Blog

Met een groep lazen we afgelopen weken in Exodus. Verhelderend om zo met elkaar bekende verhalen nog eens tot ons te laten doordringen. Een van de dingen waarover we bleven struikelen was het geweld in dit boek; tegen de farao van Egypte, tegen de volken waarmee Israël samenleefde. We konden ons niet voorstellen dat God en geweld een combinatie vormen.

 

‘Zolang Mozes zijn arm opgeheven hield, was Israël de sterkste partij, maar liet hij zijn arm zakken, dan was Amalek de sterkste.’ Exodus 17: 11

 

Geweld is overal om ons heen. Geweld dat al te vaak geen enkel argument nodig heeft om uit te barsten en waartegen geen logica is opgewassen. Mensen zijn tot oneindig veel kwaad in staat. En er zijn zoveel kinderen op deze wereld die niet anders kennen dan dit.

In de Bijbel krijgt het kwaad een naam: Amalek. Toen Gods volk was weggetrokken uit Egypte was Amalek die hen aanviel. Hij trof Israël in zijn zwakke plek, in de achterhoede waar de ouderen liepen; waar de kinderen liepen en de mensen die uitgeput waren. Een laffe streek waarmee Amalek het gezicht is geworden van het kwaad van alle tijden en alle plaatsen.

Geweld en kwaad is er altijd geweest. In vele vormen en gedaanten, met vele namen, heeft het onrecht de kop op gestoken en zal dat blijven doen. Altijd weer zullen mensen, volken, bewegingen er naar streven om dat wat goed en rechtvaardig is de kop in te drukken. Er is tenslotte maar een ding waar het donker bang voor is, dat is het licht en het kwade heeft slechts van goedheid te vrezen.

Niet alleen op het wereldtoneel wordt keer op de keer de strijd tussen goed en kwaad uitgevochten. Ook op intermenselijk niveau en zelfs in mensen zelf wordt deze strijd voortdurend geleverd.

In Exodus gaat Gods volk de strijd aan met Amalek en Mozes gaat hen in die strijd voor. Hij zal de staf van God in zijn hand omhooghouden en daarmee ook de normen en waarden hooghouden die hem en de zijnen onderscheiden van de Amalekieten. Hij zal hooghouden dat Israël vertrouwen mag op de God die hen heeft bevrijd uit Egypte en te drinken en te eten heeft gegeven in de woestijn. Zolang Mozes dat weet hoog te houden, heeft zijn volk de overhand. Als de vermoeidheid toeslaat, of misschien wel de twijfel of ze ooit zullen overwinnen, is Amalek sterker. Gelukkig zijn er twee mannen die ervoor zorgen dat Mozes kan zitten en die zijn armen ondersteunen.

 

Als ik mismoedig ben en eraan twijfel of het ooit nog wat wordt met deze wereld, als ik me verdrietig afvraag hoe de wereld eruit zal zien voor de kinderen van mijn kinderen, zakt de moed mij in de schoenen als de armen van Mozes. Laten er dan mensen zijn die met mij het vertrouwen hooghouden dat God daar is waar mensen de strijd aanbinden met het onrecht. Laten er mensen zijn die met mij de woorden van bisschip Desmond Tutu willen zingen: ‘Goedheid is sterker dan slechtheid; liefde sterker dan haat; licht is sterker dan duister; leven sterker dan dood. Hoopvol zijn wij, sinds hij ons liefhad.’ Mensen zijn tenslotte ook tot oneindig veel goeds in staat. 

Dit gebed is uitgesproken als Kyrie op zondag 8 oktober 2017 in De Open Hof. 

In deze dienst stonden we stil bij de toekenning van het predicaat 'Groene Kerk'. 

 

gebed om ontferming over de aarde

 

Bron van alle leven,

U hebt alle dingen geschapen,

en een eigen plaats gegeven in een kostbaar evenwicht.

Ook ons hebt U daarin een plaats gegeven

en ons de taak gegeven om de aarde te bewerken

en te zorgen voor alles wat leeft.

Maar het is juist de mens

die het evenwicht zo vaak verstoord.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

De aarde is in nood

omdat onze consumptiedrang groter is

dan zij kan verdragen.

Wij leven op te grote voet.

ten koste van de aarde,

en ten koste van mensen

die het minder hebben dan wij.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

Om de dieren

bedreigd in hun leefomgeving

door de veranderingen in het klimaat.

Om de gevolgen die wij niet kunnen voorzien,

om onze kop in het zand omdat het ver weg is

en moeilijk te begrijpen.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

Om het afval dat wij produceren,

om de plastic soep in onze oceanen

om het verdwijnen van diersoorten

om alles wat wij nog niet doen

om de afvalberg te verkleinen.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

Om de gevolgen van de klimaatverandering

voor mensen

op kwetsbare plekken op aarde

om droogte en het mislukken van oogsten,

om een teveel aan regen, om overstromingen

om de gerechtigheid die in de knel komt

als wij mensen aan hun lot overlaten.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

Bron van alle leven,

uit uw hand hebben wij de aarde ontvangen.

Laat haar niet vallen.

En houd in ons de onrust levend

dat het anders moet en anders kan.

Daarom bidden wij: Heer, ontferm U.

 

 

Pogingen iets van het leven te maken

Deze zomer las ik de geheime dagboeken van Hendrik Groen, tachtiger en woonachtig in een bejaardenhuis in Amsterdam-Noord. Om te voorkomen dat hij depressief wordt van zichzelf neemt hij een jaar om een dagboek te schrijven en ook iets van de ware Hendrik Groen te laten horen. Wat volgt is een hilarische beschrijving over ouder worden en de misstanden in de zorg.

Tussen de regels door lees je ook de worsteling om iets van het leven te maken: ‘Je wordt geacht te genieten van je oude dag, maar dat valt verdomd niet altijd mee.’ Hendrik Groen vertelt over de uitdagingen rond zijn plasproblemen, over zijn depressieve vrouw en het verlies van zijn dochtertje. Toch besluit hij actief iets van het leven te maken onder het motto ‘Oud Maar Niet Dood’. Daarmee gaat het boek ook over het belang van vriendschap en voor elkaar klaar staan.

Het geheime dagboek van Hendrik Groen zou zomaar naast het boek Prediker kunnen liggen. Ook dat gaat over de eindigheid van het bestaan. We gaan allemaal dood, zegt hij. Maar: we zijn het nog niet! Probeer er daarom het beste van te maken. Eet je brood met vreugde, drink je wijn met een vrolijk hart. Geniet. Heb lief. En doe wat je hand vindt om te doen. Tot de jaren komen waarvan je zegt: in deze jaren vind ik weinig vreugde meer. Beeldend beschrijft de Prediker hoe het lichaam langzaam achteruit gaat. Bevende wachters (handen) staan voor het huis. De soldaten (benen) gaan kromgebogen voort; de maalsters (tanden) verdwijnen langzaam aan; de vrouwen uit het venster (ogen) staren en het fluiten van vogels wordt ijl van toon. Je durft geen heuvel te beklimmen. (Prediker 11)

Uiteindelijk zal ieder mens het leven los moeten laten. Voor Prediker is het een troost dat hij het leven weer terug mag geven aan zijn Schepper die hem de levensadem heeft gegeven.

Bekend is het gezegde: We willen wel oud worden maar we willen niet oud zijn. Tot op hoge leeftijd samen fietsen, vrijwilligerswerk doen, met de caravan op pad, dát willen we wel. De eenzaamheid van het verliezen van geliefden, vrienden, en het omgaan met lichamelijke beperking, dat liever niet.

Oud zijn is niet makkelijk. Juist wie oud is, ervaart zijn kwetsbaarheid en beseft niet zonder (Gods) hulp te kunnen. ‘Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind, kan verhalen van de macht van uw arm’ bidt de Psalmdichter. ‘Blijf mij me zodat ik in ieder geval nog kan vertellen van U’. Ooit zei een gemeentelid tegen me, toen we actief op zoek waren naar nieuwe taakdragers: ‘Aan mij hebben jullie niet veel meer maar ik kan nog altijd een boom zijn die schaduw biedt.’ Een gebed, een luisterend oor, een plek om even bij te komen… het lijkt weinig maar is dat het ook? En weten we onze ouderen daar ook voor te vinden?

 

Als ik oud word

mag worden

de dagen stil

want zonder lief

en leeg

want waarheen

met dat rare oude lijf

kom dan bij mij

schenk me een glas

en we drinken

op het leven

 

 

1. niemand

 

we vragen

waar ben je

roepen naar de hemel

waarom doe je niets

jij God van liefde

waarom laat jij dit toe

jij God van bevrijding

 

en jij

 

ik roep jullie

maar

er is niemand

 

Nu kom ik bij jullie terug, ik roep jullie.

Maar er is niemand, niemand geeft antwoord.

Waarom niet?

Jesaja 50: 2, Bijbel in Gewone Taal.

 

2. niemand

iemand moet het doen

zeggen we

maar uiteindelijk

doet niemand het

 

iedereen doet het

beweren we

en toch

pleit dat niemand vrij

 

laat niemand het doen

 

3. niemand

niemand weet hoe laat het is

niemand is te vertrouwen

niemand luistert

het kan niemand wat schelen

niemand heeft tijd

wees niemand

 

 

want niemand is vrij

Pagina 6 van 9