Blog

Vertrekken en thuiskomen: Zacheus Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

Vertrekken en thuiskomen: Zacheus   (afbeelding: Kijkbijbel, Kees de Kort) 

overweging op zondag 1 september 2019 PG De Open Hof - Oud-Beijerland

 

uit de Bijbel: Lucas 19: 1-10 en Efeziers 2: 17-22

hokje

Zeg ‘tollenaar’ en men denkt: overlopers, heulers met de vijand, dieven.

Vanaf de zondagsschool heb ik niet anders over Zacheus horen vertellen. Hij mag dan opgeklommen zijn tot hóófdtollenaar, het blijft een miezerig klein mannetje. Logisch dat hij zich verstopt tussen de bladeren van de vijgenboom. Hij schaamt zich natuurlijk een hoedje. Zacheus wordt met de nek aangekeken. Maar wat geweldig dat Jezus omhoog kijkt en zegt dat hij in het huis van Zacheus wil verblijven! Een nieuwe kans opent zich voor de zondaar. Hij draait om als een blad aan een boom en hij zal viervoudig vergoeden wat hij mensen heeft afgeperst.  

 

We kunnen dit verhaal lezen als een bekeringsverhaal; een zondaar is terug op het rechte pad. Maar ik wil het ook wel opnemen voor Zacheus, waarover we oordelen zonder dat daar aanleiding voor is. Er stáát niet dat hij corrupt was. Zelf zegt hij: áls ik iemand iets heb afgeperst, zal ik het viervoudig vergoeden.

 

(N.b. het samenspel met de Romeinse overheid was veel ingewikkelder dan simpel zwart-wit. Ook de religieuze leiders moesten noodgedwongen samenwerken met de overheid. Denk aan de veroordeling van Jezus. Daarvoor hadden ze de medewerking van Pilatus nodig.) 

 

Zacheus is in een hokje geduwd. Zo doen we dat met mensen waarmee we geen raad weten. Of die net iets afwijken van onze norm. Zacheus heeft een stempel opgedrukt gekregen en is daarmee iemand geworden die je beter kunt mijden.

Soms zijn we snel en hard met onze mening over iemand. Of -erger-  over een groep mensen. Dikwijls wordt die mening gevoed door onkunde -we kennen diegene helemaal niet- , door vooringenomenheid of angst. Daarmee doen we elkaar onrecht.

 

Het verhaal eindigt er niet mee dat Zacheus stopt met zijn werk. Hij laat niet -net als die andere tollenaar, Levi- alles achter om Jezus te volgen. (Lucas 5:27-28)  Hij wordt dus níet veroordeeld om zijn tollenaar-zijn.

Én Zacheus’ naam betekent: de rechtvaardige. Dan is hij dus níet wat mensen van hem zeggen. Dan zit er in ieder geval ook iets anders in dan mensen tot nu toe in hem hebben gezien.

 

verlangen

Het zat er altijd al in en op die dag komt het eruit. Het begint niet bij Jezus als hij zegt: ik moet in jouw huis verblijven. Het is al eerder begonnen; op het moment dat Zacheus besloot om naar hem toe te gaan. Op het moment dat hij er moeite voor deed en in een boom klom, toen is het begonnen. Was dat uit onvrede met wie hij tot dan toe was? Wilde hij zich ontworstelen aan hoe de mensen hem zagen? Was het verlangen naar wie hij kon zijn, een rechtvaardig mens, een mens om tegenop te kijken? Het staat er allemaal niet maar ik lees het zo dat er in Zacheus iets is aangeraakt, al vóór Jezus hem aansprak. Hij is een zoeker. Die uiteindelijk gevonden is. Als een rijpe vrucht valt hij uit de vijgenboom, de Bijbelse boom van de hoop.

 

Want Jezus kijkt omhoog. En hij noemt Zacheus bij zijn naam. Hoe Jezus dat weet? Het appelleert wel aan het menselijk verlangen om gezien te worden, gekend te zijn. Als Jezus mensen aanspreekt zegt hij niet: hé, tollenaar…. of: dag blinde, of jij buitenlandse.. Hij doorbreekt elk hokjesdenken en noemt mensen bij hun naam. Hij ziet niet de gebreken, de missedaden. Hij ziet niet wat anderen in jou menen te zien. Hij ziet de mogelijkheden, de mens. Hij ziet jou.

 

Wat een prachtig verhaal. We zien het voor ons omdat we het herkennen: dat een ontmoeting -toevallig of niet- een diepe indruk op je kan maken. We herkennen het dat in een moment je leven een andere betekenis kan krijgen. Wie weet wat jou te wachten staat als je net als Zacheus toegeeft aan je verlangen; als je jezelf toestaat op zoek te gaan naar dat wat je mist. Wie weet wie je ontmoet als je uit je hokje komt; als je besluit niet langer de kat uit de boom te kijken maar initiatief te nemen. Het verhaal van Zacheus kan een oproep zijn om te bedenken of wij zijn wie we kunnen zijn, of dat we ons laten vastzetten door wat mensen zeggen dat we zijn. Het kan een uitnodiging zijn om alert te zijn op wat er op ons toekomt. Of wie.

 

in jouw huis

Jezus zegt: Zacheus, kom vlug naar beneden. Vandaag moet ik in jouw huis verblijven. Ik kom logeren! vertaalt de Bijbel in Gewone Taal. Jezus nodigt zichzelf uit om te blijven. Nu is er iets geks met het woord ‘huis’ of ‘thuis’. Ik denk maar aan al die spreuken die mensen ophangen of neerzetten. ‘Home is where the heart is’ of ‘Home is whenever I am with you’. Een huis is meer dan een dak en wat muren. Het is geen toevallige woning maar je basis.

Je huis vertegenwoordigt je liefde, je leven, je identiteit. Thuis, dat zijn je wortels. Je hebt heilige huisjes. Glazen huisjes. Huisjes met kruisjes. Mensen die veel in huis hebben en mensen die het zonnetje in huis zijn. Een huis is van vlees en bloed. Als Jezus zegt dat hij wil verblijven in het huis van Zacheus zoekt hij ruimte in zijn bestaan. Jezus wil een plekje in de comfort-zone van Zacheus.

 

thuis

Toen ik begon aan deze serie ‘vertrekken en thuiskomen’ was het duidelijk dat ik zou eindigen met thuiskomen. En ik koos als werktitel: thuiskomen bij God. Ten diepste is dat ons verlangen; eens thuis te komen bij God en daar voor altijd liefde en geborgenheid te ervaren. Dat is wat velen van ons ook troost die een geliefde moeten missen. Dat hij of zij is thuisgekomen. En Thuis mag dan met een hoofdletter.

Gaandeweg kwam ik tot de ontdekking dat het ergens anders begint. Het begint bij een God die vraagt om thuis te komen bij ons. En om zijn zoon, Gods goedheid en oprechtheid in levende lijve, die bij de mensen wil wonen. (Johannes 1: 14) God zoekt eerder een thuis bij ons dan wij bij hem.

Ik denk aan wat Jezus zegt vlak voor hij afscheid neemt van zijn leerlingen: Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg. Mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. (Johannes 14:23) Het gaat dus meer om de vraag: bén ik een thuis, dan héb ik een thuis.

 

Zacheus laat Jezus vol vreugde binnen. Gastvrij opent hij zijn huis. En zijn hart. Jezus is zijn huis nog niet binnen of Zacheus neemt het woord. Opnieuw gaat er iets uit van Zacheus en niet van Jezus. Jezus heeft nog geen woord gesproken, laat staan dat hij Zacheus heeft beschuldigd of veroordeeld. Hij kiest er zelf voor om zijn leven te veranderen. De helft van wat hij bezit zal hij aan de armen geven. En mocht het zo zijn dat hij iemand iets heeft afgeperst, dan zal hij dat viervoudig vergoeden. Jezus is nog maar net zijn leven binnen, of Zacheus is al een ander mens.

Misschien knaagde er al langer een ontevreden gevoel aan hem: ‘is dit alles wat er is?’ (Doe Maar) Is dit wat ik heb gedroomd met mijn leven te doen? Of misschien is de tijd nu rijp om te zijn wat zijn naam zegt: een rechtvaardige.

 

Zacheus blijft tollenaar. Hij laat niet zijn wereld achter zich maar hij zal er voortaan wel anders in staan. Op de plaats waar hij is gesteld, zal hij doen wat hij moet doen. Hij past nu in zijn naam. Hij is in dat opzicht gegroeid. En ondanks dat Jezus verder trekt, zal hij altijd bij Zacheus blijven. Omdat hij woont in de rechtvaardigheid en de gastvrijheid waarmee de ene mens de ander begroet. Wij zijn het thuis waar God woont door zijn Geest. 

 

lied: Woon in mijn dromen, Liefste lied van overzee, 54, Sytze de Vries

 

1. Woon in mijn dromen, in al wat ik ben,

want niets is mij liever, geen mens die ik ken,

mijn diepste gedachte bij dag en bij nacht,

het licht, waar ik wakend en slapend op wacht. 

 

 

2. Wees Gij mijn wijsheid, mijn waarheid, mijn woord.

Met U wil ik gaan, wijs mij uw lichtend spoor,

als vader, als moeder, met mij kind aan huis.

Woon in mijn wezen, en wees ook mijn thuis.

 

3. Wees mijn bescherming, de bron van mijn kracht,

mijn enige wapen, meer weerwoord bij nacht,

mijn schuilplaats en haven, mijn veilige wal,

Gij, die voor mij strijdt en mij thuisbrengen zal.

 

4. Ik vraag geen schatten en roem gaat voorbij,

een leven lang weet ik uw erfdeel voor mij.

In U is toch alles wat waarde bevat?

Wees Gij dan mijn rijkdom, mijn hemelse schat.

 

5. Als hier op aarde de strijd is gedaan,

zal ik in het licht van uw zonneschijn staan!

Laat Christus ook dan nog mijn hartsgeheim zijn:

wanneer ik in hem woon en Hij woont in mij.

Read 287 times