Blog

Ik ga vissen Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 26 april

vieren in coronatijd

 

uit de Bijbel: Johannes 21: 1-14  

 

Ik ga vissen

Ik denk dat veel mensen er op dit moment naar verlangen om weer gewoon te kunnen werken. Les geven op school. Naar kantoor voor een afspraak in plaats van achter de computer. Gewoon haren knippen, koken voor gasten of je waar verkopen.

‘Ik ga vissen’, zegt Petrus. En de anderen stappen maar wat graag bij hem in de boot. Even iets gewoons. Iets van vóórdat Jezus in hun leven kwam en dat voorgoed veranderde.

Ze zijn bij het meer van Tiberias. Waar ‘Jezus in het zachte gras de mensen liefhad en genas en in hun midden stond.’ (NL 836) Terug bij de plek waar het allemaal begonnen was: waar Jezus hen had geroepen om vissers van mensen te worden. Maar daar zijn ze op dat moment helemaal niet mee bezig. Het is alsof het nog niet tot hen is doorgedrongen dat Jezus is opgestaan. Zijn ze nu al vergeten dat Hij aan hen is verschenen en hen heeft uitgezonden met zijn Geest? Het besef dat er met Pasen iets wezenlijk veranderd is, wil maar geen post vatten in hun hoofd en hart. Maar waar ze nu mee bezig zijn, dat is een vruchteloze onderneming. Johannes verwoordt het in een prachtig beeld: getob in de nacht en lege netten.

 

iets voor erbij

En als Jezus hen opwacht op de oever herkennen ze hem niet.

Je zou het ze wel willen toeroepen: kijk dan, daar staat Jezus. Hoe bestaat het dat je zijn aanwezigheid niet herkent. Tegelijkertijd weten we allemaal dat het zo soms is.

 

 ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ vraagt Jezus. Of, nog mooier, uit de oude vertaling: ‘hebt u enige toespijs?’’ Jezus vraagt eigenlijk: hebben jullie er iets bij? Is er iets voor bij het dagelijks brood? Het antwoord is een kortaf ‘nee’. Er is niets voor erbij; de glans is van het dagelijks leven af. Er is alleen maar die teleurstelling en vermoeidheid. En het niet herkennen van God in Jezus. De God bij wie je niet tekort komt omdat Hij zal geven wat je nodig hebt voor elke nieuwe dag.

 

over een andere boeg

‘Gooi het net aan stuurboord uit’ roept Jezus. Gooi het over een andere boeg. De boeg van nooit gedacht, van onverwacht. Die andere boeg, waarvoor je je angst moet overwinnen, of je logische redeneringen. -Hoezo, andere boog, ik vis altijd aan deze kant; dat is volgens vissers de beste kant.-

We weten niet waarom maar ze wagen het erop. Ze wierpen dus hun netten uit aan de andere kant en er zat zoveel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.

 

gevoed worden

Dan herkennen ze Jezus. Een flits van inzicht. Zoals we soms ineens beseffen: dit moet iets van God zijn geweest; En enthousiast en onbezonnen stort Petrus zich in het water. Zo kennen we hem weer, de impulsieve Petrus.

Aan land wacht hen een vuurtje. Met brood en vis.

Ze zijn er de hele nacht voor in touw geweest maar het ligt nu gewoon op hen te wachten. Ze kunnen zo aanschuiven.

Je hoeft niet altijd alles zelf aan te slepen. Soms wordt er voor je gezorgd. Dan is er iemand -of Iemand- die je aanspoort om het van een andere kant te bekijken.

En als je daarvoor de moed kunt opbrengen, of het vertrouwen, dan zul je ervaren dat er voor je wordt gezorgd. Dat je ontvangt wat je nodig hebt en meer dan dat.

 

Brood en vis.

Daar kennen we een ander verhaal van. Zeven was voldoende, brood en vis. Een verhaal dat vertelt dat je vertrouwen mag dat je met een gastheer als Jezus niet te kort komt. Een verhaal dat ons brengt bij hem die zei: Ik ben het brood dat leven geeft. En die dat leven doorgaf door zich te laten breken als brood.

En de vis, dat is ook Jezus zelf. En die vis, dat is toch ook Jezus zelf. Ichtus. De letters vormen een belijdenis: Iesous Christos Theou Uios, Soter. Jezus Christus, Zoon van God, Redder. De vis die door het water van de doodsjordaan is heengegaan.

 

Wat ze daar eten, brood en vis, wat weer naar binnen komt, is dat Jezus de Heer was. De Opgestane, de Zoon van de Vader die ook hun Vader is. Laten ze er dan nu klaar voor zijn om weer te gaan vissen. Op mensen.

Read 64 times
More in this category: « een nieuw normaal Vrede en onvrede »