Blog

Door God geroepen Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

 

overweging op 12 januari 2020 PG De Open Hof ~ Oud-Beijerland

 

In deze dienst zijn de vierjarige kinderen en hun ouders uitgenodigd.

Zij worden welkom geheten in het midden van de vierende gemeente. 

 

We lezen zo dadelijk woorden van de profeet Jesaja. Ze horen bij de periode dat Gods volk in ballingschap is weggevoerd naar Babylonië. Het is niet zo dat ze het daar slecht hebben. Mensen krijgen kinderen en leiden hun leven in betrekkelijke vrijheid. Sommigen trouwen zelfs met mannen en vrouwen uit Babylonië. Het leven gaat verder. Maar in dat buitenland, met een andere godsdienst en een andere cultuur, komen wel vragen op: wie is onze God? Waar is God nu? Zal hij ons nog thuisbrengen of is dit nu thuis?

Dan herinnert Jesaja het volk aan zijn roeping en bestemming. Hij houdt hen voor dat God hen niet vergeten is; laten zij dan God ook niet vergeten en blijven vertrouwen op hem.

Als teken dat God zijn volk niet vergeten is, stelt hij hen zijn dienaar voor, een uitverkorene die het geknakte riet niet zal breken. Wie die dienaar is? Je zou kunnen zeggen dat het de Perzische koning Cyrus is, die het de Israëlieten zal toestaan terug te keren naar Jeruzalem. Hij zal een instrument van bevrijding zijn in Gods hand.

Evengoed zouden het de Israëlieten kunnen zijn die op God bleven vertrouwen en dus ook hun roeping trouw bleven om een licht voor de volken te zijn. En als laatste hebben mensen die Jezus volgden ook hém herkend in die dienaar die God beloofde. Daarom citeert Matteus de woorden van Jesaja als hij vertelt over Jezus’ doop. ‘Dit is mijn geliefde zoon.’

 

uit de Bijbel: Jesaja 42: 1-7 en Matteus 3: 13-17

 

welke Jezus?

Dat Jezus naar de Jordaan komt om gedoopt te worden moet voor Johannes een grote anticlimax zijn geweest. Probeer voor je te zien hoe Johannes daar stond aan de Jordaan. Een vurig prediker: Bekeer je, riep hij, want het koninkrijk van de hemel is dichtbij. Bekeer je, anders zal God een oordeel over je uitspreken. Ik doop jullie met water, maar ná mij komt iemand die veel machtiger is dan ik. Hij zal dopen met vuur en het kaf van het koren scheiden. Johannes verwacht een machtig leider, een sterk optreden namens God. Een ommekeer in de wereldgeschiedenis.

In plaats daarvan staat daar Jezus. En hij wil gedoopt worden. Maar zó zit het niet in Johannes’ hoofd. Hij verlangt naar een vuist tegen het onrecht, naar een goddelijke scheiding van wie goed is en wie fout zit.

 

Wie is Jezus voor jou? Dat is zeker vandaag een belangrijke vraag. Want als we weten wie Jezus voor ons is, dan weten we ook wat we onze kinderen, de kinderen in de gemeente, willen meegeven over hem.

Wie is Jezus voor jou?

Het was zeker een vraag voor de mensen die Matteus op het oog heeft: was Jezus nu een mens, met zonden en al, of toch meer Gods Zoon en was hij zonder zonden?

In de loop der eeuwen is hij hoog weggezet als Zoon van God, Verlosser. Overwinnaar van de dood. Meer God dan mens. Zonder zonden. Eerder een dogmatisch figuur dan een mens van vlees en bloed.

Als we Jezus zó hoog wegzetten komt hij heel ver van ons af te staan.

Dan zijn we niet meer dan lijdend voorwerp in zijn reddende werk.

Als hij niet op ons lijkt, hoeven wij ook niet op hem te lijken.

Als hij perfect is, kunnen wij ons verschuilen achter de idee dat het onbegonnen werk is om hem na te volgen. Dat gaat toch niet lukken. Wie is Jezus voor jou?

 

Johannes moet zijn beeld en zijn verwachtingen bijstellen. Hij wil Jezus tegenhouden om gedoopt te worden. Hij wil niet weten van een vredekoning die afdaalt in het water. Hij wil er niet van weten dat Jezus zich door hém laat dopen terwijl het andersom zou moeten.

Jezus schept verwarring. Dat doet hij nu en dat zal hij blijven doen. Hij zal aan tafel roepen wie buiten de boot zijn gevallen; hij zal die mensen aanraken die onrein worden genoemd; hij zal vergeven wie al opgegeven waren als mens.

Hij schept verwarring in die zin dat hij zich niet laat voorstaan op de God die hem gezonden heeft en die – zo preekte Johannes – het recht heeft om mensen te oordelen voordat het koninkrijk van de hemel waar wordt. Jezus identificeert zich juist met de mensen verlangen naar de heelheid van dat koninkrijk; hij schaart zich aan de kant van de mensen die berouw tonen en tot inkeer komen.

 

Hoe zal Jezus het nieuwe leven vorm geven? Hoe zal hij het koninkrijk van de hemel dichterbij brengen? Niet met grote gebaren, niet door vuur of met een bijl.

Maar door zich te identificeren met de mensen die het nodig hebben gered te worden. Door hun berouw te delen, hun leven te delen en uiteindelijk ook hun dood te sterven.

 

Wat is Gods gerechtigheid?

Jezus zegt tegen Johannes: Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen. Wat zou dat zijn, Gods gerechtigheid? De Bijbel in Gewone Taal vertaalt het heel dichtbij: wij moeten alles doen wat God van ons vraagt. Van Johannes wordt gevraagd dat hij Jezus doopt. Van Jezus wordt gevraagd dat hij afdaalt in het water om net als de anderen gereinigd te worden, opnieuw mag beginnen. Gods gerechtigheid is gehoorzaamheid. Ook Jezus heeft moeten leren om Gods wil te doen. Ook hij heeft het daarmee moeilijk gehad. Direct op het verhaal van de doop volgt het verhaal dat Jezus op de proef wordt gesteld in de woestijn.

En als hij weet dat de uiterste consequentie van zijn roeping de dood is, bidt hij: laat deze beker aan mij voorbij gaan. Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil maar zoals u het wilt. Gods gerechtigheid vervullen is je roeping volgen, trouw zijn aan waar je in gelooft, ook als dat moeilijk is of tegen je werkt.

Het is jouw roeping om moeder te zijn, vader. Om medemens te zijn. Om in de kerkenraad te zitten of ergens vrijwilligerswerk te doen. Het is op je pad gekomen en daarin zit voor jou de mogelijkheid om gehoorzaam te zijn aan wat God van je vraagt. Ook als je dat moeilijk vindt. Ook als het niet in je straatje past.

Precies op de plek waar jij bent gesteld, daar waar je woont of werkt, daar waar je blijft of naar toegaat, precies daar heeft God je nodig. Precies daar kun je Jezus volgen in hoe hij leefde.  

Jezus’ weg van de gehoorzaamheid bracht hem door het water in de woestijn. Het bracht hem mensen op zijn weg. Het bracht hem leven en de dood. En zoals hij uit het water omhoog kwam, kwam hij ook uit de dood. En wij ook. Want wij lijken op hem.

 

gezegend

Jezus krijgt vanuit de hemel de bevestiging dat het zo moet en niet anders. Hij ziet Gods Geest als bemoediging neerdalen. En uit de hemel klinkt: dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.

Daar kunnen wij soms naar verlangen. Naar de bevestiging uit de hemel dat het goed is; naar de bemoedigende kracht van God die als een duif op onze schouder komt zitten. Want leven – en zéker samen leven – is niet altijd makkelijk. Leven doet pijn. Je loopt soms blauwe plekken op. En met al je goede bedoelingen stoot je regelmatig je neus.

Weet dan dat je geroepen bent door God zelf. In die hemelse bevestiging aan Jezus komt ook de rest van de woorden van Jesaja mee. De dienaar die hij heeft uitverkoren, wie dat dan ook mag zijn, is vol van Gods Geest. ‘Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden’ zegt God. Je staat er niet alleen voor. En als ik jou in dienst neem, zul je in staat zijn je licht te laten schijnen. Dan zal jouw leven blinden de ogen openen, gevangenen bevrijden en mensen raken in hun duisternis. Met God en door God zal ons leven helend zijn en anderen in de ruimte zetten.

Read 251 times Last modified on Mar 09, 2020
More in this category: « Wat is tijd? Wat is geluk? »