of Gods vertrouwen op hen wel terecht was; of die nieuwe wereld er echt door hen zou kunnen komen. Geef ons meer geloof, zeiden ze. (Luc 17: 6; verg. Mat 17:20) Maar Jezus zei: een mosterdzaadje is genoeg.

Wij verwarren een groot geloof te makkelijk met zekerheden en waarheden; met aannames van ons hoofd. Een bouwwerk dat groter en groter wordt en waarin we ons veilig wanen. Maar een beetje vertrouwen is genoeg om veel voor elkaar te krijgen. Je kunt er bergen mee verzetten. Een klein beetje vertrouwen geeft je moed om te doorstaan wat er op je af komt; het geeft je de steun om vol te houden. Dat kleine beetje vertrouwen is de aarde waarin je wortelt; dat is God. 

Wij zijn niet in ons eentje voor alles verantwoordelijk. Dat kleine mosterdzaadje, de droom van Gods nieuwe wereld, in ons geplant, groeit bijna vanzelf. Het geeft rust om te weten dat niet alles van ons afhangt. God is altijd deel van onze inspanningen. Hij blijft verantwoordelijk voor wat hij heeft gezaaid. Een deel van onze groeikracht is Hij. Daarom mogen wij onszelf aan hem toevertrouwen maar ook onze kinderen. Hoe zij ook tot bloei zullen komen, God zal daar altijd deel van zijn.

 

de grootste

Nog een laatste gedachte.

Als volwassenen zijn wíj het die vol vertrouwen zaadjes planten in de kinderen die aan ons zijn toevertrouwd. Hun groeikracht zit in alle goede dingen die wij erin hebben gestopt. Én in ons vertrouwen. Ze mogen op hun eigen prachtige manier tot bloei komen. 

Misschien helpt het om voor onszelf terug te denken aan wie een zaadje heeft geplant in ons leven; een zaadje dat tot een verrassend resultaat heeft geleid.

Het kan iemand zijn die op een belangrijk moment precies het goede tegen ons heeft gezegd; een leraar op school, een rolmodel, iemand die ons enthousiast heeft gemaakt voor het werk dat we zijn gaan doen of de roeping die we op ons hebben genomen. Wie zijn de mensen die het zaad van geloven, hopen en liefhebben in ons hebben geplant? En wat voor mooie boom zijn wij geworden?

 

vogels

Onze kinderen zijn als vogels die nestelen in onze takken. Op een dag vliegen ze uit. Gelukkig zijn wij als wij in hen hoopvolle kiemen van een nieuwe wereld zien. Gelukkig zijn wij als wij in kleine dingen, zelfs heel kleine, Gods betrokkenheid zien. Gelukkig zijn we als we durven aannemen dat Gods koninkrijk nooit kleiner kan worden dan een mosterdzaadje. Alleen maar groter. 

This entry was posted in Preken

opzet voor een overstapdienst: Ik ga op reis en ik neem mee…

 

In de week vóór de dienst komen de ouders van de overstappers bij elkaar. We delen wat het betekent voor ons dat onze kinderen van de basisschool naar de brugklas en van de kinderdienst naar de tienerdienst (of de kerk) overstappen.

 

rondje

Ik ben de (groot)ouder van……

Hij/Zij is de oudste/middelste/jongste/…….

Zo kijk ik aan tegen zijn/haar overstap van de brugklas naar groep 8

Zo kijk ik aan tegen de overstap van de kinderdienst naar de kerk en tienerdienst.

 

uitwisseling

Thema van de dienst is: Ik ga op reis en ik neem mee…… Goed beschouwd heb je maar weinig nodig. Jezus stuurt zijn volgelingen op pad met zo weinig mogelijk bagage. Maar wel met een opdracht.

 

‘Overal waar je komt, moet je het goede nieuws vertellen en zeggen: Gods nieuwe wereld is dichtbij.’

 

‘Neem geen geld aan van de mensen. Geen groot bedrag maar ook geen kleingeld. Neem ook geen tas mee, geen extra kleren, geen schoenen en geen stok. Je krijgt wel wat je nodig hebt, want jullie werken hard.’

 

Wat heeft jouw zoon of dochter in zijn/haar mars, in de bagage, waardoor hij/zij het wel redden zal?

 

Wat heeft jouw zoon of dochter nodig?

 

Wat wens je hem of haar toe?

 

Er zijn eenvoudige paspoorten gemaakt van bordeauxrood karton en twee witte blaadjes in het midden geniet. De ouders schrijven daarin hun antwoorden op de vragen. Deze paspoorten geven de ouders mee aan hun kinderen tijdens de overstapdienst.

 

voorbeden

We bedenken waarvoor we zouden willen danken en bidden. Een van de ouders zal tijdens de dienst de voorbeden uitspreken.

Ik wil graag danken voor……..

Ik wil graag bidden voor/dat…….

 

praktische zaken

Aan de ouders wordt gevraagd twee foto’s te mailen: een foto van de doop of babytijd en een recente foto. Liefst een waarop hun kind iets doet waarin het goed is of veel plezier heeft. Deze foto’s worden getoond tijdens de overstapdienst. Tijdens het vertonen van de foto’s kan een lied klinken. Wij gebruikten: ‘Ik wens jou’ van Trinity. Andere mogelijkheden: ‘Dochters’, Marco Borsato; ‘Zolang jullie nog bij me zijn’, Ali B; ‘Gewoon je best doen’, Glen Faria; ‘Samen voor altijd, Marco Borsato en Jada;

 

De overstappers nemen hun rugzak mee naar de kerk.

Zij krijgen daarin tijdens de dienst dingen om mee te nemen.

 

-wijsheid: een kaartje met een mooie spreuk. Die van ons: ‘Always remember you are braver than you believe, stronger than you seem, and smarter than you think.’ A.A. Milne.

vertrouwen: de overstappers krijgen een kus of knuffel van hun ouders (en evt andere mensen in de kerk)

-moed: schoenveters in een geinige uitvoering

-vriendelijkheid: een rolletje snoep om uit te delen

-havens: een kartonnen sleutel of snoepsleutel met het label: ‘sleutel van ons hart’.

 

De tienerdienst is op de hoogte. Zij zullen de overstappers verwelkomen bij de tienerdienst.

 

de overstapdienst

Voor de dienst hebben de kinderen de woordzoeker bij Psalm 121 gekregen en een pen. Deze puzzel staat in de Samenleesbijbel. Omdat zij tijdens de lezingen ook in de kerk zijn, mogen zij tijdens het luisteren de woordzoeker oplossen. Na het lied ‘Ga met God’ mogen de kinderen vertellen wat de oplossing is.

 

De voorganger komt met de kerkenraad binnen. Zij/Hij heeft een koffer bij zich.

Bij het moment ‘In de kerk’ vertelt de voorganger dat zij binnenkort een korte vakantie heeft naar de zon. Wat heeft ze nodig? Misschien willen de kinderen even meekijken en beslissen wat er uit de koffer kan. Een paar warme handschoenen? Je weet tenslotte nooit of het koud wordt; een fles allesreiniger? Soms zijn hotelkamers zo vies; een steelpan?

Clou: je hebt minder nodig dan je denkt.

 

woorden voor wie op reis is: Psalm 121 uit de Bijbel in Gewone Taal

 

lied: Je hoeft niet bang te zijn, NL 935

 

uit de Bijbel: Matteus 10: 5-13 uit de Bijbel in Gewone Taal

 

lied: Ga met God en Hij zal met je zijn, NL 416

 

Op verschillende plekken in de kerk kunnen de kinderen tijdens deze ‘toespraak’ iets ophalen. Bijvoorbeeld bij de leiding van de kinderdienst, bij de koster, bij de ouderling….

 

Beste overstappers,

bijna is jullie tijd op de basisschool voorbij. Na de vakantie gaan jullie naar de brugklas. Dat is voor ouders best een momentje. Die beseffen dan plotseling dat jullie groter worden en steeds meer je eigen ding gaan doen. Misschien vind je het zelf ook best spannend.

 

Hoe zal het gaan straks? Wat kom je tegen? Waar moet je rekening mee houden.

We doen alsof het leven een reis is. En voor een reis neem je dingen mee. Geen nutteloze dingen; niets dat overbodig is. Want we vertrouwen op Jezus die zei: je krijgt onderweg wel wat je nodig hebt.

 

Op jullie reis door het leven komen jullie vast en zeker langs de Zee van Mogelijkheden. Daarom geven we jullie wijsheid mee. Zodat je de juiste keuze kunt maken.

 

Jullie reizen door het Grote Bos van de Groei. We geven jullie ons vertrouwen mee. We weten dat je het kunt, ook als wij jou steeds meer moeten loslaten. Dat vertrouwen mag je ophalen bij iemand die van je houdt.

 

Bij het grote kruispunt aangekomen kun je kiezen: rechtsaf naar het Avontuur of linksaf naar de Grote Onzekerheid. We geven jullie moed mee. Want of je het leven nu ziet als een groot avontuur of dat je bang bent voor wat je te wachten staat, als je moedig je ene been voor het andere blijft zetten, kom je er wel.

 

We hopen het niet maar misschien kom je langs de Vlakte van de Eenzaamheid, de plek waar je alleen bent en terug geworpen op jezelf. Daarom geven we je vriendelijkheid mee. Zodat je mensen kunt ontmoeten, vrienden kunt maken en om hulp kunt vragen.

 

Langs heel jullie weg zijn ook Veilige Havens. Daar ben je welkom om even uit te rusten of, als het moet, uit te huilen. Daarom geven we je een sleutel mee. De sleutel van ons huis, van ons hart. Wij, je ouders, je familie, de mensen van de kerk, God, je vrienden, zullen altijd een plek voor je hebben.

 

goede raad voor onderweg door een van de ouders

 

Als je onzeker bent over jezelf,

over je uiterlijk of over je capaciteiten,

of je wel geestig genoeg bent,

of de juiste kleren aan hebt,

ga dan op zoek naar mensen

die je kunnen vertellen

dat je de moeite waard bent,

gewoon omdat je bent zoals je bent.

 

Als je onzeker bent over de toekomst,

over waar het heen moet met de wereld

en met jouw leven,

ga dan op zoek naar mensen

die oud en wijs genoeg zijn

om je te kunnen vertellen

dat iedere weg die je gaat

tot iets goeds kan leiden

en dat het er alleen op aan komt

wat je van die weg maakt.

 

Als je onzeker bent over je geloof,

of het allemaal wel waar is

en of God wel bestaat,

ga dan op zoek naar mensen

die in hun leven iets ervaren hebben

van het geheim van God,

die je kunnen vertellen

dat het geloof een houvast is

waarmee je verder komt

en bergen kunt verzetten.

 

De foto’s van de overstappers komen op het scherm. We luisteren naar:

Ik wens jou, Trinity

 

Wegwezen!

De kinderdienstleiding geeft een cadeautje mee. De ouders even hun kinderen hun paspoort mee. We zingen hen Gods zegen toe: De Here zegent jou….

 

De tieners hebben een controlepoortje gebouwd. Daar mogen de overstappers doorheen. Vóór het poortje wordt hun paspoort gecontroleerd en krijgen ze een stempel.

 

This entry was posted in Preken