Blog

in de ruimte Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 9 februari 2020            PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

met gebruikmaking van de tekening van Rembrandt:

Jezus en de overspelige vrouw, 1655

 

uit de Bijbel: Johannes 7: 37- 8: 11 en 59

 

in het midden

Tijdens onze reis door Afrika hebben we kennis gemaakt met de mensen in een Himba-dorp. De gids vertelde ons dat elk kind dat geboren wordt een eigen lied meekrijgt. De moeder zingt dat lied voor haar nog ongeboren kind en leert dat lied ook aan de vader, aan de mensen van de stam. Zo heeft elk kind, elke volwassene zijn eigen lied. Daarmee wordt het welkom geheten op de wereld. En als het kind huilt, als het zich bezeert, of als er reden is tot vreugde, wordt dát lied gezongen. Dat lied kenmerkt de mens.

Maar dat lied wordt ook gezongen als iemand een misdaad heeft begaan; als iemand een ander heeft beschadigd. Diegene wordt in het midden gezet. De dorpelingen vormen een kring om hem of haar heen en zingen zijn geboortelied. Als een herinnering aan de identiteit; als een vraag ‘zo bén jij toch niet?!’ In die kring wordt ruimte geboden om te inkeer te komen en te veranderen, goed te maken. Vanuit het midden mag de foutenmaker zijn plaats in de gemeenschap weer innemen.

 

De vrouw die bij Jezus wordt gebracht staat op een heel andere manier in het midden. Op heterdaad betrapt op overspel. Volgens de Wet van Mozes zou ze gestenigd moeten worden. Rembrandt maakte er deze tekening bij. Links zien we de vrouw die bij Jezus is gebracht. Gebogen. Hulpeloos. Haar hele houding laat zien dat ze er niet bij wil zijn. In haar hand heeft ze een grote zakdoek. Niemand die geïnteresseerd is in háár. Links praat een groepje met elkaar. En de anderen zijn vooral geïnteresseerd in wat Jezus doet.

 

er om heen

Want daar is het allemaal om begonnen. Niet alleen over de vrouw, ook over Jezus is een oordeel uitgesproken. De schriftgeleerden en Farizeeën vinden het niets dat mensen met Jezus weg lopen; in hem de Messias zien. Zou er uit Galilea iets goeds kunnen komen? Vast niet. Zoals de vrouw bij Jezus wordt gebracht om veroordeeld te worden, zal later Jezus bij Kajafas worden gebracht, en bij  Pilatus. Hij zal in het midden worden gezet, veroordeeld door de omstanders, mikpunt van spot.

 

De vrouw in het midden is maar een middel om Jezus op de proef te stellen en hem aan te kunnen klagen. Haar ellende, haar verdriet wordt door niemand echt gezien. Zij speelt geen rol maar is een pion in het machtsspel van mannen. En in Gods huis, met de Tora als wapen, wordt zij misbruikt.

 

We kennen de verdrietige verhalen van mensen die veroordeeld zijn door de goegemeente, soms met de Bijbel in de hand. De vrouw die van haar man scheidde; de jongen die op jongens viel; de verliefden die vóór hun huwelijk een kind verwachtten en schuld moesten belijden. We kennen de Malle Babbes en de mannen in het stijf lakense pak. (lied van Rob de Nijs)

We weten hoe hard mensen kunnen oordelen en veroordelen. We weten het ook omdat we zelf soms die mensen zijn. Met onze woorden kunnen wij mensen treffen alsof het stenen zijn. Genadeloos zijn we soms voor een ander.

 

op de grond

De mannen zien de vrouw niet. En Jezus keurt de mánnen geen blik waardig. Hij geeft geen antwoord op de vraag wat hij ervan vindt om de vrouw te stenigen. Hij laat zich niet uit zijn tent lokken over de interpretatie van de wet. Hij bukt zich en schrijft met zijn vinger op de grond. Jezus leest hen niet de les maar haalt de brand uit de situatie door iets totaal anders en onverwacht te doen. Nu zijn alle ogen gericht op hém.

 

Als Jezus zich bukt worden onze ogen meegetrokken naar beneden. Onze blikrichting wordt bepaald door wat laag is. Heel zijn leven heeft Jezus de ogen van de omstanders daar naar toe getrokken, naar wie vernederd wordt, naar wie laag is want zondig of ziek. Jezus staat niet aan de kant van de stenengooiers maar aan de kant van de vrouw. En daar hoort hij ook, als zoon van de Vader die omziet naar wie kwetsbaar zijn.  In ditzelfde hoofdstuk (8:23) zal Jezus tegen de mensen zeggen: ‘Jullie zijn van beneden. Ik ben van boven.’ Wij zijn aarde-gebonden. Jezus is hemel-gebonden.

Jezus trekt onze aandacht naar de grond. ‘Aarde’ staat er in het Grieks (gèn). De aarde waaruit wij allemaal ontstaan zijn. Geschapen uit aarde met Gods Geest als onze levensadem. Daarin is niemand een haar beter dan de ander. Wij leven allemaal van diezelfde adem, van diezelfde goedheid. In Gods ogen zijn we allemaal even klein en kwetsbaar. Wat geeft ons dan het recht anderen te kleineren en te beschadigen.

 

nogmaals het midden

Als we nog eens kijken naar de tekening van Rembrandt dan kunnen we ons afvragen waar hij nu eigenlijk onze aandacht naar toe wil hebben. Meestal is dat wat in het midden is, het belangrijkste. In het midden onderaan wordt onze aandacht getrokken door de hand van Jezus. Wat zou hij schrijven? Daarover is heel wat af gefilosofeerd en niemand die het weet. Zou het een citaat uit het Oude Testament zijn? Iets uit de Tien Woorden? Of schrijft hij iets om het weer uit te wissen; alsof hij zeggen wil zand erover?

Misschien is het niet eens belangrijk wát hij schreef maar dát hij schreef. Hij creëert rust in een onrustige situatie. Hij schept ruimte. Bedenktijd.

Die ruimte heeft Rembrandt laten zien in wat echt in het midden is: niets. Het lijkt een soort schuttinkje waar twee mannen overheen leunen maar op enkele lijnen na is het leeg. Een ruimte tussen de schrijvende vinger van Jezus en de vrouw waarop niemand let en die ook uitstraalt ‘let maar niet op mij’. Een ruimte die ingekaderd wordt door de omstanders die ook gericht zijn op dat lege midden. Wat is er in die ruimte mogelijk?

 

Als de omstanders bij Jezus blijven aandringen, zegt hij: wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen. Jezus spreekt geen oordeel uit. Hij confronteert de Schriftgeleerden met hun eigen zwakheden.

Hij vraagt hen niet te oordelen over het hart van de medemens, maar te kijken in het eigen hart. Hebben zij het zelf ook niet nodig om mild bekeken te worden? Hebben zij niet zelf de barmhartigheid van anderen nodig?

In een groep is het makkelijk maar Jezus spreekt hen aan op hun eigen geweten, op hun persoonlijke verantwoordelijkheid.

Net als de omstanders toen weten wij dat niemand van ons eraan ontkomt om anderen teleur te stellen of te kwetsen. We zullen soms tekortschieten in onze zorg voor elkaar, in de liefde, in onze verantwoordelijkheid op het werk, of onze verantwoordelijkheid voor de schepping. Als je alleen maar zó naar anderen kijkt, naar jezelf, als je alleen maar ziet dat we altijd tekort schieten, dat we schuldig staan tegenover elkaar, tegenover God, dan heb je geen leven. Leven met schuldgevoelens maakt ons klein, ongelukkig. We hebben het nodig dat er een kring om ons heen is die ons herinnert aan wie we werkelijk zijn. Een ruimte die ons vrij maakt.    

 

ga naar huis

In de ruimte tussen de schrijvende vinger van Jezus en de schuldbewuste vrouw kan zelfreflectie ontstaan, berouw, inkeer. Én vergeving, een nieuw begin.

Iedereen sprak óver de vrouw. Nu spreekt Jezus mét haar. ‘Heeft niemand je veroordeeld?’ ‘Niemand’, zegt ze. ‘Ook ik niet’, zegt Jezus. Hij is immers niet gekomen om te oordelen maar om te redden. Om op te richten in plaats van klein te maken. Niet om te vernederen maar om vernederd te worden.

We weten hoe het eindigt. De schuldige wordt vrijgesproken. En hij, onschuldig als een lam, vangt alle agressie op. Alsof hij de plaats inneemt van die vrouw… van wie maar schuldig is. ‘Ga naar huis en zondig vanaf nu niet meer’. Ze is vrij, vrijgesproken. Dat is de ruimte die Jezus geeft.

Later zullen we weer horen over een lege ruimte, een leeg graf. Die ruimte spreekt ook van vergeving, nieuw beginnen. Van leven. En laten leven.

 

(Ik heb gebruik gemaakt van het boek: Wij hebben ongelofelijke dingen gezien. Johannes vanuit de kunst gelezen, Anne-Marijke Spijkerboer, Meinema 2004)

Read 183 times Last modified on Mar 09, 2020
More in this category: « Wat is geluk? Samuel geroepen »