Blog

de tong in toom Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 30 augustus 2020        PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

preken in coronatijd

 

uit de Bijbel: Psalm 19: 8-15 en Jacobus 3: 1-5 en 9-12

 

zalig die het woord van God horen

Zalig zij die het woord van God horen en het bewaren. (Lucas 11: 28, NBG ‘51)

Toen ik begon als predikant gebruikte ik deze woorden nog wel om de lezing af te sluiten. Maar gaandeweg begon ik er wat achteraan te smokkelen: Zalig zijn zij die het woord van God horen, het bewaren én er naar leven.

Dat de mensen niet zouden denken dat ze er makkelijk af konden komen. Dat ze als Kortjakje zondag naar de kerk konden komen, en door de week het Boek dicht konden houden met het zilverwerk.

Jacobus zit daar ook mee. Hij stelt zichzelf, en zijn broeders en zusters, de vraag: wat heeft het voor in als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? (Jacobus 2:14)

 

Van Jacobus hoef je geen theologische verhandelingen te verwachten, zoals bij Paulus. Jacobus is ook niet van de mooie overwegingen. Hij is recht voor zijn raap, nuchter en praktisch. Hij vraagt zich hardop af wat er van het geloof terecht moet komen. En hij wijst op de manieren die je als christen zou moeten hebben.

Wat hij zegt wéét je natuurlijk best, maar je vergeet het gemakshalve ook wel eens. En daarom komt Jacobus soms een beetje over als een betweter; als iemand met de vinger vermanend omhoog. Het kan irritatie oproepen om terecht gewezen te worden. Zo krijg ik de kriebels als iemand mij er in de supermarkt op wijst dat ik geen afstand houd. Diegene heeft gelijk en toch roept het wrevel op.

Jacobus trapt open deuren in. Wees snel met luisteren en traag met spreken. Beoordeel niemand op zijn uiterlijk. We weten het, Jacobus, en toch vinden we het moeilijk om dat in ons dagelijks leven toe te passen! Want daar krijgt geloven zijn beslag; in het dagelijks leven. Jacobus roept ons op om de daad bij het vrome woord te voegen. (Barnard) Op al onze levensterreinen zou het moeten inwerken. In ons werk, in hoe we kinderen opvoeden, in hoe we omgaan met ouderen, in hoe we ons opstellen in het sociale verkeer, enzovoort.

 

Jacobus staat daarin dicht bij Jezus. Zeker in de Bergrede geeft Jezus heel praktische aanwijzingen voor het leven met elkaar. Over de balk en de splinter; over niet oordelen en elkaar behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden; over de wil van de Vader dóen. (resp. Mt 7: 4; Mt 7: 1; Mt 7:12; Mt 7:21)

Overigens heeft zich het ‘probleem’ opgelost van ‘zalig zij die het woord van God horen en bewaren’. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt, terecht, ‘gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’ Je bewaart, onthoudt het; én je houd je eraan.

 

verlegenheid

Het klinkt logisch en toch begint voor veel mensen daar de verlegenheid. Want hoe doe je dat dan; hoe krijgt geloven een plaats in je dagelijks leven, in je huis? De kerk en de werelden waarin je je beweegt lijken soms niets met elkaar te maken te hebben. En nu we elkaar vooral via internet ontmoeten lijkt de afstand misschien nog wel groter en dreigt de valkuil dat ons geloof iets abstracts wordt.

Ik zou jullie wel willen uitdagen om iets te bedenken, een ritueel, een vorm die past bij jou en je gezin en dat een week vol te houden. Een kaars aansteken; een tekening maken of een gesprek over de goede dingen van de dag; samen bedenken waarvoor je zou willen bidden. Samen lezen uit een dagboekje of een zegen uitspreken aan het eind van de dag.

En wat zou je kunnen meenemen naar je werkomgeving? Is het bijvoorbeeld het geloof dat God ieder mens geschapen heeft naar zijn evenbeeld. (Jac 3:9) Dan benader je elkaar toch anders. Dan zie je als manager groei in je teamlid; als leraar zie je vooruitgang in je leerlingen. Dan leer je elkaar te accepteren met hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Of misschien is voor jou de verantwoordelijkheid voor de schepping een belangrijke kernwaarde. Hoe breng je dat in de praktijk?

De vraag ‘What would Jesus do’ is ook een mooie praktische suggestie om bewust stil te staan bij je geloof. Geen woorden maar daden. Want een geloof zonder daden is een dood geloof.

 

de tong in toom

Jacobus spoort ons aan om klein te beginnen. Dat kan grote gevolgen hebben.

Begin bij je tong. In onze taal hóór je dat dat een probleemgeval is: een scherpe tong, een fluwelen tong, een gespleten tong, het hart op de tong, een tong als een scheermes, over de tong gaan, je tong wel af kunnen bijten, a slip of the tongue….. 

Begin bij je tong, want die is een wezenlijk onderdeel van je dienst aan God, van je gehoorzaamheid aan zijn wil. Je tong is als het bit van een paard, als het roer van een schip. Je bestuurt er je lichaam mee. Je bepaalt er je koers mee.

‘U moet niet allemaal leraar willen zijn.’ Lees elkaar niet de les. ‘Want u weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat.’ Het klinkt als de woorden van Jezus: ‘Oordeel niet, opdat er niet over je geoordeeld wordt.’  (Mat 7:1) Langs de maatlat die jij neerlegt voor anderen, zul jij ook moeten liggen.

Wéét wat je kunt aanrichten met je woorden. Voor je het weet heb je een bosbrand ontketent. Iets waarop je bijna geen grip meer hebt en dat veel schade aanricht. Een woord, een veroordeling, een afwijzing kan woekeren als een virus en iemands leven verzieken. We onthouden feilloos wat iemand heeft gezegd waardoor we gekwetst werden. Of ons buitengesloten voelden. Woorden wegen zwaar. We hadden het er even over aan de koffietafel donderdagmorgen en iemand zei: Wat je niet tégen een ander kunt zeggen, moet je ook niet óver die ander zeggen. We voelden allemaal aan dat het heel erg waar was en tegelijkertijd dat we daarin de grenzen opzoeken en er ook overheen gaan.

Ik vond er een mooi verhaal bij:

Een boer die veel roddels had verspreid kreeg daar spijt van en hij vroeg aan de rabbi hoe hij daarvoor boete kon doen.

‘Verzamel een zak vol kippenveren. Ga daarmee het dorp rond en leg bij alle mensen over wie je hebt geroddeld een veertje bij de deur.’

De boer vond dat hij er zo makkelijk van afkwam en deed wat de rabbi hem had opgedragen. Daarna ging hij terug naar de rabbi en vroeg hem of het nu opgelost was. ‘Nog niet’, zei de rabbi. ‘Nu moet je weer langs alle deuren gaan en de veertjes die je hebt neergelegd weer ophalen.’

‘Maar dat kan helemaal niet’, zei de boer. ‘De meeste veren zijn al lang door de wind weggeblazen.’

De rabbi antwoordde: ‘Zo is het ook met jouw praatjes. Je strooit ze gedachteloos rond en wat je ook probeert, je kunt ze niet meer terughalen.’

 

zegen en vloek

Hoe kan het toch dat we met dezelfde tong zoveel kwaad kunnen aanrichten en zoveel goed? Bittere woorden en zoete woorden uit dezelfde mond? Dat is net zo raar en onmogelijk als olijven plukken van een vijgenboom; of vijgen van een druivenstruik. Elke boom geeft vruchten naar zijn aard. En gelovige mensen hebben een aardje naar hun Vaartje. Het kán niet bestaan dat een gelovig mens zijn tong niet in bedwang heeft, zegt Jacobus. Ik heb nog veel te oefenen. Met David bid ik mee: ‘Mogen de woorden van mijn mond en de overpeinzingen van mijn hart u bekoren.’ 

Read 51 times
More in this category: « afstand houden vuur uit de hemel »