Blog

op de proef gesteld Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

afbeelding: 'Christ in the Wilderness', Briton Riviere (1898)

 

uit de Bijbel: Psalm 91: 1-4 en 11-12; Lucas 4: 1-13

 

een kostbare kwetsbare zaak

‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ Die woorden klinken uit de hemel als Jezus is gedoopt. Gods Geest daalt op hem neer en vol daarvan gaat Jezus niet meteen aan de slag maar hij trekt zich terug in de woestijn. Na veertig dagen zwerven, zonder onderdak, zonder gezelschap en zonder eten is hij vermoeid en verzwakt, en kwetsbaar. Zal Jezus zich kunnen vasthouden aan het woord uit de hemel, aan de Geest die in hem is? Of zal hij kwetsbaar zijn en zich overgeven aan andere krachten en machten? Zal hij eraan gaan twijfelen dat hij Gods kind is?

 

Ons geloof is een kostbare zaak. Het kan bemoedigend zijn, troostend, het geeft houvast. Dat er een adres is om te bidden, liederen om op terug te vallen…. Als ik niet had geloofd dat God bij me was, had ik het niet gered, zeggen mensen soms. Of; ik voelde me gedragen. Een kostbare zaak, en tegelijkertijd een kwetsbare zaak. Er kan maar zo een moment komen dat we op de tast onze weg zoeken. Er zijn situaties dat we geconfronteerd worden met struikelblokken, met eenzaamheid, met honger, met woestijn. Of we worden gewoon in beslag genomen door andere dingen, ons gezin, ons werk, de dagelijkse dingen die ons opslokken. En dan ontdek je hoe kwetsbaar je geloofsbagage is. Het kan maar zo op de proef worden gesteld.

 

verwarring

We kunnen maar zo in verwarring worden gebracht over de waarde van ons geloof. Of we raken verstrikt in vragen, dilemma’s die ons in tweestrijd brengen. Iemand die ons voor de voeten gooit: jij gelooft toch in God? Waarom doet Hij niets aan de ellende in de wereld? Of: ik bid tot God? Waarom wordt mijn gebed niet verhoord? En: Ben ik écht wel Gods kind? Zal ik welkom zijn als ik moet sterven? Het lijken terechte vragen en tegelijkertijd weet ik dat er geen antwoorden zijn en dat we misschien andere vragen moeten stellen. Maar welke dan?

Het is precies dat wat ‘duivel’ is. Diabolos in het Grieks. Dat betekent: door elkaar gooien, verwarring zaaien. Als jij de Zoon van God bent….. zegt de door-elkaar-gooier. Als dat echt zo is…… door die openingszin is er ruimte gekomen voor ja én nee, voor twee antwoorden, voor Zweifel, tweestrijd. Vragen die in onszelf leven, of vragen van anderen, hebben die kracht in zich. Dat we beginnen te twijfelen. Twijfelen of we echt wel een kind van God zijn. Twijfelen of het allemaal wel waar is. Tweestrijd of God nu wel of niet bij je is.

 

De door-elkaar-gooier kent onze zwakke plekken en speelt daar met zijn vragen op in. Honger. Het gevoel iets tekort te komen, verlangen naar iets. Hij daagt Jezus uit om zijn honger te stillen en van een steen een brood te maken. Met die God van jou hoef je toch geen gebrek te lijden, je hoeft toch niet te kort te komen? Maar dat is natuurlijk niet waar. Ook de kinderen van God kennen gebrek, tekort. Wij hebben allemaal onze verlangens, die soms heel terecht zijn. Verlangen naar liefde, naar vrede. Verlangen naar een kind. Verlangen naar troost in ons verdriet. Verlangen naar iets of iemand die de leegte in ons vult. Kan God dat niet opvullen? Ziet hij ons soms niet?

 

broodnodig

De duivel ziet ook onze worsteling met de dood, de strijd, de honger en dorst, de kommer en koorts (NL 538:3) en biedt ons snelle antwoorden, snelle stilling van de honger. Hij heeft niets op met geduld, met volharding. Hij sluit jouw ogen voor wat er wél is; aan innerlijke kracht en uithoudingsvermogen, aan liefde en moed. Hij speelt in op jouw kinderlijk verlangen: ik wil het en ik wil het nu.

Maar een brood uit steen vult onze lege maag, voor even; dicht het gat in ons bestaan, voor even. Maar wat blijvend van waarde is niet het brood. Jezus zegt: De mens leeft niet van brood alleen. En je kunt er achter aan denken: ‘maar ook van de woorden die Heer spreekt.’ (Deut 8:3, Bijbel in Gewone Taal)

Gods woorden gaan voorbij datgene wat ons voor even gelukkig maakt. En ze brengen ons bij een oud verhaal over God zonen in de woestijn. Zwervend, zonder onderdak en bij vlagen hongerig, leerden zij te leven met tien woorden. Woorden die leven geven en behoeden, woorden die mensen aanwijzen op God en op elkaar, woorden die mensen ertoe inspireren om niet alleen voor het eigen geluk te gaan maar te leven in het breder perspectief van de samenleving die God voor ogen staat.

Tel eens tot tien. Daartoe riep politicus Kees van der Staaij ons deze week op in een open brief. Tel eens tot tien zodat je open staat voor een ander. Dát hebben we broodnodig. Wie tot tien kan tellen, leert de kracht van zijn eigen handen en vingers waarderen. Wie tot tien kan tellen, ziet door zijn gespreide vingers de ander. Wie tot tien kan tellen kan zijn handen ophouden om gevuld te worden met méér dan de snelle bevrediging of ze vouwen om te danken dat ons elke dag gegeven wordt wat we nodig hebben. We zingen het straks: ‘de mensen niet verlaten, Gods Woord zijn toegedaan, dat is op deze aarde de duivel wederstaan.’ (NL 538:4) 

 

vertrouwen

Nog een tweede keer wordt er duivelse verwarring gezaaid: Áls jij de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Jij gelooft toch dat engelen over je zullen waken? Jij vertrouwt er toch op dat God je niet te pletter zal laten vallen? Waarom spring je niet?

Is dat geloof? Dat je jezelf blindelings naar beneden stort en dat God maar moet voorkomen dat jou iets overkomt? Het is eerder hoogmoedig. Is dat vertrouwen: God zegene de greep en ik ga mijn eigen gang? Wat zegt dat over onze eigen verantwoordelijkheid, het grootste geschenk dat God ons heeft gegeven?

Heel slinks citeert de door-elkaar-gooier maar een deel van het Psalmvers (91:11). Engelen zullen toch over je waken, zegt de duivel. Hij vergeet erbij te citeren: ‘waar je ook gaat.’  In het oude vertaling lazen ze: ‘want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen;’

Wij geloven gaande de weg. God wijst ons wegen om over te gaan en zet ook richtingwijzers neer (een stuk of tien). Hij wijst ons de weg van de rechtvaardigen, de weg van de wet. (bijv Ps 1:6) En als we vallen, door eigen schuld, door het domme lot, dán is daar Gods draagkracht. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. En is ons gegund om hem niet op de proef te hoeven stellen. Hij ís er, waar we ook gaan. Zo heet hij. (Exodus 3)

 

nee en ja

Van oudsher leest de kerk op de eerste zondag van de veertigdagentijd het verhaal over de beproevingen. Dit verhaal zet de toon voor onze weg naar Pasen. Hoe zullen wij zinvol Pasen vieren? Door te resetten. En ons zelf weer eens de vraag te stellen: waar leef ik van? Wat houdt mij in leven? Wat zijn mijn koninkrijkjes, mijn verlangens die niets met God te maken hebben? En als laatste: wat draagt mij, wat is mijn grond onder de voeten? Al die vragen hebben antwoorden die van ons áf wijzen. Ze hebben te maken met de ander, met gerechtigheid, met Godsvertrouwen. Het zijn de antwoorden die Jezus gaf. En met deze vragen en zijn antwoorden gaan we onderweg naar Pasen.

Read 272 times