Blog

Hebben en zijn Featured

Written by
Rate this item
(0 votes)

overweging op zondag 21 oktober 2018       PG De Open Hof

 

uit de Bijbel: Micha 6: 6-8 en Marcus 10: 17-27

 

afbeelding uit: Acht verhalen van Jezus, Butterworth/Inkpen

 

je bent wat je hebt

Verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen… Als we dit heel letterlijk zouden opvatten, dan staat er dat een goed christen alles wat hij heeft weggeeft. Omdat maar weinig mensen daartoe komen, bezorgt het verhaal met deze uitleg ons een slecht geweten. Het zadelt ons op met een gevoel van onbehagen en onvermogen. Het blijft wel de vraag of een andere, minder letterlijke uitleg, het ons makkelijker maakt.

 

Laten we ons proberen iets voor te stellen. We stellen ons voor dat we plotseling moeten vertrekken en we kunnen maar weinig meenemen. Stel dat het huis in brandt staat… wat nemen we dan mee? Je handtas, belangrijke papieren, de verzekeringspolis, de autosleutels? Of de klok uit de erfenis van oma, het fotoboek, dat ene souvenir van een mooie vakantie?

Waarschijnlijk zullen we, als er écht brandt uitbreekt, geen tijd hebben om ook maar íets mee te nemen en we zullen blij zijn dat we het er allemaal levend vanaf hebben gebracht. Maar daar staan we. Alles is weg….. Ach, het zijn maar spullen. Toch is het veel meer dan dat. Die spullen horen bij ons; het zijn herinneringen. Ze vormen een deel van ons. 

 

Op huisbezoek kijk ik altijd even rond. Want spulletjes vertellen een verhaal. Ze vertellen wie we zijn, wat we belangrijk vinden, wie ons lief is. Daarom doet het zo’n pijn om dat kwijt te raken. Het is alsof er een stuk van ons wordt afgescheurd.

Dan is het toch niet gek dat de rijke man somber wordt als Jezus hem zegt dat hij alles moet verkopen wat hij heeft en terneergeslagen weggaat.

 

Wat je hebt, spullen, geld, maar ook een diploma, een baan, een taak in de kerk of een bestuursfunctie, het zegt iets over wie je bent. Het maakt deel uit van je identiteit. De vraag is alleen hoe bepalend het is; hoezeer je eraan vast zit. Is wat je hebt het hogere doel in je leven? Is geld en goed richtinggevend geworden? Is jouw identiteit afhankelijk van spullen, functies? Hoe zit het dan met ons als wij dat kwijtraken? Als wij baanloos raken? Als we ziek worden en onze functies neer moeten leggen? Als we heel oud worden, in een verpleeghuisbed? Zijn we dan niemand meer?

 

je bent meer dan je hebt

Je bent altijd meer dan een optelsom van alles wat je hebt. Je bent mens met mensen; je bent een geliefd kind van God. Daar wijst Jezus de man liefdevol op. Met zijn vraag hoe hij deel kan krijgen aan het eeuwige leven, vraagt de rijke man naar de bekende weg. In de Tora staat dat dat het je goed zal gaan in het land dat God beloofd heeft als je je houdt aan de geboden. De toekomst, zegt Tora, begint nu. Eeuwig leven gaat over hier en nu. Over hoe mensen omgaan met elkaar. Niet moorden, geen overspel plegen, niet stelen, geen vals getuigenis afleggen en eerbied tonen voor de oudere generatie. Dat doe ik allemaal al, zegt de rijke man. Maar kennelijk vindt hij dat zelf niet genoeg. Wat verwacht hij eigenlijk van Jezus? Dat die hem zegt nog een grote gift te doen, een mooi offer te brengen of een verantwoordelijke functie erbij te nemen? 

Maar er gaat niets boven de wet van God uit. Daar hoeft niets bij. Jezus zegt: één ding ontbreekt u. Ga naar huis en verkoop alles wat u hebt. De man die alles heeft, heeft een ding niet.

Hoor wat Paulus zegt:

‘Al verkocht ik al mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven….. had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.’ (1 Kor 13: 3)

Als Gods geboden niet meer zijn dan regels en verplichtingen waaraan je je moet houden, dan verarmt ons leven. Jezus heeft ons dat anders voorgedaan: hij leefde met hart en ziel, met huid en haar, naar Gods geboden. Hij was gehoorzaam in liefde. En dat is het waar het de man aan ontbreekt. Zijn gehoorzaamheid aan Gods geboden is gehoorzaamheid tot op zekere hoogte. Het mag niet ten koste gaan van wat hij heeft. Want dat zou ten koste gaan van wie hij ís.

Het ontbreekt de man aan het inzicht dat wij worden wie we zijn in onze verbondenheid met anderen. En in onze omgang met God. Die twee zijn niet los verkrijgbaar. God dienen is de medemens dienen; de medemens dienen is God dienen.

 

hebben en zijn

In onze moderne samenleving zijn voorbeelden genoeg te vinden waar vooral geld leidend is geworden, vaak ten koste van mensen en menselijk welzijn. Geld verdienen, winst maken, bonussen hebben niet zoveel op met de liefde. Daardoor verwordt een samenleving en worden kwetsbare mensen de dupe.

De dichter Ed Hoornik verwoordt prachtig in zijn gedicht ‘Hebben en zijn’ (volledige tekst hieronder). Hebben, dicht hij, is schijn, is hard, is oorlog, verlangen naar meer. Zijn is tijd (hebben), leven in het nu, met elkaar. ‘Zijn is ziel, is luisteren is wijken, is kind worden en naar de sterren kijken en daarheen langzaam worden opgericht.’

 

Een ding ontbreekt u

De rijke man doet zijn best maar het koninkrijk van God blijft een verre onbereikbare droom. Hij heeft alles wat zijn hart begeert en toch ontgaat hem het echte leven. Gods koninkrijk kun je nu eenmaal niet kopen.

Een ding ontbreekt u, zegt Jezus. Doe het met liefde. Een ding ontbreekt u: het besef dat je geliefd bent. Met Psalm 23 zingen we: De Heer is mijn Herder. Het ontbreekt mij aan niets. Opvallend is dat we dit lied vaak zingen als het ons aan van alles ontbreekt, in moeilijke tijden. Maar het ontbreekt ons niet aan het vertrouwen dat we het van God moeten hebben. Dat Hij ons zal geven wat we nodig hebben om te leven. Dat zijn goedheid overvloedig zal zijn.

We zongen: ‘quien a Dios tiene, nada le falta. Solo Dios basta’. Wie zich aan God vasthoudt, komt niets tekort. Alleen God is genoeg. (NL 900)

 

We worden niet opgeroepen om alles weg te doen wat we hebben. We worden opgeroepen tot een aandachtig en liefdevol leven met elkaar en met God. En als je daarin wordt belemmerd door wat je hebt, dan doe je het weg. Zei Jezus niet een hoofdstuk eerder ook zo iets radicaals: als je hand je aanzet tot het verkeerde, hak hem dan af. (Marcus 9:43) Iedereen hier heeft z’n hand nog maar beseft wel de dringende oproep die er achter zit.

 

Dat het volgen van Jezus moeilijk is heeft hij in liefde voorzien. Zo onmogelijk als het is voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, zo onmogelijk is het om het koninkrijk van God binnen te gaan. Voor een rijke zegt Jezus. Maar daarna breidt hij het uit: Kinderen, wat is het toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan. De leerlingen van Jezus zijn ontzet: kamelen en naalden, wie kan er dan nog gered worden? En je hoort ze bijna er achter aan denken: niemand dus.

Ooit een kameel door het oog van een naald zien kruipen? Dat wordt niks, dat koninkrijk van God en wij.

Maar Jezus zegt ‘Kinderen’ Kinderen, je hebt toch een vader, een moeder. Je kent toch de grenzeloze liefde en goedheid van God. Bij hem is niets onmogelijk. Kamelen niet en mensen in het koninkrijk van God niet.

 

Hebben en zijn

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Ed. Hoornik

Read 76 times Last modified on maandag, 22 oktober 2018 09:16