Blog

Wat staan jullie naar de hemel te kijken?

overweging op Hemelvaartsdag 2024      PG De 8Hoek ~ Scherpenzeel

 

Uit de Bijbel: Efeziërs 4: 7-13 uit de Bijbel in Gewone Taal

Lied: Vlammen zijn er vele, NL 970: 1, 3 en 5

Uit de Bijbel: Handelingen 1: 4-12a

Lied: De Heer is opgetogen, NL 666

 

‘Op een lichte wolkenwagen werd de Heer van de aard gedragen’.

Het is een oud liedje dat mijn moeder me leerde.

Wolkenwagen. Je kunt er prachtige beelden bij fantaseren.

Zodat je het vóór je ziet.

Een beetje nieuwsgierig zijn we toch ook wel naar de hemel.

En hoe het er daar uitziet. En hoe het toch kan dat een mens naar de hemel gaat.

En of we elkaar zullen weerzien.

Soms piekeren mensen erover. Anderen hebben hun eigen dromen en verlangens.

Maar nu het heel direct gaat over een mens die naar de hemel gaat,

is er goedbeschouwd niets te zien, dan alleen een wolk.

Een Bijbelse wolk. Die een mens vertelt wat hij moet weten: God is erbij.

Hij is erbij, zoals toen God met een wolk de Egyptenaren in het donker zette;

zoals God zijn volk voorging als een gids, in een wolk

en sprak met Mozes, vanuit een wolk.

Of zoals toen Jezus werd verheerlijkt op de berg

en een stem vanuit de wolk zei: Dit is mijn Zoon. (Lucas 9:28-36)

Door die wolk zie je het en tegelijkertijd zie je niets.

Je weet het en tegelijkertijd weet je niets.

Het is voor ons als we het hoognodige weten: God is erbij.

De hemel is waar God waakt over de aarde. De hemel is waar God woont.

En wij hebben onze plaats gekregen op de aarde.

 

We kijken naar een afbeelding uit een 15e -eeuwse prentenbijbel.

Links vrouwen, rechts mannen.

Zij zijn getuige van Jezus’ hemelvaart. Ze kijken omhoog.

Bovenin, aan de rand van de prent, zien we nog net de wolk

die Jezus omhult als Hij omhoog geheven wordt.

Verder kunnen zij niet kijken.

Dat is buiten hun beeld maar ook buiten hun voorstellingsvermogen.

 

Vanuit de wolk zien we Jezus’ voeten, met de wonden van het kruis.

Dát is het verhaal dat verteld moet gaan worden.

Want als hun leermeester er niet meer is,

worden de leerlingen apostelen, gezondenen, mensen met een missie.

Het is aan hen om te gaan vertellen dat de Mensenzoon moest lijden,

is gestorven maar op de derde dag opgewekt uit de dood.

 

Het is aan hen om in Jezus’ naam iedereen op te roepen tot inkeer te komen

zodat hun zonden worden vergeven.

Jullie zijn mijn getuigen tot aan de uiteinden van de aarde, zegt Jezus tegen hen.

Heel de wereld moet het weten.

 

Kijken we nog een keer naar de afbeelding, dan zien we onder Jezus’ voeten

zijn voetafdrukken staan in zwart en rood.

Zij benadrukken dat Jezus écht van hen is weggegaan

maar zij roepen tegelijkertijd op

om in die voetsporen te gaan staan.

Om verder te gaan waar Hij is gebleven.

 

Als ze nu maar niet zo naar de hemel stonden te staren,

dan zouden ze dat ook zien.

 

Plotseling staan er twee mannen met witte gewaden.

De tekenaar van deze prent heeft er engelen van gemaakt.

En misschien herinnert u het zich ook wel zo.

Maar waarom zou Luca hier ‘mannen’ schrijven

als hij engelen bedoelt?

Lucas is toch de evangelist die engelen af en aan laat vliegen.

Naar Zacharias in de tempel, naar het meisje Maria,

naar de herders in het veld buiten Bethlehem.

 

Lucas vergist zich niet maar wil de herinnering oproepen aan dat andere verhaal

waar ook plotseling twee mannen bij Jezus’ leerlingen stonden.

Toen Jezus voor de ogen van zijn leerlingen van gedaante veranderde.

Stralend wit stond Hij daar toen en Hij was in gesprek met twee mannen.

Het waren Mozes en Elia. (Lucas 9: 28-36)

De Tora en de Profeten. Daar is Jezus zijn leven lang mee in gesprek geweest.

Hij heeft dat in alles wat Hij deed en zei voorgeleefd.

Dát zijn de voetsporen waarin zijn volgelingen mogen gaan staan.

Hemelvaartsdag bindt ons, hoe paradoxaal dat ook klinkt,

met handen en voeten aan de aarde.

Het is de dag dat de kerk haar volwassenheid viert.

Met zonder Jezus. Maar wel met zijn Geest.

En met de gaven en talenten die daarbij horen.

 

Salvator Dali schildert het zo.

Nu zijn wij het, mensen van vandaag, die met ons hoofd in ons nek naar boven staren.

We zien het wit van de wolk, van het domein van God.

Jezus’ handen zijn geopend, zijn vingers gespreid.

Alsof Hij iets heel groots tussen zijn handen vasthoudt.

Het doet mij denken aan het liedje He’s got the whole world in His hands.

Hij draagt de wereld.

Hij is dan wel van de aarde weggegaan maar Hij heeft de aarde niet losgelaten.

Vanaf zijn plaats bij de Vader regeert Hij mee, waakt Hij mee.

 

Eens zal Hij terugkomen op dezelfde wijze als Hij is weggegaan.

Maar wanneer en hoe, dat hoeven we niet te weten.

Het gaat erom wat wij doen in de tussentijd, in de tijd totdat Hij terugkomt.

 

En als we toch weer naar omhoog gaan staren

naar waar Hij is, -of hoe dat heet…

wil Hij ons telkens weer bedaren

omdat Hij van de mensen weet.

 

Hij zal ons naar beneden wijzen –

naar wat te doen valt onder mensen.

Hij zal ons om die inzet prijzen

en ons alleen het goede wensen.

 

Hij zal ons naar elkaar verwijzen:

jou nu naar mij en mij naar jou

opdat wij naar zijn onderwijzen

mekaar gaan zien in diepe trouw.

 

Pas dan kan hier  de hemel groeien –

slechts dan leeft Hij nog voelbaar voort,

als liefde ondermaans kan bloeien,

zijn leven voortgaat, ongestoord.

(Jan Coghe, in Met zonder Jezus, een uitgave van de PKN)

 

Lied: Wat vraagt de Heer nog meer van ons, NL 992