Blog

Na een gesprek met deelnemers aan Theologie voor Gemeenteleden over de wereld van vandaag en of die nog te redden is...

over de vraag of de mens nu in wezen goed of slecht is... schreef ik:

 

de wereld is slecht

de mensen zijn kwaad

het is hopeloos

zei ze

 

maar

zei ik

en ik dan

en hij en zij

wij 

met onze goede bedoelingen

onze liefde

en hoop op beter

 

ja jullie

zei ze

maar met de wereld wordt het niks meer

 

verdrietig draaide ik me om

nee, zo gaan we het niet redden

 

Lyonne

Leer mij

mild te zijn

vloeibaar als water

zacht als de sterren

vriendelijke ogen

aan een donkere hemel.

 

Leer mij  te zijn

als water

als sterren

als ogen.

 

Leer mij te zijn.

 

 

‘Sommige dingen zijn heel wonderlijk,

ik kan ze niet begrijpen:

hoe een adelaar hoog aan de hemel vliegt,

hoe een slang over de rotsen glijdt,

hoe een schip zijn weg vindt op zee,

en hoe een man verliefd wordt op een vrouw.’

(Spreuken 30: 18-19)

 

We leven in een tijd dat we alles kunnen verklaren. We kunnen in ieder geval meer verklaren dan Agur, die bovenstaande woorden schreef. Vliegen heeft geen geheimen meer voor ons. The sky heeft geen limits. We denken niet meer na bij ons gaan over land of over water; we begeven ons zelfs ónder water.

Kunnen verklaren betekent: grip hebben op zaken en er zelfs op vooruit kunnen lopen. Het is een deel van onze ontwikkeling als mens. Door te verklaren kunnen we  onszelf beschermen tegen dreigend onheil; we laten ons niet overvallen door rampspoed.

De keerzijde is dat we alles ook wíllen verklaren. Waarom wordt een mens ziek en niet meer beter? Waarom is er verdriet? maar de ongerijmdheden van het bestaan laten zich niet makkelijk ontrafelen en daar kunnen we niet altijd mee leven.

 

Agug schrijft in Spreuken over de dingen die hij niet begrijpt. Hij verwondert zich over de arend die vliegt langs de hemel. Leonardo da Vinci zette zíjn verwondering over de vlucht van de vogel om in de eerste ontwerpen voor vliegmachines. En hebben we het navigeren van schepen niet afgekeken van de dolfijnen? Je zou kunnen zeggen dat verwondering het begin van de wijsheid is. Het is de verwondering die ons uitdaagt om er iets van te begrijpen.

 

Of zou het zo zijn dat de verwondering ons uitdaagt om te begrijpen dat we lang niet alles begrijpen? Ik kan verklaren waar de kinderen vandaan komen. Toch verwonder ik mij eindeloos over hoe het zo groeien kan, zo volmaakt en compleet. Hoe meer ik weet, des te minder ik begrijp.

 

De vlucht van de arend vertelt me niet alleen over het vogelrijk maar ook over een God die zich laat kennen als de Ene die zijn jongen draagt op zijn vleugels en hen met zijn wieken beschermen wil.

De slang vertelt me over de onbegrijpelijk grote barmhartigheid van een God die veroordeelt wat er aan missedaden gebeurt maar dier en mens laat ontkomen aan de dood. Denk aan de sluwheid van de slang in het paradijs en de schaamte van de eerste mensen. Beide mochten verder, al waren zij niet meer dezelfde.

Een schip vindt zijn koers zoals een mens de weg weet door zich te houden aan de Tora, gebod en belofte tegelijkertijd. En mocht er een storm komen, dan zal God op wonderlijke wijze de zee tot kalmte manen.

En de vriendschap en liefde van mensen wijzen ons waar God woont.

Agug heeft gelijk: wonderlijk, we kunnen het niet begrijpen.

kerk (z)onder dak

Tijdens onze vakantie bezochten wij de resten van een oude abdij. Eigenlijk alles stond er nog: de muren hoog en fier, de bogen, de pilaren en de vensters…. Ongelofelijk hoe mensen dit met de middelen van de 13e eeuw voor elkaar hebben kunnen krijgen. Wat miste was het dak. Gek, maar dat heb ik helemaal níet gemist.

Natuurlijk liepen er toeristen rond en waren er mensen aan het fotograferen. Toch heerste er een serene rust. Je kon je nog voorstellen dat op die plek was gezongen en gebeden. En ik probeerde me voor te stellen hoe het geweest moest zijn om staande te blijven -ook in het geloof!-  tijdens de periodes van hongersnood en pest. Ik dacht aan het lied van Sytze de Vries (NL 280)

 

Dit huis van hout en steen, dat lang de stormen heeft doorstaan,

waar nog de wolk gebeden hangt van wie zijn voorgegaan,

 

dit huis dat alle sporen draagt van wie maar mensen zijn,

de pijler die dit alles schraagt, wilt Gij die voor ons zijn?

 

Maar dat dak, dat heb ik dus niet gemist. De hemel boven de abdijkerk was blauw. De zon liet Gods glimlach naar binnen schijnen. Op Facebook schreef ik bij de foto van deze abdij: De Eeuwige is boven je om je te zegenen. Er zat niets tussen mij en God; er was een prachtige verbinding tussen beneden en boven. Ik hoefde alleen maar op zoek te gaan naar waar het licht op zijn mooist naar binnen viel. Waar het op mij viel…

 

Zal dit een huis, een plaats zijn waar de hemel open gaat,

waar Gij ons met uw engelen troost, waar Gij U vinden laat?

 

Een jong musje, dat enorm zat te tetteren, werd gevoerd en de zwaluwen hadden er hun nesten gebouwd. In een van de boogramen zat een duif. Alsof Gods Geest daar aanwezig was.

 

Dit huis waar ’t woord aan ons geschiedt. God roept zijn naam over ons uit….

 

Het woord geschiedde aan mij, ik zag Psalm 84 duidelijk voor me en ik begreep daar tot in mijn tenen dat het met God goed toeven is. Je bent onder de pannen, ook zonder dak, waar je ook bent.

 

Dit huis slijt met ons aan de tijd, maar blijven zal de kracht

die wie hier schuilen verder leidt tot alles is volbracht.

Pagina 1 van 9