Blog

Jij bent de geliefde Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

korte inleiding op de lezingen

 

zondag 13 januari 2019  PG De Open Hof - Oud-Beijerland

De afgelopen week heeft de omstreden Nashville-verklaring de gemoederen behoorlijk bezig gehouden. Een verklaring die homo’s, lesbiennes, bi-seksuelen en transgenders als zondige mensen afwijst. De scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, René de Reuver, heeft meteen de verklaring afgewezen. Hij zegt dat het gesprek niet met dit manifest is gediend. Wij onderschrijven dit. Onze gemeente heet niet voor niets een Open Hof. Iedereen is hier welkom als kind van God. Om dat te onderschrijven wappert deze week de regenboogvlag voor onze kerk.

 

Ik ben er geen voorstander van om de Bijbel te laten buikspreken; dat wil zeggen, teksten opzoeken om je gelijk te halen. Toch heb ik, naast de lezing die voor vandaag op het rooster staat, er zelf een tekst bij gezocht met het oog op de ontstane commotie en dreigende verdeeldheid. Het is een tekst van Paulus aan de gemeente in Rome: over het niet veroordelen van elkaar.

 

Wat is er aan de hand in die gemeente? Mensen zijn het niet met elkaar eens, over het al dan niet vieren van de zondag; over het eten van vlees. En in die verdeeldheid zetten mensen hun hakken in het zand: hun standpunt is het beste.

Maar verdeeldheid breekt de gemeente af; zij is, in al haar verscheidenheid, het éne lichaam van Christus op aarde. Paulus pleit ervoor dat gelovigen elkaar zullen aanvaarden, zoals wij allemaal aanvaard zijn door Christus.

 

Paulus’ toon is pastoraal en voorzichtig. Zo horen we hem niet altijd. Natuurlijk heeft hij een eigen mening maar die neemt hij niet als uitgangspunt. Hij roept op tot verdraagzaamheid, tot gesprek. Zou dat ook niet gelden in het geval van seksualiteit en samenlevingsvormen? Laat verschillen geen aanleiding zijn tot een veroordelen van elkaar en laat ruimte voor die verschillen.

Dat zou Paulus’ tekst vandaag kunnen betekenen in de hardheid die is ontstaan tussen christenen onderling. Niet polariseren, geen hard tegen hard.

Wat mij betreft bestaat de eenheid van Christus’ lichaam ook in de vele soorten mensen en liefde en in het niet veroordelen van elkaar als mensen.

 

uit de Bijbel: Romeinen 14: 5-14 en Lucas 3: 15-16, 21-22

 

ons volgekladderd leven 

Water is in de Bijbel nooit gewoon water. Water is de levensangst van mensen. Het is het gewoel van de wereld van vandaag met al haar vragen en problemen; het zijn de golven van meningen die je meesleuren als je je niet ergens aan kunt vasthouden.

In dat water, dat ‘aller wereld water’ (NL 524) gaat Jezus kopje onder. Hij is niet anders dan anderen; hij is met hetzelfde sop overgoten als ieder mens en met zijn beide benen stevig op dezelfde grond als alle andere mensen zal hij aan zijn roeping beginnen.

Van begin af aan moet duidelijk zijn dat Jezus, al is hij bijzonder, zich juist in het gewone mens-zijn zal laten kennen. Geen onbeschreven blad, niet zonder zonde, maar een mens die zoekt naar een vernieuwde verbinding met God in de doop. Zo komt Jezus ons dichtbij; want wij zijn geen van allen onbeschreven bladen. We hebben krassen op onze ziel opgelopen. Onze levensverhalen kenmerken zich door zwarte bladzijden, door gemaakte fouten en doorhalingen. Sommige bladzijden zouden we willen óverschrijven. Dat alles is Jezus op het lijf geschreven. Ons leven is hem op het lijf geschreven. Hij draagt het, hij verdraagt het.

 

Ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat wij geroepen zijn om net zo te zijn. Met onze voeten stevig op de grond, ín deze wereld, niet onttrokken aan deze wereld of boven deze wereld. En alle uitdagingen waar deze wereld voor staat, ook de gebrokenheid, zijn óns op het lijf geschreven. Het is ons pakkie-an. Want geloven heeft te maken met het geleefde leven, met mensen en hun verhalen. En daarom heeft geloven ook altijd te maken met mee-leven, met menselijkheid, met barmhartigheid.

 Als het geloof de maat wordt waarmee anderen worden gemeten, als geloof de dekmantel wordt voor het onbarmhartig wegzetten van mensen als zondig, dan gaat er iets mis. Dan is het tijd om elkaar terecht te wijzen en te zoeken naar manieren om het gesprek te voeren. Gelukkig is die corrigerende beweging deze week ruimhartig op gang gekomen.

Op de onbarmhartige afwijzing van zoveel mensen reageerden predikanten, gelovigen, kerken met het geluid ‘ik sta naast je’. En op veel gemeentehuizen en bij kerken wapperde de regenboogvlag.

Een collega schreef hoopvol dat door de verklaring misschien wel licht is gezaaid. Omdat het gesprek open is gebroken en mensen zich geroepen hebben gevoeld zich uit te spreken, te omarmen, te ontfermen. Maar ook burgerlijke gemeenten en kerken voelen de urgentie om een klimaat te scheppen van acceptatie en veiligheid. De zware steen die in het water is gegooid veroorzaakte een plons en grote kringen maar het zijn de rimpelingen die uiteindelijk het meest effect zullen hebben.

 

jij bent mijn geliefde

Daar staat Jezus in dat woelige wereldwater. Mens van God. Daar staat dé mens. ((zie bijv Jesaja 42:1 en Hosea 11:1) Daar sta ik, daar sta jij. En je hoort: Jij bent mijn geliefde, in jou vind ik vreugde.

Op Youtube zijn filmpjes te vinden van jonge mensen die zichzelf filmen als ze hun ouders gaan vertellen dat ze homoseksueel zijn. Ze zijn nerveus. Wie weet wat ze allemaal al hebben doorgemaakt. Hoe ze hebben geworsteld met wie ze zijn, met de vooroordelen van anderen. Wie weet hoe onzeker ze zich voelen in hun omgang met leeftijdgenoten. Gelukkig verlopen bijna alle filmpjes hetzelfde. De vaders, de moeders, openen hun armen voor dat worstelende kind en zeggen: ik houd van je. Jij bent mijn geliefde, in jou vind ik vreugde. Zo zonder veroordeling zegent God Jezus met zijn Geest en daarmee zegt hij alle mensen toe: jij bent mijn geliefde.

 

Vanuit deze woorden werkte in de jaren ’80 pater Jan van Kilsdonk als pastor in Amsterdam. Hij was steun en toeverlaat voor veel mannen die met HIV waren besmet. Toen al, toen het klimaat nog veel kouder was, schreef hij:

 

‘Als wij op deze aarde zoveel vrouwen en vrouwen en mannen en mannen gadeslaan die zelfs in een bedreigende cultuur niet ophouden een eigen liefdesaanleg met ontroerende ernst en bloei te handhaven, dan kan een gelovige niet anders begrijpen: deze behoefte en deze kunst om te beminnen en om bemind te worden, is niet zomaar een toeval, nog minder een ongeval. Zij is een vondst, een ontwerp van de Schepper. Zij is een gave én opgave. Net zoals zon, maan en sterren dat zijn, of zwart, bruin of blank, of man en vrouw als paar.’

 

Van Kilsdonk zegt daarmee: de Schepper heeft zich niet vergist.

 

Laten we eens bedenken wat het betekent dat die ander de geliefde is. Dat die ander aanspraak maakt op mijn acceptatie, op mijn ontferming, op mijn liefde. Omdat God die mens aanvaardt, zich over hem ontfermt en haar liefheeft. Er zijn ‘anderen’ bij wie me dat makkelijk afgaat: mijn man, mijn kinderen, familie…. Maar die ander die niet zo dichtbij staat of die ik minder sympathiek vind….. die ander die ik ervaar als anders…. die ander die iets in me losmaakt… Als het uitgangspunt is: ‘jij bent mijn geliefde’, dan overschrijdt dat alle grenzen. Het is een ongemakkelijke opdracht. Want het betekent dat we moeten accepteren dat niet iedereen zich voegt naar onze verwachtingen; dat mensen verschillen; dat we onszelf soms niet herkennen in die ander.

En dat kan gaan over seksualiteit en identiteit, maar evengoed over hoe jonger en ouder met elkaar omgaan, of mannen en vrouwen, of mensen van verschillende kerken of zelfs van verschillende geloofsrichtingen. Hoe houden we liefdevol het gesprek open? Hoe gaan we begaanbare wegen met elkaar? Dat zijn voor mij vooral de vragen die de Nashville-verklaring heeft opgeroepen. Kunnen we het ook uithouden met elkaar als we het níet eens zijn, op de manier die Paulus bedoelt (Romeinen 14) Kunnen we het uithouden met elkaar als de opvattingen van de ander ons te ver gaan, of ons pijn doen?

 

Als die ander de geliefde van God is legt dat de manier waarop wij met elkaar omgaan onder kritiek. Wij zijn doorgaans nogal snel met onze mening.

Leggen elkaar normen op. Of ontkennen het bestaansrecht van de ander met de Bijbel in de hand zoals afgelopen week is gebeurd. Die ander, die de geliefde is van God, geeft mij de opdracht op dezelfde manier, met dezelfde mildheid, naar die ander te kijken. Dat is niet voor iedereen even makkelijk. En het gaat niet vanzelf. Maar het is wel waar wij ook als gemeente van Christus voor staan.

 

Het uitgangspunt ‘jij bent mijn geliefde’ brengt de waarheid aan het licht over Gods liefde voor dé mens, ongeacht wie zij zijn en hoe zij leven. Hij houdt van jou. Hij schept vreugde in jou. En laat geen mens je vertellen dat het anders is.

 

Als Jezus uit de hemel hoort dat God van hem houdt, gaat de duif van de hoop op een nieuwe wereld op zijn schouder zitten. Eigenlijk had ik dáár moeten beginnen: dat God van mij houdt en dat ik vanuit die liefde voor míj niet anders kan dan de ruimte open houden voor gesprek. Omdat God van mij houdt, en dat prachtige geschenk van aanvaarding en liefde hoopvol op mijn schouders legt, kan ik niet anders dan vanuit liefde mijn weg gaan. Want zó begint Gods nieuwe wereld.

Read 333 times
More in this category: « de weg van dit kind Verborgen »