Blog
maandag, 13 mei 2019 10:11

goede herder

overweging op 12 mei 2019                  Maranathakerk Rhoon

 

uit de Bijbel: Ezechiel 34: 7-16 en Johannes 10: 11-18

 

de romantiek van de herder

Een leuk kerkje ergens in Nederland. Een dominee, zwarte toga, witte bef, spreekt zalvend de gemeente toe. Gemeente, dat wij allen schapen zijn van een goede herder en door hem geleid zó de hemelse schaapskooi inlopen. Een gemeentelid kan zich niet inhouden en blaat zachtjes: bèhèhè.

Het is een scene uit de film Knielen op een bed violen.

Een film over de zwaarte van geloven. Met veel zwarte pakken, psalmen op hele noten en ernstige gezichten. Al met al een karikaturaal beeld van het geloof. Net als de dominee die Jezus reduceerde tot een zoet verhaal waaraan je je geen buil kunt vallen.

Wie googelt op afbeeldingen van de goede herder komt plaatjes tegen waarbij het glazuur van je tanden springt. Plaatjes met rozen, ondergaande zonnen, strak geschoren herders met een lief lammetje in de armen of op zijn nek.

 

De dichter Anton Korteweg maakte korte metten met deze romantiek.

 

Liever is het mij te dwalen door het dal van

diepe duisternis, in mijzelf verward en

vrezend alle kwaad, hevig verlangend naar

wie ik ontvlucht ben, dan dat ik het moet

meemaken dat je me weer vindt, weerloos en met

de horens verstrikt in de struiken natuurlijk.

 

En dat je mij dan dragen zou

en terug zou voeren naar de grote kudde waarvan jij

altijd al wist dat ik daarvan

een heel klein schaapje was, natuurlijk. Nee.

 

Spaar mij voor de ontferming van

al die reddende armen van jou.

 

Goed beschouwd past dit gedicht beter bij mensen van nu, die zo graag zelfstandig willen zijn. Die het liefst alles zelf doen, zonder hulp van anderen. Afhankelijk worden klinkt voor velen als een schrikbeeld. En wie in de problemen is gekomen houdt vaak lang de schijn op en verbergt de bezorgdheid. Hoe gaat het met je? Goed hoor! We weten dat het leven niet altijd makkelijk is, maar we geloven ook niet meer in ‘stil maar, bid maar, alles komt goed…..’ Liever worstelen we ons zelf uit de problemen, dan dat we een ander toestaan ons te helpen. Liever is het ons te dwalen, verstrikt te zitten in onze verwarring, dan dat we gevonden worden, terug gedragen naar de kudde. Of zou God de enige zijn van wie we dat nu juist wél verdragen?

 

kuddedieren

U begrijpt dat ik weg wil bij de romantiek van de herder en zijn schaapje. Het past ook slecht bij mij. Ik denk ook dat het niet past bij mensen van nu. We beschouwen  onszelf niet als een kuddedieren. We zoeken toch vooral onze eigen wegen; individualiteit is een groot goed en liefst zijn we ook nog een beetje uniek. We zijn geen meelopers. Ook niet in ons geloof.

We laten oude zekerheden achter ons en zoeken meer en meer onze eigen wegen. We sprokkelen vanuit de traditie en vernieuwing onze eigen geloofsantwoorden bij elkaar. En we doen dat lang niet altijd meer alleen maar in de kerk of de Bijbel.

Onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft uitgewezen dat mensen niet meer klakkeloos de traditie volgen, bijvoorbeeld als het gaat over belijdenis doen op 18 jarige leeftijd ‘omdat dat zo hoort’. Tegelijkertijd geven veel mensen aan hoe bewust zij er nu voor kiezen om naar de kerk te gaan of bij een gemeente te horen.

Niet ‘omdat het zo hoort’ of ‘omdat ik zo ben opgevoed’ maar: ‘omdat ik dat wil’.

Menig kerkgemeente noemt zich tegenwoordig: veelkleurig. De kudde is bonter; de verbanden zijn losser. Hoe past dat gekoesterde beeld van de goede herder daar nog bij?  

 

herderschap is leiderschap

Laten we om te beginnen vaststellen dat als God zichzelf góede herder noemt, hij daarmee kritiek uit op sléchte herders. ‘Goed’ is geen soft begrip, het betekent niet ‘goedaardig’ of ‘zacht’ maar wel integer, gaaf, ideaal, echt, goed doende.

Een Bijbelse herder is een leider; een bestuurder van het volk of een religieus leider  -zoals in Jezus’ tijd de Schriftgeleerden en Farizeeën. Een herder waakt ervoor dat de mensen die aan hem zijn toevertrouwd stuurloos ronddwalen. Denk aan koning David. Denk aan Mozes, schaapherder voor zijn schoonvader, die voorop ging door de woestijn. Kennelijk zag de Eeuwige kwaliteiten in herders die hij nodig achtte voor de leiding aan zijn volk. Mozes kreeg er heel wat mee te stellen maar wist toch uiteindelijk de murmurende volk door de woestijn te leiden; hij voorzag hen niet alleen van eten en drinken, maar gaf ook richting, hield de moraal hoog, bemiddelde, delegeerde taken. Én hij bleef vasthouden aan de visie: God brengt ons in beloofd land. Toen hij wist dat zijn einde naderde drong hij erbij God op aan dat er een opvolger aangewezen zou worden iemand die het volk kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de HEER niet wordt als een kudde schapen zonder herder. (Numeri 27:17) Bijbels herderschap is leiderschap.

De staat van een samenleving laat zich vaak aflezen aan de staat van het leiderschap. Of er sprake is van machtsmisbruik. Of er zorg is voor de zwakkeren. Of het tempo wordt aangepast zodat iedereen kan volgen.

In Ezechiël horen we de kritiek die de Eeuwige heeft op de leiders van het volk. Omdat die hen hebben gebracht waar ze nu zijn: ver van huis in ballingschap.

Een goede herder zal doen zoals God zegt te zullen doen: hij zal zijn volk leiden met aandacht voor wie buiten de boot is gevallen; met zorg voor wie is gewond geraakt of verjaagd. In elke samenleving, in elk huis, in elk gezin waar wél mensen verjaagd worden, buiten de boot vallen of niet goed verzorgd worden, mankeert het dus aan goed leiderschap.

 

Een herder heeft hart voor diegenen die aan hem – of haar-  zijn toevertrouwd. Hij is bereid om daarvoor ook risico’s te nemen. Hij zal de schapen niet in de steek laten als er wolven op de loer liggen. Als het moet zal de herder zijn eigen leven riskeren. Hij staat voor hen in. Zo’n herder, zo’n leider is Jezus geweest. Hij was bereid zich met lijf en ziel in te zetten; zelfs bereid om zijn leven te geven, in vrijheid en met volle overtuiging.

 

over elkaar herderen

Op allerlei manieren redderen en herderen wij over elkaar. Wij nemen de verantwoordelijkheid over elkaar op ons werk. In de kerk. In ons gezin. We voeden op, geven werkbegeleiding, stervensbegeleiding, mantelzorg. We geven uitdrukking aan onze bezorgdheid om elkaar; we begeleiden jonge mensen. En als dat nog niet het geval is, dan zou het zo moeten zijn. En wat voor werk, welke plek in de samenleving of welke vrijwilligerstaak we ook hebben, het beeld van de herder nodigt  altijd uit tot kritische reflectie. Hebben we inderdaad nog het welzijn van de ander op het oog? Lukt het om bij elkaar te blijven, ook als we verschillend over dingen denken, of verschillen in talenten en mogelijkheden.  En lukt het om de stip aan de horizon in het oog te houden.

 

schaapachtig

Nu ik de herder van zijn romantiek heb ontdaan, kunnen we het ook wel wagen om het schaap te bekijken. Wat is immers een herder zonder schaap?

De herder en zijn schaap vormen een van de oudste beelden voor Jezus. De vroege kerk heeft het omarmd als een kernachtige samenvatting van Jezus’ leven en een krachtige belijdenis van hun geloofsvertrouwen. De herder wordt namelijk niet omringd door zijn kudde maar heeft slechts een schaap op zijn schouders. Dat ene schaap vertelt van het vertrouwen van de gemeente der eeuwen dat je gedragen wordt als het pad te zwaar is; dat je thuisgebracht wordt als je te moe bent om verder te gaan. De plek waar deze afbeeldingen werden gevonden is veelzeggend: in de catacomben in Rome; op de plek waar de christenen begraven werden, verbeeldde men zo de hoop en de troost. De herder en zijn schaap verbeelden de bemoediging dat ons leven in Gods hand is. We zijn niet alleen.

 

Het is veelzeggend dat we juist dán Psalm 23 zingen –‘niets dat mij ontbreekt’-  (NL23c) als het ons aan heel veel, zo niet alles, ontbreekt. Juist als we op ons zwakst zijn en reden hebben om het kwaad te vrezen, dan zingen we ‘k al wat mij lust’ (NL 23b). Misschien wel omdat het onze ervaring is dat we krijgen wat we nodig hebben om door het donker te komen, om door het doodsravijn te komen. We blijken over onvermoede kracht te bezitten. We krijgen bemoediging en troost; nieuwe inzichten. Dagelijks brood en meer dan dat. Wie zo naar zijn leven durft te kijken, vanuit de gedachte dat je zult ontvangen wat je nodig hebt, is een rijk mens. En zeker geen dom schaap.

Published in Preken