Dag Dominee - Mijmeringen

Met horten en stoten kwam ook mijn wereld tot stilstand door het coronavirus. De ene na de andere activiteit werd afgelast en mijn agenda werd almaar leger.

 

Wat ik bedacht:

1. Dirk de Wachter heeft gelijk. In zijn boek ‘De kunst van het ongelukkig zijn’ - helaas is de laatste avond van de leeskring rond dit boek ook afgelast -  stelt hij dat we leven in een geluksmaatschappij. We leven van ervaring naar ervaring, van hoogtepunt naar hoogtepunt. Natuurlijk delen we dat dan ook allemaal in geuren en kleuren op social media. De gedachte daarachter is dat wij bijzondere mensen zouden zijn als wij maar bijzondere dingen doen.

Het is interessant om bij onszelf te onderzoeken wie wij zijn zonder die bijzondere ervaringen. Is het echt belangrijk dat een geplande stedentrip niet doorgaat?

In de grond van de zaak blijken we nu hele gewone mensen te zijn. Mensen die ziek kunnen worden, die bang zijn of bezorgd, mensen die hamsteren of keihard roepen dat ze dat nooit doen, maar ondertussen een pak extra toiletpapier meenemen. De vraag is natuurlijk of we ná corona nog steeds van die gewone mensen durven zijn.

 

2. Vorige week was ik nog een mens ‘die geen tijd had’. Ik werd geleefd door een te volle agenda en door de klok. Nu is mijn agenda leeg. Er is tijd. En wat zal ik ermee gaan doen? Deskundigen pleiten voor meer lummelen en mijmeren. In een drukke agenda zou tijd moeten zijn om na te denken en ideeën de gelegenheid te geven om te rijpen. Als ik die tijd niet heb, verlang ik ernaar. Nu ben ik vooral bang mij te gaan vervelen. Nu schijnt juist verveling enorm goed te zijn voor je creativiteit. Dus daar stel ik me dan maar voor open.

 

3. Je weet pas wat je hebt, als je het mist. Ging ooit een kerkdienst niet door? Het is zo vanzelfsprekend geworden, dat we er niet meer bij stilstaan hoe belangrijk het eigenlijk voor is om naar de kerk te kunnen. We zijn er zelfs een beetje slordig in geworden; we slapen een keertje uit en kijken later bij een kopje koffie de dienst eens terug. Uiteindelijk gaat het zonder ons toch wel door. Maar afgelopen zondag niet. En de volgende weken ook niet. En plotseling beseften we weer hoe belangrijk we die kerkdienst toch eigenlijk vinden. Vanuit heel verschillende invalshoeken lijken we tot een herwaardering te komen: God is er altijd; wij mogen dus niet ontbreken; nood leert bidden. Laten we bidden! En niet in de laatste plaats is de kerkdienst natuurlijk ook dé gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Dat willen we allemaal niet we missen. Goed om ons daarvan weer bewust te zijn. Zelf ging ik voor in een nagenoeg lege kerk. De dienst werd uitgezonden via de radio en de kerkomroep. Ook op tv en elders in het land waren kerkdiensten. The Service must go on! 

 

4. Binnen blijven betekent niet: buitensluiten. Juist in deze tijd is het belangrijk om naar elkaar om te zien. Zeker naar die mensen die worden gerekend tot de kwetsbare groep. Er zijn mogelijkheden genoeg om met elkaar in contact te treden en wat een warmte kan er niet zijn tussen mensen die anderhalve meter afstand houden van elkaar. Ik zie op Facebook berichten voorbij komen van scholieren die best boodschappen willen doen; van mensen die zich aanbieden als kinderoppas voor ouders die wel moeten werken. Er groeit ook een enorme waardering voor mensen die in de medische sector werken, in verpleeghuizen of in de gehandicaptenzorg. Maar ook voor die mensen zonder wie onze samenleving tot stilstand zou komen: mensen in de transport en het openbaar vervoer, de mensen in de supermarkten, de vuilnisophalers, schoonmakers en weet ik niet al.

Zelf hoor ik volgens het RIVM niet tot de zgn. vitale beroepsgroepen. Met andere woorden: ik kan deze weken goed gemist worden. Ik hoop natuurlijk dat je me belt, appt, mailt…. en uitnodigt voor een kopje koffie.

 

 

 

 

 

Je zou denken

dat hij lawaai maakt

geraas van brekende takken

gestamp van poten

een duidelijk

hier ben ik

maar plotseling

staat hij daar

en verdwijnt weer

zacht

zoals verdriet

of geluk.

 

Lyonne

 

Onze vakantiereis door Zuid-Afrika, Namibie, Botswana en Zimbabwe heeft veel opgeroepen aan verwondering, emotie.

Veel vond zijn weg naar mijn dagboek. Een enkele keer werd het een gedicht om te delen. 

 

Zo vriendelijk en veilig als het licht

zo als een mantel om mij heen geslagen

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,

ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.

 

10 november is het de Dag van de Mantelzorg. Dat mag best met hoofdletters geschreven worden. Mantelzorger gaat verder dan een handje helpen. Het betekent dat mensen meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden zorg verlenen.

Ook in onze gemeente zijn mensen die langdurig en onbetaald een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind, familielid of buur verzorgen. Je vraagt er niet om en je zoekt er niet naar om mantelzorger te worden; het overkomt je, omdat je een band hebt met degene die zorg nodig heeft. Voor de meeste mantelzorgers is het heel vanzelfsprekend om te zorgen, maar het moet ook gezegd worden dat deze zorg (te) zwaar kan zijn om te combineren met een baan, een gezin. Vaak gaat onze aandacht naar degene die de zorg behoeft -‘hoe is het met je man..’. Mooi dat op de Dag van de Mantelzorg de aandacht wordt verlegd naar de andere kant.

 

Misschien is de datum toevallig gekozen maar op 11 november staat opnieuw een mantelzorger in het zonnetje: Sint Maarten. Hij gaf de helft van zijn mantel aan een bedelaar en liet hem niet in de kou staan. Christus verschijnt dan aan Maarten, met de helft van zijn mantel om zijn schouders geslagen. Zo mag Maarten weten dat elke weldaad die wij bewijzen aan elkaar, bewezen wordt aan Christus zelf. In de Bijbel lezen we daarover: ‘Ik was naakt en jullie kleedden mij. … Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ Dat dit verhaal en het bijbehorende feest inmiddels volledig zijn geaccepteerd en worden gewaardeerd mag blijken uit het feit dat in het nieuwe liedboek een lied over deze mantelzorger is opgenomen. (744)

 

Volgens het gezegde is God daar waar liefde is en vriendschap. Hij is daar waar wij elkaar niet in de kou laten staan maar voor elkaar zorgen. En in dat alles is Hij ónze mantelzorger. Zijn zorg voor ons overkomt hem, omdat Hij een band heeft met ons, die zijn zorg behoeven. ‘Zoals een mantel om mij heen geslagen, zo is mijn God’. Het spreekt het vertrouwen uit dat er Iemand is waar wij terecht kunnen met onze storm aan vragen; Die ons draagt en behoedt en ons opvangt als wij dreigen te vallen.

 

De dag van de Mantelzorg valt op een zondag. De dag waarop in de kerk iedere week weer wordt gevierd dat wij van ophouden mogen weten omdat er voor ons wordt gezorgd. Dat ook mantelzorgers soms van ophouden mogen weten, is iets waar de een meer moeite mee heeft dan de ander. Toch is het goed om af en toe de zorg om een lief mens of kind aan een ander over te dragen om even op adem te komen. Hoe wil je het anders volhouden. Laten we omzien naar elkaar en niet vergeten te vragen naar degene die niet ziek is maar zorgt. Misschien is er iets dat we kunnen doen om de last van die ander even te verlichten. Misschien kunnen wij elkaar op handen dragen.

Na een gesprek met deelnemers aan Theologie voor Gemeenteleden over de wereld van vandaag en of die nog te redden is...

over de vraag of de mens nu in wezen goed of slecht is... schreef ik:

 

de wereld is slecht

de mensen zijn kwaad

het is hopeloos

zei ze

 

maar

zei ik

en ik dan

en hij en zij

wij 

met onze goede bedoelingen

onze liefde

en hoop op beter

 

ja jullie

zei ze

maar met de wereld wordt het niks meer

 

verdrietig draaide ik me om

nee, zo gaan we het niet redden

 

Lyonne

Page 3 of 12