Blog

Wat doe je hier? Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 20 september 2020      PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

preken in coronatijd

 

afbeelding: Sieger Koder

 

uit de Bijbel: 1 Koningen 19: 1-16

 

het is genoeg

Die arme Elia. Hij vecht tegen de bierkaai, profeet van God in een land vol afgoden. Hij moet opnieuw vluchten voor de moordlust van koningin Izebel. Hij laat zijn knecht achter en trekt de woestijn in. ‘Laat mij maar alleen.’ Elia ziet het niet meer zitten. Was hij maar dood. Alles beter dan dit leven.  

Het is genoeg. Die ervaring herkenden we. In onszelf, als we beseffen dat we beter voor ons zelf moeten zorgen en tijd moeten vrij maken om te ontspannen; in de mensen om wie wij ons bezorgd maken; in onze omgeving die het beu is om afstand te houden, in de eenzaamheid van mensen die het normale contact met hun kinderen en kleinkinderen missen. We herkenden het gevoel dat je de moed opgeeft.   Of dat je wegvlucht van je problemen. En wat kun je er moe van worden om altijd maar tegen de stroom in te gaan.

Elia kruipt vol zelfbeklag onder een struik. Is hij dan nu alweer vergeten dat op zijn gebed God antwoordde met vuur uit de hemel? Elia, hoe zit dat met jouw geloof in God? En nog wat: moet een profeet niet profeteren? Daar onder die bremstruik kom jij niet toe aan datgene waartoe je bent geroepen.

 

word wakker

Er is een wake up call nodig. ‘Word wakker en eet wat’ zegt een engel van de Heer en hij raakt Elia aan. Een hand op zijn schouder.

‘De plaats waar je wordt wakker geschud, en waar je wordt gevoed om verder te kunnen, dat is De Open Hof’, zei iemand. Want hier ben je welkom, wie je ook bent en hoe je er ook aan toe bent. Hier is brood en wijn; hier zijn goede woorden, hier word je aangeraakt en geraakt.

‘Dat herken ik’, zei een ander. Dat je precies op het goede moment hier bent en iemand treft…. dat je brood en wijn krijgt aangereikt en je gesterkt voelt.

En ik bedacht me wat een ondankbaar werk het kan zijn om een engel van God te zijn. Om mensen wakker te schudden, te bemoedigen; Mensen die zich vervolgens omdraaien en weer terugvallen in hun oude patroon. Het is niet altijd leuk en makkelijk om namens de kerk op bezoek te gaan. Bij iemand te gaan zitten die vol zelfbeklag zit en daar ook in blijft zitten….

En dat zelfbeklag kennen we toch zeker in de Open Hof ook. Als wij ons druk lopen maken over ‘de jeugd’; of onze eigen kinderen en kleinkinderen. De kerk heeft de tijd niet meer mee en corona trekt ook op ons een zware wissel. Maar het bijltje erbij neer gooien -waar doen we het nog voor-  daar is niemand bij gebaat en Gods werk in de wereld niet mee gediend. Het mag dan zwaar zijn of soms onmogelijk lijken, niemand kan weglopen voor zijn roeping. De kerk niet, Elia niet, jij niet, ik niet.

Gelukkig is de engel van de Heer geduldig en vasthoudend. Hij raakt Elia opnieuw aan: ‘Sta op en eet wat.’ Elia moet in beweging komen.

 

wat doe je hier?

Veertig dagen en veertig nachten loopt hij. Bijbelse tijd. Heilzame tijd. Elia is onderweg om iets te leren of af te leren. Elia is onderweg om God te ontmoeten, bij de Horeb, de berg van God. Je zou kunnen zeggen dat Elia terugreist in de tijd. Hij reist naar de plaats waar God de Tien Woorden gaf aan Mozes; naar de grot waar God aan Mozes voorbijtrok en zijn Naam uitriep; naar de berg waar de struik brandde maar niet verteerde en God zei: Mijn Naam is ’Ik zal er zijn’. (Lees: Exodus 20; Ex 33 en Ex 3) Bewust of onbewust gaat Elia terug naar de bronnen van zijn geloof.

Wat zou het mooi zijn als we hem daarin kunnen volgen. Dat wij, als de moed ons ontbreekt en we geen zicht hebben op de zin van ons bestaan, de weg terug vinden naar onze wortels; naar ons geloof. Maar het is wel de bedoeling dat je uit dat nieuw gevonden geloof je conclusies trekt.

Elia gaat opnieuw liggen slapen. Hij heeft zich omgeven met een nieuw gevoel van geborgenheid.  Maar daarvoor is ons geloof niet bedoeld. Niet om ons in slaap te sussen. Niet om ons te verbergen voor de pijn van de buitenwereld. Het is niet alleen voor de zondag.

 

wat doe je hier?

‘Wat doe je híer?’ vraagt God aan Elia. ‘Kom naar buiten en treed hier op de berg voor mij aan.’ Elia wordt op appèl geroepen. Aantreden moet hij. Het blijft een zielig hoopje profeet. ‘Ik heb me met volle overgave ingezet… ik ben als enige overgebleven…’ Dat is niet helemaal waar. Obadja, hofmeester van koning Achab én iemand met ontzag voor God, had 100 profeten helpen ontsnappen. (1 Kon 18: 3-4) En er waren nog veel mensen in Israël die niet de afgoden dienden maar God. Maar Elia voelt zich in de steek gelaten door de mensen. En hij voelt zich in de steek gelaten door God.

 

‘Kom naar buiten’. Vertoon je. Ook als je gekwetst bent. Als je verlies hebt geleden. Verstop je niet omdat je je alleen voelt, omdat je omstandigheden moeilijk zijn. Kom naar buiten en ervaar dat God daar is.

En Elia komt uit zijn verstopplek en een krachtige wind steekt op. Zo’n wind die een zee kan splijten. Weet je nog, Elia, dat Gods volk met droge voeten kon oversteken en dat God hen niet alleen liet? (lees Exodus 14:21)

Dan is er een aardbeving die de aarde op zijn grondvesten doet trillen, precies zoals toen God een verbond sloot met Mozes en beloofde: Ik ben jullie God, jullie bevrijder. (lees Exodus 19: 16-20)

En als laatste is er het vuur. Zoals de vuurkolom die als een gids het volk door de woestijnnacht leidde. ((Ex 14:20)  Een voor een trekken de oude verhalen aan Elia voorbij. Als een bevestiging dat Elia niet vergeefs zijn vertrouwen op God had gesteld. Maar het is ook tijd voor iets anders. Want Elia heeft inmiddels wel ervaren dat God níet optreedt als een krachtige bevrijder.

 

God is overal. Dat deelden we in ons groepje. Als je er maar voor openstaat om hem te ervaren. Je moet de signalen leren lezen. Een vliegtuig dat op een sprekend moment overkomt; een vlinder in de winter, de lucht die openbreekt bij een begrafenis. ‘Een ander zegt dat het toeval is, maar voor mij betekent het wat,’ zei iemand. Het betekent: God is erbij en laat mij niet alleen aanmodderen.

 

keer terug

Dat moet Elia weer leren geloven. Hij herinnert zich weer de wind, de aardbeving, het vuur. En dan is het stil. Zo’n stilte die je gewaar wordt als het geluid is weggevallen. Zo kan ik mijn werkkamer zitten terwijl in de straat een vrachtwagen staat te brommen. Ik hoor hem niet. Pas als hij wegrijdt en het stil wordt denk ik: wat hoor ik toch?

Het gefluister van de zachte bries lokt Elia naar buiten. Wat hoort hij toch? En in die stilte klinkt weer de vraag: ‘Elia, wat doe je hier?’ Als een echo van de vraag van het begin van de Bijbel: ‘Mens, waar ben je?’ ( Genesis 2:9) In het suizen van de stilte, de hoorbare stilte na de storm (lees Psalm 107: 29) spreekt God Elia opnieuw aan: Wat doe je hier? En als Elia antwoordt met dezelfde riedel van zelfbeklag ‘ik heb me met volle overgave ingezet…. ik ben als enige overgebleven…’ zet God hem weer op zijn plaats en geeft hem perspectief: Keer terug…zorg dat jouw roeping niet strandt en benoem een opvolger. Draag zorg voor het geloof en de hoop van de volgende generatie.

 

stilte

Het is een valkuil om na de gewelddadigheid van wind en aardbeving en vuur de stilte te bewieroken. Er spreekt ook een enorme aansporing uit dit verhaal: Word wakker, sta op, wat doe je hier? Ons geloof kan nooit uitmonden in stilte. Want uit de stilte wellen luid en duidelijk wezenlijke vragen op: wie ben jij? Wat is je roeping?

We kunnen de stilte soms zoeken en ons afstemmen op God. Natuurlijk. Tegelijkertijd is het een grote geloofsklus om het met God uit te houden als het stil is. Als we ernaar verlangen dat Hij met sterke arm ons zal bevrijden van onze moeilijkheden; dat Hij verdriet of last van ons zal wegnemen. Het is soms bijna ondragelijk om te leven met een God die zich hult in stilte.

Ik denk dan aan Jezus die zo dicht bij God leefde dat hij hem Vader noemde.

Maar op het moment dat de Zoon de Vader het hardst nodig had was er niets dan stilte. ‘Mijn God, waarom verlaat je Mij?’ (lees: Matteus 27:46)

Toch vond hij in de stilte, in het zwijgen van God, de moed om te aanvaarden en zijn leven in Gods hand te leggen.

 

Wij kunnen God niet tevoorschijn roepen als wij hem nodig hebben; zoals Elia dat deed met het vuur in het altaar. We kunnen hem niet zichtbaar maken. Wél onszelf. Wanneer we voor zijn aangezicht aantreden. Ik vertrouw dat U er bent, God, en híer ben ik.

Read 78 times Last modified on Sep 18, 2020
More in this category: « vuur uit de hemel Maar Jezus sliep »