Blog

vuur uit de hemel Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op 13 september 2020     PG De Open Hof ~Oud-Beijerland

         

We stappen in een lopend verhaal. We lezen hoe de profeet Elia en koning Achab elkaar na drie jaar weer ontmoeten. Al die tijd was de profeet op de vlucht geweest voor koningin Izebel, die alle profeten van de Eeuwige had laten vermoorden.

Achab tergt God, meer nog dan zijn voorgangers deden. Hij dient de afgod Baäl, de absolute tegenpool van God. Hij staat voor eigendom, vruchtbaarheid en potentie. De God van Israël staat voor naastenliefde, barmhartigheid en gerechtigheid. Dat gaat mis, dat zie je aankomen. Baäl is ook de god van de regen. Maar laat het nu de Eeuwige zijn die de regen heeft tegengehouden en weer teruggeeft.

 

uit de Bijbel: 1 Koningen 18:17-46

 

droogte

In de veelheid van geluiden, in het stormen van de tijd, zoeken wij het zachte suizen van het woord, dat ons verblijdt. En van overal gekomen, drinkend uit de ene bron, bidden wij om nieuwe dromen, richten wij ons naar de zon. (NL 283)

Vanuit alles wat er op ons afkomt, proberen we hier te focussen op wat er echt belangrijk is. We weten het wel, dat wanneer we geen aandacht hebben voor de bron die ons in leven houdt, ons leven verdort. En wat wij worden belemmerd in onze groei als mensen. We weten het wel dat ons leven armoedig wordt als we de kernwaarden van ons leven en ons geloven naast ons neerleggen. Als we gaan onderhandelen over hoeveel mensenlevens we wíllen redden als we er heel veel kúnnen redden en dat ook zouden moeten doen. Het wordt armoedig en vruchteloos als we alleen bij onszelf te rade gaan wat we belangrijk vinden, hoe we vooruit kunnen komen, en daarbij de barmhartigheid en menselijkheid uit het oog verliezen.

Uit welke bron willen wij drinken? Dat is de vraag die uit dit verhaal naar ons toe komt. Waaruit wil jij leven? Wat mag jouw beslissingen kleuren? Wat troost jou in donkere dagen? Waar mag ik jou op aanspreken?

 

kiezen

Het wordt tijd dat koning Achab en het volk een keuze maken. Wie willen zij dienen,  Baäl of God? Waar zullen zij hun leven door laten bepalen, eigenbelang of zorg voor de ander? Op twee gedachten hinken kan niet langer. Een beetje in God geloven bestaat niet. Maar de Israëlieten zeggen niets. Ze willen helemaal niet kiezen. Of ze zien het probleem niet zo. Zo vervreemd zijn ze van hun geloof.

Is het herkenbaar? Het is niet altijd makkelijk om te varen op je morele kompas. Het kan maar zo zijn dat je dwars tegen de stroom ingaat. We spelen vaak liever op safe dan dat we ons laten leiden door een droom, idealisme. En het liefst houden we iedereen te vriend. Gelukkig hebben we voorbeelden, mensen aan wie we ons kunnen spiegelen, ons optrekken. Mensen van naam, mensen die we bewonderen, maar ook mensen dichtbij. Oprecht in hun geloof; mensen die zich laten aanspreken op wat ze geloven. Wie is zo’n voorbeeld voor jou? En wat spreekt je zo in hem of haar aan?

 

hinken = pesach

Hoe lang nog blijven jullie op twee gedachten hinken, vraagt Elia. Hinken, dat is in het Hebreeuws: pesach. Elia roept het feest van Pasen in herinnering, waarmee Israël de bevrijding uit Egypte gedenkt. God deed een hinkstapsprong voorbij de huizen waar het boel van het lam aan de deurpost was gesmeerd. Hij spaarde de levens in dat huis en bracht hen naar beloofd land. Hoe kun je vieren dat je bevrijd bent, maar je Bevrijder niet eren? Hoe kun je zijn weggetrokken uit een land van angst en onderdrukking om vervolgens zo’n koning te zijn.

Het moet nu maar eens klaar zijn. En Elia speelt het hard tegen hard: de God van Israël tegen Baäl. Wie het eerst antwoord geeft wint. Wie het vuur weet te ontsteken is de ware God. Heel het volk stemt in met dit voorstel. Misschien omdat ze dachten dat hún god, met zijn vierhonderdvijftig profeten, de vloer zou aanvegen met die armoedzaaier van een Elia.

Het is een komisch plaatje.

De Baälpriesters dansen en springen in het rond. Alles om hun god te verleiden het vuur te ontsteken. Ze verliezen zichzelf in het schreeuwen en dansen. En Elia gooit af en toe olie op het vuur met opmerkingen als ‘jullie god is zeker druk met andere dingen’, ‘zou hij soms op reis zijn’ of ‘slaapt hij’.

Hoe anders is dat met de God van Israël, die sluimert noch slaapt (Ps 121) en die antwoordt als Hij wordt aangeroepen. (Ps 91:15) Hij is de God die het wél kan schelen als droogte en armoede mensen treft; de God die opkomt voor de kwetsbaren in de samenleving (lees bijvoorbeeld Psalm 146) en ons vraagt om hetzelfde te doen.

 

vuur uit de hemel

Als de hulpeloosheid van Baäl voldoende is aangetoond is Elia aan de beurt.

Elia pakt het anders aan. Hij begint op de puinhopen van wat eens de eredienst aan God was: het verwoeste altaar.

Hij bouwt dat altaar met twaalf stenen. Voor elke stam een. Hij laat daarmee duidelijk zien wat de basis is voor het leven met God. Dat is eenheid. En die is er niet. Na de regeringsperiode van Salomo was Gods geliefde volk uit elkaar gevallen in twee koninkrijken: Israël en Juda. Zij leven op voet van oorlog.

Met de twaalf stenen, en de drie keer vier kruiken water, herinnert Elia de mensen eraan dat zij één zouden moeten zijn in hun gehoorzaamheid aan de Tora. Om zó samen te leven dat het lijkt op beloofd land. Vanuit de gemeenschap kan God worden aangeroepen.

 

Het altaar wordt ruim met water begoten. Als het vuur zal branden, zal dat echt alleen aan God te danken zijn. Elia maakt daarmee zichtbaar dat wij in alle opzichten afhankelijk zijn. God geeft het leven. Hij geeft elke nieuwe dag. We ervaren het als vanzelfsprekend en in die zorgeloosheid mogen we ook leven. Maar vanzelfsprekend is het niet. Het zijn geschenken. Het is alleen maar genade.

 

En Elia bidt. Kort maar krachtig. Hij roept God aan als de God van Abraham, Izaak en Jacob die Israël werd genoemd. De God die meegaat van generatie op generatie en ook trouw zal zijn aan hen, daar op de Karmel. De God die niet loslaat wat zijn hand begonnen is.

En dán slaat het vuur van God in. We hoeven ons niet uit de naad te dansen of uitzinnig te proberen Gods aandacht te trekken. Hij is er als antwoord op de eensgezindheid, ons besef van afhankelijkheid en ons gebed.  Daarom bidden wij vandaag voor A. die wordt bevestigd in het ambt van diaken, voor allen die  vandaag een taak op zich nemen, om de Geest van God. Want zonder kunnen wij het niet.

 

Het eindigt met geweld. De wolf valt in de put, de draak is verslagen, het goede wint. Zo moeten we het lezen dat Elia korte metten maakt met de profeten van Baäl. Je krijgt wat je over jezelf afroept. Wie kiest voor Baal kiest een doodlopende weg. Wie kiest voor God, kiest voor het leven. (Lees bijvoorbeeld Deuteronomium 30: 15v)

 

Nee, het eindigt niet met geweld. Het eindigt met regen. De sluizen gaan open en koning Achab moet zich haasten om op tijd thuis te zijn. In het wedstrijdje hardlopen is het Elia die wint. Want met God kom je verder. Dat moet Achab nog leren. Het eindigt met regen. God die ons zegent, hemelse liefde die over ons regent. (NL 868)

Read 31 times
More in this category: « de tong in toom Wat doe je hier? »