Blog

‘Turn turn turn’

‘Voor alles wat er gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.’ (Prediker 3)  The Byrds zongen deze Bijbeltekst in de jaren ’60: For everything, turn turn turn, there is a season, turn turn turn, and a time to every purpose, under heaven.’ Als kind aten we in de zomer tot vervelens toe bonen en bietjes uit de tuin van opa. In de winter kwamen ze nog even uit de diepvries, maar daarna waren ze op. Tegenwoordig komen ze elk moment van het jaar vers met het vliegtuig aan. In die zin kunnen wij nu de tijd en de seizoenen naar onze hand zetten.

In de tijd van de Prediker was dat niet zo. Hij beleefde de orde van de tijd als iets waaraan de mens niets af of toe kan doen. De tijd is iets dat God mooi en goed heeft gemaakt. Alles heeft de goede plaats in de tijd gekregen van God zelf. Boontjes in de zomer en –Godzijdank- alleen in de winter spruitjes.

Zoals de seizoenen verstrijken, wisselen ook perioden in een mensenleven elkaar af. ‘Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien.’ Het een volgt het andere op. Moeten we ons er dan maar bij neerleggen dat na vreugde verdriet komt? Moeten we gewoon maar afwachten tot na het verdriet de vreugde zich weer aandient?

Prediker schrijft ook dat God de mens inzicht heeft gegeven in de tijd. We hebben de ruimte gekregen om na te denken over de loop van de seizoenen en over bonen die eersteklas gevlogen hebben. In die ruimte mogen we ook nadenken over de raadsels waarvoor wij soms komen te staan.

We hoeven ons niet zomaar neer te leggen bij narigheden die ons overkomen, vindt Prediker. Want naast de tijd die altijd maar doortikt, bestaat er ook nog zoiets als het uur U; de tijd waar het op aan komt: kairos. Dat is de tijd waarin mogelijkheden verborgen liggen; tijd om te groeien, tijd om te leren, tijd voor verandering. We horen dat prachtig in de songtekst van The Byrds. Zij houden zich keurig aan de tekst van Prediker 3 ‘A time for love, a time for hate, a time for peace. Zij voegen toe: ‘I swear it's not too late’ en laten zo horen dat wij de tijd moeten gebruiken voor het goede.

In het steeds herhaalde ‘turn, turn’ mogen we ook meer horen dan dat het wiel van de tijd draait zoals het draait. ‘Turn’ betekent ook ommekeer, verandering. Wat we ook meemaken, zoeken of verliezen, zaaien of rooien, elk van die periodes in ons leven is een uur U en heeft de mogelijkheid in zich om te groeien.

De tijd is van God. Hij heeft het zo gemaakt dat wij ontzag voor hem hebben. We kunnen de tijd die ons gegeven is vruchtbaar maken, naar onze hand zetten. Maar uiteindelijk zullen we moeten vaststellen dat niet alles in onze hand is. Aan ons bestaan ligt een geheim ten grondslag. Daar komen onze vragen naar het waarom en waartoe tot rust. Het is dat besef dat ons doet zingen: Maar ik vertrouw op U, mijn tijden, o Heer, zijn in uw hand. (NL 31: 12)

 

ook gepubliceerd in: KerkmagaZin februari 2017

In ‘Lang verhaal kort’ begint cabaretier Remco Veldhuis met twee spelregels: Alles in de Bijbel is waar. En: God bestaat. En dan kan het grote verwonderen beginnen. Hoe de hemelse boswachter een boom plant waar je niet van mag eten en hoe de Schepper een mens schept met een vrije wil die zich onmiddellijk tegen Hem keert; hoe God zijn liefde blijft aanbieden als een stalker. De enige aangifte die je daar tegen zou kunnen doen is dat Hij te veel van ons houdt.  

Wat heb ik gelachen. Maar daar ga je natuurlijk ook voor naar het theater; je stelt je er op in dat er gelachen gaat worden. Je humorsensor staat aan. Kwamen mensen ook maar met dat verlangen naar de kerk. Om weer eens te lachen; om zich te laten verbazen over de ongerijmdheden in de Bijbel en zich te laten vermaken over de mens die wikt en God die beschikt. Je krijgt er pijn in je buik van maar de pijn in je ziel ben je toch maar mooi even vergeten.

Het kan natuurlijk ook aan mij liggen. Dat ik niet grappig genoeg ben of met onvoldoende humor de Bijbelse boodschap voor het voetlicht weet te brengen. We steken als dominees misschien ook te makkelijk in bij de moeilijke actualiteit of de grote vragen. Dan kun je je tenminste omkleden met een zekere ernst en (geloof)waardigheid terwijl je als grappenmaker toch een stuk kwetsbaarder bent. Dan leg je je ziel bloot.

In het theater gebeurt waar we in de kerk ook naar zoeken. Mensen worden geraakt, geheeld, aan het denken gezet, op het verkeerde been gezet. Er ontstaat iets dat van een andere orde is. God zelf mag aanwezig zijn; en niet omdat de geluidstechnicus op het juiste moment de lichten uitdoet, maar omdat we er zo van schrikken dat wel geloven dat het best God zelf geweest had kunnen zijn.

Mag ik ervoor pleiten dat we kerkdiensten in het vervolg in het theater houden? U komt met het verlangen weer eens lekker te lachen en ik ben op mijn grappigst als ik vertel hoe geduldig God met ons is. Onze vragen, mitsen en maren, laten we even thuis want: in de Bijbel is het waar, en God bestaat. 

normaal doen

Paginagroot riep premier Mark Rutte Nederland in een open brief op om ‘normaal te doen’. ‘Doe normaal of ga weg.’ De boodschap van Lodewijk Asscher klonk dan wel minder hard maar had dezelfde inhoud: ‘Soms lijkt het wel alsof niemand meer normaal doet.’

We zijn in een wereld terecht gekomen waar je in de krant komt als je een daad van barmhartigheid doet, zoals de Amsterdamse loodgieter die een elektrisch kacheltje afleverde bij een oudere dame die al enkele dagen probeerde zichzelf warm te houden onder een deken. Vriendelijkheid is nieuws. Het moet niet gekker worden.

Is het normaal dat een minister-president zonder mankeren de multiculturele samenleving op spanning zet door te roepen dat je ook op kunt pleuren? En waar blijven onze ‘eigen’ hufters dan, de bumperklevers, de roeptoeters, de voordringers, de dubbelparkeerders? Is er wel genoeg ruimte voor al onze dikke ikken?

Eigenlijk heb ik geen idee wat anno 2017 onder ‘normaal’ zou moeten worden verstaan, maar laten we het als kerk proberen te zijn. Bijvoorbeeld: ‘Word niet boos, maar blijf kalm.

Maak je niet kwaad, want woede brengt alleen maar ellende.’ Of: ‘Slechte mensen maken anderen kapot door hun geroddel, maar goede mensen worden beschermd door hun wijsheid.’ (Psalm 37: 8 en Spreuken 11: 9) Bekend staan om je vriendelijkheid, dat is denk ik normaal. (Filippenzen 4:5)

 

Er is een verzekeringsmaatschappij die adverteert met ‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder’. Misschien moeten we als kerkmensen volhouden: Als we maar lang genoeg normaal blijven doen, wordt dat vanzelf weer normaal.  

 

Een twijfelaar is een bed; te breed om er alleen in te slapen, maar net te smal om er samen in te slapen.

Binnen het christelijk geloof is geen ruimte voor twijfelaars. Althans volgens de Catechismus. Een christen heeft een ongetwijfeld geloof. (Zondag 7, vraag 21 en 22) Dat typeert de ware gelovige. Vanuit dit perspectief heeft degene die twijfels heeft dan ook een probleem. Je bent niet zeker genoeg. Het is niet goed genoeg. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen, schrijft Jacobus. (Jacobus 1: 6) Willoos. Doelloos.   

In pastorale gesprekken is twijfel ook regelmatig onderwerp van gesprek. Twijfel aan het geloof zoals dat vanaf de jeugd is meegegaan; twijfel aan de liefdevolle God in een harde en liefdeloze wereld; twijfel omdat het hoofd denkt over God maar het hart niets voelt. Twijfel slaat vaak toe als het plaatje niet meer klopt. Als er dingen gebeuren die vragen oproepen; als door een crisis je leven overhoop wordt gegooid en de plaats van God daarin niet meer duidelijk is. Waarom doet God niets? Kan ik hem niets schelen?

Twijfel en geloof, twijfel aan geloof; het wordt een probleem als je er een tegenstelling in ziet; als je twijfel ziet als de trekkracht die jou bij geloven vandaan houdt. Bij God vandaan. Maar twijfels bezitten een kracht die antwoorden niet hebben: zij bieden openingen voor ontmoeting en gesprek. Vragen zijn de motivatie om op zoek te gaan; te leren en af te leren. Twijfels die tot zoeken leiden brengen je dichter bij God. Al voelt hij ver weg.

Het loslaten van oude zekerheden, van antwoorden die niet meer voldoen, het legen van je geloofsrugzak mag dan beangstigend zijn, het is ook een teken van groeien naar een volwassen geloof en een eigen verbinding met God. Twijfels bieden meer garantie voor verbinding met hem dan vaste zekerheden en stellige antwoorden.

Een twijfelaar is eigenlijk precies breed genoeg om er samen in te slapen; als je van elkaar houdt. Als je je aan elkaar wilt vasthouden om er niet uit te vallen. Ik denk dat het met geloven ook zo is. We houden elkaar vast om er niet uit te vallen, uit het zinvol verband dat we samen vormen, God en ik. Gerard Reve verwoordde dat zo kernachtig:

Eigenlijk geloof ik niets en twijfel ik aan alles,

zelfs aan U.

Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,

dan denk ik dat Gij liefde zijt, en eenzaam,

en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,

zoals ik U. (Dagsluiting, in: Nader tot U)

Als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen, hen de opdracht geeft om alle volken tot geloofsleerling te maken, twijfelen sommigen nog. (Matteus 28: 16v) Desondanks ontvangen zij hun roeping. Geen woord van verwijt komt over Jezus’ lippen, geen veroordeling. Alleen de toezegging: ik ben met jullie. Want geloof gaat ook over ongeloof; vertrouwen gaat ook over angst. Bij Jezus hoef je je daarvoor niet te schamen. (geleend van Nico ter Linden, Het verhaal gaat 2, 285)

 

Deze mijmering had zijn plek in de vesper op 27 november in De Open Hof in Oud-Beijerland. 

Pagina 8 van 9