Blog

De schat in de akker

overweging op zondag 9 juni 2024            PG De Achthoek ~ Scherpenzeel

 

uit de Bijbel: Spreuken 2: 1-9 en Matteus 13: 44-46

 

Toen de hemel en de aarde klaar waren, wilde God nog één ding doen.

Hij wilde iets kostbaars achterlaten voor de mensen die Hij had geschapen.

Iets van zichzelf, van zijn liefde, want Gods hart lag in de schepping

en zijn hart zou voor altijd naar de mensen uitgaan.

Maar waar zou Hij dat stukje van zichzelf verbergen?

God wilde het de mensen niet te makkelijk maken.

Want, zo dacht God, waar je makkelijk aankomt,

weet je niet op waarde te schatten.

 

Een van zijn hemelse raadgevers zei:

Dan moet u het verstoppen op de allerhoogste bergtop.

Maar God schudde zijn hoofd.

Nee, want de mens is een avontuurlijk schepsel

en hij zal vlug genoeg leren om de hoogste bergen te bedwingen.

Een andere raadgever zei:

Verberg het dan aan de uiteinden van de aarde.

Opnieuw schudde God van nee.

De mens is nieuwsgierig en zal de aarde gaan verkennen.

Waarom dan niet in de diepste zee, zei weer een ander.

Maar ook dat was het niet.

God zei: Ik heb de mens verstand gegeven

en op een dag zal hij het gebruiken om de grootste oceanen te bevaren.

 

Maar waar dan, vroegen de hemelse raadgevers?

En God zei:

Ik zal het verbergen op de laatste plaats waar de mens zal zoeken:

ik zal het in hemzelf verbergen.

 

Mijn zoon, zegt de wijze vader van Spreuken 2,

kind van mij, zoek naar de schat van de wijsheid

want die brengt je bij God.

Zoek naar de schat door het stellen van vragen,

door je kennis en inzicht te zoeken in Gods Woord.

Het Woord dat eigenlijk maar één boodschap heeft:

God heeft ons lief.

En als je dat gevonden hebt,

kun je niet anders dan Gods wegen bewandelen.

 

Jezus heeft die schat in zichzelf gevonden.

Hij heeft de liefde van God gevonden,

als van een Vader voor zijn Zoon.

Hij weet zich gezien, aanvaard.

Van een eenvoudige timmermanszoon

wordt Hij een mens met een roeping.

En zelfs de duivel kan hem daar niet meer vanaf brengen.

De schat die Hij gevonden heeft brengt Jezus op de weg van Gods koninkrijk.

Hij droomt van Gods nieuwe wereld, van gerechtigheid.

Alle andere dingen,

waarvan wij ten onrechte denken dat ze ons rijk maken,

die komen later pas.

 

Dat koninkrijk van de hemel, Gods nieuwe wereld,

Jezus heeft er zijn mond vol van.

En Hij vertelt verhaal na verhaal.

De twee die we net hoorden, horen bij de zogenaamde gelijkenissenrede.

Een serie verhalen over Gods koninkrijk;

het is zaad dat wordt gezaaid,

het is een mosterdzaadje, gist in het brood,

een schat in een akker, een kostbare parel en vissen in een net.

Wat deze gelijkenissen gemeen hebben is dat ze allemaal vertellen

dat Gods koninkrijk verborgen is.

Verborgen in het gewone leven.

Het is geen heilige graal na een lange zoektocht,

maar gewoon te vinden aan de oppervlakte van het dagelijks leven,

ergens in je werk of je gezin.

Je kunt er zomaar over struikelen, er bij toeval op stuiten.

 

Het doet me denken aan iemand die ik ooit heb gekend.

Ze maakte prachtige, kleurrijke schilderijen.

Ze had eerder nooit geschilderd. Veel te druk met haar werk.

Na hun pensionering zouden zij en haar man gaan genieten.

Maar de dood brak in en haar man overleed heel plotseling.

In die verdrietige periode ging ze op schilderles.

Ze ontdekte er troost in maar het schilderen gaf haar leven een nieuwe dimensie.

Haar schilderijen gaven niet alleen haar leven betekenis

maar raakten ook anderen.

Ze had er niet naar gezocht

maar had iets gevonden dat haar grote vreugde gaf

en haar leven veranderde. Rijker maakte.

 

Het is niet het kópen dat centraal staat in deze gelijkenissen.

Het is het vinden. Zomaar, toevallig.

 

 

Het koninkrijk is te vinden als je ervoor openstaat

dat in jouw eigen leven nieuwe mogelijkheden verborgen zijn,

die rijker maken, je iets brengen dat toekomst heeft.

Het koninkrijk begint daar waar we iets van onszelf vinden,

en daarmee ook iets van God.

 

Soms ontdekken we tot onze verrassing schatten in onszelf.

We zijn moediger dan we hadden verwacht,

krachtiger dan we hadden gehoopt.

We ontdekken nieuwe gaven in onszelf.

Nieuw vertrouwen in de toekomst, nieuw geloof, vreugde.

Waar een mens zijn roeping volgt,

méns wil zijn, medemens, daar begint Gods koninkrijk.

 

Met de koopman is het een iets ander verhaal.

Ook daar gaat het over het verborgene.

Het koninkrijk is als een koopman die op zoek is naar mooie parels.

Hij verdient er vast een goede boterham mee.

Maar als hij die ene uitzonderlijk waardevolle parel vindt,

verkoopt hij alles wat hij heeft voor die ene.

Dat getuigt niet echt van handelsgeest.

Wat moet hij er nu verder mee?

Het is niet verstandig, niet logisch.

Roekeloos zelfs. Want waar zal hij nu van leven?

 

Maar zo werkt het niet met het koninkrijk van de hemel.

Dan vallen logische keuzes weg.

Dan maak je je niet meer druk over eten,

kleding of waar je van zult leven.

Dat zijn dan geen hoofdzaken meer.

De koopman is dan misschien armer in materiële zin,

maar het bezit van de parel werpt een andere glans op zijn leven.

Dat krijgt de glans van Gods nieuwe wereld.

 

Zo, zegt Jezus, is het met het koninkrijk.

Wie dat eenmaal gevonden heeft,

zal dingen in een ander licht zien.

Wat eerst belangrijk was, verliest zijn glans

en wat van waarde is zal oplichten.

En je zult ervaren dat dat hele andere dingen

zijn dan die wij vaak op één zetten.

Zo mag een christen leven.

Met de schatkaart van Gods woord in de hand.

Dan worden andere zaken relatief.

We mogen ons laten leiden door verrassing,

verwondering, vreugde over onze schat.

Over alles wat God ons geeft.

 

Dat verborgen koninkrijk is zichtbaar voor wie weet waar te zoeken.

En voor wie weet hóe te kijken.

Met ogen van liefde. Met Gods ogen.

Met ogen die het waardevolle en kostbare zien in het alledaagse.

Ik kijk naar een man en ik zie mijn geliefde en mijn draagvlak.

Ik kijk naar een mens en ik zie een medemens, evengoed door God geschapen.

Ik kijk naar mijn werk, mijn gezin, en ik zie Gods aanwezigheid.

Ik kijk naar mijn gemeente, naar mijn gaan in deze wereld, en ik zie Gods wil.

Ik kijk Gods nieuwe wereld tevoorschijn

door er zelf handen en voeten aan te geven.

Door net te doen alsof het er al is.