Blog

normaal doen

normaal doen

Paginagroot riep premier Mark Rutte Nederland in een open brief op om ‘normaal te doen’. ‘Doe normaal of ga weg.’ De boodschap van Lodewijk Asscher klonk dan wel minder hard maar had dezelfde inhoud: ‘Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.’

We zijn in een wereld terecht gekomen waar je in de krant komt als je een daad van barmhartigheid doet, zoals de Amsterdamse loodgieter die een elektrisch kacheltje afleverde bij een oudere dame die al enkele dagen probeerde zichzelf warm te houden onder een deken. Vriendelijkheid is nieuws. Het moet niet gekker worden.

Is het normaal dat een minister-president zonder mankeren de multiculturele samenleving op spanning zet door te roepen dat je ook op kunt pleuren? En waar blijven onze ‘eigen’ hufters dan, de bumperklevers, de roeptoeters, de voordringers, de dubbelparkeerders? Is er wel genoeg ruimte voor al onze dikke ikken?

Eigenlijk heb ik geen idee wat anno 2017 onder ‘normaal’ zou moeten worden verstaan, maar laten we het als kerk proberen te zijn. Bijvoorbeeld: ‘Word niet boos, maar blijf kalm.

Maak je niet kwaad, want woede brengt alleen maar ellende.’ Of: ‘Slechte mensen maken anderen kapot door hun geroddel, maar goede mensen worden beschermd door hun wijsheid.’ (Psalm 37: 8 en Spreuken 11: 9) Bekend staan om je vriendelijkheid, dat is denk ik normaal. (Filippenzen 4:5)

 

Er is een verzekeringsmaatschappij die adverteert met ‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder’. Misschien moeten we als kerkmensen volhouden: Als we maar lang genoeg normaal blijven doen, wordt dat vanzelf weer normaal.