Blog

Geloof jij in een nieuw begin? Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op 9 december 2018, derde zondag van Advent 

PG de Regenboog in Harderwijk

 (foto: doopvont in de Laurenskerk in Rotterdam)

 

inleiding op de lezingen

Let op, ik zal mijn bode zenden. Zo begint de lezing uit Maleachi. Die bode is een voorbode; degene die aankondigt dat God zal komen om recht te spreken, de mensen te zuiveren. De mensen in Jeruzalem krijgen deze boodschap omdat zij het kwaad tot erger maken door zich niet te houden aan Gods geboden.

 Ook in de Lucas-lezing gaat het over een boodschapper van God: Johannes.

Lucas introduceert hem met oude woorden uit het boek Jesaja.

Alsof hij wil zeggen: dit is allemaal oud nieuws.

Bij mensen is het steeds hetzelfde liedje: ze dwalen af van goede wegen

en moeten worden teruggeroepen.

Maar ook God is consequent en altijd dezelfde in zijn wens om mensen

vast te houden en hen voor altijd te redden.

 

De teksten van beide lezingen komen ook voor in de Messiah, het kerstoratorium van Händel. Het swingende ‘Ev’ry valley’ en het kwetsbare ‘But who may abide’. Omdat het ook bij kerst hoort dat wij ons bezinnen op wie we zijn en wat we doen. Om zo Jezus steeds opnieuw in ons leven welkom te heten.

 

uit de Bijbel: Maleachi 3: 1-4 en Lucas 3: 1-6

 

gezongen in deze viering: Neem mij aan zoals ik ben, Nieuw Liedboek 833

 

onheilsprofeet

Maleachi is de laatste profeet in het Oude Testament. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog nooit uit dit boekje heb gepreekt. Misschien omdat ik het op het leesrooster nooit tegenkwam of misschien wel omdat het geen makkelijke kost is. Maleachi is een beetje een onheilsprofeet. Hij zegt de mensen in Jeruzalem hardgrondig de waarheid. Wat is er aan de hand? Ze zijn elkaar ontrouw. Hoe kan dat, als je gelooft in de trouw van God? Ze brengen hem halfslachtige offers, kreupele dieren en zo. Ze tonen God hun dankbaarheid op een onoprechte manier. En ze zeuren. Ze roepen naar boven waarom God niets doet aan alle ellende op de wereld.

En Maleachi roept daar boven uit: er komt een dag dat God terugkomt. Er komt een dag dat de offers die aan God worden gebracht weer oprecht zijn. En Hij zal er dan blij mee zijn. Zul jij dan overeind blijven?

 

Een donderpreek dus. Van Maleachi. Voor de mensen toen. Maar roept hij niet ook de mensen van nu op kritisch naar zichzelf te kijken. Hoe trouw zijn wij? Aan elkaar. Aan wat we geloven, aan onze waarden. En waaruit blijkt onze dank aan God?

Zijn wij ook zo berekenend in wat wij hem offeren?

Gaan we er helemaal voor of maar een klein beetje? Mag ons geloof ook wat kosten? En maken wij ons er ook niet schuldig aan dat we God ter verantwoording roepen waarom hij niets doet aan de ellende op deze wereld? Zouden wij niet ook willen weten waarom hij toestaat dat oorlog en geweld voortduren? Waarom grijpt Hij niet in?

 

Maleachi is geen makkelijke; hij laat je niet met rust maar vraagt door; prikt menselijke waarheden en zekerheden door; doorziet geloof zonder daden en daden zonder geloof. Maleachi is, net als de andere profeten, geen waarzegger. Hij rolt geen blauwdruk uit voor de toekomst. Hij is wel een waarheidszegger. Hij zegt mensen de waarheid. En de waarheid is dat mensen in staat zijn om de wereld kapot te maken. Dat zij zichzelf zullen vernietigen als zij zich laten leiden door eigenbelang, door hang naar macht, door ‘hebben hebben’. Maar, zeggen de profeten, als mensen zich laten leiden door de woorden van God, dan zal het hen goed gaan. De mensen zijn onbetrouwbaar. God is dat nooit. En zal dat nooit zijn.    

 

waar ben jij?

Is het nou echt nodig om dat op de tweede zondag van Advent te lezen? We willen toch kaarsjes aansteken en toeleven van donker naar licht; we willen vast kerstliederen oefenen en ons verheugen op het feest. We zijn toch met z’n allen in verwachting van een prachtig Kind! Dat klopt. Maar, zegt de kerk der eeuwen, wij zijn ook in verwachting van zijn terugkeer op aarde. Wij verwachten Gods toekomst; wij verwachten zijn vrede, zijn heelheid en gerechtigheid. En die verwachting is een heel actieve verwachting. Die verwachting blijft weg bij de vraag waarom God niet ingrijpt in de narigheid van de wereld van vandaag. Die verwachting blijft weg bij de vraag waarom God niets doet maar keert de vraag juist om: wat doe jij dan? Ben jij een beetje toekomstbestendig bezig? Dat is de vraag die Maleachi ons stelt. Dat is ook de vraag die Johannes de Doper stelt als hij de mensen oproept zich te laten dopen en hun leven te vernieuwen. Past wat jij doet, hoe jij leeft, bij de wereld die God voor ogen staat? Geloof jij in een nieuw begin, in een verbeterde versie van jou?  

 

 

 

But who may abide? (Aria uit de Messiah van Händel)

Stel dat God vandaag verschijnt, hoe zal hij ons dan aantreffen?

Stel dat God een smid is en ons leven tegen zijn licht houdt en uitzuivert wie wij zijn?  

Of stel dat hij wolwasser is en ons zo scherp als loog op de huid zit met de vraag hoe we hebben geleefd? Wat blijft er dan van ons over?

Kijk, dat wij fouten maken is niet het ergste. Maar dat we accepteren dat we mislukkelingen zijn. Dat is erg. Dat we schuldig zijn of een schuldgevoel hebben, dat is niet het ergste. Dat we geen poging doen vergeving te zoeken, te veranderen, dat is erg. Dat wij leven in een akelige wereld is niet het ergste. Het ergste is dat wij er onverschillig over worden. Of erin berusten en geen pogingen meer doen om er wat van te maken. Dat we verdrietig zijn is niet het ergste maar dat we geen troost meer kunnen vinden, dát is erg. Dat we niet meer geloven in een nieuw begin, dat kan ons worden aangerekend. Niet meer geloven in een nieuw begin, leven zonder hoop, haalt de essentie van ons christen-zijn onderuit. Zo loop je je bestemming mis. Je wordt niet de mens die je kunt zijn. Wat jij te bieden hebt, komt zo niet uit de verf.

 

De nieuwe tekst van ‘Take me as I am’ is prachtig maar in de oude tekst klonk zo mooi het beeld van de zilversmid van Maleachi door: zuiver uit wie ik zal zijn. Het zit er gewoon in. Dat vind ik troostend. Wij hoeven ons zelf niet opnieuw uit te vinden. Niet ver te zoeken of hoog te reiken. Het zit er in. Zilver ben ik, goud. Kostbaar in Gods ogen. Goed om dat elke dag op te diepen. Neem ook de Engelse tekst er weer eens bij: Summon out who I shall be. Zeg het mij aan, roep het uit, roep mij tevoorschijn. God weet allang wat hij aan ons kan hebben. Laten we de tijd nemen om dat ook af en toe zelf weer op een rijtje te krijgen. De tijd om om te keren. En laten we niet vergeten ook zo naar elkaar te kijken: als iemand in wie het beste, het mooiste verborgen zit. Wij kunnen dat in elkaar naar boven roepen. Als wij ook die ander steeds weer een nieuw begin gunnen.

Een wijze leraar zei eens tegen zijn leerlingen: Je moet je één dag voor je dood omkeren. En zijn leerlingen zeiden tegen hem: Hoe kan dat nu?

Hoe weten we nu wanneer we ons moeten omkeren? En de wijze leraar zei: Precies, daarom moet je het vandaag doen.

Read 177 times Last modified on maandag, 10 december 2018 13:56