Blog

op vleugels gedragen

gepubliceerd in het Hoeksche Waards Kerkblad, februari 2017 

 

gedragen op arendsvleugels

Zoals een arend over zijn jongen waakt

en voortdurend erboven blijft zweven,

zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt,

zo heeft de HEER zijn volk geleid,

hij alleen: geen andere god stond hem bij. Deuteronomium 32:11

Wie er de vogelgids op na slaat vindt er niets over: de arend gooit níet zijn eigen jongen uit het nest om hen zo te leren vliegen. Hij gaat níet onder hen vliegen om hen als het nodig is op te vangen met zijn eigen vleugels. Ornithologisch gezien klopt er niets van maar het beeld dat er mee wordt opgeroepen is ons tot op vandaag lief. Velen vinden troost bij de woorden van het opwekkingslied ‘ik voel uw kracht en stijg op als een arend. Dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest en de kracht van uw liefde’. 

Bovenstaande woorden komen uit het lied van Mozes. Hij zingt het voor het volk Israël in de wetenschap dat zijn leven bijna voorbij is en aan zijn leiderschap een einde zal komen. Mozes heeft al zoveel met hen meegemaakt. Eenmaal bevrijd uit Egypte klaagden ze over dorst, over honger. Waren ze maar in Egypte gebleven! Gaandeweg leerden zij op God te vertrouwen. Hij gaf hen water uit de bron, brood voor elke dag. Maar het bleef een broos evenwicht tussen God en zijn volk. Hoe zal dat gaan als Mozes er niet meer is? Hoe zullen zij leven in het land dat God hen heeft beloofd? Nog een keer neemt Mozes het woord en zingt een lied over de trouweloosheid van mensen en de trouw van God. Een lied kun je makkelijk uit je hoofd leren en zo zal van generatie op generatie worden doorgegeven dat het aan God niet zal liggen. Hij zal waken over zijn volk als een arend over haar jongen. Hij zal hen de vrijheid geven om hun vleugels op te slaan maar hen ook dragen als zij dreigen neer te storten.

Want leven in vrijheid moet je leren. Niet voor niets zwerft het volk veertig jaar door de woestijn. Die tijd was nodig om te leren en af te leren; om te weten dat water uit de bron goed is voor de dorst maar dat het er ook om gaat om te leven uit de bron van Gods woord. De woestijntijd was nodig om te leren vertrouwen dat God dagelijks brood maar ook om te leren dat je niet leeft van brood alleen maar van Gods woord. Elke ouder weet: leven in vrijheid vaart wel bij begrenzing en regels. Het waren er in dit geval maar tien. Tien woorden, tien vliegtips, die helpen het verschil te zien tussen de ene of de andere arend want ook het kwaad vermomt zich vaak als grote vogel. God helpt zijn volk onderscheid te maken tussen goed en kwaad en het onrecht tegen te spreken. Hij kiepert hen niet uit het nest van zijn ontferming maar leert hen verantwoordelijkheid te nemen voor het samen leven van mensen.

Er is een ander verhaal over een vader die zijn zoon leert vliegen. Daedalus en zijn zoon Icarus, door de koning gevangen gehouden op een eiland. Daedalus werkt aan een plan om te ontsnappen, door de lucht, de enige uitweg. Hij bouwt van was en veren vleugels voor zichzelf en zijn zoon. Daedalus waarschuwt Icarus niet te hoog te vliegen: de zon zou de was smelten. Hij moest ook niet te laag vliegen want het zeewater zou de vleugels nat en zwaar maken. De vader leert zijn zoon vliegen als een vogel haar jong: blijf bij me en je zult veilig zijn. Zorgeloosheid en overmoed maken dat het fout kan gaan. Je moet niet te hoog vliegen. Maar gebrek aan vertrouwen of zelfvertrouwen, angst, kunnen je zwaar maken. Je moet dus ook niet te laag vliegen. Icarus slaat de waarschuwing in de wind. Hij vliegt te hoog en verdrinkt in de zee.

Er staat wat op het spel. In zijn woord houdt God de mens de keuze voor: voorspoed of tegenspoed, leven of dood, zegen of vloek. Geloven zal wel een leven lang leren en afleren blijven. Wat we mogen weten is dat je over de rand van het nest mag stappen in het vertrouwen te worden opgevangen. ‘Gedragen door zijn Geest en de kracht van zijn liefde’. We houden wel onze ogen open want we willen de Eeuwige niet uit het oog verliezen en willen in het oog houden welke koers hij aangeeft. Leven met God is leren vliegen; is als een arend en zijn jong: er is relatie, rekenschap, contact, maar ook ruimte, vrijheid, spanning. Er is verbinding en verbondenheid voor de lange weg en de lange duur.