Blog

de weg van dit kind Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

zondag 30 december 2018          PG De Open Hof – Oud-Beijerland

 

Er is deze zondag geen overweging maar een monoloog uit de mond van Maria, Simeon en Hanna.

 

Lucas 2: 22-24

 

Maria aan het woord

Mijn lieve kind, ik heb je uit de hemel gekregen. Te leen. Je bent niet van mij. Daarom dragen wij jou vandaag op aan God. Uit zijn hand hebben we jou ontvangen, in zijn hand leggen we jou terug, in het vertrouwen dat Hij met jou zal meegaan.

Al vanaf het begin, toen de engel mij overviel met de vraag of ik jouw moeder wilde zijn, heb ik geweten dat jij je van mij zou losmaken en dat jij je eigen weg zal gaan. Ach, doen niet alle kinderen dat? Dat is de pijn waar alle moeders mee te maken krijgen. Vandaag denk ik aan al die moeders die hun zonen en dochters hebben zien naar een oorlog; aan moeders die hun kinderen moesten laten gaan voor hun eigen strijd en verzet, voor hun eigen roeping. Ik heb het bange vermoeden dat jouw weg zwaar zal zijn en mijn pijn groot zal zijn.  

Dat staat voor mij vast zoals je naam vanaf het begin vaststond: Jezus. Dat betekent ‘God redt’. Een hele opdracht voor zijn klein kindje. Een jas die jou nu nog veel te groot is. Een koningsmantel, zei de engel. En ook dat jij voor altijd in vrede zult heersen. We verlangen er allemaal naar, naar die vrede die God ons door de profeten altijd beloofd heeft. Maar moet jij daar voor zorgen?

Ook ons eerste kraambezoek, herders die toevallig in de buurt waren, begonnen over die vrede. Zij konden er niet over uit wat ze hadden gehoord. Engelen aan de hemel die een spreekkoor aanhieven: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ Weer die vrede, weer die roeping voor jou. Ik heb maar gezwegen en ik bewaar die woorden in mijn hart. Maar ik houd ook mijn hart vast, lieve jongen.

Voor nu doen we wat we kunnen als je ouders. We nemen je mee naar de tempel. We wijden je in in ons geloof en leren jou Tora. Als jij het licht voor de wereld moet zijn, zullen wij dat licht koesteren en beschermen, want doven mag het niet.

 

luisteren: Mary, did you know

 

Lucas 2: 25-35

 

Simeon aan het woord

 

Ik voelde die dag dat ik naar de tempel moest gaan en toen ik de jonge ouders met hun kind zag aankomen, wist ik waarom. Mijn hele leven had ik de verwachting meegedragen dat ik de Messias zou mogen zien. Die hoop betekent natuurlijk veel voor mij persoonlijk. Ik weet dat ik zal sterven met de Messias voor ogen; ik weet dat ik zal sterven in de wetenschap dat mijn vertrouwen niet is beschaamd. Die rust wens ik iedereen van mijn generatie toe.

Maar boven de hoop voor mijzelf uit, steeg de hoop voor mijn volk, voor de generaties na mij. Ik heb altijd, ook tegen het tij van de tijd in, de hoop hooggehouden dat God zou omzien naar zijn volk. Ik heb altijd de vlam van de hoop levend gehouden voor de ánderen, voor de mensen na mij.

Ik geloof dat als ik getroost zal sterven, de generatie na mij getroost zal kunnen leven. Want mijn hoop heeft vaste vorm gekregen, mijn hoop is waar geworden in een kind in mijn armen. In dat kind, -ach, in elk kind toch-  zag ik redding, licht.

Je voelt meteen aan dat een kind met deze roeping het niet makkelijk zal krijgen. Deze geroepene, dit teken van God, zal weerstand opwekken. En het hart van zijn arme moeder zal als door een zwaard doorstoken worden.

Ik kon daarom mijn handen niet thuis houden: ik móest hen zegenen. Ik droeg het over aan hen, de volgende generatie. En ik zegende hen met mijn geloof, met mijn verwachtingen, met mijn hoop voor de toekomst. Ik kon wel zingen!

 

Lucas 2: 36-40

 

Hanna aan het woord

 

Ik hoorde Simeon zingen over de redding van Israël en ik kon niet anders dan mij er bij aansluiten. Ik wilde met iedereen praten over dat kind, over de hoop op de bevrijding van Jeruzalem. Ik hoop zo dat ook jullie je mond er niet over kunnen houden. Dat jullie, ongeacht jullie leeftijd en ongeacht wat jullie hebben meegemaakt, ook steeds ter sprake zullen brengen dat God goed is en ons heil op het oog heeft, niet onze ondergang. Ik ben 84 en al lang weduwe. Toch heb ik nooit de moed verloren.

Het was geen makkelijke boodschap die Simeon bracht en ik had wel medelijden met de jonge ouders. Dit kind wacht lijden. Toch was ik onverminderd blij. ‘Blijde door zijn lijden’, (zie Nieuw Liedboek 478: 4) is dat raar? Ík denk dat het een geschenk is, genade. Het is ons gegeven te geloven dat dit kind liefde zal brengen. En het is ons gegeven te vertrouwen dat die liefde sterker zal blijken dan zijn lijden.

Read 58 times