Blog

Zout en licht Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

 

overdenking op zondag 8 maart 2020 in Protestantse Gemeente De Open Hof

 

tweede zondag van de 40-dagentijd

 

 

 

uit de Bijbel: Matteus 5: 13-16 en Efeziërs 5: 1-20

 

 

 

nieuw zelfbewustzijn

 

Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht in de wereld. Met deze woorden zet Jezus de mensen die hem volgen en zijn leerlingen in hun kracht. Hij zegt niet: ik hoop dat jullie zout van de aarde zijn. Hij zegt ook niet: probeer het licht in de wereld te worden. Ze zíjn het. Jezus spreekt de mensen aan op hun gevoel van eigenwaarde. Hij laat ze hun rug rechten. Al die mensen die hij net heeft aangesproken: nederig van hart, verdrietig, verlangend naar gerechtigheid, zachtmoedig, barmhartig, op zoek naar vrede, vervolgd omwille van de gerechtigheid, uitgekotst. Jezus geeft met deze woorden nieuw zelfbewustzijn aan de mensen van toen én vandaag: de losers, de mensen die tekort komen of tekort schieten, de idealisten, de drammers, al die mensen die dingen beginnen waarvan niemand weet wat de afloop zal zijn (Paul van Vliet, ‘Ik drink op de mensen’), die mensen die geloven dat het kan: een vernieuwde wereld, Gods koninkrijk op aarde. 

 

 

 

Jezus legt met zijn woorden over het zout en het licht iets neer bij mensen wat zij tot dan toe voor een belangrijk deel bij God hadden neergelegd. Voor Jezus’ tijdgenoten stonden zout en licht symbool voor Gods aanwezigheid in de wereld. Andere zaken lagen meer voor de hand om zout en licht te zijn. Denk aan de tempel, de Tora (Ps 119: 105), de stad Jeruzalem. (zie Jes 60:1) Daarin was God aanwezig. Nu zegt Jezus: hij is ook door jullie aanwezig. Als jullie licht schijnt, als jullie goede daden zichtbaar zijn, dan is ook God zichtbaar en zullen mensen God eer bewijzen.

 

Zelf heeft Jezus zijn licht niet verborgen. Hij straalde en liet anderen stralen. Hij was een smaakmaker. En meer nog: hij was het levende teken van het verbond tussen God en mensen.

 

Jullie zijn zout. Jullie zijn licht. Ik zou op elk woord een klemtoon kunnen leggen. Júllie. Niet iemand anders. Niet God. Niet iets buiten jou maar ín jou. Jij.

 

Jullie zíjn… je hoeft het niet te worden of ernaar te zoeken.

 

Jullie zijn zóut, lícht. Dat is jullie betekenis in het leven. Laat niet door jouw eigen toedoen je licht doven. Verberg jezelf niet. Het doet zo wel een beetje denken aan de gelijkenis van de talenten: doe er wat mee en verberg het niet in de grond.

 

 

 

duisternis en licht

 

In zijn brief aan de gemeente in Efeze wijst Paulus de gemeenteleden ook op hun kracht. Ik dacht eerst, ik lees dat eerste stukje maar niet. Waarin hij schetst wat hij ziet als duisternis, de duistere praktijken van zijn wereld. Het klinkt zo plat, zo treurig: ontucht, zedeloosheid, hebzucht, platvloerse taal, alles wat het licht niet verdragen kan. Ik besloot het toch te lezen omdat dat dat ook ónze wereld is. De wereld waarin wij leven. 

 

 

 

En hoe verhoud je je als christen tot die wereld? Wat is onze toegevoegde waarde als gemeente?

 

Paulus neemt geen afstand van de wereld waarin hij leeft. Hij zegt niet: als christen hoor je daar niet bij; daar doen we niet aan mee. Maar je moet je ook niet aanpassen aan de wereld waarin we leven. Dus niet toegeven aan alle verleidingen, niet strijden met de wapens van de wereld. Ook niet mee draven in het tempo dat mensen elkaar vandaag de dag opleggen, en niet meegaan in de waan van de dag.

 

Paulus adviseert niet om de wereld te mijden maar om daarin je eigen weg te zoeken: de weg van de liefde. Misschien is het onze taak om de wereld te verzachten, te veranderen. Als het zo is dat God de wereld heef liefgehad, dan kan de gemeente daarin toch niet achterblijven?

 

 

 

een voorbeeld van God

 

Maar hóe doe je dat dan? Volg het voorbeeld van God, zegt Paulus. Ik wil toch nog een keer een Grieks woord met jullie delen: mimetai. Dat woord heeft Paulus overgenomen uit de wereld van het toneel. Wie in verbinding staat met Gods liefde is een mimespeler op het toneel van de wereld. Het is aan je af te lezen wie God is, hóe God is. In het spel van het leven is dat jouw rol. Ik denk even aan wat Vondel schreef: De wereld is een schouwtoneel; elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel. (1637, bij de opening van de Nieuwe Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht)

 

Wie in aanraking is gekomen met de liefde van God, wie Jezus wil volgen, speelt de rol van zijn leven. En al spelende wordt het waar dat God van mensen houdt; dat Hij geduldig is en trouw.

 

Dat is precies hoe God de mens heeft bedoeld. Denk even terug aan het scheppingsverhaal. In de oude vertaling stond daar dat God de bomen schiep, die vrucht dragen ‘naar hun aard’; hij schiep het jonge groen dat zaad draagt ‘naar zijn aard’; hij schiep de wemelende waterdieren ‘naar hun aard’ en evenzo de vogels en de andere dieren. Maar de mens schiep hij ‘naar zijn beeld en gelijkenis’. De mens is geroepen om God na te bootsen. De mens is geroepen om in zijn doen en laten te tonen wie God is.

 

Jezus heeft dat op zijn mooist gedaan. In hem ging alles in vervulling wat God heeft bedoeld en beloofd. Gods geliefde zoon is hij. Maar ook de geliefde van de mensen. Met hem als hoofdrolspeler kan het bijna niet meer misgaan. Hij reikt ons ons kostuum aan: de nieuwe mens. Een kostuum van licht. Van dat licht waarin alles zachter wordt en mensen mooier. In een andere brief zegt Paulus: trek een andere jas aan: ‘kleed u in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld’. (Kol 3: 12)

 

 

 

Met ons kostuum aan mogen we spelen. Want mimespelers roepen een werkelijkheid op die niet zichtbaar is. Zij roepen met hun gebaren en mimiek een wereld tevoorschijn en nodigen anderen uit om met hen mee te gaan op hun ontdekkingsreis. Zo mogen wij de werkelijkheid van Gods nieuwe wereld openen. Mensen uitnodigen om met ons mee te kijken wat daarvan al te zien is.

 

 

 

Ieder mens die God ná doet, doet hem ook vóór. Die laat zien hoe God er uitziet en wat je hem zou moeten denken. Want de enige manier om andere mensen kennis te laten maken met God is door zijn mimespelers. Als die het niet goed doen, krijgen mensen een verkeerd beeld van God. Dus doen wij het leven voor: in gehoorzaamheid aan de Schrift; we gaan voor in de verwondering om het leven; in de dankbaarheid, in de hoop. We gaan voor in het meeleven met elkaar. Wij spelen Gods nieuwe wereld. Wij steken ons licht niet onder stoelen en banken zodat mensen God aan ons aflezen en hem eren.

 

 

 

wake up call

 

Goed beschouwd zijn de woorden van Paulus een wake up call. ‘Ontwaak uit uw slaap! Sta op uit de dood. En Christus zal over u stralen.’

 

Uitleggers menen dat Paulus deze woorden heeft overgenomen van de profeet Jesaja. Hij zegt tegen het volk dat in ballingschap leeft:

 

‘Ontwaak, jullie daar in het stof.’ (Jes 26:19b) Word wakker. En wees een nieuw mens. Bewandel de weg van de gerechtigheid.

 

En later roept de profeet Jeruzalem toe, de stad waar de eerste ballingen naar terug keren. ‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer.’ Sta op en maak wat van de puinhoop waarnaar je bent teruggekeerd.

 

Die woorden leent Paulus en hij maakt er zijn eigen wake up call van. Ontwaak. Sta op. Want de hoofdrolspeler, degene die zo prachtig God vóórleefde, is ontwaakt en opgestaan. En wij mogen volgen. Wie nu wakker wordt en opstaat, staat meteen in het volle licht van Jezus. Die wordt in het licht gezet om zelf te kunnen stralen. Nu. En, zo vertrouwen wij, ook later.

 

 

 

Gebruik uw dagen goed, zegt Paulus, want we leven in een slechte tijd. En hij geeft daarbij twee duidelijke aanwijzingen. ‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen.’ Juist in deze 40-dagentijd proberen mensen te minderen met die dingen die de boventoon zijn gaan voeren. Wijn, of vlees. Social media of tv. Al die dingen waarvan we te vol kunnen zijn; die voor afleiding zorgen maar ons ook afleiden van wat belangrijk is…. In welke roes bevind jij je, vraagt Paulus. Waar ben jij vol van?

 

Laat in plaats daarvan de Geest je vol maken. Zodat je samen kunt zingen. Zodat je samen de Heer kunt danken. Gods mimespelers trekken op het juiste moment hun mond open.

 

 

 

[ Voor deze overdenking heb ik gebruik gemaakt van de gedachten van Tom Naastepad over de ‘schouwspelers’ in zijn boek ‘Schouwspelers van God; uitleg van Paulus’ brief aan de Efeziërs’.]

 

Read 75 times