Blog

Zo vriendelijk en veilig als het licht

zo als een mantel om mij heen geslagen

zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,

ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.

 

10 november is het de Dag van de Mantelzorg. Dat mag best met hoofdletters geschreven worden. Mantelzorger gaat verder dan een handje helpen. Het betekent dat mensen meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden zorg verlenen.

Ook in onze gemeente zijn mensen die langdurig en onbetaald een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind, familielid of buur verzorgen. Je vraagt er niet om en je zoekt er niet naar om mantelzorger te worden; het overkomt je, omdat je een band hebt met degene die zorg nodig heeft. Voor de meeste mantelzorgers is het heel vanzelfsprekend om te zorgen, maar het moet ook gezegd worden dat deze zorg (te) zwaar kan zijn om te combineren met een baan, een gezin. Vaak gaat onze aandacht naar degene die de zorg behoeft -‘hoe is het met je man..’. Mooi dat op de Dag van de Mantelzorg de aandacht wordt verlegd naar de andere kant.

 

Misschien is de datum toevallig gekozen maar op 11 november staat opnieuw een mantelzorger in het zonnetje: Sint Maarten. Hij gaf de helft van zijn mantel aan een bedelaar en liet hem niet in de kou staan. Christus verschijnt dan aan Maarten, met de helft van zijn mantel om zijn schouders geslagen. Zo mag Maarten weten dat elke weldaad die wij bewijzen aan elkaar, bewezen wordt aan Christus zelf. In de Bijbel lezen we daarover: ‘Ik was naakt en jullie kleedden mij. … Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ Dat dit verhaal en het bijbehorende feest inmiddels volledig zijn geaccepteerd en worden gewaardeerd mag blijken uit het feit dat in het nieuwe liedboek een lied over deze mantelzorger is opgenomen. (744)

 

Volgens het gezegde is God daar waar liefde is en vriendschap. Hij is daar waar wij elkaar niet in de kou laten staan maar voor elkaar zorgen. En in dat alles is Hij ónze mantelzorger. Zijn zorg voor ons overkomt hem, omdat Hij een band heeft met ons, die zijn zorg behoeven. ‘Zoals een mantel om mij heen geslagen, zo is mijn God’. Het spreekt het vertrouwen uit dat er Iemand is waar wij terecht kunnen met onze storm aan vragen; Die ons draagt en behoedt en ons opvangt als wij dreigen te vallen.

 

De dag van de Mantelzorg valt op een zondag. De dag waarop in de kerk iedere week weer wordt gevierd dat wij van ophouden mogen weten omdat er voor ons wordt gezorgd. Dat ook mantelzorgers soms van ophouden mogen weten, is iets waar de een meer moeite mee heeft dan de ander. Toch is het goed om af en toe de zorg om een lief mens of kind aan een ander over te dragen om even op adem te komen. Hoe wil je het anders volhouden. Laten we omzien naar elkaar en niet vergeten te vragen naar degene die niet ziek is maar zorgt. Misschien is er iets dat we kunnen doen om de last van die ander even te verlichten. Misschien kunnen wij elkaar op handen dragen.

Na een gesprek met deelnemers aan Theologie voor Gemeenteleden over de wereld van vandaag en of die nog te redden is...

over de vraag of de mens nu in wezen goed of slecht is... schreef ik:

 

de wereld is slecht

de mensen zijn kwaad

het is hopeloos

zei ze

 

maar

zei ik

en ik dan

en hij en zij

wij 

met onze goede bedoelingen

onze liefde

en hoop op beter

 

ja jullie

zei ze

maar met de wereld wordt het niks meer

 

verdrietig draaide ik me om

nee, zo gaan we het niet redden

 

Lyonne

Leer mij

mild te zijn

vloeibaar als water

zacht als de sterren

vriendelijke ogen

aan een donkere hemel.

 

Leer mij  te zijn

als water

als sterren

als ogen.

 

Leer mij te zijn.

 

 

‘Sommige dingen zijn heel wonderlijk,

ik kan ze niet begrijpen:

hoe een adelaar hoog aan de hemel vliegt,

hoe een slang over de rotsen glijdt,

hoe een schip zijn weg vindt op zee,

en hoe een man verliefd wordt op een vrouw.’

(Spreuken 30: 18-19)

 

We leven in een tijd dat we alles kunnen verklaren. We kunnen in ieder geval meer verklaren dan Agur, die bovenstaande woorden schreef. Vliegen heeft geen geheimen meer voor ons. The sky heeft geen limits. We denken niet meer na bij ons gaan over land of over water; we begeven ons zelfs ónder water.

Kunnen verklaren betekent: grip hebben op zaken en er zelfs op vooruit kunnen lopen. Het is een deel van onze ontwikkeling als mens. Door te verklaren kunnen we  onszelf beschermen tegen dreigend onheil; we laten ons niet overvallen door rampspoed.

De keerzijde is dat we alles ook wíllen verklaren. Waarom wordt een mens ziek en niet meer beter? Waarom is er verdriet? maar de ongerijmdheden van het bestaan laten zich niet makkelijk ontrafelen en daar kunnen we niet altijd mee leven.

 

Agug schrijft in Spreuken over de dingen die hij niet begrijpt. Hij verwondert zich over de arend die vliegt langs de hemel. Leonardo da Vinci zette zíjn verwondering over de vlucht van de vogel om in de eerste ontwerpen voor vliegmachines. En hebben we het navigeren van schepen niet afgekeken van de dolfijnen? Je zou kunnen zeggen dat verwondering het begin van de wijsheid is. Het is de verwondering die ons uitdaagt om er iets van te begrijpen.

 

Of zou het zo zijn dat de verwondering ons uitdaagt om te begrijpen dat we lang niet alles begrijpen? Ik kan verklaren waar de kinderen vandaan komen. Toch verwonder ik mij eindeloos over hoe het zo groeien kan, zo volmaakt en compleet. Hoe meer ik weet, des te minder ik begrijp.

 

De vlucht van de arend vertelt me niet alleen over het vogelrijk maar ook over een God die zich laat kennen als de Ene die zijn jongen draagt op zijn vleugels en hen met zijn wieken beschermen wil.

De slang vertelt me over de onbegrijpelijk grote barmhartigheid van een God die veroordeelt wat er aan missedaden gebeurt maar dier en mens laat ontkomen aan de dood. Denk aan de sluwheid van de slang in het paradijs en de schaamte van de eerste mensen. Beide mochten verder, al waren zij niet meer dezelfde.

Een schip vindt zijn koers zoals een mens de weg weet door zich te houden aan de Tora, gebod en belofte tegelijkertijd. En mocht er een storm komen, dan zal God op wonderlijke wijze de zee tot kalmte manen.

En de vriendschap en liefde van mensen wijzen ons waar God woont.

Agug heeft gelijk: wonderlijk, we kunnen het niet begrijpen.

Pagina 1 van 9