Blog

Vluchten leidt nergens heen. Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

uit de Bijbel: Genesis 16

 

overweging op 5 mei 2019 PG De Open Hof – Oud-Beijerland

 

Abram

‘Sarai en Abram kregen geen kinderen. Ze woonden intussen al tien jaar in Kanaän.’ In deze twee zinnetjes wordt uitgelegd hoe het zover heeft kunnen komen dat Hagar uiteindelijk vlucht naar de woestijn.

Meer dan tien jaar geleden volgde Abram de stem van God en de stem van zijn hart. Hij maakte zich los van zijn familie en woonplaats; hij gaf zekerheden en veiligheid op om op zoek te gaan naar het land dat God hem had beloofd en waar hij zou wonen met een grote familie om zich heen. Hij deed een sprong in het duister in het vertrouwen dat God hem zou zegenen. En er is nog niets van terecht gekomen. Het aanvankelijke vertrouwen van Abram is weggeëbd. En het lijkt wel of de belofte die hem heeft gebracht waar hij nu is, niet meer telt.

Wie deed het ooit, zo’n sprong in het duister? Wie heeft ooit de stem van zijn hart gevolgd, zonder te weten waar dat heen zou leiden? Ik kijk graag naar het programma ‘Ik vertrek’ en wat ik daarin zo mooi vindt is dat deze mensen, ondanks alle tegenslagen of slechte voorbereiding, blijven vertrouwen in een goede uitkomst. Zij weten steeds de weg weer terug te vinden naar wat hen voor ogen stond. Abram heeft wel gezegd ‘ik vertrek’ maar hij is de droom uit het oog verloren.

Wat zou het mooi zijn om zo af en toe terug te gaan naar het begin; als je niet meer weet waarom je aan een opleiding bent begonnen; als je niet meer weet waarom je met deze man of vrouw bent getrouwd; als je vergeten bent waarom je bepaalde beslissingen hebt genomen.

Als ons leven tegenvalt, weten we dan de weg terug te vinden naar de stem in ons hart, de stem van God? Dat is belangrijk. Want als die niet meer het kompas zijn om op te varen, dan waaien we met alle winden mee. Stuurloos. Het is daarom dat Abram in dit gedeelte van het verhaal zo’n slappeling is. Hij toont geen enkele ruggengraat naar Sarai. De gebeurtenissen gaan met hem op de loop en Sarai moet maar zien wat ze doet.

 

Sarai

We kunnen zo’n beetje raden wat het met Sarai moet doen dat zij nog geen kinderen heeft gekregen. Wie het overkomt dat zij ongewenst kinderloos is gebleven kent het verdriet en het gemis. Sarai verwijt het God. Hij geeft haar geen kind. We kunnen het Sarai niet kwalijk nemen dat zij door middel van een draagmoeder probeert om zelf toch moeder te worden. In die tijd was dat niet ongebruikelijk. Ook in onze tijd zoeken we naar mogelijkheden. En de wettelijke mogelijkheden, de medische wetenschap, kunnen onze liefste wens binnen bereik brengen.

Maar langs welke weg we onze kinderen ook gekregen hebben, het geluk dat ons overkomt stemt ons dankbaar. Nieuw leven is niet maakbaar, is niet iets waar we recht op hebben. Elk kind is een geschenk. Een geschenk uit Gods hand. 

En dát is Sarai vergeten. Ze begint met regelen en bedisselen om het leven naar haar hand te zetten. Ze heeft geen geduld met de toekomst. Ze heeft geen verwachtingen meer van God.

Begrijp me niet verkeerd: ik wil niet zeggen, dat wij niets zelf mogen regelen en maar af moeten gaan zitten wachten als ons leven anders verloopt dan we hadden gehoopt. Maar kennelijk is er een grens en komt er een moment dat we God voor de voeten gaan lopen. Harder lopen dan God, dat komt niet goed.

Hebben wij het vertrouwen om ons levenslot in Gods hand te leggen; hebben wij geduld met onze toekomst? Durven we ook af te wachten hoe onze situatie zich zal ontwikkelen. Of willen we onze eigen zin en willen we het nu? 

Sarai zal later ook een zoon krijgen. Achteraf zal ze kunnen vertellen dat het toch nog goed is gekomen. Maar dat het wachten haar lang viel en dat haar vertrouwen op de proef werd gesteld.

 

Hagar

Eindelijk, er wordt een kind verwacht. Tegelijkertijd hangt er heibel en narigheid in de lucht. Elke verhouding is zoek. Wie is nu de slavin en wie de meesteres, wie moet wie met respect behandelen? Uiteindelijk loopt het zo uit de hand dat Hagar, zwanger en wel, de woestijn in vlucht. Weg van de problemen die haar zijn overkomen; weg van de problemen waaraan ze zelf ook heeft bijgedragen. Alsof weglopen een oplossing is….

Bent u wel eens ergens voor weggelopen? Of ergens voor gevlucht? De Bijbel stelt dat dat je eigenlijk nergens brengt. Ja, in de woestijn. Waar het al gauw te dor is, te heet, te koud, te onveilig.

Stel, je relatie is niet best of de liefde is voorbij en je vlucht weg in je werk, in een hobby die veel tijd kost…. stel, je loopt weg voor je verdriet en uiteindelijk kom je er achter dat je het overal meeneemt; of je hebt grote brokken gemaakt, ellende veroorzaakt en je rent erbij vandaan. Heilloos. Vluchten brengt je nergens.

Daar bovenop is er ook de ervaring dat wie vlucht nooit onder Gods oog uit komt. ‘Waar kan ik heen gaan zonder dat u het merkt? Waar kan ik heen vluchten zonder dat u het ziet?’ (Ps 139: 7, BGT)

God weet Hagar te vinden. Een engel ziet haar zitten in de woestijn en stelt haar indringende vragen, bezinnende vragen: Waar kom je vandaan? Waar ga je naartoe? Vragen die tot nadenken stemmen. Vragen die er misschien toe leiden dat je andere beslissingen neemt dan weg te rennen. De hemel grijpt even in omdat God niet zal toelaten dat mensen hun bestemming in het leven missen. Omdat je nooit zo ver afgedwaald kunt zijn, dat terugkeren niet meer mogelijk is. Een engel stelt de juiste vragen zodat Hagar de verantwoordelijkheid kan nemen voor haar eigen aandeel in de aangerichte puinhoop. Daar hoort vergeving van de ander bij en de ontdekking dat je niet je eigen schuld voor altijd hoeft mee te dragen.

Ik denk (ik hoop) dat God zich in ons leven mengt, in ieder mens op ons pad die ons de juiste vragen stelt; dat hij aanwezig is in ieder mens die ons uit onze woestijn doet omkeren. Soms is terugkeren de enige manier om weer verder te kunnen. Om op een andere manier met elkaar verder te gaan. We lezen het verder niet maar als Hagar teruggaat zal ze misschien meer begrip hebben voor Sarai en met haar verdriet hebben om haar kinderloosheid.

Ze moet terug. Want verder met boosheid is geen leven. Leven met angst is geen leven. Ze moet terug en verantwoordelijkheid nemen voor haar leven. Ze mag weten dat ze niet alleen gaat.

  

God die mensen ziet

Gods zegen zal met haar meegaan. Haar kind mag er ook zijn. En iedere keer als ze straks haar zoon zal roepen ‘Ismael’, zal ze weer weten dat God naar heeft geluisterd. Want dat betekent Ismael: God hoort. God heeft gehoord wat Hagar uit Egypte te verduren heeft gehad door Sarai. Een stukje verder in de Bijbel wordt het precies andersom verteld: dat God de jammerklachten van zijn volk in Egypte heeft gehoord.

We zijn nog steeds in de woestijn. Er is voor Hagar in die zin nog niets veranderd. Behalve dan dat zij aan het denken is gezet en weer gevoel voor richting heeft gekregen. Toch brengt Hagar onder woorden wat er voor haar wél veranderd is: zij is gezien. Ze heeft een ontmoeting gehad met de God die mensen ziet. En dat is de bron waaruit wij drinken; het geloof dat ons in leven houdt.

Read 189 times Last modified on maandag, 06 mei 2019 09:25
More in this category: « Je bent niet alleen! goede herder »