Blog

Vrede en vrijheid

meditatie tijdens de Oecumenische dienst van gebed en inkeer op 4 mei 2019

 

uit de Bijbel: Johannes 14: 27 en Johannes 15: 9-12

 

Stadia op weg naar de vrijheid (fragment), Bonhoeffer (juli 1944)

 

Op 9 april 1945 werd Dietrich Bonhoeffer, theoloog en een van de voormannen van de Bekennende Kirche, terechtgesteld. In zijn laatste jaren schreef hij vanuit de gevangenis brieven, met soms gedichten en gebeden, aan o.a. zijn verloofde en zijn beste vriend. In die brieven laat hij zien wat voor hem christen-zijn betekent: bidden en onder de mensen gerechtigheid doen. In zijn gebeden horen we van zijn vertrouwen op God. Hij wist zich door goede machten trouw en stil omgeven.

 

Tucht

Ga je op weg om de vrijheid te zoeken,

leer dan vooral zinnelijkheid en roerselen van de ziel te beheersen,

zodat je begeerte niet nu eens hierheen, dan weer daarheen beent.

Houd je geest en je lichaam helemaal onder controle, kuis,

en laat hen gehoorzaam zoeken naar hun bestemming.

Niemand ervaart het mysterie der vrijheid, behalve door tucht.

 

Daad

Niet zomaar wat, maar het goede wagen en doen.

Niet blijven zweven tussen mogelijkheden.

Wees moedig, maak handel en wandel concreet.

Vrijheid woont niet in de vlucht der gedachten, alleen in de daad.

Laat angst en aarzeling los, ga naar buiten waar de storm woedt van de tijden, slechts gedragen door Gods gebod en je geloof.

Dan zal de vrijheid je geest juichend ontvangen.

 

Jezus zegt: ik laat jullie vrede na. Dat is kennelijk niet de intens verlangde vrede voor de wereld. Het is ook niet het gedroomde einde aan oorlog. Volgens Lucas heeft Jezus zelfs gezegd: Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. (Lucas 12:51) Jezus bracht geen toestand van rust, geen afwezigheid van oorlog. Hij bracht onrust. Hij bracht verzet.

 

De vrede die Jezus nalaat, de vrede van Christus die wij elkaar toewensen op zondag in de kerk, is hoe wij zijn toegerust om ons staande te houden in de wereld van vandaag. Het is een vrede die de wereld niet geven kan. Wij denken soms wel dat wij ons staande kunnen houden met diploma’s, met argumenten. We omgeven ons met zekerheden van allerlei aard. Het lijkt nooit genoeg te zijn. We blijven bang. Voor ons eigen hachje. Voor de ander. We blijven ongerust over de toekomst. 

 

In de vrede die Jezus nalaat zit besloten dat je je niet ongerust hoeft te maken en niet bang hoeft te zijn. De vrede van Christus zit in rust en moed. Rust om te aanvaarden dat jij bent zoals je bent en dat de dingen zijn zoals ze zijn. Moed om die dingen te veranderen die in je macht liggen.

 

De vrede van Christus lijkt bijna voorwaarde te zijn om vrede tot stand te brengen in ons huisgezin, in onze samenleving, in onze wereld. Vrede met onszelf. Ver bij de ontevredenheid vandaan. Weg van de frustratie over wie we zouden willen zij of wat we zouden willen hebben. Weg van het geen vrede kunnen hebben met wat ons overkomt. Wie die vrede ervaren kan, wie accepteert dat hij is zoals hij is, kan ook vrede hebben met de ander. Er hoeft geen angst te zijn. Geen ongerustheid. Geen jaloezie. De vrede van Christus belooft ons niet de afwezigheid van oorlog en is ook geen toestand van rust. De vrede van Christus is zo jezelf kunnen zijn dat je het die ander ook gunt. 

 

Het is een levenshouding die niet aan gelovigen is voorbehouden maar die je wel van gelovigen mag verwachten. Wat je gelooft, mag je in de praktijk brengen.

Want aan praten over geloof heb je niets. Het is leeg en zinloos in een wereld die vol hardheid is, vol geweld, vol onverschilligheid over de waarde van een mensenleven. Bonhoeffer stelde dat christen-zijn in de toekomst niet meer zal bestaan uit woorden en preken maar uit een vrij leven; een vrij leven dat dienstbaar is aan de vrijheid van anderen en zo recht doet aan het evangelie. Een vrij leven. Ook vrij van religie, zo vaak misbruikt om iets kroms recht te praten, vrij van kerkelijke organisatie, van rituelen en ambten. Vrijheid als weg om te gaan. Omdat je trouw bent aan de Schepper en zoekt naar je bestemming als mens, een bestemming die altijd verbonden is met die van je medemens. Vrijheid als weg om te gaan omdat je weet dat je alleen zult winnen door te wagen, te wagen met Gods gebod.

We weten dat wagen niet zondermeer leidt tot winnen. Soms heeft het lijden tot gevolg. En soms zelfs de dood. Bonhoeffer bleef ook met die wetenschap vertrouwen op de vrijheid die God hem zou geven, de bevrijding van de dood. 

‘Eindelijk zullen we mogen aanschouwen, wat ons hier niet gegund wordt te zien. Vrijheid, langdurig zochten we je in tucht en daad en lijden. Stervend herkennen we jou in het aangezicht van God.’