Blog

Ze was niet van een kerk en had me gevraagd te spreken bij haar uitvaart. Zesenveertig was ze. We spraken over haar leven en de waarden die ze wilde doorgeven aan haar dochter. Eerlijkheid, zei ze. En behulpzaamheid en rechtvaardigheid. Waarden die ook Jezus achterliet toen hij zijn leerlingen opdroeg voor elkaar te zorgen zoals hij voor hen had gezorgd. En ze was niet van een kerk. De muziek voor de plechtigheid hadden ze samen al uitgezocht. Heaven, van Bryan Adams, omdat ze hoopte dat ze haar moeder weer zou zien, die net als zij jong stierf en een dochter achterliet. Ze verlangde er ook naar weer bij haar vader te zijn, die nog niet zo lang geleden stierf. Dat er een hemel zou kunnen bestaan troostte haar en gaf haar de rust zich over te geven aan wat ging komen. Bij het uitdragen zou Angels are Calling (Ari Koivunen)  klinken. Hemel en engelen, daarover moest het gaan. En ze was niet van een kerk. 

De Protestantse Kerk in Nederland lanceert in de maand van de spiritualiteit (januari 2017) een campagne met als thema Geloven doe je in de kerk. Ze hoopt daarmee al die zinzoekers te prikkelen om ook eens naar de kerk te komen, om daar te zoeken naar zin. Je hoeft namelijk geen volleerd gelovige te zijn om binnen te mogen en mee te doen. En gaat het in de kerk niet om veel meer dan alleen om God. Ook om troost, gemeenschap, nadenken, twijfelen, verwondering.... Een mooie campagne. Er zit wat in om zinzoekers naar binnen te halen. Maar wat was het goed om ook buiten de kerk samen zingeving te vinden en, zoekend naar woorden, elkaar vast te houden. 

 

 

Vallen

 

 

De astrologische herfst is aangebroken. De esdoorn in de voortuin kleurt al een beetje rood. In het park raapte ik al kastanjes op die liggen te glanzen in de vensterbank. Binnenkort steekt de wind op en zullen de eerste bladeren vallen.

 

Rainier Maria Rilke schreef er een prachtig gedicht over. 

 

 

De bladeren vallen, vallen als van ver,

als welkten in de hemel verre tuinen;

ze vallen met ontkennende gebaren.

 

En in de nachten valt de zwarte aarde

uit alle sterren in de eenzaamheid.

 

Wij allen vallen. Deze hand zal vallen.

En kijk je naar de andere: het is in allen.

 

Maar Éen is er. Hij vangt dit allen

oneindig teder in zijn handen op.

 

Het vallend blad lijkt wel uit de hemel afkomstig; alsof niet alleen op aarde maar ook in de hemel de bomen verwelken. De blaadjes dwarrelen heen en weer voordat ze de grond bereiken, alsof ze ‘nee’ schudden. De nachten worden langer en de aarde vervalt in eenzaamheid. Wie wil er aan geloven, aan dit verval? Wie durft zich over te geven aan koude en eenzaamheid? Wie heeft voldoende vertrouwen dat wij niet te pletter vallen?

 

vallen

Een maand geleden vielen wij. Ons kind werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. We vielen en vielen. We vielen van het overmoedig denken dat gezondheid en geluk vanzelfsprekend zijn. We vielen pardoes van onze onbevangenheid. We vielen en we wilden er niet aan. Alles in ons één grote ontkenning: nee, dit overkomt ons niet. Nee, dit mag niet.

 

Wie is er niet ooit gevallen? Wie werd nooit opgeschrikt door een plotselinge wending van het lot; overvallen door het besef dat je als mens plannen kunt maken wat je wilt maar dat je je uiteindelijk hebt neer te leggen bij wat je overkomt. Sommige mensen vallen zelfs van hun geloof als het kwaad hen treft. Een laatste tegenvaller is voor velen het ouder worden. De herfst van het leven smaakt lang naar meer tot het verval de onafhankelijkheid aantast; de wereld kleiner wordt en een mens vervalt in eenzaamheid. Vallen hoort bij de tragiek van het mens-zijn.

 

zomer

Twee dingen wil ik niet vergeten. Twee dingen die o zo makkelijk onder druk komen te staan als de stormwind opsteekt en het vallen begint. Het eerste is de zomer. De kleuren, het zonlicht, het geluk, de zegeningen en de oogst van de zomer gaan altijd aan de herfst vooraf. De zomer zal ons voorzien van voorraad om de herfst en de naderende winter te doorstaan. In de zomer van het leven genieten wij de liefde en warmte. In de zomer van het leven vieren wij het geloof. We mogen de vruchten ervan plukken en er van nemen in de herfst. Alles wat ons nu goed doet, kan straks tot troost of krachtbron zijn. Ik denk maar aan de oude dame die de psalmen die zij vroeger op school leerde voor zich heen neuriet als ze niet kan slapen en de nacht eindeloos duurt.

 

opgevangen

Het tweede dat ik niet wil vergeten is dat ons vallen opgevangen wordt door oneindig tedere handen. De mens is zo kwetsbaar. Als een hand die hulpeloos valt, en de andere is net zo. Maar de Éne, wiens hand de mens vormde uit aarde, vangt ons op. Er is geen duisternis of Hij schept een doorgang naar het licht. Geen schuld zo groot of er is bij hem vergeving.

De dichter Arno Pötzsch schreef ook een gedicht over vallen. Hij was predikant in de WOII, behorend tot de Bekennende Kirche en fel tegenstander van het Hitler-regime. Gelegerd in Nederland was het zijn taak als aalmoezenier om soldaten die waren gedeserteerd of ter dood veroordeeld in hun moeilijke uren bij te staan. Een vertaling van zijn prachtige lied is opgenomen in het Nieuwe Liedboek. (916) 

 

Je kunt niet dieper vallen dan louter in Gods hand

waarmee zijn heil ons allen barmhartig ondervangt.

 

Ooit monden alle paden door schade, schuld en dood

toch uit in Gods genade hoe groot ook onze nood.

 

Wij zijn door God omgeven ook hier in ruimt’ en tijd

en zullen in Hem leven en zijn in eeuwigheid.

 

 

Dat de bladeren straks gaan vallen hoeft ons niet droevig te stemmen maar juist oneindig dankbaar. 

 

We waren te gast bij de zusters Trappistinnen van Abdij Koningsoord. Een stilteklooster. Het weerzien met lieve vrienden werd er daardoor niet makkelijker op. Je hebt elkaar tenslotte veel te vertellen als je elkaar een poos niet hebt gezien. Niet mogen praten nodigt uit om na te denken wat echt belangrijk is om met elkaar te delen. Is dat onze mening over het weer, de stand van zaken op het werk of hoe het met de kinderen gaat? Dat de meeste woorden onnodig zijn bleek tijdens de middagmaaltijd; de enige maaltijd waarbij de stilte mocht worden doorbroken. Het bleef stil. Op een enkel woord na. We overdachten wat we wilden zeggen alsof de Eeuwige inderdaad een wacht voor onze lippen had gezet (Ps 141) en ons behoedde voor zinloos gebabbel. We kwamen dichterbij elkaar. Juist omdat we minder zeiden. 

 

Dag in dag uit nam hij het woord,

mijn vader, gedragen en kalm

gaf hij zijn adem aan een psalm,

zoals dat na een maaltijd hoort.

 

Ik wist: aan alles was gedacht,

het kwam wel goed. Geduldig bracht

hij ons naar de vertrouwde verte

met wuivend riet en struikgewas

en in dit waterlandschap werd de 

waarheid een pad door het moeras,

een weg, veilig genoeg om er te

wandelen, zolang mijn vader las.

Pagina 9 van 9